Summary Franconville.

-
ISBN-10 9006180270 ISBN-13 9789006180275
212 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Franconville.". The author(s) of the book is/are Karin de Koning van Bert Nap. The ISBN of the book is 9789006180275 or 9006180270. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Franconville.

  • 1.1 Werkwoorden

  • Werkwoord pouvoir = kunnen, mogen.

    ik kan     -     je peux

    jij kunt     -     tu peux

    hij/zij kan     -     il/elle peut

    wij kunnen     -     nous pouvons

    jullie kunnen      -     vous pouvez

    u kunt     -     vous pouvez

    zij kunnen     -     ils/elles peuvent

  • Werkwoord avoir = hebben

    ik heb     =     j'ai

    jij hebt     =     tu as

    hij, zij heeft     =     ils, elles a

    wij hebben     =     nous avons

    jullie hebben     =     vous avez

    u hebt     =     vous avez

    zij hebben     =     ils, elles ont

  • Werkwoord aller = gaan

    ik ga     =     je vais

    jij gaat     =     tu vas

    hij, zij gaat    =    il, elle va

    wij gaan    =   nous allons

    jullie gaan, 

    u gaat               = vous allez

    zij gaan    =     ils, elles vont

     

  • Werkwoorden faire = doen, maken

    ik doe     =    je fais

    jij doet  =  tu fais

    hij, zij doet  =  il/elle fait

    wij doen  =  nous faisons

    jullie doen  =  vous faites

    u doet  =  vous faites

    zij doen  =  ils, elles font

     

  • Werkwoord pendre = nemen

    ik neem  =  je prends

    jij neemt  = tu prends

    hij, zij neemt  =  il/elle fait

    wij doen  =  nous faisons

    jullie doen  =  vous faites

    u doet  =  vous faites

    zij doen  =  ils, elles font

  • Werkwoord etre = zijn

    ik ben  =  je suis

    jij bent  =  tu as

    hij, zij is =  il, elle est

    wij zijn  =  nous sommes

    jullie zijn  =  vous etes (+dakje)

    u bent  =  vous etes (+dakje)

    zij zijn  =  ils, elles sont

     

  • 1.1.1 Aller = gaan

  • Werkwoord aller = gaan

    ik ga     =     je vais

    jij gaat     =     tu vas

    hij, zij gaat    =    il, elle va

    wij gaan    =   nous allons

    jullie gaan, 

    u gaat               = vous allez

    zij gaan    =     ils, elles vont

  • 1.1.2 pourvoir = kunnen, mogen

  • Werkwoord pouvoir = kunnen, mogen.

    ik kan     -     je peux

    jij kunt     -     tu peux

    hij/zij kan     -     il/elle peut

    wij kunnen     -     nous pouvons

    jullie kunnen      -     vous pouvez

    u kunt     -     vous pouvez

    zij kunnen     -     ils/elles peuvent

  • pouvoir

    kunnen, mogen

  • ik kan 

    tu peux

  • hij/zij kan 

    il/elle peut

  • wij kunnen 

    nous pouvons

  • jullie kunnen /u kunt 

    vous pouvez

  • zij kunnen

    ils/elles peuvent 

  • ik heb gekund / ik heb kunnen

    jái pu

  • jij hebt gekund /jij hebt kunnen 

    tu as pu

     

  • hij heeft gekund/ hij heeft kunnen 

     

    il a pu

  • wij hebben gekund / wij hebben kunnen

    nous avons pu

  • jullie hebben gekund / jullie hebben kunnen 

    vous avez pu

  • zij hebben gekund/ zij hebben kunnen 

    ils/elles ont pu

  • ik zal kunnen 

    je pourrai

  • jij zult kunnen

    tu pourras

  • hij zal kunnen 

    il pourra

  • wij zullen kunnen 

    nous pourrons

  • jullie zullen kunnen /u zult kunnen 

    vous pourrez

  • zij zullen kunnen 

    ils/elles pourront

  • ik kon

    je pouvais

  • jij kon

    tu pouvais

  • hij kon

    il pouvait

  • wij konden

    nous pouvons 

  • jullie konden / u kon

    vous pouvez

  • zij konden

    ils/elles pouvent 

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

le parc
Het park
zij hadden

ils avaient

jullie hadden

vous aviez

wij hadden

nous avions

hij had

il avait

jij had

tu avais

ik had

j'avais

zij zullen hebben

ils auront

jullie zullen hebben

vous aurez

wij zullen hebben

nous aurons