Summary Functionele histologie

ISBN-10 9035237986 ISBN-13 9789035237988
250 Flashcards & Notes
16 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Functionele histologie". The author(s) of the book is/are . The ISBN of the book is 9789035237988 or 9035237986. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Functionele histologie

  • 6 Kraakbeen

  • Wat zijn de belangrijkste functies van kraakbeen?
    • steun geven aan weke delen
    • botten verbinden
    • lagering vormen voor gewrichten
    • een rol spelen bij de aanleg en groei van pijpbeenderen
  • Waar berust de veerkracht van de kraakbeenmatrix op?
    • electrostatische verbindingen tussen collagene vezels en glucosaminoglycaanketens
    • vasthouden van water door negatief geladen matrix
    • buigbaarheid en onderlinge verschuifbaarheid van collagene vezels
  • Welke drie typen kraakbeen zijn er?
    - Hyalien kraakbeen:
    • komt het meest voor
    • matrix bestaat uit collageen type II


    - Elastisch kraakbeen:
    • bevat naast collageen type II ook elastische vezels


    - Vezelig kraakbeen:
    • kan druk- en trekkrachten goed weerstaan
    • opgebouwd uit collageen type I
  • Wat is het perichondrium en op welke plekken omsluit het perichondrium het kraakbeen?
    Het perichondrium is een kapsel van dicht bindweefsel welke het kraakbeen overal omsluit, behalve bij de gewrichtsvlakken.
    Deze laag bestaat uit collagene vezels type I die op fibroblasten lijken. Deze vezels kunnen differentiëren tot chondroblasten. Hierdoor is het perichondrium essentieel voor de groei en instanthouding van het kraakbeen.
  • Welk type kraakbeen is hier te zien?
    Hyalien kraakbeen.
  • Welk type kraakbeen is hier te zien?
    Elastisch kraakbeen.
  • Welk type kraakbeen is hier te zien?
    Vezelig kraakbeen.
  • Hoe ontstaat een hernia?
    Een hernia ontstaat door scheurtjes in de annulus fibrosus. Hierdoor kan de nucleus leeg worden gedrukt en wordt de tussenwervelschijf platter. Wanneer deze schijfinhoud naar achter wordt gedrukt, kunnen de ruggenmergszenuwen in de verdrukking komen. Hierdoor ontstaat pijn en kunnen neurologische uitvalsverschijnselen optreden.
    De pijn bevindt zich niet in het gebied van de daadwerkelijke verzaking, maar in het innervatiegebied van de getroffen riggenmergszenuw, veelal in het lagere lumbale gebied.
  • 6.1 Hyalien kraakbeen

  • In welke delen van het lichaam bevindt zich hyalien kraakbeen?
    Hyalien kraakbeen bevindt zich op alle blauw aangegeven plekken.
  • Uit welke twee grondsubstanties bestaat de kraakbeenmatrix?
    Proteoglycanen (veelal gebonden aan hyaluronzuur) en structurele glycoproteïnen.
  • Hoe komt kraakbeen aan energie, gezien het niet doorbloed is?
    Kraakbeen komt aan energie door bij een lage zuurstofspanning glucose om te zetten door anaerobe glycolyse. Het restproduct is melkzuur.
    Voedingsstoffen diffuseren via de matrix. Verkalking en andere opstoppingen zijn dan ook funest.
  • Hoe wordt het groeihormoon voor kraakbeen genoemd?
    Somatotroponine, welke wordt uitgescheiden in de hypofysevoorkwab.
  • Uit welke kiemlaag ontstaat kraakbeen?
    Kraakbeen ontstaat uit het mesoderm en wordt daarom mesenchym genoemd.
  • Welke twee vormen van kraakbeengroei zijn er? Welke manier van groei is het meest omvangrijk?
    • Interstitiële groei: chondroblasten gaan delen, matrix afzetten en laten zo het volume van binnenuit toenemen. Voornamelijk bij vroege stadia van kraakbeenvorming (epifysaire schijf die lengtegroei pijpbeenderen bepaald, aanleg gewrichtskraakbeen etc.).
    • Appositionele groei: perichondriumcellen differentiëren tot kraakbeencellen en voegen zo van buitenaf matrix toe aan het bestaande kraakbeen. Meest omvangrijke vorm van groei.
  • 6.2 Elastisch kraakbeen

  • Waar op het lichaam bevindt zich elastisch kraakbeen?
    De oorschelpen, wand van de uitwendige gehoorgang, de epiglottis en sommige delen van de bronchusvertakkingen.
  • Waar in verschilt elastisch kraakbeen van hyalien kraakbeen?
    Kwa samenstelling verschilt elastisch kraakbeen van hyalien kraakbeen in dat het veel elastische vezels bevat waardoor het buigbaar is.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Bekijk de co-stimulatie van een B-lymfocyt voor klonale deletie.
.
Wat is hier te zien?
PALS.
Wat zijn de functies van de milt?
  • afbraak erytrocyten (door macrofagen in Billroth strengen)
  • vorming bloedcellen (enkel embryo fase)
  • immunologisch
  • opslag van reserve bloed (zonder erytrocyten)
Welke arterie voorziet de milt van bloed?
Arteria lienalis.
Welke twee gebieden zijn te onderscheiden in de milt? Welke cellen bevinden zich in deze gebieden?
Rode pulpa:
Bestaat voor 60% uit veneuze sinussen gevuld met rode bloedcellen en strengen reticulum weefsel, de Billroth strengen. Deze strengen bevatten veel macrofagen.
Het is een reticulair bindweefsel, waardoor hij een sponzige structuur krijgt.

Witte pulpa: 
Deze bevinden zich rond de arteriële vertakkingen en worden gevormd door dicht opeen gelegen lymfocyten.

  • periarteriolaire lymfocytenschede (PALS): compacte lymfocytenmassa die de arteriolen over de gehele lengte omgeven. Centraal door T-cellen, aan de buitengrens met de rode pulpa bevolkt door B-cellen.
  • follikels: aan de rand van de witte pulpa
Heeft de milt afferente en efferente lymfevaten?
Nee, de milt heeft enkel efferente lymfevaten.
Via welke twee grote lymfe vaten komt de lymfe weer de systemische circulatie in?
Via de ductus thoracicus en de truncus lymfaticus dexter.
Hoe verschillen de CD4+ Th1 en Th2 cellen?
CD4+ Th1 zorgen voor activering van de cytotoxische T-cellen, de Th2 zorgen voor activering van de B-lymfocyten. Ook hebben de Th2 cellen een regulerende werking over de Th1 cellen. Ze worden daarom ook wel 'T-supressor' genoemd.
Wat veranderd er qua isotype switching bij de vorming van een geheugencel?
In de B-cel vindt een omschakeling plaats van IgM naar IgG. De voor de specificiteit verantwoordelijk Fab-delen blijven onveranderd.
Na hoeveel dagen is de plasmacellulaire reactie op zijn hoogtepunt?
Dit is 3-4 dagen na contact met het antigeen.