Summary Geneesmiddelenkennis

-
411 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Geneesmiddelenkennis

  • 1 Pijnstillende middelen

  • Wat speelt een grote rol bij pijnbeleving?
    Lichamelijke -,
    Psychische -,
    Sociaal-Culturele - en
    Emotionele factoren
  • Wat is nociceptie?
    Latijn: Noxa = schade
    nociceptie is de beschrijving van receptoren bestaande uit prikkelaanvoerende zenuwvezels in de richting van het centraal zenuwstelsel.
  • Wat zijn nocireceptoren en wat doen deze?
    Nocireceptoren zijn prikkelaanvoerende zenuwvezels die bij weefselbeschadiging worden geactiveerd. Er komen dan overdrachtsstoffen vrij, de MEDIATOREN, die hun info via zeer gecompliceerde wegen doorgeven aan bepaalde delen van het centrale zenuwstelsel. Hier wordt men bewust van de pijn en voel je deze ook.
  • Hoe heet de pijn die niet via nocireceptoren loopt en hoe ontstaat deze?
    Dit heet neurogene pijn. Deze ontstaat direct in het centrale zenuwstelsel, door bijv hevige druk op de zenuwbanen, zoals bij een tumor (gezwel).
  • Welke 2 soorten pijn kennen we en wat zijn de verschillen?
    Acute pijn: Van ernstige aard, beperkt het functioneren en is nociceptief. Reageert goed op farmacotherapeutische behandeling.

    Chronische pijn:  Bestaat soms al lang, kan nociceptief of niet zijn en reageert minder goed op behandeling.
  • Waartoe zoekt men bij chronische pijn (o.a.) toevlucht als pijnstillers niet helpen?
    Alternatieve geneeswijzen
    Psychotherapie
    Hypnose
    Chirurgisch ingrijpen in bepaalde zenuwbanen
    etc.
  • 1.1 analgetica en antireumatica

  • Wat zijn analgetica en waar kunnen we deze indelen?
    Analgetica zijn middelen tegen alle soorten van pijn.
    Ze worden ingedeeld in:
    Niet opioïden: Paracetamol en NSAID's
    en 
    Opioïden: van opium afgeleide stoffen, zoals morfine, gebruikt bij hevige accute pijn.
  • Wat zijn anti reumatica en waarin kunnen we deze indelen?
    Middelen tegen reumatoïde artrites (zeer pijnlijke chronische ziekte, gekenmerkt door ontstekingen vd gewrichten, vooral hand, pols, knie).
    Deze kunnen worden ingedeeld in 
    NSAID's (Non Steroidal Anti Inframmatory Drugs)
    en
    DMARD's (Disease Modifying Anti Reumatic Drugs)
  • 1.2 niet-opioïden

  • Welke werking hebben niet-opioïden?
    Analgetisch (pijnstillend)
    Koortswerend
    Antiflogistisch (ontstekingsremmend)
  • Wat is prostaglandinesynthese?
    Prostaglandine is een lichaamseigen stof, het lichaam maakt deze zelf aan.
    Bij prostaglandinesynthese komen stoffen vrij, zoals bradykinine, die pijnprikkels doorgeven via de zenuwbanen aan het centraal zenuwstelsel. Hierdoor worden (hevige) pijnen gevoeld.
    Het heeft een beschermende werking op het maagslijmvlies en zorgt voor aggregatie van de bloedplaatjes.
  • Welke voor- en nadelen hebben NSAID's op de prostaglandinesynthese?
    Het remt de prostaglandinesynthese waardoor minder prostaglandine wordt geproduceerd en de pijn wordt verminderd. 
    Nadelen: irritatie van het maagslijmvlies doordat de beschermende werking van prostaglandine weg valt, en remming van de aggregatie van bloedplaatjes waardoor bloedingen kunnen optreden.
  • Waarvoor worden aspirines tegenwoordig gebruikt?
    Voor trombocytenaggregatieremming bij hart- en vaatziekten.
    (remming van de samenklontering van bloedplaatjes)
  • Alle NSAID's zijn prostaglandinesynthetaseremmers. Voor rekening van welk enzym komt het onderdrukken van de prostaglandinesynthese?
    Voor rekening van het Cyclo Oxygenase enzym (COX).
    Deze bestaat uit 2 varianten:
    COX1 : heeft een beschermende werking op het maagslijmvlies en is waarschijnlijk ook verantwoordelijk voor de trombocytenaggregatieremming.
    COX2: onderdrukt de pijnbeleving
  • Hoe noemen we een prostaglandinesynthetaseremmer (NSAID) die alleen COX2 remt en niet COX1?
    Een COX2-selectieve NSAID. Deze onderdrukt de pijn zonder maagirritatie en kans op bloedingen.
  • Preparaten:
    Diclofenac - Voltaren
    Diclofenac icm maagbeschermend middel Misoprostol - Arthotec
    Ibuprofen - Brufen, Advil, Nurofen
    Naproxen - Advil
    Naproxen gebruikt bij menstruatiepijnen - Femex

