Summary Gebitsbehandeling bij gezelschapsdieren

-
139 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Gebitsbehandeling bij gezelschapsdieren

  • 1 Gebitsbehandelingen van gezelschapsdieren

  • Waarom is tandheelkundige zorg belangrijk?
    Om te voorkomen dat tand- en mondziekten een risico gaat vormen voor de gezondheid en welzijn vh dier.
  • Ontstekingen aan het gebit kunnen bepaalde aandoeningen veroorzaken, bijvoorbeeld ....
    Een hartklepontsteking
  • Een deel vd gebitsproblemen is te voorkomen door?
    Een goed voedingsadvies met gebitsverzorging door de eigenaar.

    (Goede voorlichting geven aan eigenaar => goede gebitsverzorging en goed voedingsadvies + eventuele professionele gebitsreiniging indien nodig).
  • Taak dierenartsassistente in deze....
    Er wordt van een paraveterinair verwacht dat hij of zij een goede voorlichting kan geven over maatregelen ter preventie van gebitsproblemen bij de huisdieren.
  • Het aantal en de vorm vd gebitselemementen zijn soortspecifiek en daarmee is het gebit voor iedere diersoort dus karakteristiek. Hoe worden ingedeeld wat dit betreft?
    Herbivoren (planteneters, opvallend zijn de maalkiezen)
    Carnivoren (vleeseters, opvallend zijn de knip- of scheurkiezen)
    Omnivoren (alleseters)
  • Wat is er bijzonder wat betreft het gebit bij knaagdieren en konijnen?
    De altijd doorgroeiende snijtanden.
  • Elke diersoort heeft zijn eigen tandformule. Wat houdt dat in?
    Een vaste verhouding van aantal snijtanden, hoektanden en kiezen. De tandformule wordt per kaakhelft genoteerd.
  • Hoe luidt de tandformule van een hondenpup?
           313 = ICP 
    2x   -----     -----   =  28 gebitselementen
           313    ICP
  • Hoe luidt de tandformule van een volwassen hond:
           3142 = ICP 
    2x   -------     -----   =  42 gebitselementen
           3143    ICP
  • Melkgebit: schema doorbraaktijdstip melkgebitelementen
    Snijtanden:                 3  -   4 weken
    Hoektanden:              3  -   5 weken
    Premolaren:               4  - 12 weken
  • Blijvend gebit: wisseltijdstip (van melkgebit naar blijvend gebit)
    Snijtanden:            3  -  5  maanden
    Hoektanden:         5  -  7  maanden
    Premolaren:          4  -  6  maanden
    Molaren:                4  -  7  maanden
  • In het kort vanaf pup:
    Op een leeftijd van 3 tot 6 weken beginnen de eerste melktanden te verschijnen. Daarna gevolgd door de hoektanden en als laatste de kiezen. Op een leeftijd van ongeveer 2 maanden is het melkgebit voltooid. De pup heeft dan in totaal 28 melktanden en melkkiezen.
  • In het kort vanaf wisselen:
    Op een leeftijd van 4 tot 6 maanden vindt de wisseling vh melkgebit naar het blijvende gebit plaats. Tot een leeftijd van anderhalf tot twee jaar hebben de tanden nog niet hun volledige sterkte bereikt en is ook de bevestiging in de botstructuur van de kaken nog niet optimaal. 
    Een volwassen hond heeft 42 tanden en kiezen.
  • Noem de gebitselementen en de Latijnse naam hiervan:
    - Snijtanden         (dens incisivum)
    - Hoektanden.     (dens caninus)
    - Valse kiezen of premolaren  (dens premolaris)
    - Molaren
  • Volwassen hond => welke gebitselementen?
    Per bovenkaakhelft: 3 snijtanden, 1 hoektand, 4 premolaren, 2 molaren
    Per onderkaakhelft:  3 snijtanden, 1 hoektand, 4 premolaren, 3 molaren.
  • Functie hoektand?
    Om te pakken, vasthouden en om te doden of te verwonden bij verdediging.
  • Functie kleine eerste kiezen (de eerste drie kiezen vd bovenkaak en de eerste vier vd onderkaak? En hoe sluiten ze?
    Deze kiezen maken bij het dichtbijten geen contact. 
    Functie van deze kiezen: bedoelt om gevangen prooi vast te houden (als bij een grieptang).
  • Hoe zien de grote knipkiezen eruit bij dichtbijten en wat is hun functie?
    De grote knipkiezen maken een goed en scherp contact bij het dichtbijten. Ze worden gebruikt als een knipschaar.
  • Wat hebben de laatste kiezen achter in de bek en wat is de functie hiervan?
    Bij deze kiezen kun je zien dat er afgeplatte vlakken zijn. Hiermee kan de hond enigszins kauwen (malen).
  • Wat moet een goed hondengebit kunnen?
    Moet kunnen scharen (schaargebit): de bovenste snijtanden vallen daarbij juist over de ondersnijtanden.
  • Waar bestaat een tand uit?
    - 3 soorten harde substantie:  glazuur, dentine en cement.
