Summary Fortuna 25 t/m 32

-
242 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Fortuna 25 t/m 32

  • 25 Woorden

  • donec
    +ind zolang als
    +conj totdat
  • desero, deserui, desertus, deserere
    verlaten, in de steek laten
  • mando, mandare
    opdragen, toevertrouwen
  • ferio, ferire
    slaan, treffen
  • infelix, infelicis
    ongelukkig
  • conficio, confeci, confectus, conficere
    afmaken, volbrengen, doden, vernietigen
  • intellego, intellexi, intellectus, intellegere
    begrijpen
  • discrimen, discriminis
    onderscheid, gevaar
  • evado, evadere
    ontsnappen, ontkomen
  • conscientia
    medeplichtigheid, bewustzijn
  • saevus
    woest, wreed
  • umbra
    schaduw, schim
  • trado, tradidi, traditus, tradere
    overgeven, uitleveren,
    + AcI overleveren dat
  • incendium
    brand
  • spatium
    ruimte, duur, afstand
  • desidero, desiderare
    verlangen, missen
  • materia
    grondstof, materie
  • ventus
    wind
  • progredior, progressus sum, progredi
    voortgaan
  • remedium
    geneesmiddel
  • facio, feci, factus, facere
    maken, doen
  • integer, integra, integrum
    niet aangeraakt, ongedeerd
  • vetus, veteris
    oud
  • quisquis, quidquid
    alwie/ieder die, alwat
  • peior, peioris
    slechter
  • plus, pluris
    meer
  • poena
    straf, boete
  • invisus + dat
    gehaat bij
  • fateor, fassus sum, fateri
    bekennen
  • alii ... alii
    sommigen ... anderen
  • tego, texi, tectus, tegere
    bedekken, beschermen
  • uro, urere
    verbranden, verteren
  • offero, obtuli, oblatus, offerre
    aanbieden
  • quamvis + conj
    hoewel
  • mereor, meritus sum, mereri
    verdienen
  • sicut
    zoals
  • oculus
    oog
  • rego, rexi, regere
    leiden, regeren
  • iuventus, iuventutis
    jeugd
  • laus, laudis
    lof, roem
  • servitium
    slavernij
  • tamquam
    zoals, alsof
  • habeo, habui, habitus, habere + 2 acc
    beschouwen als
  • huc
    hierheen
  • pareo, parui, parere +dat
    gehoorzamen aan
  • servitus, servitutis
    slavernij
  • diutius
    langer, langere tijd
  • mens, mentis
    geest, verstand, gedachte
  • obsideo, obsedi, obsessus, obsidere
    bezetten, belegeren
  • fio, factus sum, fieri
    worden, gebeuren, gemaakt worden
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

perpetuus
onafgebroken, voortdurend
iugum
juk, bergrug
proprius
eigen
prosum, profui, prodesse +dat
voordeel brengen, van nut zijn
fatum
nootlot, lotsbepaling
sino, sivi, situs, sinere
toelaten
procul
ver, op afstand
acerbus
bitter, wrang
premo, pressi, pressus, premere
drukken, in moeilijkheden brengen, in het nauw brengen
frons, frontis
voorhoofd, voorzijde, front