Summary Gedrag in organisaties

-
432 Flashcards & Notes
34 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Gedrag in organisaties". The author(s) of the book is/are Gert Ablas Ella Wijsman. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Gedrag in organisaties

  • 1 Individu en organisaties

  • De onderste behoefte van Maslow?

    Fysiologische behoeften


  • Wat is een organisatie
    Een formeel gestructureerd samenwerkingsverband tussen mensen die hetzelfde doel nastreven
  • Wat is de theorie van Alderfer?
    ERG theorie
  • Behoefte piramide Maslow
    1. Fysiologische behoeften
    2. Veiligheidsbehoeften
    3. Sociale behoeften
    4. Erkenningsbehoeften
    5. Zelfactualiseringbehoeften 
  • Wat is motivatie?
    Totaal van beweegredenen of motieven dat op een bepaald ogenblik werkzaam is binnen een individu.

    Wordt bepaald door: interne krachten (behoeften), externe krachten (situatie) en betekenisgeving aan deze behoeften en situaties.
  • Motivatie
    bereidheid om bepaalde inspanningen te verrichten
  • De onderste behoefte van Maslow?

    Fysiologische behoeften


  • Op welke 3 manieren ontstaat motivatie?
    Interne krachten
    Externe krachten
    wisselwerking tussen interne en externe krachten
  • Welke behoeften worden door Maslow onderscheiden?
    Fysiologische behoeften: De zaken om in leven te blijven zoals slapen, eten, een huis etc.
    Veiligheidsbehoeften: De behoefte aan veiligheid, zekerheid en bescherming.
    Sociale behoeften: Behoefte aan liefde, sociale interactie en acceptatie en vriendschap.
    Erkenningsbehoeften: Behoefte aan respect, status en waardering.
    Zelfactualiseringsbehoeften: Behoefte aan kennis, waarheid, zelfontplooiing of persoonlijke groei.
  • Waardoor wordt motivatie bepaald? (drie stromingen)
    Interne krachten (behoeften)

    Externe krachten (situatie)

    Betekenisgeving aan situatie en behoeften
  • Wat stelt de theorie van maslow over motivatie. 5 fase
    Bij welke vorm van motivatie hoort deze theorie?
    interne krachten

    Dat mensen 5 interne behoeftes hebben

    1. fysiologische behoefde: eten, onderdak etc
    2. veiligheid: zekerheid, bescherming
    3. sociale behoefte
    4. erkenning: behoefde aan status, respect
    5. zelfactualisatie
  • Wat zijn Maslow's uitgangspunten?
    Deprivatie leidt tot activatie.

    Behoeften zijn hiërarchisch geordend.
  • Welke theorieën bestaan er over motivatie?
    Maslow
    Alderfer 
    McLelland
  • Wat betekend het woord deprivatie?
    Deprivatie betekend tekort

    Deprivatie > activatie

    Tekort aan eten > eten zoeken
  • Waar bestaat de theorie van Alderfer uit?
    ERG-theorie:
    1. Existentiële behoeften: Behoefte aan materiële zekerheid zoals salaris, goede werkomstandigheden etc.
    2. Relationele behoeften: Behoefte aan goede relaties met andere mensen.
    3. Groeibehoeften: Behoefte aan persoonlijke groei.
  • Maslow gaat ervan uit dat het gedrag van mensen in een vijftal behoeften ten grondslag ligt. Welke, en beschrijf deze:
    1. Fysiologische behoeften: zaken die nodig zijn om in leven te blijven (eten/drinken)
    2. Veiligheidsbehoeften: behoefte aan veiligheid, zekerheid en bescherming 
    3. Sociale behoeften: de behoefte aan sociaal contact, vriendschap, liefde 
    4. Erkenningsbehoeften: behoefte aan waardering en respect
    5. Zelfactualiseringsbehoeften: behoefte aan kennis -> zelfontplooiing
  • Hoe wordt een tekort aan behoefte in maslows theorie ook wel genoemd?
    Deprivatie > leidt tot activatie
  • Verschil tussen Maslow en Alderfer?
    Alderfer vindt dat behoeften van verschillende soorten tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn, Maslow gelooft in de hiërarchische volgorde.
  • Maslow kent twee uitgangspunten voor zijn theorie. Welke? Beschrijf deze:
    1. Deprivatie: bij tekorten (deprivatie) zal een mens in beweging komen (activatie)
    2. Hiërarchisch geordend: vaste ordening in behoeften (fysiologisch.. veiligheid.. sociaal..)
  • De ERG theorie van Alderfer lijkt op de theorie van Maslow. leg het verschil uit
    De theorie van maslow is opgebouwd uit 5 lagen:

