Summary fysiologie mens & dier Class notes

Course
- fysiologie mens & dier
- Buwalda
- 2013 - 2014
- rug
587 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - fysiologie mens & dier Class notes

  • 1395010800 college 1 buwalda: Spieren

  • skeletspieren zijn cholinerg geregeld met een nicotinereceptor. Er is op het niveau van de spier geen inhibitie mogelijk. 
  • skeletspieren zijn willekeurige spieren. 
  • wat is het verschil tussen skeletspieren en andere soorten spieren als het gaat op welke manier ze worden aangestuurd?
    skeletspieren worden altijd cholinerg aangestuurd met een nicotinereceptor. Parasympathisch autonome paden gaan via een ganglion. De eerste keer is het cholinerg op een nicotinerge receptor. Daarna cholinerg op een muscarinische receptor.

    sympathische autonome paden worden ook via een ganglion aangestuurd maar deze is de eerste keer cholinerg via een nicotinerge receptor en de 2e keer adrenerg (NE) via een beta1receptor of een alfareceptor. 

    De laatste is het adrenale sympathische pad dat ook autonoom is, gaat via het bijniermerg. Deze laat dan adrenaline vrij wat in het bloed terechtkomt en via een beta2 receptor werkt, op dezelfde manier verder als dat het sympathische pad werkt. 
  • Wat zijn de verschillen tussen somatisch en autonomisch?
    Bij somatisch  gaat het altijd om skeletspierweefsel dat aangestuurd wordt en bij autonomisch gaat het altijd om cardiair of glad spierweefsel. 
    De neurotransmitters worden bij somatische aansturing vrijgelaten door axon terminalen en bij autonome aansturing door varicosities en axon terminalen. 
    het effect op het target weefsel is bij somatisch altijd exciterend en bij autonomisch kan het ook inhiberend zijn..
    De periferen componenten die buiten CNS worden gevonden zijn bij somatisch alleen axonen en bij autonomisch preganglionaire axonen, ganglia en postganglionaire neuronen.
    de belangrijkste functie bij somatisch is houding en beweging, bij autonomisch is dit een viscerale functie, ook beweging van interne organen en secretie, controle over metabolisme.
  • Wat is een neuromusculaire junctie?
    Dit is de synaps van een somatisch motorisch neuron op een spiervezel. Deze NMJ heeft 3 componenten:
    - het motorisch neuron presynaptisch axon dat gevuld is met synaptische vesikels en mitochondria.
    - de synaptische spleet
    - het postsynaptisch membraan van de skeletspiervezel. 
    De NMJ bevat ook Schwanncellen. Deze bevatten een dunnen laag die de top van een axonterminalen bedekt. Deze cellaag scheidt chemische signaalmoleculen uit die een speciale rol spelen in de formatie en handhaving van de NMJ. 
  • Wat is een motorische eindplaat?
    Dit zijn een aantal vouwen in het postsynaptische membraan op de spiervezel. Op de hoek van elke kuil zitten nicotinerge acetylcholine receptoren. Deze kanalen clusteren bij elkaar in een actieve zone. 
  • Tussen het axon en de motorische eindplaat zitten collageenvezels. Deze houden de axon terminal en de motorische eindplaat in een perfecte alignment. Deze matrix bevat ook acetylcholineesterase. Dit enzym deactiveert acetylcholine erg snel door het af te breken in acetyl en choline. 
  • wat is het bijniermerg?
    Dit is een gemodificeerd ganglion.
  • Wat is een ander woord voor een spiercel?
    Een spiervezel.
  • Net als in andere neuronen triggert de actiepotentiaal het openen van de calciumkanalen waardoor dit de cel binnenloopt. Dit triggert op zijn beurt weer de vrijlating van Acetylcholine-bevattende synaptische vesikels. Acetylcholine diffundeert over de synaptische spleet en combineert zich  met nicotinerge receptoren op het skeletspiermembraan. 
  • Wat is het verschil in receptoren van de skeletspieren en die van de autonome ganglia?
    De receptoren in de skeletspieren bestaan uit 5 subunits; alfa, beta, gamma, delta en epsilon. De receptoren in de autonome ganglia bestaat uitsluitend uit gamma en beta. 
  • Er is geen inhibitie mogelijk op het niveau van de spier, hoe kan een spiercontractie toch worden gestopt? 
    Dit kan door in het CNS te inhiberen;.
  • Een spiercel of vezel heeft meerdere kernen aan het oppervlak liggen. 1 somatisch motorisch neuron kan meerdere spiervezels aansturen. De vertakkingen van de neuronen zitten dicht bij de spier. 
    De instroom van Natrium in de spiervezel zorgt voor een depolarisatie wat vervolgens weer zorgt voor een contractie. 
  • slangengif zoals alfa-bungarotoxin werkt alleen op nicotinerge cholinerge receptoren van skeletspieren en niet op je brein.

