Summary Gedrag in Organisaties Literatuur - Organizational Behaviour

-
344 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Gedrag in Organisaties Literatuur - Organizational Behaviour

  • 1 Wat is gedrag in Organisaties

  • Definieer Gio of Organizational Behaviour
    Een combinatie van gedragswetenschappen die onderzoekt hoe groepen, individuen en structuren het gedrag beïnvloeden met het doel organisaties effectiever te maken.
  • Definieer het begrip: people skills
    Interpersoonlijke vaardigheden, de leiderschaps- en communicatievaardigheden van een manager.
  • Wat doen managers als ze kiezen voor 'faddism of hypes'?
    Kiezen voor bepaalde methode gebaseerd op hypes.
  • Definieer het begrip: hindsight bias
    Dit betekent dat in het verleden bepaalde gebeurtenissen simpel en voorspelbaar leken in vergelijking met de gebeurtenissen in de toekomst.
  • Welke vier kernwaarden heeft de wetenschap?
    - Nauwkeurigheid
    - Objectiviteit
    - Kritisch denken
    - Ruimdenkendheid
  • Definieer het begrip: theorie
    Een theorie is een set van principes die alle observaties samenvat om zo voorspellingen te doen.
  • Definieer het begrip: hypothese
    Een hypothese is een voorspelling gemaakt op basis van een theorie die vervolgens wordt getest.
  • Voor GiO kan een hypothese onderzocht worden door twee typen onderzoek:

    - Systematische observatie: de dagelijkse gang van zaken wordt onderzocht, bijvoorbeeld door middel van vragenlijsten.
    - Experimenteel onderzoek: dit type onderzoek filtert bepaalde informatie weg en zorgt ervoor dat er oorzakelijke verbanden gevonden kunnen worden.
  • Definieer het begrip: misleidende correlatie
    Cijfers laten een verband zien maar in werkelijkheid is er geen relatie tussen twee zaken.
  • De meerderheid van de werknemers in ontwikkelde landen werken in 'service jobs', er wordt dan veel interactie gevoerd met consumenten. Management moet voor een goede 'customer-responsive' culture zorgen, leg uit wat dit betekent.
    Een cultuur waarbij werknemers vriendelijk, toegankelijk en goed geïnformeerd zijn om consumenten te helpen.
  • 'Positive organizational scholarship' is een onderzoeksgebied binnen GiO dat onderzoekt hoe organisaties 'human strength' ontwikkelen, vitaliteit en veerkracht bevorderen en de potentie van werknemers benutten. Er wordt vooral gekeken naar wat goed gaat in een organisatie.
  • Uit welke drie variabelen bestaat het OB-model dat wordt geannalyseerd op individueel-, groeps-, en organisatieniveau?
    - Inputs: inputs zetten de toon voor wat er later in de organisatie zal gebeuren, deze komen voort uit genetische overdracht en de jeugdomgeving. 
    - Processen: acties die individuen, groepen en organisaties uitvoeren door de inputs. 
    - Uitkomsten: dit zijn de variabelen (key factors) die je wilt uitleggen of voorspellen. 
  • De conclusie is dat managers interpersoonlijke vaardigheden moeten hebben om effectief te zijn in hun werk. GiO onderzoekt de impact die individuen, groepen en structuren hebben op het gedrag in een organisatie. In het bijzonder lijkt het de productiviteit te verbeteren, het ziekteverzuim te verminderen en het 'organizational citizenship behaviour' en werktevredenheid te vergroten.
  • 1.1 Wat doen managers

