Summary Gedrag in Organisaties Literatuur - Organizational Behaviour

-
123 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Gedrag in Organisaties Literatuur - Organizational Behaviour

  • 1 Wat is gedrag in Organisaties

  • Definieer Gio of Organizational Behaviour
    Een combinatie van gedragswetenschappen die onderzoekt hoe groepen, individuen en structuren het gedrag beïnvloeden met het doel organisaties effectiever te maken.
  • Wat doet een manager?
    Een managers sturen andere mensen aan en hierdoor behalen zij doelen.
  • Definieer het begrip: organisaties
    Een organisatie is een bewust gecoördineerde sociale eenheid die bestaat uit twee of meer individuen en het functioneert op een relatief continu level om een gemeenschappelijk doel of doelen te behalen.
  • Volgens Henri Fayol zijn er vijf managementfuncties waarbij 'commanding' en 'coordinating' zijn samengevoegd tot één functie, benoem de vier managementfuncties.
    Planning: wat is het doel en de strategie van het bedrijf om het doel te bereiken? Hier worden plannen gemaakt om activiteiten te integreren en te coördineren.
    Organizing: hoe wordt het doel bereikt? Hier wordt vastgesteld welke taken uitgevoerd moeten worden, door wie ze uitgevoerd moeten worden en hoe verschillende taken samengevoegd kunnen worden.
    Leading: dit gaat over leiderschap. De werknemers moeten gestuurd en gecoördineerd worden in een organisatie, waarbij de managers ervoor moeten zorgen dat de werknemers worden gemotiveerd. 
    Controlling: de prestaties worden vergeleken met vooraf gestelde doelen en als er afwijkingen zijn worden deze gecorrigeerd. 
  • Henry Mintzberg heeft in de late jaren '60 geconstateerd dat managers 10 verschillende, maar aan elkaar gerelateerde rollen uitvoeren. Deze rollen kunnen gecombineerd worden tot drie managementrollen, benoem ze alle drie.
    - Interpersonal roles
    - Informational roles
    - Decisional roles
  • Welke rollen vallen volgens Henry Mintzberg onder de 'Interpersonal roles'?
    - Figurehead: de manager is ook wel het symbolische hoofd van een organisatie of eenheid.
    - Liaison: een manager moet contact houden met buitenstaanders die hem van informatie voorzien, dit kunnen individuen en groepen zijn binnen en buiten het netwerk. 
    - Leader: de manager moet mensen aannemen, trainen, motiveren en disciplineren. 
  • Welke rollen vallen volgens Henry Mintzberg onder de 'Informational roles'?
    - Monitor: het monitoren van de externe omgeving. 
    - Disseminator: een manager moet ervoor zorgen dat informatie wordt doorgespeeld. 
    - Spokesperson: het representeren van de organisatie naar buitenstaanders. 
  • Welke rollen vallen volgens Henry Mintzberg onder de 'Decisional roles'?
    - Disturbance handler: een manager neemt corrigerende handelingen bij onvoorziene omstandigheden.
    - Entrepreneur: het overzien en initiëren van nieuwe projecten om de prestatie van het bedrijf te verbeteren. 
    - Negotiator: de manager bespreekt problemen, voert discussies en onderhandeld voor de beste resultaten voor haar/ zijn belangen. 
    - Resource allocator: managers zijn verantwoordelijk voor het verdelen van de middelen van de organisatie (human, physical en monetary).
  • Effectieve managers zijn te onderscheiden van niet-effectieve managers met behulp van skills, benoem de vier skills:
    - Technical skills: het vermogen om gespecialiseerde kennis en vaardigheden toe te passen. 
    - Human skills: deze vaardigheden betreffen het werken met, begrijpen en motiveren van anderen individuen en groepen. 
    - Conceptual skills: de mentale capaciteit om ingewikkelde situaties te analyseren. 
  • Fred Luthans keek met een ander perspectief naar de vraag wat managers doen. Hij vroeg zich af of managers die het snelste promotie kregen ook het effectiefste waren, dit bleek niet zo te zijn. Hij vond dat alle managers vier activiteiten hadden, benoem ze alle vier.
    - Human Resource Management (HRM)
    - Netwerken
    - Traditionele management
    - Communicatie
  • Uit de studie van Fred Luthans bleek dat we in brede lijnen drie managers kunnen onderscheiden die alle drie de nadruk op andere activiteiten leggen.
    - Average manager: deze manager verdeeld goed maar de meeste aandacht gaat naar traditioneel management.