    - met binnenin zit zacht weefsel:   de pulpa
  • Wat is een kroon?
    Dat is dat gedeelte van de tanden en kiezen dat boven de kaak uitsteekt.
  • Waar bestaat de kroon uit?
    De kroon bestaat dentine en is bedekt met een laagje zeer hard glazuur (en binnenin zacht weefsel: de pulp).
  • Wat is de wortel en waar zorgt deze voor?
    Het gedeelte vh gebitselement dat zich in de kaak bevindt. 
    De wortel zorgt ervoor dat het element stevig vast zit in de kaak.
  • Een gebitselement bestaat uit?
    - de kroon
    - de tandhals
    - één of meer wortels
  • Welk onderscheid kunnen we maken bij de kroon? En geef het verschil aan?
    - de anatomische kroon: (het deel vh gebitselement dat bedekt is met glazuur).
    - de klinische kroon: (het deel vh gebitselement dat boven het tandvlees uitsteekt (zichtbaar     is). 
  • Wat is glazuur en hoe ziet goed gemineraliseerd glazuur eruit?
    De zeer harde buitenste laag vd tanden en kiezen. 
    Bij honden en katten is het glazuur doorzichtig en vrijwel kleurloos. 
    Bij sommige knaagdieren is het glazuur vd snijtanden gepigmenteerd => varieert van lichtgeeloranje tot rood.
  • Hoe wordt glazuur aangemaakt en wat gebeurt er daarna?
    Wordt aangemaakt door ameloblasten. Na het doorbreken van de tand of kies gaan de ameloblasten verloren door atrofie.
  • Wat is dentine?
    Een lichtgele, ivoorachtige substantie, die in de kroon bedekt wordt door het doorzichtige glazuur en in de wortel bedekt wordt door het cement. 
    De geelwitte kleur vd normale tand ontstaat door het doorschemeren van het onderliggende dentine.
  • Wat is de tandhals?
    Het verbindingsstuk tussen de kroon en de wortel. Hier gaat het glazuur over in het zachtere cement. Het is belangrijk om de glazuur-cementgrens te herkennen bij de gebitsreiniging.
  • Hoe liggen de wortels erbij?
    De wortels vd gebitselementen liggen verankerd in het kaakbot en zijn bedekt met een laagje cement.
  • Hoe noemt men het inwendige vd kroon?
    De tandholte of pulpaholte.
  • Hoe noemt men het inwendige van de wortel?
    Het wortelkanaal of het pulpakanaal.
  • Wat vervat het pulp?
    Bloed- en lymfevaten en zenuwen.
  • Waar eindigt bij hond en kat het wortelkanaal? En wat gebeurt daarmee tijdens het ouder worden?
    Het wortelkanaal eindigt in de wortelpunt (apex). Tijdens het ouder worden sluit de apex zich en vernauwt het wortelkanaal zich steeds verder. Op een röntgenfoto is dus goed waarneembaar.
  • Wat is het parodontium?
    Een verzamelnaam voor alle steunweefsels rondom de gebitselementen.
  • Waarbij speelt het parodontium een belangrijke rol?
    Bij de verankering van de gebitselementen in de kaak.
  • Waar bestaat het parodontium uit?
    - De gingiva (= tandvlees. Je hebt de gingivarand, de sulcus gingivalis en de mucogingivale lijn);
    - Het parodontale ligament (wortelvlies);
    - Het wortelcement;
    - Het alveolaire bot (de tandkas).
  • Vertel iets over het cement?
    - Het bedekt het tandworteloppervlak en is onderdeel van het parodontium. 
    - Het is een verkalkt weefsel dat de worteldentine bedekt en de vezels van het parodontale ligament bevestigt. In het cement zijn dus de steunvezels verankerd, die de tand in zijn tandkas op zijn plaats houdt.
    - In een normale situatie ligt het cement tegen het glazuur aan, de glazuur-cementgrens.
    - In de meeste gevallen kan cement zich herstellen en dus (lichte) wortelbeschadigingen ongedaan maken. Dit in tegenstelling tot beschadigingen vh glazuur die altijd blijvend zijn.
  • Wat is het parodontale ligament?
    Het belangrijkste onderdeel van het parodontium. Het verankert de tand in de tandkas (de steunvezels vh parodontale ligament zijn in het cement verankerd). Het wordt ook wel wortelvlies genoemd.
  • Wat is aveolair bot?
    Het gedeelte vd boven- en onderkaak waarin zich de tandkassen bevinden.
  • Wat kan er door veroudering gebeuren?
    - Er kunnen barstjes in het glazuur vd gebitselementen ontstaan, waarbij kleurstoffen in het eronder gelegen dentine dringen waardoor het gebitselement verkleurt. 
    - Ook brengt het ouder worden meestal slijtage vd gebitselementen met zich mee, zeker als het dier veel met stenen heeft gespeeld.
  • Identificatie gebitselelementen => beschrijving. Bij de tandformule wordt gebruikt gemaakt van de tandformule van ............
    De tandformule van Triadan.

