Summary Geld en banken

251 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Geld en banken

  • 1.1 Hoofdstuk 3

  • Wat is de definitie van geld?
    • Geld is datgene wat binnen een bepaalde samenleving algemeen wordt geaccepteerd als rekeneenheid, ruilmiddel en vermogensobject (ook wel oppotmiddel).
  • De drie economische functies van geld beschrijven
    1. Rekenmiddel 
    2. Ruilmiddel 
    3. Oppotmiddel
  • De drie economische functies van geld toelichten:
    Rekenmiddel
    Het geeft de ruilverhouding weer.
  • De drie economische functies van geld toelichten:
    Ruilmiddel
    Ongedifferentieerde koopkracht:
    • Koopkracht die niet nader is gespecificeerd naar aard van het product, de locatie of het tijdstip.
    • Met geld kan je (in beginsel) alles wat te koop is betalen. 
  • De drie economische functies van geld toelichten:
    Oppotmiddel
    Bewaren van koopkracht.
  • Geef een uitleg dat geld ook een politieke functie vervult
    Het is een bindmiddel in de samenleving (een eigen munt met mooie nationalistische symbolen erop). Ook bij de invoering van de euro spelen naast economisch ook politieke argumenten een rol.
  • Minsten drie vroegere verschijningsvormen van geld benoemen
    1. Goud
    2. Tabak 
    3. Zilver 
  • Doelmatigheidseisen van geld beschrijven
    Als geld als ruil- of betaalmiddel goed wil functioneren moet het aan enkele kenmerken voldoen:
    • Gemakkelijk te vervoeren
    • Weinig informatiekosten (eenvoudig om waarde te bepalen).
    • Duurzaam (geen waardeverlies door slijtage of bederf).
    • Homogeen (aanbodcondities stabiel).
    • Deelbaar
    • Herkenbaar
    • Waardevast
  • Het verschil tussen de intrisieke en de nominale waarde van geld beschrijven
    • Intrinsieke waarde: materiaalwaarde
    • Nominale waarde: de waarde van geld in het economisch verkeer
  • Het verschil beschrijven van volwaardig en fiduciair geld
    • Volwaardig geld: Als de intrinsieke waarde van het geld gelijk is aan de nominale waarde
    • Fiduciair geld: Als de nominale waarde van het geld groter is dan de intrinsieke waarde
  • Uitleggen wat de kern van fiduciair geld inhoudt
    • De waarde van geld staat of valt uiteindelijk met het vertrouwen in de acceptatie ervan.
    • De waarde van geld wordt uiteindelijk niet bepaald door de status van wettig betaalmiddel, maar door het vertrouwen in de algemene acceptatie.
  • WEL wettig betaalmiddel
    Munten en bankbiljetten zijn wettige betaalmiddelen.
  • NIET wettig betaalmiddelen
    Giraal geld niet, maar toch is deze vorm algemeen geaccepteerd.
  • De verschillende monetaire aggregaten benoemen
    • M1 Geldhoeveelheid in enge zin
    • M2 Geldhoeveelheid in ruime zin
    • M3 Een nog breder aggregaat
  • De verschillende monetaire aggregaten beschrijven
    M1 Geldhoeveelheid in enge zin
    • Al het chartale en girale geld dat in handen van het publiek is (in omloop is).
    • Chartaal geld in kassen van bank behoort dus niet tot M1 (hoort wel bij M0).
    • Maatschappelijke geldhoeveelheid.
  • De verschillende monetaire aggregaten  beschrijven
    M2 Geldhoeveelheid in ruime zin
    • M1 + secundaire liquiditeiten, zoals (kortlopend) spaargeld.
    • Dus M1+ 'bijna geld' dat snel en zonder koersverlies in M1 kan worden omgezet.
  • De verschillende monetaire aggregaten  beschrijven
    M3 Een nog breder aggregaat
    • M2 + aandelen in geldmarktfondsen en obligaties met een looptijd tot 2 jaar.
    • Deze zaken kunnen ook relatief eenvoudig in M1 worden omgezet, maar zijn minder liquide dan de ingrediënten van M2 secundaire liquiditeiten, zoals direct opvraagbaar en kortlopend spaargeld.
  • 1.1.1 Hoofdstuk 4+5

  • Een beschrijving geven van de in de Engelse koloniën gehanteerde tabaksstandaard
    • Opkomst tabaksstandaard in de koloniën Virgina en Maryland vanaf begin 17e eeuw.
    • Werd vanaf 1642 tot wettig betaalmiddel verklaard.
    • Om inflatie te voorkomen werd de productie af en toe aan banden gelegd.
    • In 1666 was er om die reden zelfs een verbod op het verbouwen van tabak.
  • Uitleggen waarom de tabakshuizen in feite de voorlopers waren van centrale banken.
    Tabaksbladeren werden gebruikt als wettig betaalmiddel. Om kwaliteitsverschillen te voorkomen werden pakhuizen ingericht waar ingeleverd tabak kon worden gewogen en beoordeeld op kwaliteit Ze gaven certificaten uit die later werden gebruikt als papier geld. (1727 wettig betaalmiddel)
  • Het informatieprobleem beschrijven van het hanteren van een metalen geldstelsel


