Summary Geneesmiddelen bij infecties en tumoren

-
583 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Geneesmiddelen bij infecties en tumoren

  • 1 college 1.1: introductie

  • Wat is er bijzonder aan het HPV (humaan papillomavirus)?
    Het is een virus die kanker kan veroorzaken. Het veroorzaakt infecties op de huid en de slijmvliezen.Er kan ook een ontregeling van de celdeling plaatsvinden bij HPV, waardoor er dus kanker ontstaat. Verder is het vooral verantwoordelijk bij baarmoederhalskanker. Er vindt dmv 2 prikken vaccinatie plaats bij 13-jarige meisjes. 
  • Wat is er zo bijzonder aan het helicobacter pylori?
    Dit is een bacterie in de maag welke zich nestelt in het maagslijmvlies en oa uriase produceert waarmee ureum in ammonia kan worden omgezet. Het zorgt uiteindelijk vooral voor maagzweren of maagkanker. 
  • Welke antimicrobiële middelen grijpen aan op de celwandsynthese?
    1) vancomycine
    2) cycloserine
    3) bacitracine
    4) penicillines
    5) cephalosporines
    6) monobactams
    7) carbapenems
  • Welke antimicrobiële middelen grijpen aan op het foliezuurmetabolisme?
    - sulfonamides
    - trimethroprim
  • Welke antimicrobiële middelen grijpen aan op DNA gyrase?
    1) quinolones
    2) novobiocine
  • Welke antimicrobiële middelen grijpen aan op de RNA elongatie?
    actinomycine
  • Welke antimicrobiële middelen grijpen aan op de DNA gerichte RNA polymerase?
    - rifampin
    - streptovaricines
  • Welke antimicrobiële middelen grijpen aan op de eiwitsynthese (50S-remmers)?
    - erythromycine
    - chloramphenicol
    - clindamycine
    - lyncomycine
  • Welke antimicrobiële middelen grijpen aan op de eiwitsynthese (30S-remmers)?
    - tetracyclines
    - spectinomycine
    - streptomycine
    - gentamicine
    - kanamycine
    - amikacine
    - nitrofurans
  • Welke antimicrobiële middelen grijpen aan op de eiwitsynthese (tRNA)?
    - mupirocine
    - puromycine
  • Welke antimicrobiële middelen grijpen aan op de cytoplasmatische membraanstructuur?
    - polymyxines
    - daptomycine
  • Wat zijn 6 risicofactoren voor schimmelinfecties?
    - verzwakt immuunsysteem
    - gebruik van antibiotica
    - gebruik van corticosteroiden
    - medische conditie
    - milieufactoren
    - erfelijke factoren
  • Wat was de miasmatheorie?
    Deze stelde dat ziekte het gevolg was van rottend organisch materiaal. Om ziek te worden geloofde men dat er geen fysiek contact nodig was. (slechte hygiene zou hier oa een oorzaak van zijn. 
  • Wat is de kiemtheorie?
    Dit werd door Robert Koch in 4 postulaten gezet. Deze luiden
    1) Het microorganisme moet in overvloed worden gevonden in alle organismen die aan de ziekten lijden, maar het mag niet worden gevonden in gezonde organismen.
    2) De micro-organismen moeten geisoleerd kunnen worden uit het zieke organisme en in een pure culture kunnen overleven.
    3) De micro-organismen in deze culture moeten ziekte veroorzaken wanneer ze naar een gezond organisme worden overgeplaatst.
    4) Het micro-organisme moet weer uit dit organisme kunnen worden geisoleerd en hetzelfde kunnen worden geidentificeerd als uit de eerste zieke organismen. 
    Deze postulaten gaan alleen op voor bacterien en niet voor virussen. 
  • E. coli is vele malen kleiner dan een rode bloedcel en virussen zijn weer vele malen kleiner dan E. coli.
  • Wat zijn anatomische barrieres van het immuunsysteem?
    fysiek: huid (ook het vervellen), weinig bloedtoevoer naar de epidermis, klieren die micro-organismen kunnen wegspoelen.
    chemisch: pH in de maag, speeksel en tranen (met lysozym)
    biologische barrieres: eigen flora (bacterien in ons lichaam (vb colon of huid) en op ons lichaam. 
  • De mens heeft 10 macht 13e cellen en 23.000 genen. De normale flora heeft 10 macht 14e cellen en 3,3 miljoen genen. 
  • Welke samenlevingsvormen (symbiose) kennen we?
    - mutualisme: beide partijen hebben er voordeel van.
    - commensalisme: 1 partij voordeel, ander geen voor- en geen nadeel.
    - parasitisme: 1 partij voordeel, ander nadeel. 
  • Hoe vang je met kauwgom de meeste bacterien weg?
    Door 30 sec te kauwen. 
  • Waar zorgt Neisseria voor?
    Meningitis
  • Wat is de functie van het microbioom in de darmen?
    - bescherming bieden tegen indringers, door productie van antibacteriele producten. 