  • Wat doet een manager?
    Een managers sturen andere mensen aan en hierdoor behalen zij doelen.
  • Fred Luthans keek met een ander perspectief naar de vraag wat managers doen. Hij vroeg zich af of managers die het snelste promotie kregen ook het effectiefste waren, dit bleek niet zo te zijn. Hij vond dat alle managers vier activiteiten hadden, benoem ze alle vier.
    - Human Resource Management (HRM)
    - Netwerken
    - Traditionele management
    - Communicatie
  • Een andere manier om te kijken naar wat managers doen is om te kijken naar hun skills. Onderzoekers hebben een aantal skills geïdentificeerd die effectieve managers onderscheiden van ineffectieve managers. Benoem de drie skills
    - Technical skills: het vermogen om gespecialiseerde kennis en vaardigheden toe te passen.
    - Human skills: het vermogen om te werken met, het begrijpen en motiveren van anderen mensen, zowel individueel als in groepen. 
    - Conceptual skills: de mentale capaciteit om ingewikkelde situaties te analyseren.
  • Henry Mintzberg heeft in de late jaren '60 geconstateerd dat managers 10 verschillende, maar aan elkaar gerelateerde rollen uitvoeren. Deze rollen kunnen gecombineerd worden tot drie managementrollen, benoem ze alle drie.
    - Interpersonal roles
    - Informational roles
    - Decisional roles
  • Welke rollen vallen volgens Henry Mintzberg onder de 'Decisional roles'?
    - Disturbance handler: een manager neemt corrigerende handelingen bij onvoorziene omstandigheden.
    - Entrepreneur: het overzien en initiëren van nieuwe projecten om de prestatie van het bedrijf te verbeteren. 
    - Negotiator: de manager bespreekt problemen, voert discussies en onderhandeld voor de beste resultaten voor haar/ zijn belangen. 
    - Resource allocator: managers zijn verantwoordelijk voor het verdelen van de middelen van de organisatie (human, physical en monetary).
  • Welke rollen vallen volgens Henry Mintzberg onder de 'Informational roles'?
    - Monitor: het monitoren van de externe omgeving. 
    - Disseminator: een manager moet ervoor zorgen dat informatie wordt doorgespeeld. 
    - Spokesperson: het representeren van de organisatie naar buitenstaanders. 
  • Welke rollen vallen volgens Henry Mintzberg onder de 'Interpersonal roles'?
    - Figurehead: de manager is ook wel het symbolische hoofd van een organisatie of eenheid.
    - Liaison: een manager moet contact houden met buitenstaanders die hem van informatie voorzien, dit kunnen individuen en groepen zijn binnen en buiten het netwerk. 
    - Leader: de manager moet mensen aannemen, trainen, motiveren en disciplineren. 
  • Definieer het begrip: organisaties
    Een organisatie is een bewust gecoördineerde sociale eenheid die bestaat uit twee of meer individuen en het functioneert op een relatief continu level om een gemeenschappelijk doel of doelen te behalen.
  • Volgens Henri Fayol zijn er vijf managementfuncties waarbij 'commanding' en 'coordinating' zijn samengevoegd tot één functie, benoem de vier managementfuncties.
    Planning: wat is het doel en de strategie van het bedrijf om het doel te bereiken? Hier worden plannen gemaakt om activiteiten te integreren en te coördineren.
    Organizing: hoe wordt het doel bereikt? Hier wordt vastgesteld welke taken uitgevoerd moeten worden, door wie ze uitgevoerd moeten worden en hoe verschillende taken samengevoegd kunnen worden.
    Leading: dit gaat over leiderschap. De werknemers moeten gestuurd en gecoördineerd worden in een organisatie, waarbij de managers ervoor moeten zorgen dat de werknemers worden gemotiveerd. 
    Controlling: de prestaties worden vergeleken met vooraf gestelde doelen en als er afwijkingen zijn worden deze gecorrigeerd. 
  • Fred Luthans bestudeerde de effectiviteit van managers, uit zijn studie bleek dat we in grove lijnen drie typen managers van elkaar kunnen onderscheiden, benoem ze alle drie.
    - Average manager: deze manager verdeeld goed maar de meeste aandacht gaat naar traditioneel management.
    - Successful manager: de belangrijkste activiteit is hier netwerken, de rest wordt verwaarloosd.
    - Effective manager: effectiviteit wordt gerealiseerd door de focus op communicatie en HRM.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Het vermogen om logica te gebruiken en de implicaties van argumentatie te meten, hoe noemen we dit?
Deductive reasoning
De capaciteit om een logische volgorde in een probleem te herkennen en op te lossen. Hoe noemen we dit?
Inductive reasoning
Wat is het verschil tussen ras en etniciteit?
In de biologie wordt ras gebruikt om planten, dieren en andere organisme te onderscheiden binnen soorten, het heeft dus een biologische afkomst. Etniciteit is een sociaal-cultureel begrip dat afkomst, cultuur, geloof etc.
Een product van menselijke onzekerheid, het refereert naar gevoelens van ongewenstheid en copetitiviteit jegens de mensen die je als superieur ziet t.o.v. Jezelf. Waar gaat het hier over?
Social comparison
Welke begrip past bij de definitie: dit beschrijft de mate waarin iemand tevreden of ontevreden is met zichzelf, zichzelf capabel en effectief vindt en voelt of hij controle heeft over de omgeving.
Core self-evaluation
Deze theorie gaat over motivatie die gelinkt is aan positieve effecten van intrinsieke motivatie en de nadelige effecten van extrinsieke motivatie, zeker wanneer gedrag eerst intrinsiek beloond werd en nu ook een extrinsieke beloning krijgt. Welke theorie gaat het over?
Self-determination theory
Uit welke onderdelen bestaat 'causes of creative behaviour'?
- Creative potential: persoonlijkheid, intelligentie, ervaring, zelfvertrouwen etc. 
- Creative environment: motivatie, omgeving
Uit welke vier stappen bestaat 'creative behaviour'?
- Problem formulation
- Information gathering
- Idea generation
- Idea evaluation
Uit welke drie fasen bestaat het 'Three-stage model of creativity'?

- Causes- Creative behaviour
- Effects
Definieer het begrip: creativiteit
Het vermogen om nieuwe en nuttige ideeën te produceren.