    Bij gebruik van metalen diensten moest  steeds weer het gewicht en de samenstelling worden vastgesteld. Dit is omslachtig en fraudegevoelig.
  • De oplossing voor het informatieprobleem beschrijven van het hanteren van een metalen geldstelsel
    • Het metaal werd in een standaard vorm gegoten met een stempel erop.
    • De overheid hoefde in principe zelf geen geld te creëren, maar een Munt te openen, waar ieder van een klop goud of zilver tegen een geringe verhouding munten kon laten slaan van een standaardgewicht in een standaardvorm.
  • Uitleggen hoe het hanteren van een fiduciair geldstelsel kon leiden tot geldschepping
    De overheid kan geldscheppingswinst incasseren omdat de productiekosten van nieuwe munten lager liggen dan de economische waarde.
  • Het verschil aangeven tussen tekenmunten en standaard munten
    • Tekenmunten: de waarde wordt bepaald door het teken dat erop staat, niet door het metaalgehalte.
    • Standaardmunten: de waarde wordt geheel door de hoeveelheid edelmetaal bepaald.
  • Gouden of zilveren muntstandaard 
    Beschrijving + voorbeeld 
    • Een systeem waarin uitsluitend volwaardige gouden of zilveren munten als geld gebruikt worden.
    • Het goud heeft een vaste prijs.
    • Als de hoeveelheid (en dus de waarde) van goud toe- of afneemt heeft dat geen effect op de prijs van goud. 
    • Het gouden tienguldenstuk, de standaardmunt, was 6,048 gram. Dus 0,5 gram goud kreeg de waarde van 1 gulden.
  • Gouden of zilveren muntenstandaard 
    Een voordeel en drie nadelen benoemen
    Voordeel: 1. Er zal niet snel een grote inflatie optreden: dan zou er wel een uitzonderlijk grote goudvondst moeten worden gedaan.
    Nadeel:
    1. Inelastische geldvoorziening
    2. Dure geldvoorziening 
    3. Deflatiegevaar
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

De liquiditeitsvoorkeurtheorie van KeynesVoorzorgsmotief
Aanhouden van geld als reserves om te kunnen inspelen op onverwachte kansen of tegenvallers
Uitleggen waarom het meten van de gemiddelde prijsontwikkeling ingewikkeld isVolgens verandering in samenstelling

  • Verandering in koopgedrag van consumenten
  • Verandering in welvaart
  • Verandering in het productaanbod
Uitleggen hoe het monetair transmissiemechanisme werkt volgens :Klassieken: kwantiteitstheorie
  • Irving Fisher
  • Geld is neutraal
  • V is in principe constant
  • Prijsstabiliteit als: geldgroei=productiegroei
Uitleggen hoe het monetair transmissiemechanisme werkt volgens :Keynesianen
  • John Maynard Keynes
  • V is variabel (gedragsvariabele; hangt af van verwachte inflatie)
  • Korte termijn: Y is variabel en P constant (prijsrigiditeit en loonstarheid)
  • Lange termijn: On the long term we are all dead
  • Om economie te stimuleren is budgettair beleid wel effect, monetair beleid veel minder
Uitleggen hoe het monetair transmissiemechanisme werkt volgens :Monetaristen
  • Milton Friedman
  • Geld is neutraal
  • V kan op korte termijn fluctuaties vertonent
  • Prijsstabiliteit als: geldgroei=productiegroei en daarom vast geldgroeiregel
M3 Een nog breder aggregaat
  • M2+ aandelen in geldmarktfondsen en obligaties met een looptijd tot 2 jaar
  • Deze zaken kunnen eenvoudig in M1 worden omgezet maar zijn minder liquide dan M2 secundaire liquiditeiten zoals direct opvraagbaar spaargeld
Wet van Gresham
  • Het relatief overgewaardeerde geld verdringt het relatief ondergewaardeerde geld uit de circulatie
  • Als de intrinsieke waarde hoger is dan de marktwaarde, dan gebruik je de munt niet, maar smelt je hem om of hou je hem vast
  • BAD MONEY DRIVES OUT GOOD MONEY
Maatschappelijke geldhoeveelheid
Al het chartale en girale geld dat in handen van het publiek is (in omloop)
M2 Geldhoeveelheid in ruime zin
  • M1+ Secundaire liquiditeiten zoals (kortlopend) spaargeld
  • Dus M1+ 'bijna geld' dat snel en zonder koersverlies in M1 kan worden omgezet
M1 Geldhoeveelheid in enge zin
  • Maatschappelijke geldhoeveelheid
  • Al het chartale en girale geld dat in handen van het publiek is (in omloop)
  • Chartaal geld in kassen van de bank behoort dus niet tot M1