    Als je voor het dier staat en naar de bek kijkt, dan noem je de bovengedeelte links van jou de "Right upper" (in werkelijkheid dus de rechterbovenkaak vd hond). Het bovengedeelte rechts voor jou de "Left upper", het rechtse ondergedeelte voor jou de "Right lower" en het linkerondergedeelte voor jou de "Left lower". 
  • Noem de getallen die horen bij de Right upper, de Left upper, de Left lower en de Right lower.
    Right upper begint met de 101 t/m 110 (de snijtanden vanaf het midden gerekend: 101, 102, 103. De hoektand 104. De premolaren 105, 106, 107, 108. De molaren 109 en 110. 
    Left upper maar dan van 201 t/m 110.
    Left lower maar dan van 301 t/m 311 (ivm 3 molaren t.o.v. 2 molaren in bovenkaak!)
    Right lower maar dan van 401 t/m 411. 
  • Wat zijn de kenmerken van gezond tandvlees (d gingiva)?
    - Voelt stevig aan;
    - De randen sluiten dicht tegen de tanden en kiezen aan;
    - Mag geen wondjes vertonen;
    - Moet glad, glanzend en vochtig zijn;
    - Het kan roze (ongepigmenteerd) zijn maar ook zwart of gevlekt (gepigmenteerd);
    - Het moet als het ware een kraag vormen rond de tandhals en loopt vast tegen het aveolaire bot, zowel aan de kant van de tong als ook aan de kant van de wangen. 
  • Wat is de sulcus gingivalis? En hoe moet het eruit zien bij een gezonde hond en kat?
    Dat is de spleet tussen de tand en het tandvlees. 
    Bij een gezonde hond mag deze sulcus niet dieper zijn dan 2 - 3 mm.
    Bij een gezonde kat mag deze sulcus niet dieper zijn dan 0,1 mm!!!
  • Waar begint de aanhechting vd parodontale weefsels aan de tand?
    In de bodem vd sulcus is een gedeelte vd gingiva verbonden met de tand. Op deze plaats begint de aanhechting vd parodontale weefsels aan de tand.
  • Voor een goede gebitsverzorging is het van belang dat de eigenaar regelmatig in de bek vh huisdier kijkt. Waar moet hij of zij dan speciaal naar kijken?
    Naar de tong, tanden, kiezen en tandvlees.
  • Wat is een absolute voorwaarde voor het behoud van tanden en kiezen?
    Gezond tandvlees.
  • Wat is een voorwaarde voor het behoud van gezond tandvlees?
    Een goede mondhygiëne. Vooral het aanwezig zijn van tandplak geeft een verhoogd risico op ongezond tandvlees.
    (ook helpt een goede voeding => denk aan droogvoer).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Ad 4) Registratie bevindingenWaarom belangrijk?
In ieder geval moeten de belangrijkste afwijkingen op een eenduidige manier geregistreerd worden en besproken worden met de dierenarts in verband met het opstellen van een goed behandelplan. Maar ook voor de voortgangscontrole bij eventuele volgende consulten is het belangrijk dat men steeds op de gegevens van een vorig onderzoek kan terugvallen. 

