Summary Geschiedeniswerkplaats / 1 Vwo / deel Informatieboek onderbouw

-
328 Flashcards & Notes
10 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Geschiedeniswerkplaats / 1 Vwo / deel Informatieboek onderbouw". The author(s) of the book is/are Noordhoff Uitgevers B V. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Geschiedeniswerkplaats / 1 Vwo / deel Informatieboek onderbouw

  • 1 jagers en boeren

  • Wanneer was de landbouwrevolutie
    1900
  • Wat betekent specialiseren?
    zich richten op een bepaalde vaardigheid
  • Historisch Moment:

    Algemeen:


    Er zijn 5 tijdperken bij het vak GS.

    1. Prehistorie-tot ± 3000 v Chr
    2. Oudheid-van ± 3000 v Chr tot ± 500 n Chr
    3. Middeleeuwen-van ± 500 tot ± 1500 n Chr
    4. Nieuwe/vroegmoderne tijd-van ± 1500 tot ± 1800 n Chr
    5. Nieuwste/moderne tijd-van ± 1800 n Chr tot nu. 


  • Hoe oud werd Jezus
    33
  • Wat betekent ambacht?
    beroep waarbij iemand in een werkplaats producten maakt of bewerkt met zijn handen en gereedschap
  • De landbouwrevolutie: 


    Een samenleving waarin mensen van akkerbouw en veeteelt leven. 

    ± 10.000 v Chr is de landbouwsamenleving in het midden-oosten. ± 5000 v Chr bereikte de samenleving Nederland.

    Revolutie = Ingrijpende en blijvende verandering in een samenleving.

    Landbouw = Akkerbouw+veeteelt 
  • Tijdvak 1: Prehistorie


    ± 7 tot ± 3000 v Chr

    Tijd van ongeschreven bronnen.

    Kenmerkende aspecten
    Jagers-verzamelaars
    Landbouwrevolutie
    Ontstaan van steden
  • 2 het oude egypte

  • Het oude Egypte: 

    - is van 3000 v.C - 500 n.C.
    - tijd van Grieken en Romeinen
    - de oudheid

    Ontdekking koningsgraf:
    - door Howard Carter
    - het koningsgraf in het dal der koningen
    - graf bestaande uit vier kamers vol schatten, vierde kamer ook mummie van de farao
    - uit hiërogliefen duidelijk dat het om toetanchamon ging
    - farao veertiende eeuw v.C

  • Tijdvak 2: Oudheid


    ± 3000 v Chr tot ± 500 n Chr

    Kenmerkende aspecten
    De Griekse stadstaat
    De klassieke stijl
    Het Romeinse wereldrijk 
    Romeinen en Germanen
    Jodendom en christendom

  •                                                    Farao                              
       Egyptische goden                                               Mummies                                                 
                                                 Het oude Egypte 
      
      Nijl                                                                        Hiërogliefen
                                                     Piramides 
  • Het oude Egypte:

    Nijl->Slib->Landbouw->Landbouwsamenleving
  • Het oude Egypte:

    ±3000 v Chr werd Egypte een staat. De farao was de leider en de mensen zagen hem als een god. Iedereen vereerde hem.

    Farao:
    *Land regeren
    *Contacten onderhouden met buurlanden
    *Leger aanvoeren
    *Tempels bouwen voor de goden
  • Het oude Egypte:

    Hoogontwikkelde cultuur:
    *Hiërogliefen
    *Tempels en gebouwen
    *Leven in een staat
    *Brons 
  • 2.1 Een samenleving met steden

  • Wat betekent bloei?
    Als het ergens goed mee gaat, bijvoorbeeld de economie.
  • Wat betekent landbouwoverschot?
    oogst die een boer niet zelf nodig heeft.
  • Wat betekent specialiseren?
    zich richten op een bepaalde vaardigheid.
  • Wat betekent ambacht?
    beroep waarbij iemand in een werkplaats producten maakt of bewerkt met zijn handen en gereedschap.
  • Wat betekent markt?
    plaats waar mensen handelen in producten.
  • Wat betekent ruilhandel?
    kopen en verkopen van producten door deze tegen elkaar te ruilen.
  • Wat betekent welvaart?
    toestand van voorspoed in het land.
  • Wat betekent landbouwstedelijke samenleving?
    samenleving waarin de meeste mensen leven van de landbouw, terwijl een minderheid van de bevolking in steden leeft van onder meer ambachten en handel.
  • Leven bij de rivier:
    - Nijl
    - door de Nijl hebben de Egyptenaren vruchtbare landbouwgrond
    - bloeiende landbouw
    - delta: de uitwaaiering van de rivier de Nijl tot een driehoekig moerasland in het noorden van het land, de Griekse letter delta is een driehoek
    - en dit gedeelte is beneden-Egypte en alles ten zuiden van de delta is boven-Egypte.