    Fysiologische, veiligheids, sociale, erkenning en zelfactualisatie

    De ERG theorie van alderfer telt slechts 3 behoefde:

    Essentieele behoefde: dak, eten etc

    Relationele behoefde: relaties

    Groeibehoefde: zelfactualisatie


  • Waaruit bestaat de theorie van McLelland?
    Elk individu begint in zijn eerste levensjaren aan een eigen behoefteprofiel. Er bestaan er drie:
    1. Prestatiebehoefte: Persoon is gericht op leveren van prestaties en zoekt situaties op waarin deze zichzelf kan laten zien.
    2. Machtsbehoefte: Persoon streeft naar invloed en controle op anderen.
    3. Affiliatiebehoefte: Persoon streeft naar scheppen van goede relaties met anderen.
  • Deficiëntiebehoeften?
    Het in beweging komen vanuit een tekort (deprivatie) gaat op voor de eerste vier behoeften.
  • Wat stelt het mcLelland behoefde profiel (3)
    Dat iedereen in zijn eerste levensjaren een behoefde profiel ontwikkelt. 

    Dit behoefde profiel bepaald hoe je motivatie is in een bedrijf: bijv

    - leveren van goede prestaties
    - macht uitoefenen
    - vriendsschappen maken
  • Waaruit bestaat motivatie door externe krachten(situatie)?
    Deze wordt meestal gekenmerkt door de Wet van Effect: Er wordt door de persoon uitgeprobeerd en dit eindigt soms positief, soms negatief (trial and error).
  • De theorie van Alderfer kent drie behoeften. Welke?
    1. Existentiële behoeften (behoefte aan materiële zekerheid -> salaris)
    2. Relationele behoeften (behoefte aan goede relaties met andere mensen) 
    3. Groeibehoeften (behoefte aan persoonlijke groei, zelfontplooiing)
  • Als we het over motivatie hebben; wat wordt er bedoeld met externe motivatie?
    mensen gedragen zich op een bepaalde manier doordat ze worden geconditioneerd door de omgeving
  • Waaruit bestaat motivatie door betekenisgeving van situatie en behoeften?
    Trekkende kracht = Door situatie aangedreven.
    Duwende kracht = Door behoeften aangedreven.
  • Hoe noem je de theorie van Alderfer ook wel?
    ERG-theorie (Existentiëel, Relationeel, Groei)
  • Leg de verwachtingstheorie uit (Vroom)
    een theorie die valt onder de derde stroming van motivatie: overwegen van de situatie

    de theorie stelt dat het gedrag wordt bepaald door de waarde van de opbrengsten en de hoeveelheid werk die hiervoor verzet moet worden
  • Waaruit bestaat de verwachtingstheorie van Vroom?
    De verwachtingstheorie van Vroom beschrijft welke afwegingen een persoon maakt om te werken:
    1. Inspanning en prestatie: Leidt inspanning tot prestatie?
    2. Prestatie en opbrengsten: Leidt de prestatie tot opbrengsten?
    3. Waarde opbrengsten: Welke waarde hebben de opbrengsten(negatief of positief)?
  • Wat is het verschil tussen de theorie van Maslow en Alderfer?
    Alderfer gaat ervanuit dat er drie verschillende behoeften tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn. Er is dus geen vaste volgorde of hierarchische ordening
  • Naast de verwachtingstheorie van Vroom heeft hij ook nog een andere theorie, welke theorie is dat en wat stelt deze theorie.
    De attributie theorie: 

    een theorie die stelt dat als mensen denken dat ze succes kunnen halen ze zich hiervoor harder inzetten meer motivatie 
  • Hoe ziet het verwachtingsmodel eruit?
    Inspanning --> Prestatie --> Opbrengsten -- > Waarde
  • Wat zegt de theorie van McClelland?
    Ieder individu ontwikkelt in de eerste levensjaren een eigen behoefteprofiel. In zo'n profiel is 1 behoefte dominant aanwezig.
  • Geef een voorbeeld van werkintrinsieke motivatie
    mensen vinden het werk leuk. Het spel is leuker dan de knikkers die gewonnen kunnen worden
  • Waaruit bestaat de attributietheorie van Vroom?
    De attributietheorie verklaart waarom mensen zich willen inspannen.

    Interne attributie:  Als de persoon er achter komt dat hijzelf fout of goed zit en hier iets aan wilt doen.


