Summary Gewichtsconsulent H2: Anatomie en fysiologie (1)

-
272 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Gewichtsconsulent H2: Anatomie en fysiologie (1)

  • 2.1 Levensverschijnselen

  • Levende organismen = mens, dier, plant.
    Natuurwetenschap = wetenschap die zich baseert op natuurwetten, bijvoorbeeld natuur- en scheikunde.
  • Wat valt er onder levende organismen?
    Mens, dier, plant
  • Wat houd natuurwetenschap in?
    Een wetenschap die zich baseert op natuurwetten (bijv: natuur- en scheikunde)
  • 2.1.1 Inleiding

  • Anatomie betekent letterlijk: ontleedkunde. Dit houd in dat bij anatomie de bouw van levende organismen ontrafeld worden.
    (De kennis en de bouw van het lichaam)
    Bij fysiologie worden de functies en de werking van de organen en orgaanstelsels van levende organismen bestudeerd en beschreven, zoals spijsvertering, ademhaling etc.
    (De werking en de eigenschappen van het lichaam)
    Cytologie (celleer) en spijsvertering krijgen in dit hoofdstuk extra aandacht.
  • Wat betekent anatomie?
    Ontleedkunde (de bouw van levende organismen word ontrafeld)
  • Wat betekent fysiologie?
    Hier worden de functies en de werking van de organen en orgaanstelsels van levende organismen bestudeerd en beschreven (spijsvertering, ademhaling etc.)
  • 2.1.2 Levende stoffen

  • Levende stoffen onderscheiden zich van dode stoffen door 7 levensverschijnselen, welke zijn dat?
    Voeding
    Uitscheiding
    Groei
    Ademhaling
    Beweging
    Waarneming
    Voortplanting
  • Wanneer kunnen levende organismen alleen plaatsvinden? Als er sprake is van:
    Metabolisme
  • Wat is metabolisme?
    Stofwisseling
  • Alle gebeurtenissen in een levend organisme waarbij stoffen verbruikt of veranderd worden noemen we:
    Metabolisme
  • Levende stoffen kunnen we in 3 dingen indelen, welke zijn dat?
    Soort > dier plant of mens?
    Aantal cellen > hoeveel cellen?
    Grootte > microscoop of niet?
  • Wat voor levende organismen onderscheiden we bij indeling naar soort?
    Dierlijke organismen (+mensen) en plantaardige organismen
  • Wat voor levende organismen onderscheiden we naar het aantal cellen?
    Eencellige organismen (dierlijke > bijv. amoeben + plantaardige > bijv. bacteriën)
    Meercellige organismen (dierlijke > mens en dier + plantaardige)
  • Hoe heet de levende stof die we naar grootte indelen?
    Microben en macroben
  • Wat zijn micro-organismen (microben)?
    Dit zijn levende wezens van lagere orde, omdat ze niet via organen en orgaanstelsels functioneren maar in direct contact staan met hun leefmilieu. (Alleen te zien met de microscoop)
  • Noem 3 voorbeelden van micro-organismen:
    Bacteriën, schimmels en virussen
  • Waarvoor zijn bacteriën belangrijk?
    In de darminhoud zitten miljarden bacteriën, deze zijn noodzakelijk voor de spijsvertering (afbreken van voedsel tot kleine deeltjes, zodat ze zorgen voor opbouw en energie).
  • Wat gebeurt er met een verstoring van de darmflora door bacteriën (door bijv. Voedselvergiftiging of antibiotica)?
    Kan zorgen voor diarree, uitdroging en stoornissen van de voedselopname in de darm.
    (Door het immuunsysteem worden bacteriën onschadelijk gemaakt, wanneer dit niet voldoende gebeurt kunnen de bacteriën zich verder delen en infecties veroorzaken)
  • Zijn schimmels eencellig of meercellig? En zijn ze dierlijk of plantaardig?
    Schimmels kunnen zowel eencellig als meercellig zijn, en dierlijke en plantaardige kenmerken hebben.
    Eencellige schimmels worden ook wel gisten genoemd.
  • Wat zijn schimmels?
    Schimmels kunnen (net als bacteriën) gunstig of ongunstig zijn voor ons. 
    Je kan ze overal vinden, op kaas, als paddenstoel, op een vochtige muur etc.
    Ook kunnen ze een schimmelinfectie veroorzaken zoals voetschimmel of candidiasis.
  • Wat is candidiasis?
    Een moeilijk te bestrijden schimmelinfectie die veroorzaakt word in de darmen.
  • Waarom worden virussen vaak door wetenschappers niet gezien als levende wezens?
    Virussen kunnen zich niet zelfstandig voortplanten. Ze hebben een gastheersorganisme nodig.
  • Wat doen virussen als ze een gastheersorganisme hebben gevonden?
    Ze koppelen zich aan een cel en injecteren hierin hun erfelijk materiaal. Op deze manier kunnen virussen zich alleen vermenigvuldigen.
  • Wat gebeurt er als de vermenigvuldiging van een virus heel snel gaat?
    Dan kan de virus snel de overhand krijgen en ziekten veroorzaken zoals griepvirus, hiv-virus en vogelgriepvirus.
  • Wat zijn macro-organismen (macroben)?
    Hieronder vallen mens, dier en plant. 
    Dit zijn wezens van hogere orde, omdat ze een arbeidsverdeling onder de cellen hebben.
  • Wat is de kleinste eenheid van een levend organisme?
    Een cel
  • Noem van klein naar groot de opbouw van cellen naar organisme:
    Cellen > weefsels > organen > orgaanstelsel > organisme