    Cox2-selectieve NSAID's:
    Parecoxib - Dynastat
    Rofecoxib - Vioxx
    Celecoxib - Celebrex
    Etoricoxib - Arcoxia
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoeveel cardiovasculaire events kunnen worden toegeschreven aan therapie-ontrouw?
1 op de 11 van de fatale of niet-fatale coronaire hartziekten, beroertes of plotselinge hartdood kunnen worden toegeschreven aan therapie-ontrouw volgens een recente meta-analyse.

Als alleen wordt gekeken naar de gevallen met fatale afloop, komt dit neer op 1660 van de 18.244 mensen die jaarlijks overlijden aan een coronaire hartziekte of beroerte. Dit is 3 x zo veel als het aantal jaarlijks dodelijke verkeersongevallen in Nederland.
Voor hoeveel procent kan de ineffectiviteit van geneesmiddelen worden toegeschreven aan medicatiefouten in de gebruiksfase?
45%.
Dit is 3 x zo hoog als de bijdrage van medicatiefouten in de voorschrijf- en afleverfase.
Hoeveel procent van alle potentieel vermijdbare geneesmiddel-gerelateerde ziekenhuisopnamen houdt verband met therapietrouw of incorrect gebruik van geneesmiddelen?
22%.
Hiervan houdt 15% verband met therapieontrouw, en 7% met incorrect gebruikt van geneesmiddelen.
Welke deelgebieden zouden prioriteit moeten krijgen als doelgroep voor onderzoek?
Obv geneesmiddelengebruik en potentieel risico van verminderde therapietrouw zouden de volgende deelgebieden prioriteit moeten krijgen:

- Ouderen: zij lopen door polyfarmacie en verminderde cognitie een verhoogd risico op therapieontrouw. Daarbij zijn de gevolgen bij therapieontrouw voor hen relatief ernstig.

- Mensen die langdurig preventieve medicatie gebruiken:
zoals cholesterolverlagers, bloeddrukverlagers of osteoporosemiddelen. Voor hen is het vaak moeilijk het medicijngebruik vol te houden.

- Mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen:
zij worden vaak klinisch of poliklinisch behandeld, waarbij het streven is om ze waar mogelijk ambulant te behandelen. Therapieontrouw met psychofarmaca is een van de belangrijkste redenen voor vervroegde heropname bij deze groep.
Waarbij is therapietrouw onverwacht laag?
Met name bij chronische aandoeningen, waarbij de medicatie vaak levenslang ingenomen moet worden, is de therapietrouw vaak veel lager dan de voorschrijvend arts denkt.
Waarin varieert de bereidheid van de patiënt om geneesmiddelen volgens afspraak in te nemen?
Dit varieert afhankelijk van de aandoening en de (bijwerkingen van) het geneesmiddel, de categorie patiënten en kenmerken van de patiënt, zoals diens houding tov geneesmiddelen in het algemeen.
Wat is belangrijk bij de keuze voor een bepaalde behandeling?
Het is belangrijk om de (on)mogelijkheden van de patiënt in het overleg te betrekken.
Bijv: beperkingen, dagindeling, omgevingsfactoren, motivatie)
Van welke 2 factoren lijkt therapietrouw afhankelijk?
- Non-intentionele factoren: deze kunnen vaak mbv hulpmiddelen als pillenwekkers worden beïnvloed
- Intentionele factoren: deze lijken afkomstig te zijn van een wegingsproces van de patiënt.
Welke factoren zijn bekend die van invloed zijn op de therapietrouw?
-  De relatie tussen patiënt en arts is van doorslaggevend belang.
- De arts en de patiënt (zorgverlener en zorgvrager) maken samen een afspraak over de keuze van de behandeling en/of daaraan verbonden leefstijl, en over hoe het geneesmiddel gebruikt gaat worden.

Dit zijn factoren die van invloed zijn op de motivatie van de patiënt om therapietrouw te zijn. 
Wanneer de keuze voor een behandeling geen gezamenlijk gedragen beslissing is, kan men van de patiënt niet verwachten dat deze 'trouw' doet wat de arts voorschrijft.
Op welke manier is er volgens de WHO meer winst te behalen op het gebied van de volksgezondheid?
Volgens de WHO is er wereldwijd meer winst te behalen op het gebied van de volksgezondheid door de therapietrouw te verbeteren dan door de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen (WHO 2003).