    Het wonder van de Nijl:
    - Elk jaar in de zomer steeg het waterpeil in de Nijl, zodat de oevers overstroomden. Er bleef dan een vruchtbaar laagje modder liggen, zodat  boeren konden zaaien.
    - voor volgende overstroming werd geoogst
    - oorzaak: overvloedige regenval in Ethiopië, volgens  Egyptenaren deden goden zorgen voor natuurverschijnsel.

    Irrigatie van het land:
    - aanleg dammen, vijvers en kanalen
    - sjadoef =waterschep, water uit kanalen op akkers
    - vruchtbare grond+slimme irrigatiesysteem = hoge opbrengsten in  landbouw
    -verbouwing graan gerst en vlas in hoger gelegen gebieden groente en fruit
    - wijngaarden 
    - papyrusplant: van stengels worden matten sandalen en papier gemaakt

    Ambachten:
    - door hoge opbrengsten in de landbouw,resultaat:landbouwoverschot
    -specialisatie in ambacht
    -maken van potten en maken van kleren
    -in boeren dorpen werkplaatsen ambachtslieden

    Handel:
    -Boeren en ambachtslieden boden hun goederen aan op de markt
    -Ze betaalden niet met geld maar ze deden ruilen
    - ontstaan oevers aan de Nijl
    -vervoer over de Nijl in roei- en zeilboten
    - vervoer over land met ezels
    - uitbreiding ruilhandel naar gebieden en volkeren op grote afstand
    -zuiden: ivoor, ebbenhout en wierook
    - Oostkust middellandse zee: hout en tin
    - handel met Griekenland

    Wonen en werken in steden:
    - bloeiende economie: welvaart 
    - steeds meer ambachten en handel
    - dorpen groeien uit in steden: landbouwstedelijke samenleving
    - ondanks landbouwstedelijke samenleving veel mensen leven op het platteland
    - Nechen = een van de oudste steden van Boven-Egytpe
    - steden = plein>wijken met woonhuizen en ateliers

  • Meeste Griekse stadstaten werden bestuurd door een groep aanzienlijke burgers, sommige stadstaten hadden een koning. Athene de macht in handen van veel mensen, zo ontstond een democratie.


    Theseus en Ariadne


    Vol trots noemden de Atheners zichzelf 'zonen van Theseus', dat was hun Koning. Hij zou in de 13e eeuw v.C. alle stammen op het Atheense schiereiland Attika hebben verenigd in 1 grote stadstaten. Theseus was volgens de verhalen misschien wel verwekt door de zeegod Poseidon, grootste heldendaad was het doden van Minotaurus, deze monsterachtige stier leefde in een labyrint in het paleis van koning Minos op Kreta, die moest om de 7 jaar gevoerd worden door Atheense jongeren.Theseus werd er ook heen gestuurd, maar de dochter van de koning Minos werd verliefd op hem en gaf hem een draad en zwaard mee. Met het zwaard doodde Theseus de Minotaurus.

    Monarchie, aristocratie, tirannie


    Tot de 8e eeuw v.C. waren de meeste poleis een monarchie.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wie waren Pythagoras en Archimedes?
Pythagoras en Archimedes hielden zich bezig met wiskunde en natuurkunde. Ze stelde wetten op die nog steeds gelden. 
Wie was Plato?
Plato was een geleerde. Geleerden zoals Socrates en Plato waren geen voorstander van de democratie. Ze betwijfelden of het gewone volk in staat was de juiste beslissingen te nemen voor de polis. Volgens Plato was de aristocratie de beste besturingsvorm, omdat de macht dan in de handen van wijze mensen lag.
Wat wilden Europeanen ook wat mensen in het Midden-Oosten ook hadden?
Specerijen. Zo werd er handel gedreven tussen Europa en Midden-Oosten.
Wat is ridderlijkheid?
Edelmoedigheid.
Waneer werden christenen uit Akko verjaagd?
In 1291
Waar komt het kinderkruistocht vandaan?
Omdat in 1212 in Duitsland een slecht georganiseerde kruistocht was gebruikte een schrijver het Latijnse woord puer. Iemand heeft dit vertaald in kind.
Wat was een motief om op nog een 3e kruistocht te gaan?
De herovering van Jeruzalem van de Arabieren onder leiding van Saladin.
Welke 2 motieven waren er om op nog een kruistocht te gaan?
1: De enthousiasme bij de christenen door de overwinning
2: Een Sjeldsjoekse verovering in 1144 op Edessa
Wie werd koning van Jeruzalem?
De Waal Boudewijn van Boulogne.
Wie stichtten kruisvaarderstaten?
De kruisridders in de veroverde gebieden. Ze stichtten kruisvaardestaten met een feodaal bestuur.