Summary Fysiologie

-
722 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Fysiologie

  • 1 Algemene fysiologische processen

  • Wat is de cel in fysiologisch standpunt?
    Fundamentele stofwisselingseenheid van het organisme ~ functioneren van het organisem
  • Wat is een meercellig organisme en wat zijn de typische kenmerken?
    = grote kolonie eukaryote eencellige met bijhorende kenmerken 
    • cellen gespecialiseerd in 1 bepaalde functie 
    • cellen zijn onderling verschillend 
    • cellen hebben onderlingen afhankelijkheid 
  • Welke 3 soorten fysiologie zijn er?
    • Algemene: studie achter gemeenschappelijke eigenschappen 
    • speciële: studie werking van bepaald orgaan 
    • toegepaste: studie werking orgaan onder bijzondere omstandigheden 
  • Welke soorten fysiologische functies onderscheiden we?
    • Animale: willekeurig of doelgericht 
    • vegetatieve: niet willekeurig of autonoom 
  • Wat zijn typische kenmerken van het animale?
    • Doelgericht reageren 
    • uitwisseling van informatie tussen cel en omgeving 
    • animale/ somatische zenuwstelsel 
    vb 
    • prikkelbaarheid 
    • prikkelgeleiding en overdracht 
    • beweging 
  • Wat zijn typische kenmerken van het vegetatieve?
    • Groei, ontwikkeling en voortbestaan 
    • uitwisseling van materie 

    • bloedsomloop 

    bv
    • metabolisme 
    • resorptie 
    • excretie 
    • secretie 
    • groei 
    • voortplanting
  • Wat zijn synoniemen voor interstitium?
    = milieu interieur 
    = interstitiële vloeistof 
    = extracellulaire ruimte
  • 1.1 Membraantransporten

  • Wat is er vereist voor fysiologische functies?
    Transport van moleculen over de celmembraan
  • Hoe gebeurt de aan- en afvoer van moleculen?
    Aanvoer: 
    • van extracellulair -> intracellulair 


    afvoer: 
    • van intracellulair -> extracellulair 
  • Welke moleculen komen vnl intra voor?

    fosfaat 
    aminozuren
  • Welke moleculen komen voornamelijk extra voor?
    Na 
    Cl 
    glucose
  • Waaruit bestaat de celmembraan?
    Dubbele fosfolipidenlaag 
    • apolaire, hydrofobe staart 
    • polaire, hydrofiele kop  
  • Wat in de membraan speelt een belangrijke rol in veel transport?
    Proteïnen
  • Welke 2 grote groepen transport zijn er?
    Passief 
    actief
  • Wat is kenmerkend aan passief transport?
    • Met gradiënt mee 
    • eenvoudig 
    • geen E voor nodig 
    • geen accumulatie (opstapeling) mogelijk 
  • Wat is kenmerkend aan actief transport?
    • Tegen gradiënt in 
    • gecompliceerd 
    • E voor nodig 
    • accumulatie mogelijk 
  • Welke vormen van actief transport zijn er?
    • Primair: rechtstreeks gebruik ATP 
    • secundair: gekoppeld aan diffusie van ander ion 
    • vesiculair: endocytose en exocytose  
  • Wat is samengevat de manier van transport voor verschillende stoffen?
    • Kleine ongeladen deeltjes: diffusie 
    • water: osmose 
    • hydrofobe stoffen: diffusie 
    • grote hydrofiele stoffen: carriers 
      • gefacilliteerde of ondersteunde diffusie: uniport 
      • secundair actief transport: cotransport 
    • ionen 
      • passief: ionkanalen 
      • actief: 
        • primair: moleculair pompmechanisme 
        • secundiar: cotransport 
    • vesiculair 
  • 1.1.1 Transport van kleine ongeladen deeltjes: diffusie

  • Hoe gebeurt het transport van kleine ongeladen deeltjes?
    Via diffusie
  • Wat zijn hiervoor de voorwaarde?
    • Concentratie verschil over membraan = concentratiegradiënt 
    • membraan moet permeabel zijn voor opgeloste deeljtes en voor oplosmiddel
  • Wat is het principe van diffusie?
    Spontaan transport van opgeloste deeltjes en van oplosmiddel van oplossing A -> B en omgekeerd 

    er is een netto beweging tot de concentratie aan beide kanten gelijk is
  • Welke factoren beïnvloeden de diffusiestroom?
    • Wet van Fick
      • diffusie gebeurt in richting van hoge --> lage concentratie 
      • snelheid is 
        • recht evenredig met concentratieverschil 
        • recht evenredig met permeabiliteit van membraan 
        • recht evenredig met membraanoppervlak 
        • omgekeerd evenredig met membraandikte 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat gebeurt er bij tekort aan lichaamswater?
Reabsorptie van water nodig -> waterpermeabilteit neemt toe onder invloed van ADH: intracellulair opgeslagen waterkanalen migreren naar de celmembraan -> water wordt aan urine onttrokken -> productie van kleine hoeveelheid, sterk geconcentreerde, donker gekleurde urine
Wat gebeurt er bij overschot aan lichaamswater?
Geen reabsorptie van water nodig -> productie van veel, licht gekleurde urine (sterk hypotoon)
Wat is typisch aan het tweede deel van de distale tubulus?
Impermeabel voor water 
-> rol bij waterhuishouding
Wat is het referentiemolecule?
Inuline, want wordt enkel gefiltreerd, niet gereabsorbeerd
De samenstelling van de voorurine is sterk verander aan het einde van de proximale tubulus, waar bestaat het uit?
  • Meeste filtraat gereabsorbeerd 
  • chloride, ureum, en creatinineconcentratie sterk gestegen 
  • geen aanwezigheid van aminozuren, eiwitten en glucose 
Wat zit er aan het einde van proximale tubulus?
voorurine = Isotoon met plasma
Wat is het mechanisme voor transport van water?
  • Transcellulair transport (waterkanalen) of paracellulair transport 
  • principe van osmose: water volgt passief de actief getransporteerde stoffen = iso-osmotische terugresorptie 
Wat voor soort transport is het transport voor organische verbindingen en lichaamsvreemde stoffen en wat gebeurt er met de voorurine?
  • Carriertransport 
  • concentratie voorurine stijgt 
  • vb. Histamine, acetylcholine, 
Is er terugresorptie van organische verbindingen en lichaamsvreemde stoffen?
Nee: wel excretie
Wordt creatinine terug geresorbeerd?
Nee: zelfs excretie na periode van zware arbeid: opname uit peritubulair capillairen via basolaterale membraan 

concentratie voorurine stijgt