Wanneer er een verdenking is op botafbraak bij een parodontitis kan een radiologisch onderzoek heel exact de ernst van de situatie weergeven. 
Wat moet er overigens altijd gedaan worden bij het onderzoek van tandvlees en alle weefsels die deel uitmaken vh ophangapparaat vd gebitselementen (parodontium)?
Dat de omgeving bij dit onderzoek steeds wordt gespoeld met water of een desinfectans.
Wat zijn furcaties?
Splitsing vd wortels v/e tand
Waarom is het wenselijk om daarbij de diepte vd sulcus te meten?
Omdat bij een parodontitis de mate van aantasting vh parodontose ligament (wortelvlies) en het wortelcement van belang zijn.
Ad 2) Onderzoek tandvlees en alle weefsels die deel uitmaken vh ophangapparaat vd gebitselementen (parodontium)Hierbij moet speciaal worden gekeken naar:

  • Het tandvlees (gingiva)
  • En de tandvleesaansluiting op de tanden (sulcus gingivalis).

Hierbij moet worden vastgesteld:
  • De kleur
  • De zwelling
  • De consistentie
  • De neiging tot bloeden vh tandvlees
  • Eventuele verdiepingen vd sulcus gingivalis (meten vd diepte)
  • En of er furcaties zijn (splitsing vd wortels v/e tand) die toegankelijk of zelfs doorgankelijk zijn. 
  • Controleer of er onder de gingiva nog tandsteen aanwezig is en of een gebitselement beweeglijk is of nog verankerd zit. 
Ad 2) Het vervolgonderzoek vd mondholteWat wordt er bij dit vervolgonderzoek gecontroleerd?
  • Aantal, vorm en grootte vd gebitselementen
  • Afwijkingen in de omringende weefselstructuren (parodontium)
  • Doorbraaktijd en/of doorbraakplaats gebitselementen
  • Slijtage en verkleuringen gebitselementen
  • Afgebroken tanden en kiezen
  • Cariës en tandhalsbeschadigingen (vooral voorkomend bij de kat)
Wat moet er gebeuren voordat een uitgebreider en intensiever onderzoek vd gebitselementen en het tandvlees kan plaatsvinden?
De mondholte moet eerst grondig gereinigd en ontsmet worden. 
Men moet er bij een tandheelkundig onderzoek of een tandheelkundige behandeling altijd goed voor waken dat er geen vervelende zaken in de luchtpijp kunnen komen.
Waar moet dan op gelet worden?
Er moet gelet worden op de aanwezigheid van vreemde voorwerpen (corpus aliena), voedselresten, haren en tandsteen. 

De verschillende structuren moeten beoordeeld worden op beschadigingen, ontstekingen, zwellingen en nieuwvormingen. Het is belangrijk in dit stadium vh onderzoek ook de stand vd kaken en de stand vd gebitselementen te controleren. Dit deel vh onderzoek kan eigenlijk alleen goed uitgevoerd worden als het dier nog niet geïntubeerd is. 
Ad 1) Eerste onderzoek mondholte. Hierbij bekijkt men:
  • Lippen en wangen aan de binnenzijde
  • Gehele mondslijmvlies
  • Boven- en onderzijde tong (let ook op het weefsel onder de tong)
  • Harde en zachte gehemelte
  • Overgangsgebied naar de keelholte
Diagnostisch onderzoek bestaat uit:
  1. Eerste onderzoek mondholte
  2. Het vervolgonderzoek van de mondholte
  3. Onderzoek tandvlees en alle weefsels die deel uitmaken vh ophangapparaat vd gebitselementen (parodontium)
  4. (Registratie bevindingen)