    Een groep cellen met dezelfde vorm en functie vormen samen weefsel.
    Een groep weefsels met een bepaalde vorm in een organisme vormen samen een orgaan.
    Een groep samenwerkende organen met een gezamenlijke functie vormen een orgaanstelsel.
    De meeste organismen zijn opgebouwd uit meerdere orgaanstelsels. 

    https://www.youtube.com/watch?v=N_CX-YPEU_4
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat doet het autonome zenuwstelsel?
Hier worden de functies verzorgd die buiten de wil en het bewustzijn plaatsvinden.

Dit autonome zenuwstelsel bestaat uit 2 delen met een tegengestelde werking:
  • Sympathische deel
  • Parasympatische deel  
  • ^^^^ zie afbeelding

De activiteit van een organisme bepaalt welk van de 2 delen de overhand heeft (bijvoorbeeld het verschil tussen zitten en rennen).
Wat doet het willekeurige zenuwstelsel?
Dit is het deel dat als functie om willekeurige verrichtingen van het lichaam te verzorgen, dus er is sprake van bewuste spierbewegingen.

Het heeft zoals eerder beschreven het centrale gedeelte en het perifere gedeelte.
Het zenuwstelsel kan je onderverdelen in 2 delen. Welke?
  1. Anatomische (animale) indeling
    1. Centrale zenuwstelsel
    2. Perifere zenuwstelsel
  2. Functionele (vegetatieve) indeling
    1. Willekeurige zenuwstelsel
    2. Autonome zenuwstelsel
Wat is het verschil tussen het centrale en perifere zenuwstelsel?
Het centrale zenuwstelsel is de 'basis' van het zenuwstelsel. Hier valt onder:
  • Hersenen (kleine hersenen, grote hersenen, hersenstam)
  • Ruggenmerg

Het perifere zenuwstelsel zijn alle delen van het zenuwstelsel die buiten het centrale zenuwstelsel vallen. Dit zijn met name de zenuwvezels. Het heeft:
  • 12 paar hersenzenuwen
  • 31 paar ruggenmergzenuwen 
Wat speelt een grote rol bij de prikkelgeleiding?
Chemische omzettingen en verschuivingen; een werkende zenuw heeft een hoger zuurstofverbruik en meer koolzuurafgifte dan een niet-werkende zenuw.
Het verschilt hoeveel elektriciteit word opgewerkt voor de activiteit die je doet afhankelijk van hoe zwaar je activiteit is hoeveel en op welke plek je de elektronische stroompjes nodig bent. Bij slapen zijn de stroompjes in de hersenen bijvoorbeeld minder dan bij waken.
Wat zijn exteroreceptoren en interoreceptoren?
  • Veranderingen van buitenaf worden opgevangen door exteroreceptoren 
    • Zoals de ogen, gehoororgaan, smaak-reuk-orgaan, en zintuigen van de huid die tast, druk, warmte en koude registreren).

  • Veranderingen van binnenuit worden geregistreerd door interoreceptoren
    • Zijn onder te verdelen in enteroreceptoren en proprioreceptoren. 
      • Enteroreceptoren zetelen in de organen en registreren de actuele toestand van het orgaan (zoals de receptoren in de darmwand, bloedvaten en longen). 
      • Proprioreceptoren liggen in de spieren, pezen en kapsels van gewrichten (registreren de stand van een lichaamsdeel, bewegingen en de tensie van bijv. pezen).
Hoe heet de veranderingen in het organisme?
Elke verandering in het organisme word een prikkel genoemd.
De voortgeleiding van de prikkels via zenuwvezels naar andere delen van het zenuwstelsel wordt een zenuwprikkel genoemd.

Er zijn aanvoerende vezels: afferente of sensibele banen
Er zijn afvoerende vezels: efferente of motorische banen
Kunnen al deze functies los van elkaar worden gezien?
Nee. Het is een samenspel van ontvangen van gegevens en de reacties daarop.
Uitleg punt 4: de coördinatie van psychische functies
Heeft als functie om de eigenschappen van een individu te verstaan. 
Voorbeelden: bewustzijn, denken, voelen, willen, herinneren, emoties etc.
Uitleg punt 3: tot stand brengen en coördineren van het contact met de buitenwereld
Het heeft als functie om te waarnemen, maar ook de reactie op de waarneming. Dit kunnen fysieke waarnemingen zijn, maar ook psychische zoals emoties.

(Overleven zou onmogelijk zijn zonder te reageren op de buitenwereld.)