    Externe attributie: Als anderen dezelfde fouten of goede dingen doen, zal de persoon de oorzaak bij anderen zoeken, bij de omgeving.
  • Welke drie behoefteprofielen bestaan er volgens McClelland?
    Prestatiebehoefte -> gericht op leveren goede prestaties 
    Machtsbehoefte -> streven naar invloed en controle over andere 
    Affiliatiebehoefte -> scheppen goede relatie met andere
  • Geef een voorbeeld van werkentrinsieke motivatie
    werken voor het salaris
  • Noem enkele werkintrinsieke en werkextrinsieke motieven.
    Werkintrinsiek: Het werk is leuk, de sfeer is goed, er is een doel voor ogen, ze ontlenen plezier aan prestatie.

    Werkextrinsiek: Salaris, loon, geld, status, promotie.
  • Frustratie-regressie hypothese?
    Wanneer het iemand niet lukt een hogere behoefte te realiseren, zal hij zich richten op de lagere behoefte
  • Omschrijf iemand met een instrumentele houding (3)
    - ziet het werk als middel en niet als doel
    - sterke scheiding tussen prive en werk 
    - als ze ergens anders meer kunnen verdienen gaan ze weg
  • Wat is persoonlijkheid precies?
    Waarmee de ene persoon zich van de andere onderscheidt.
  • Wat zegt de wet van effect?
    Dat de gevolgen van een handeling bepalen of iemand de handeling herhaalt of niet. (als een baby huilt en de verzorger de baby aandacht geeft is dat positieve bekrachtiging)
  • Van welke dingen hangt het af hoe goed iemand functioneert in een organisatie(3)
    - intelligentie
    - persoonlijkheid
    -capaciteiten
  • Waaruit bestaat de "Big Five"?
    1. Extraversie.
    2. Vriendelijkheid.
    3. Zorgvuldigheid.
    4. Emotionele stabiliteit.
    5. Openheid voor ervaringen.
  • Verwachtingstheorie?
    1. verband tussen inspanning en prestatie: geschatte kans dat bepaalde inspanning leidt tot goede prestaties

    2. verband tussen prestaties en opbrengsten: mate waarin iemand gelooft dat goede prestaties leiden tot gewaardeerde opbrengsten

    3. Waarde van de opbrengsten: positief of negatief: goed loon, hoge status of stress, frustratie.
  • Wat is een gedragsintentie?
    een attitude die leidt tot gedrag
  • Waaruit bestaat het ASE-model?
    Attitude
    Sociale invloed
    Eigen effectiviteit
  • Attributietheorie?
    Vroom/Kelley. Waarom mensen zich willen inspannen -> attribueren: proces waar mensen achterhalen wat de oorzaken zijn van hun eigen gedrag en het gedrag van anderen. 

    Bepalen van de oorzaak: 

    - Slagen of falen ze vaker in deze situatie?
    - Slagen of falen anderen in dezelfde situatie?
    - Slagen of falen ze in veel situaties?
  • Wat wordt bedoelt met een ruilrelatie?
    Tussen werknemers en werkgevers is er een constante ruilrelatie

    Bijv: inbreng:
    tijd
    inspanning
    kennis

    opbrengsten 
    salaris
    sociale contacten
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Beschrijf drie methoden van inpassen
Begeleiden
Mentor
Sink or Swim (in het diepe gooien)
Men kent twee benaderingen: ontwerpbenadering en ontwikkelbenadering. Omschrijf deze
Ontwerpbenadering is een soort blauwdruk met strakke normen, planning

Ontwikkelbenadering staat niet alles vast en is meer on-the-go
Aangrijpingspunten voor verandering
Veranderen van inrichting -> verandering van werkzaamheden 

Veranderen interne afstemming -> hoe met elkaar omgaan

Verandering externe afstemming -> andere leveranciers of betere afspraken
Fasen geplande organisatieverandering bestaan uit? (5)
Oriëntatiefase
Bepalen verandering
Opstellen PvA
Uitvoeren PvA
Evalueren verandering
Welke factoren zorgen ervoor dat een organisatieverandering ontstaat?
Interne druk -> onvrede gang van zaken

Externe druk -> bedreigingen vanuit de omgeving 

Beschikbaarheid alternatieven -> makkelijker problemen oplossen
Benoem de vijf vormen van conflictshantering
Vechten = assertief en negatief 

Samenwerken is assertief en positief

Compromis zoeken is midden

Vermijden is niet assertief en negatief

Toegeven is niet assertief en positief
Instrumentele conflicten zijn een van de voorbeelden van conflictbronnen. Benoem de andere 3
Belangenconflict

Machtsconflict

Relatieconflict
Wat is een intergroepsconflict?
Wanneer een conflict tussen 2 mensen onderling speelt
Welke conflicten bestaan op het werk?
Destructief = gedwarsboomd door collega's

Constructief = openlijk bespreken van conflicten
Hoe voorkom je stress? (5)
Verminderen werkdruk 

Sociale steun

Duidelijke werksituatie

Minder werkonzekerheid 

Individuele maatregelen