    - Successful manager: de belangrijkste activiteit is hier netwerken, de rest wordt verwaarloosd. 
    - Effective manager: effectiviteit wordt gerealiseerd door de focus op communicatie en HRM. 
  • Definieer het begrip: people skills
    Interpersoonlijke vaardigheden, de leiderschaps- en communicatievaardigheden van een manager.
  • Definieer het begrip: intuïtie
    Een gevoel dat vaak niet is ondersteund door onderzoek
  • Wat zijn de kenmerken van intuïtie?
    - Gebaseerd op ervaring
    - Onduidelijk wanneer het klopt of niet
    - Onderbuikgevoel
    - Individuele observatie
    - Gezond verstand
  • 'Systematic study' wordt gebruikt om redelijke en accurate voorspellingen te doen over gedrag. Wat wordt precies bedoeld met 'systematic study'?
    Systematische studie bekijkt relaties en probeert oorzaken en gevolgen te constateren door conclusies te baseren op wetenschappelijk bewijs.
  • Wat zijn de kenmerken van 'systematische studies'?
    - Relaties bestuderen
    - Wetenschappelijk bewijs verzamelen
    - Gedrag voorspellen
    - Tijdrovend
  • Definieer het begrip: evidence-based management
    Het baseren van managmentbeslissingen op het best beschikbare wetenschappelijke bewijs.
  • Uit welke drie stappen bestaat 'evidence-based management?
    1. Er wordt een managementvraag gesteld
    2. Het beste beschikbare bewijs wordt gezocht
    3. De relevante informatie wordt toegepast.
  • Wat doen managers als ze kiezen voor 'faddism of hypes'?
    Kiezen voor bepaalde methode gebaseerd op hypes.
  • Definieer het begrip: hindsight bias
    Dit betekent dat in het verleden bepaalde gebeurtenissen simpel en voorspelbaar leken in vergelijking met de gebeurtenissen in de toekomst.
  • Welke vier kernwaarden heeft de wetenschap?
    - Nauwkeurigheid
    - Objectiviteit
    - Kritisch denken
    - Ruimdenkendheid
  • Definieer het begrip: theorie
    Een theorie is een set van principes die alle observaties samenvat om zo voorspellingen te doen.
  • Definieer het begrip: hypothese
    Een hypothese is een voorspelling gemaakt op basis van een theorie die vervolgens wordt getest.
  • Voor GiO kan een hypothese onderzocht worden door twee typen onderzoek:

    - Systematische observatie: de dagelijkse gang van zaken wordt onderzocht, bijvoorbeeld door middel van vragenlijsten.
    - Experimenteel onderzoek: dit type onderzoek filtert bepaalde informatie weg en zorgt ervoor dat er oorzakelijke verbanden gevonden kunnen worden.
  • Definieer het begrip: misleidende correlatie
    Cijfers laten een verband zien maar in werkelijkheid is er geen relatie tussen twee zaken.
  • Wat wordt er bij 'Big data' gedaan?
    Het gebruik van statistische compilaties en analyses waardoor bedrijven effectievere besluitvorming kunnen implementeren en human resources effectiever kunnen managen.
  • GiO bestaat uit verschillende gedragswetenschappen, benoem ze alle vier
    - Psychologie
    - Sociologie
    - Sociale psychologie 
    - Antropologie
  • Binnen GiO zijn er weinig universele principes, we kunnen wel zeggen dat X ervoor zorgt dat Y gebeurt maar alleen onder de gespecificeerde conditie Y, de 'contingency variables'. Situationele factoren, ze modereren de relatie tussen twee of meer variabelen.
  • Definieer het begrip: workforce diversity
    Het concept dat organisaties steeds heterogener worden in termen van gender, leeftijd, ras, etniciteit en sexuele geaardheid.
  • De meerderheid van de werknemers in ontwikkelde landen werken in 'service jobs', er wordt dan veel interactie gevoerd met consumenten. Management moet voor een goede 'customer-responsive' culture zorgen, leg uit wat dit betekent.
    Een cultuur waarbij werknemers vriendelijk, toegankelijk en goed geïnformeerd zijn om consumenten te helpen.
  • 'Positive organizational scholarship' is een onderzoeksgebied binnen GiO dat onderzoekt hoe organisaties 'human strength' ontwikkelen, vitaliteit en veerkracht bevorderen en de potentie van werknemers benutten. Er wordt vooral gekeken naar wat goed gaat in een organisatie.
