Summary Geneesmiddelen van het endocrien systeem.

-
339 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Geneesmiddelen van het endocrien systeem.

  • 1 College 1: inleiding

  • Wat zijn vegetatieve lichaamsfuncties?
    Functies gericht op het voortbestaan van de individu en de soort.
  • Hormonen hoeven niet altijd via de bloedbaan tot een effect te komen het kan ook autocrien of paracrien. 
    Een cel heeft receptoren voor meerdere hormonen.
  • Wat valt allemaal onder het endocrien systeem? (dus niet de weefselhormonen)
    - hypothalamus
    - hypofyse
    - bijnieren
    - pancreas
    - ovaria
    - testes
    - schildklier
    - bijschildklier
  • Wat is het verschil tussen peptide- en eiwithormonen en steroidhormonen?
    peptide-en eiwithormonen: hypthalamus, hypofyse, pancreas (bij)schildklier. gaan via membraanreceptoren (relatief snel): G-eiwit gekoppeld of tyrosine kinases.
    steroidhormonen: bijnier, geslachtsorganen, calcitriol, schildklier. Gaan via intracellulaire receptoren en gaan relatief langzaam vanwege de transcriptiefactoren.
  • Hoe is de therapie van het endocrien systeem over het algemeen?
    - Er worden vaak analoga van hormonen gegeven (stabiele agonisten of antagonisten)
    - Eiwithormonen zijn heel lastig toe te dienen; ze worden oraal afgebroken en intraveneus is lastig.
    - Er zijn ook farmaca die de hormoonsynthese of de vrijkoming of metabolisme ervan beinvloeden.
  • Hoe is het hypothalamus-hypofyse systeem?
    De hypothalamus zet neuronale signalen vanuit de hersenen om in een hormoonsignaal. De hypofyse is opgebouwd uit drie delen: adenohypofyse (voorkwab) middenhypofyse (bij mensen nauwelijks zichtbaar) en de neurohypofyse (achterkwab)
    hormonen uit de hypothalamus reguleren de hormoonafgifte van de hormonen uit de adenohypofyse.
  • Welke hormonen maakt de hypothalamus?
    - Somatostatine (GHIH)
    - GHRH
    - CRH
    - TRH
    - LHRH
    - PIH (Dopamine)
    - PRH
    De neurohypofyse geeft Oxytocine en ADH vrij.   oxytocine zorgt voor melkafgifte en ADH zorgt voor meer waterabsorptie in de distale tubulus.
  • Alle hypothalamische hormonen zijn peptiden (muv dopamine)
    Het verschil tussen een factor en een hormoon is dat men van een factor nog niet weet hoe de structuur eruit ziet en van een hormoon weet men dat wel.
  • Wat zijn de effecten van corticoitrofine releasing hormone (CRH) en het effect van thyrotrofine releasing hormone (TRH) op de hypofyse?
    CRH zorgt voor een verhoogde afgifte van adrenocorticotroop hormoon (ACTH) en TRH zorgt voor een verhoogde afgifte van thyroid stimulating hormone (TSH)
  • Wat zijn de effecten van growth hormone releasing factor (GHRF)? en somatostatine (GHIH)?
    GHRF zorgt voor een verhoogde afgifte van groeihormoon (GH) en GHIH zorgt voor een verlaagde afgifte van GH.
  • Wat is het effect van gonadotrofin-releasing hormone GnRH?
    Dit zorgt voor een verhoogde afgifte van LH en FSH.
  • Wat is het verschil tussen hypofysehormonen en hypothalamushormonen?
    Hypofysehormonen zijn over het algemeen grote peptiden/ eiwitten itt hypothalamushormonen die veel kleiner zijn.
  • Hoe zijn de adenohypofysehormonen in te delen?
    groep 1: somatotrope hormonen: groeihormoon en prolactine
    groep 2: glycoproteinen: LH, FSH, TSH en chorion gonadotropine (CG)
    groep 3: ontstaan uit precursoreiwit: ACTH, alfa-MSH, beta lipotropine
    Het molecuulgewicht van de tweede groep is het grootst.
  • Wat zijn kenmerken van de tweede groep; glycoproteinen?
    Ze bestaan uit een alfa en een beta subunit. De alfaunits zijn vrijwel identiek. De alfasubunits bevatten 2 oligosacharideketens welke via een asparagine zijn verbonden. 
    De beta units bevatten het specifieke biologische effect. Deze beta unit bevat vaak 1 of 2 oligosacharideketens.
  • Wat zijn de kenmerken van groep 3?
    Deze komen voort uit het pro-opiomelanocortine eiwit. Er wordt bijv. ACTH uit geknipt. ACTH kan weer worden gebruikt om alfa MSH te maken. Alfa MSH is van belang voor de pigmentatie. 
    Uit dit eiwit kan ook beta lipoproteine worden gehaald. Hier kan weer beta endorfine en beta MSH worden gehaald. Beta endorfine is een endogeen opiaad en beta MSH kan ook als neurotransmitter worden gebruikt.
    Mensen met teveel ACTH zijn vaak overmatig gepigmenteerd.   Deze splitsingen vinden in de hersenen of in de darm plaats.
  • Aminozuren komen bij fysiologische pH voor als dubbel geladen. bipolaire vorm. Ze hebben ook een assymetrisch alfaatoom. Zwitterionen zijn de aminozuren zonder een geladen zijketen en bezitten geen nettolading. 
    In de natuur komen aminozuren alleen in de L-vorm voor.
    Ze komen in vier vormen voor: zuur, basisch, polair, apolair.
  • Wat zijn de neutrale niet polaire aminozuren?
    - glycine GLY
    - alanine ALA
    - valine* VAL
    - leucine* LEU
    - isoleucine* ILE
    - fenylalanine PHE
    - tryptofaan TRP
    - methionine * MET
    - cysteine CYS
    - proline   PRO
  • Wat zijn de neutrale polaire aminozuren?
    - serine SER
    - threonine * THR
    - tyrosine TYR
    - asparagine ASN
    - glutamine GLN
  • Wat zijn de zure aminozuren?
    - aspartaat: ASP
    - Glutamaat: GLU
  • Wat zijn de basische aminozuren?
    - lysine: LYS
    - Arginine: ARG
    - Histidine: HIS
  • Wat is het isoelektrisch punt?
    Dit is het punt waar de lading van de aminozuren letterlijk 0 is. De peptidebinding is een C=O N binding. De amidebinding is de CN binding.
  • Hoe wordt een peptideuitgesproken?
    De eerste aminozuren van het peptide eindigen allemaal op yl. De laatste wordt volledig uitgesproken. vb. methionylcysteinyltryptofanylglycine.
  • Wat zijn kenmerken van de peptidebinding?
    Deze is vlak en star vanwege resonantie. Hierdoor liggen de CN =O vlak. De Calfa atomen met de zijgroepen kunnen zowel trans van elkaar zitten als cis. Meestal zitten ze trans van elkaar vanwege de minste sterische hinder. (geldt niet voor glycine)
    Aleen de Calfa atoom bindingen kunnen roteren.
  • Wat zijn de eiwitstructuren?
    primaire structuur: volgorde van de aminozuren en het voorkomen van de disulfidebruggen.
    secundaire structuur: de spontane vouwing van bepaalde gebieden tijdens de synthese met vandaar de alfahelicen en de beta sheets.
    tertiare structuur: ruimtelijke organisatie van ver van elkaar gelegen gebieden, zoals combinaties van helices en sheets. (gehele ketenstructuur)
    quaternaire structuur: ruimtelijke organisatie in eiwitten met meerdere peptideketens.