    Een alfa-motorisch neuron kan veel verschillende spiervezels tegelijkj innerveren. In je vingers stuur je echter veel minder spiervezels aan dan bijvoorbeeld in je benen.
  • ionenkanalen die geregeld zijn met een nicotinerge receptor worden pas geopend als er 2 acetylcholines binden.

    Nadat calcium zijn werk heeft gedaan wordt het ook weer opgenomen. 
  • Wat is het verschil tussen affarent en efferent?
    Affarente zenuwbanen zijn zenuwen die naar de hersenen of het ruggenmerg toegaan en efferente zenuwbanen zijn zenuwen die van de hersenen of het ruggenmerg af gaan naar de plaats van effector.
  • Wat voor soort spieren hebben we allemaal en wat zijn de kenmerken?
    - skeletspierweefsel: vezels zijn groot, meerkernige cellen die onder de microscoop er gestreept uitzien.
    - hartspierweefsel: vezels zijn ook gestreept, maar zijn kleiner en vertakt en enkelkernig. De cellen zitten in series bij elkaar door junctions die ook wel intercalated disks worden genoemd. 
    - glad spierweefsel: vezels zijn klein en ontbreken strepen.
  • Wat is het verschil tussen een skeletspiercel en een gladdespiercel/hartspiercel?
    - Een skeletspiercel zorgt voor bewegin en een andere spiercel voor verplaatsing van materiaal (vast of vloeibaar)
    - Een skeletspier zit meestal aan het bot vast (behalve sommige sluitspieren) en andere spiercel niet.
    - een skeletspier is willekeurig en een andere spier niet.
    - Een skeletspier krijgt een signaal van een somatisch motorisch neuron en een andere spier krijgt vb endocrien, of autonoom signalen.
  • skeletspieren zijn vaak aan het bot gehecht via pezen die bestaan uit collageen. 
  • Wat is een flexor?
    Zo wordt een spier genoemd als deze ervoor zorgt dat de centra van de verbonden botten dichter bij elkaar worden gebracht als de spier contraheert.  Deze beweging wordt ook wel een flexie genoemd.
  • Wat is een extensor?
    Een spier wordt zo genoemd als het ervoor zorgt dat de botten van elkaar weg bewegen als de spier contraheert. De beweging wordt dan een extensie genoemd.
  • Wat is een sarcolemma?
    een celmembraan
  • wat is sarcoplasma?
    cytoplasma
  • wat is sarcoplasmatisch reticulum?
    Gemodificeerd endoplasmatisch reticulum.
  • Waar bestaat een skeletspier uit?
    Deze bestaat uit spiervezels. skeletspiercellen zijn de grootste cellen in het lichaam. 
  • Wat zijn satelietcellen?
    Deze cellen liggen net buiten het spiervezelmembraan. Ze activeren en differentieren in spieren als dat nodig is om voor spiergroei en herstel te zorgen.
  • Waar bestaat een spier uit?
    - bindweefsel
    -spier fasicles (bundels met spiervezels)
    - aders
    - zenuwen
  • Wat zijn de hoofd-intracellulaire structuren in gestreept spierweefsel?
    myofibrillen: hoog georganiseerde bundels met contractiele en elastische eiwitten die het werk van de contractie uitvoeren. 
  • Wat is een functie van het sarcoplasmatisch reticulum?