  • Definieer het begrip: ethische dillema's
    Situaties waarin managers moeten bepalen wat goed en fout is.
  • Uit welke drie variabelen bestaat het OB-model dat wordt geannalyseerd op individueel-, groeps-, en organisatieniveau?
    - Inputs: inputs zetten de toon voor wat er later in de organisatie zal gebeuren, deze komen voort uit genetische overdracht en de jeugdomgeving. 
    - Processen: acties die individuen, groepen en organisaties uitvoeren door de inputs. 
    - Uitkomsten: dit zijn de variabelen (key factors) die je wilt uitleggen of voorspellen. 
  • Definieer het begrip: stress
    Stress is een negatief psychologisch proces dat optreedt als reactie op omgevingsdruk.
  • Definieer het begrip: attitudes
    Attitudes zijn positieve of negatieve oordelen die werknemers maken over objecten, mensen en gebeurtenissen.
  • Definieer het begrip: task performance
    Task performance is de combinatie van effectiviteit en efficiëntie bij het uitvoeren van werktaken.
  • Definieer het begrip: citizenship behaviour
    Discreet gedrag geen onderdeel is van de formele taakomschrijving van een werknemer, en dat bijdraagt aan het psychologische en sociale aspect van de omgeving.
  • Definieer het begrip: withdrawal behaviour
    Acties die een werknemer neemt om zich de ontbinden van de organisatie. Voorbeelden hiervan zijn: te laat komen, niet naar vergaderingen gaan, afwezig zijn en de organisatie verlaten.
  • Definieer het begrip: group cohesion
    De mate waarin de groep elkaar steun biedt en elkaar vertrouwd. De groep is 'cohesive' indien ze elkaar vertrouwen, er wordt gewerkt naar een gemeenschappelijk doel en ze werken hiervoor samen.
  • Definieer het begrip: group functioning
    De kwaliteit en kwantiteit van het werk van een groep. Dit zou hoger moeten zijn wanneer er 'group cohesion' is.
  • Definieer het begrip: productivity
    De combinatie van effectiviteit en efficiëntie van een organisatie.
  • Definieer het begrip: effectiviteit
    De mate waarin een organisatie de behoeften van de klanten kan bevredigen.
  • Definieer het begrip: efficiëntie
    De mate waarin een organisatie haar doelen kan bereiken met lage kosten.
  • De conclusie is dat managers interpersoonlijke vaardigheden moeten hebben om effectief te zijn in hun werk. GiO onderzoekt de impact die individuen, groepen en structuren hebben op het gedrag in een organisatie. In het bijzonder lijkt het de productiviteit te verbeteren, het ziekteverzuim te verminderen en het 'organizational citizenship behaviour' en werktevredenheid te vergroten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke twee niveaus van diversiteit zijn er?
- Surface-level diversity: dit betreft de zichtbare verschillen zoals geslacht, leeftijd en etniciteit.
- Deep-level diversity: dit betreft de verschillen in waarden, persoonlijkheid en werkvoorkeuren. 
Definieer het begrip: efficiëntie
De mate waarin een organisatie haar doelen kan bereiken met lage kosten.
Definieer het begrip: effectiviteit
De mate waarin een organisatie de behoeften van de klanten kan bevredigen.
Definieer het begrip: productivity
De combinatie van effectiviteit en efficiëntie van een organisatie.
Definieer het begrip: group functioning
De kwaliteit en kwantiteit van het werk van een groep. Dit zou hoger moeten zijn wanneer er 'group cohesion' is.
Definieer het begrip: group cohesion
De mate waarin de groep elkaar steun biedt en elkaar vertrouwd. De groep is 'cohesive' indien ze elkaar vertrouwen, er wordt gewerkt naar een gemeenschappelijk doel en ze werken hiervoor samen.
Definieer het begrip: withdrawal behaviour
Acties die een werknemer neemt om zich de ontbinden van de organisatie. Voorbeelden hiervan zijn: te laat komen, niet naar vergaderingen gaan, afwezig zijn en de organisatie verlaten.
Definieer het begrip: citizenship behaviour
Discreet gedrag geen onderdeel is van de formele taakomschrijving van een werknemer, en dat bijdraagt aan het psychologische en sociale aspect van de omgeving.
Definieer het begrip: task performance
Task performance is de combinatie van effectiviteit en efficiëntie bij het uitvoeren van werktaken.
Definieer het begrip: attitudes
Attitudes zijn positieve of negatieve oordelen die werknemers maken over objecten, mensen en gebeurtenissen.