Summary Frans Class notes

Course
- Frans
- Nijskens
- 2014 - 2014
- stella Maris College Meerssen
- Psychologie
1044 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Frans Class notes

  • 1403906400 Woorden Frans-Nederlands (hst.6 in HA3C)

  • de mening
    l'avis
  • de mensen
    les gens
  • de vrijheid

    la liberte
  • het goede doel
    la bonne cause
  • de dakloze

    le SDF
  • in ieder geval
    de toute facon
  • sommige
    certain(e)s
  • onvergetelijk

    Inoubliable
  • beschikbaar
    disponible
  • belachelijk
    ridicule
  • arm

    pauvre
  • rijk

    riche
  • vies

    sale
  • ruiken

    sentir
  • net, zojuist
    venir de
  • het recht hebben (om)

    avoir le droit (de)
  • gebruiken

    utiliser
  • lachen

    rigoler
  • oppassen

    garder
  • meenemen

    emmener
  • zich ontspannen

    se detendre
  • onzin
    n'importe quoi
  • eerlijk gezegd

    Franchement
  • toch

    pourtant
  • ongelukkig

    malheureux,-euse
  • grappig

    marrant(e)
  • in de steek gelaten

    abandonne(e)
  • het milieu

    l'environnement
  • de milieubewuste persoon

    l'ecolo
  • de gewoonte

    l'habitude
  • het afval

    les dechets
  • de vuilnisbak

    la poubelle
  • het licht

    la lumiere
  • de anderen

    les autres
  • of...of...

    soit...soit...
  • volgens

    selon
  • zo, op die manier

    ainsi
  • op de grond

    par terre
  • noodzakelijk

    necessaire
  • slechts, alleen maar

    ne...que
  • beter

    mieux
  • redden

    sauver
  • beschermen

    proteger
  • overdrijven

    exagerer
  • besparen, zuinig omgaan met

    economiser
  • (weg)gooien

    jeter
  • vervangen

    remplacer
  • oprapen

    ramasser
  • denken aan

    penser a
  • zich interesseren

    s'interesser a
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - frans Class notes

  • 1403301600 3e pww stof frans 13/14

  • de passie, de liefde

    la passion
  •  morgen

    demain
  • de wedstrijd

    le match
  • belangrijk

    important
  • de sport

    le sport
  • tegen

    contre
  • nieuw

    nouveau, nouvelle
  • het meisje

    la fille
  • mooi

    beau, belle
  • gek

    fou, folle
  • stil!

    chut!
  • de hobby

    le hobby
  • echt

    vrai
  • dat interesseert me

    ça m'intéresse
  • genoeg

    assez
  • helemaal niet

    pas du tout
  • een beetje

    un peu
  • misschien

    peut-être
  • oud

    vieux, vieille
  • aardig
    gentil, gentille
  • de haren

    les poils
  • zwart

    noir
  • het paard

    le cheval
  • Welke sport doe jij?

    Tu fais quel sport?
  • Ik voetbal.

    Je fais du foot.
  • We spelen tegen 'Coq hardi'.

    On joue contre 'Coq hardi'.
  • Voetbal is best leuk.

    Ce n'est pas mal, le foot.
  • Ik heb liever tennis.

    Moi, je préfère le tennis.
  • Ze is mooi.

    Elle est belle.
  • Hoe ziet hij eruit?

    Il est comment?
  • Hij is mooi en groot.

    Il est beau et grand.
  • Hij is misschien een beetje oud, maar hij is erg aardig.

    Il est peut-être un peu vieux, mais il est très gentil.
  • het dier

    l'animal
  • de papegaai

    le perroquet
  • de hond

    le chien
  • de aap

    le singe
  • de hamster

    le hamster
  • de goudvis

    le poisson rouge
  • de olifant

    l'éléphant
  • de kat

    le chat
  • de kip

    la poule
  • het konijn

    le lapin
  • de koe

    la vache
  • het varken

    le cochon
  • de haan

    le coq
  • sterk

    fort
  • statig

    noble
  • vrolijk

    joyeux
  • grappig

    drôle
  • zacht

    doux
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Frans Class notes

  • 1415660400 H. 3 par. 1

  • zin hebben in/om
    avoir envie de
  • wanneer
    quand
  • wie 
    qui
  • wat
    quoi
  • welke
    quel(e)/quelle(s)
  • dat wat... is
    ce que... est
  • eerste schooldag
    la rentrée
  • goed afgelopen, goed gedaan
    bien se passer
  • leuk, prettig
    agréable
  • een klein meisje
    une gamine
  • klaarleggen
    préparer
  • de spullen
    les affaires v mv
  • iemand roepen
    appeler qn
  • klaar zijn
    être prêt(e)
  • zich zorgen maken
    s'inquiéter
  • opnieuw luisteren
    réécouter
  • aanvullen
    compléter
  • verhuizen
    déménger
  • opnieuw/weer beginnen
    recommencer
  • de bedoeling
    l'intention
  • 1416351600 H. 3 par. 2.1

  • zes miljoen fans
    six millions fans
  • gitaarspelen
    jouer de la guitare
  • hoe lang ben jij?
    combien tu mesures?
  • de tv-serie
    la série télévisée
  • de aflevering
    l'épisode
  • de tv-kijk(st)er
    le/la téléspectateur/-trice
  • het dagelijks leven
    la vie quotidienne
  • het verhaal
    l'histoire
  • de vriendschap
    l'amitié
  • de liefde
    l'amour m
  • de vreugde
    la joie
  • het drama
    le drame
  • het geheim
    le secret
  • het probleem
    le problème
  • behandelen
    traiter
  • de scheiding
    le divorce
  • de dood
    la mort
  • elkaar ontmoeten
    se retrouver
  • uitwisselen
    échanger
  • terugzien
    revoir
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

un ouvrage scientifique
een wetenschappelijk werk
télécharger un fichier
een bestand downloaden
pratique
handig
les photos numériques
de digitale foto's
le recueil de poésie
de dichtbundel
la bonne conscience
het goede geweten
l'accès illimité
de onbeperkte toegang
en abondance
in overvloed
consulter
raadplegen
un dialogue plat
een alledaagse dialoog