    - De bacterien hebben meestal ook een soort van commensaalfunctie. 
  • Wat is de functie van het microbioom op de huid?
    Hier is veel variatie in. Het kan daarom ook goed worden gebruikt als een soort van vingerafdruk. Deze variatie heeft oa te maken met levensstijl, milieu, immuunsysteem, genotype van de gastheer enz.
  • Wat zijn antimicrobiële peptiden?
    Deze zijn met name te vinden in de lever, darm en in tranen. Ze zijn breedspectrum dus ze kunnen zowel bij gram positief als bij gram negatief worden ingezet. Tegelijkertijd zijn ze ook nog eens weinig resistent want ze bestaan al heel lang. 
    - Het zijn ook amfipathische moleculen, want ze bestaan zowel uit een hydrofiel positief geladen gedeelte als uit een hydrofoob gedeelte. 
  • Wat is het verschil in werking van antimicrobiële peptiden in eukaryoten en prokaryoten?
    Bij de eukaryoot zit alle lading aan de binnenkant, en bij de prokaryoot zit er zowel lading aan de binnenkant als aan de buitenkant. Antimicrobië;e peptiden gaan liever eerst een interactie aan met elcotrostatische membranen zoals die van prokaryoten dan die van de hydrofobe eukaryoten. 
  • Wat is het werkingsmechanisme van antimicrobiële peptiden?
    Een antimicrobiële peptide bindt aan een prokaryote cel. Hierdoor ontstaat er een spanning waardoor het naar binnen kan gaan. Daarna kunnen er 2 verschillende dingen gebeuren: of de cel lyseert of het peptide bindt aan intracellulaire targets. 
  • Op welke manieren kunnen infecties voorkomen worden?
    - goede hygiene
    - voeding
    - weerstand
    - vaccinatie
    - ziekenhuishygiëne
    - algemene antimicrobiële middelen. (desinfectantia en antiseptica)
  • Wat zijn desinfectantia?
    middelen die desinfecteren waarbij cellen en sporten geëlimineerd worden. 
  • Wat zijn antiseptica?
    Middelen die de bacterie elimineren maar een lagere toxiciteit hebben voor de gastheer. 
  • Wat zijn voorbeelden van sterilantia en kenmerken?
    - alcohol: wordt gebruikt bij vegetatieve bacteriën. Het denatureert eiwitten, maar het werkt niet tegen sporen. 
    - chlorhexidine: Dit vormt porien in het membraan, maar is ook effectief tegen sporen. Het is echter wel een neurotoxisch middel.
    - fenolen: Zorgt voor denaturatie van eiwitten en disruptie van het membraan en inactivering van enzymen. 
    - ammonia: zorgt voor een inactivatie van enzymen door denaturatie
    - aldehyden: zorgt voor alkylering van eiwitten en nucleinezuren. 
  • wat zijn kenmerken van huishoudbleekmiddel?
    Voor een goed effect zijn er:
    - bacterien: 5000 ppm
    - mycobacterie: 10000 ppm
    - schimmels: 500 ppm
    - virussen: 500 ppm
  • Wat zijn kenmerken van ozon als het gaat om hygiene?
    ozon lyseert bacterien met waterstofperoxide. Het is gebaseerd op een lichaamscel die een antigen tegenkomt. Deze gebruikt dan ook een klein beetje waterstofperoxide.
  • Wat zijn de 5 verschillende soorten indringers in het lichaam?
    - schimmels
    - bacterien
    - protozoa
    - wormen
    - virussen
  • als de flora uit balans is in het lichaam dan kan er ziekte optreden.
  • Wat is de keystone pathogen hypothese?
    Dit houdt in dat een pathogeen die niet vaak voorkomt een geheel nieuwe infectie kan doel laten ontstaan. Een voorbeeld hiervan is peridontitis. Op gezond tandvlees zit een biofilm van verschillende bacterien. Op een gegeven moment kan daar een keystone bacterie zich gaan vestigen. Deze kan de hele biofilm verstoren.
  • Wat is waarschijnlijk de oorzaak van chronische sinusitis?
    Een verstoorde neusflora. Hierbij zou niet het bestrijden van de slechte maar het koesteren van de goed wel eens de remedie kunnen zijn. 
  • Welke verschillende soorten infecties zijn er?
    - chronisch: verloopt traag maar niet zonder gevolgen. (vb. hepatitis B en C)
    - acuut: verloopt snel, met snelle zichtbare effecten. (vb. influenza)
    - latent: verloopt met tussenpozen. (vb. gordelroos)
    - langzaam: verloopt traag en is soms helemaal niet aanwezig. (HIV)
  • Wat zijn opportunistische infecties?
    Deze pathogenen zijn alleen pathogeen bij een verzwakt immuunsysteem.
    - lokaal: huidbeschadiging of een longslijmlaagdefect
    - systemisch: neutropenie (tekort aan neutrofielen), suikerziekte of een kwaadaardig lymfoom
  • Wat is pseudomonas aeruginosa?