    De eiwitstructuur wordt met name bepaald door de zijketens.
  • Wat zijn kenmerken van de alfahelixen en beta sheets?
    Hierbij geldt dat de N-H een waterstofbinding aangaat steeds met de (n+4) C=O binding. 
    beta sheets kunnen zowel parallel als antiparallel voorkomen.
  • Hoe komt de tertiaire structuur tot stand?
    3 krachten:
    1) elektrostatische of ionische bindingen: zijketen of omringende vloeistof
    2) van der Waalsbindingen: hydrofobe interacties
    3) waterstofbruggen bepalen in grote mate de structuur.
  • Hoe komen glycoproteinen tot stand?
    Het glucosedeel van een suikermolecuul bindt met een NH van een peptide of met een OH van een zijketen van een aminozuur. 
    Meestal bestaat een dergelijk eiwit uit 2 ketens: alfa en beta met cysteine aminozuren die via disulfidebruggen met elkaar verbonden zijn.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is er aan de hand bij hypoparathyreoidie?
verlaagde parathormoon secretie
symptomen: calcium verlaagd, fosfaat verhoogd. er ontstaat depolarisatie en er is ook sprake van een tetanische contractie van de skeletspieren.
De therapie:
- calcitriol (vitamine D)
- calcium
- geen parathormoon
Wat is er aan de hand als de hyperparathyreoidie secundair plaatsvind?
Dan is er sprake van nierinsufficientie (verminderde calcitriolsynthese), er ontstaat een chronisch te laag calcium en een chronisch te hoog fosfaatgehalte. en ook parathormoon is hoog. er is sprake van renale osteodystrofie. De therapie is:
- calcitriol en alfacalcidol
- calcium
- cinacalcet
Wat is de pathofysiologie van hyperparathyreoidie?
primair bij een bijschildkliergezwel. 