    Het slaat Ca2+ op en kan het weer afgeven. In het SR bevindt zich ook een Ca2+ ATP-ase. 
  • Wat zijn de T-tubules?
    Deze gaan door op het SR en zijn een soort van gaten in de spiervezel. 1 T-tubules en zn 2 ondersteunende terminale cisternae worden ook wel een triad genoemd. Ze zorgen er ook voor dat actiepotentialen sneller van het celoppervlak naar het centrum van de spiervezel gaan. 
  • Het cytosol tussen  de myofibrillen bevat veel glycogeen granules en mitochondria. 
  • 1 spiervezel bevat duizenden myofibrillen, die het meest van de intracellulaire ruimte in beslag nemen. 
  • Uit welke eiwitten bestaat elke myofibril?
    myosine en actine
    tropomyosine en troponine
    titine en nebuline
  • wat is myosine?
    Dit is een motorisch eiwit die beweging kan opwekken. er bestaan verschillende vormen van myosine in verschillende soorten spieren die helpen de spiersnelheid van contractie te bepalen. Elk myosine molecuul bestaat uit eiwitkettingen die zo zijn gedraaid dat ze een lange staart vormen met 2 kopjes. de staart is erg stijf maar de kopjes kunnen makkelijk buigen. 
  • Waar bestaat een myosinekopje uit?
    Elk myosinekopje bestaat uit 2 eiwitketens; een zware keten en een kleinere keten. de zware keten is het motorische domain die ATP bindt en de energie gebruikt uit de ATP-binding om beweging te creëren. Omdat dit domain handelt als een enzym wordt het ook wel een myosine ATP-ase genoemd. Deze keten bevat ook een bindingsplaats voor actine. 
  • Wat is actine?
    Dit is een eiwit die verantwoordelijk is voor de dunne filamenten van de spiervezel. 1 actine molecuul is een globulair molecuul, die polymerizeert tot filamenten (f-actine).In skeletspierweefsel zijn 2 actinefilamenten om elkaar heengedraaid.. 
  • Wat zijn crossbridges?
    Dit zijn en soort van interacties die optreden als een myosinekopje zich bindt aan een actinefilament. Er zijn 2 standen: lage-kracht (gerelaxeerde spieren) en hoge kracht (gecontracteerde spieren). 
  • Wat is een sarcomeer?
    Deze gaat van Z-plaat tot Z-plaat. Dit is gelijk aan 1 herhaling van een bandenpatroon. 
  • Wat zijn Z-platen?
    Het zigzag eiwitstructuren die dienen als een hechtingsplek voor dunnen filamenten
  • Wat zijn I-banden?
    Dit zijn de lichtste kleurbanden van het sarcomeer. Het gaat hierbij om het gebied dat uitsluitend bestaat uit actine. Door elke I-band gaat een Z-plaat,
  • wat is een A-band?
    Dit is de donkerste band in het sarcomeer en omvat de gehele lengte van een dik filament. 
  • Wat is een H-zone?
    Dit is een central regio in de A-band die lichter is dan de buitenste delen van de A-band. Dit komt omdat de H-zone uitsluitend bestaat uit dikke filamenten. 
  • Wat is een M-lijn?
    Deze band vertegenwoordigt eiwitten die de hechting vormen tussen de dikke filamenten. De lijn staat dus verticaal op de H-zone. 
  • hoe ziet het driedimensionale zicht op een myofibril eruit?
    elk myosinefilament is omgeven door 6 actinefilamenten.