    - groeit altijd en overal
    - resistent tegen veel anti-biotica
    - is de veroorzaker van 11% van alle ziekenhuisinfecties
  • Wat zijn zoönosen?
    Infecties die overgedragen worden van dier naar mens. influenza bijv of hondsdolheid. Dit kan indirect via een vector zoals:
    - prionen
    - virale ziekten
    - bacteriele ziekten
    - protozoaire ziekten
    - helminthosen
    - mycosen
    - arthropoda
  • Wat is ebola?
    Er wordt gedacht dat het en zoönose is en via de vleermuis wordt doorgegeven. Deze veroorzaakt een koorts met inwendige bloedingen. 
  • Welke geneesmiddelen zijn in ontwikkeling voor ebola?
    - ZMapp: neutraliseert het virus. het beschermt sowieso apen tegen ebola. 
    - favipiravir: inhibeert een viraal enzym. beschermt muizen al
    - TKM-ebola: RNA moleculen binden aan ebola's genetisch materiaal en zorgen er zo voor dat het virus zich niet kan prolifereren. Het beschermt apen al.
    - BCX4430: antivirale verbinding. 
  • welke 2 vaccines zijn er voor ebola in ontwikkeling?
    - GSK ebola vaccine
    - VSV-EBOV
  • Wat is Q-koorts?
    Treedt veel op in Brabant. Er ontstaat griep van, maar het kan terugkeren met schade aan hart, longen en hersenen. Het wordt veroorzaakt door coxiella burnetti. Vooral veehouders worden ermee geinfecteerd. In de jaren 50 werd het gezien als een biologisch wapen. het blijft lang actief. 
  • Wat is het verschil tussen gram positief en gram negatief?
    Bij gram positief is er sprake van peptidoglycaan aan de buitenkant. Gram negatief heeft veel minder peptidoglycaan en dit zit ook aan de binnenkant tussen 2 membranen in. 
  • Wat is metronidazol?
    Dit is een antimicrobiëel product. Het heeft en antiprotozoale en anti-anaerobe bacteriele werking. Het zorgt ervoor dat er geen DNA-synthese meer kan plaatsvinden. Het wordt gemetaboliseerd door de lever. 
  • Wat is mupirocine?
    Dit is een mengsel van verbindingen. Het is tegen gram positief en MRSA. Wordt gebruikt bij huid- en neusaandoeningen. Wordt vooral ectopisch gebruikt. 
  • Wat zijn polymyxinen?
    Dit zijn cyclische peptiden met een hydrofobe staart. Ze verstoren de lipo-polysachariden van gramnegatieve bacterien. 
  • Wat is nitrofuratoïne?
    Kan het DNA beschadigen. Dit gaat sneller bij bacterien dan bij mensen. Het wordt toegepast bij ongecompliceerde urineweginfecties.
  • Welke 2 manieren van antibioticumwerking zijn er?
    - bactericide: Hier wordt van gesproken als het een bacterie kan doden. Er wordt hierbij gekeken naar hoeveel bacterien er per 24 uur doodgaan.
    - bacteriostatisch: het geneesmiddel remt de bacteriegroei. Het kan dan nog steeds wel bacterien doden, maar niet in dezelfde mate als een bactericide. Voor een bacteriostatisch geneesmiddel is een werkzaam immuunsysteem nodig. 
  • Welke factoren vallen onder de status van de patient?
    allergie, leeftijd, nierfunctie, leverfunctie, zwangerschap, genetische factoren, immunologische afweer. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe kunnen echinocandines en polyenen resistent raken?
echinocandines: puntmutaties of een overexpressie van het target
polyenen: door korte behandelingen, resistentie kan wel optreden doordat de schimmel zelf veranderd. (laag ergosterolgehalte, defecte ergosterolsynthese, andere sterolen in het membraan)
Welke antimyotica zijn toxisch voor het beenmerg?
amfotericine B en 5-FC
Welke antimyotica zijn toxisch tijdens het infuus?
amfotericine B en echinocandines.
Welk antimyoticum kan zorgen voor cardiomyopathie en GI-toxiciteit?
itraconazole. 
welk antimycoticum is toxisch voor de ogen?
voriconazole
welke antimycotica zijn toxisch voor het CNS?
voriconazole
Welke antimycotica zorgen voor renale toxiciteit?
voriconazol en amfotericine B
Welke antimycotica zorgen voor hepatische toxiciteit?
alle azolen, amfotericine en echinocandinen, 5-FU
Welke antimycotica worden gebruikt bij systemische invasieve infecties?
voriconazol, amfotericine B, Steeds vaker ook echinocandinen.
Welke antimycotica worden gebruikt bij cryptococcus?
amfotericine B (alleen of in combinatie met flucytosine)
fluconazol (werkt trager, maar wel effectief) (dit heeft de voorkeur bij bijv. AIDS patienten)