symptomen zijn:
- verhoogd calcium, verlaagd fosfaat
- botafbraak
- nierstenen
- depressie door hyperpolarisatie

therapie:
- chirurgie
- calcitonine
- bisfosfanaten
- cinacalcet (allosterische calciumagonist)
Wat is de ziekte van Paget?
Lokale botvervorming doordat er een verhoogde botturnover is. therapie is calcitonine en bisfosfanaten.
Wat is er aan de hand bij vitamine D deficientie?
Dan is er sprake van osteomalacie (bij ouderen) of rachitis (bij kinderen). De botmatrix wordt dan wel gebouwd maar deze is zwak. 
Het kan komen door een gebrek aan zonlicht of door vetmalabsorptie.
De therapie is vitamine D (ergocalciferol bijv)
Wat zijn de bisfosfanaten?
vb: etidroinezuur is stikstofvrij en laat zichzelf inbouwen in ATP waardoor de cel in apoptose moet gaan. 
vb: alendroninezuur: bevat wel stikstof.
Wat zijn preventieve middelen om osteoporose tegen te gaan?
- vitamine D derivaten
- calcium
- beweging
Wat is de farmacotherapie voor osteoporose?
- bisfosfanaten: deze zorgen voor een remming van de hechting van de osteoclasten, apoptose.
- strontiumrenalaat: laat de botafbraak dalen door osteoprotegerine synthese. Dit zorgt er weervoor dat de differentiatie van osteoclasten daalt. Tegelijkertijd zorgt het ook voor een activatie van de calciumreceptor wat orgt voor botopbouw door een verhoogde differentiatie van de osteoblasten.
- oestrogenen, raloxifeen: SERM, het laat de osteoclast activiteit dalen.
- Teriparatide: Het stijgt de botopbouw door een verhoogde werking van de osteoblasten.
- calcitonine: remming van de osteolastactiviteit
- vitamine D: calciumopname in de darm en bij nierfunctiestoornis.
Wat is osteoporose?
Dit is een afname van de botmassa t.g.v. afname van de matrixeiwitten. 
oorzaken:
- leeftijd (afname van oestradiol, testosteron)
- cushing's syndroom
- glucocorticoid therapie
- immobiliteit
Wat is de functie van glucocorticosteroiden in de hormonale regulatie van het botmetabolisme?
- fysiologisch: stimulatie van de osteoblast differentiatie
- farmacologisch: remming van de osteoblastdifferentiat, attractie en activiteit: eiwitten en collageen concentratie daalt ook.
  Het stimuleert ook de osteoclastdifferentiatie en activiteit (RANKL, collagenase stijgt)