  • Wat is titine?
    Dit is een molecuul dat dwars door myosine heenloopt. Het heeft een hoge mate van elasticiteit, en het is het grootst bekende eiwit. Het heeft 2 functies:
    - Het stabiliseert de positie van de contractiele filamenten
    - Zn elasticiteit zorgt voor een terugkeer van de spier, in de rusttoestand. 
  • wat is nebuline?
    Dit is een niet-elastisch groot eiwit dat ervoor zorgt dat titine door myosine heen kan glijden. het zit dwars door een actinefilament en hecht aan de Z-schijf maar niet aan de M-lijn.
  • Wat is spierspanning?
    Dit is de kracht die gecreerd wordt door het contraheren van een spier.
  • Wat zijn de 3 stappen waarin een contractie in skeletspierweefsel plaatsvindt?
    1) gebeurtnissen bij de neuromusculaire junctie, zetten een acetylcholinesignaal om van een somatisch motorisch neuron in een elektrisch signaal in de spiervezel.
    2) excitatie-contractie- gekoppeld. Dit is het proces in welke spieractie potentialen calciumsignalen initieren, die dan op hun beurt weer een contractie-relaxatie cirkel activeren.j
    3)  een contractie-relaxatie cirkel. 1 contractie-relaxatie cirkel is ook wel een twitch genoemd. 
  • Wat is troponine?
    Dit is een calciumbindend complex bestaande uit 3 eiwitten. Het controleert de positie van tropomyosine. Wanneer het gebonden is aan calcium dan trekt het tropomyosine opzij, waardoor myosine aan actine kan binden. 
  • Wat is tropomyosine?
    Dit is een eiwit dat de bindingsplaatsen op de actinefilamenten bedekt.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke carbohydraten hebben we allemaal en waarin worden ze afgebroken?
- zetmeel: in glucose
- lactose: in glucose en galactose
- sucrose: in fructose en glucose
- maltose: in glucose
Waarvoor is pancreassecretie belangrijk?
Dit is belangrijk voor vertering en bescherming.
Wat zijn de functies van speeksel?
bescherming
smaak
lubricatie
vertering
Wat gebeurt er precies voordat er defectatie plaatsvindt?
eten en drinken - verhoogde gastrische beweeglijkheid- gastroileale reflex- verhoogde activiteit in het terminaal ileum - massabeweging- defecatiereflex - contractie van het rectum - relaxatie van de interne sluitspier - relaxatie van de externe sluitspier - Verhoogde peristaltiek in het sigmoid colon.
Wat doen de dunne darmen als er een maaltijd wordt gegeten en wat doen ze als de maaltijd moet worden verteerd?
Als een maaltijd moet worden gegeten dan doen ze aan segmentatie en als het moet worden verteerd dan doen ze aan het migrerende beweeglijkheids complex.
Wat voor beweeglijkheid is er in de mond?
In de mond is er sprake van kauwen.
Wat is dyskeratosis congenita?
Dit is een ziekte waarbij de telomeren korter zijn dan normaal. Mensen met deze ziekte hebben een lage levensverwachting. Deze ziekte geeft als antwoord op de hoofdvraag: De gegevens over Dyskeriatosis suggereren dat er een causaal verband kan zijn, wanneer de telomeren heel kort zijn. 
Welk antwoord geeft het onderzoek van de kauwen op deze vraag?
De kauwen suggereren dat het slechts een correlatie is omdat verkorting een beter voorspeller is dan de absolute lengte. 
Wat was de grote vraag van dit college?
Is het verband tussen telomeerlengte en sterfte/gezondheid oorzakelijke of correlatief?
Wat voor belangrijke resultaten kwamen er allemaal uit bij het onderzoek met de kauwen?
Bij de nesten waar jongen waren weggehaald was het lichaamsgewicht groter maar de telomeren korter. Bij de nesten waar jongen waren bijgezet was het lichaamsgewicht kleiner maar de telomeren langer.