Summary Gewichtsconsulent H3: Anatomie en fysiologie (2)

-
265 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Gewichtsconsulent H3: Anatomie en fysiologie (2)

  • 3.1 Spijsverteringsstelsel - anatomie

  • Waaruit halen we de energie en bouwstoffen die het lichaam nodig heeft om te functioneren?
    Uit eten, drinken en lucht
  • Waaruit bestaat het spijsverteringsstelsel?
    Uit een lang kanaal die reikt van de mond tot de anus.
  • Hoe worden de bruikbare en onbruikbare stoffen opgenomen of verwijderd?
    De bruikbare stoffen gaan door de wand van het kanaal heen naar de bloedbaan, en in het organisme verspreid.
    De onbruikbare (onverteerbare) bestanddelen verlaten het spijsverteringskanaal door de anale opening in vorm van feces.
  • In wat voor onderdelen is het spijsverteringskanaal te verdelen?
    1. Mond, mondholte
    2. Keelholte
    3. Slokdarm
    4. Maag
    5. Dunne darm
      1. Twaalfvingerige darm
      2. Nuchtere darm
      3. Kronkeldarm
    6. Dikke darm
      1. Opstijgend deel
      2. Dwarse deel
      3. Afdalend deel
      4. Kronkelend deel
    7. Endeldarm
  • Wat is een andere naam voor de mond/mondholte?
    Cavum oris
  • Wat is een andere naam voor de keelholte?
    Farynx
  • Wat is een andere naam voor de slokdarm?
    Oesophagus
  • Wat is een andere naam voor de maag?
    Ventriculus
  • Wat is een andere naam voor de dunne darm?
    Intestum tenue
  • Wat is een andere naam voor de twaalfvingerige darm?
    Duodenum
  • Wat is een andere naam voor de nuchtere darm?
    Jejenum
  • Wat is een andere naam voor de kronkeldarm?
    Ileum
  • Wat is een andere naam voor de dikke darm?
    Colon
  • Wat is een andere naam voor het opstijgend deel van de dikke darm?
    Colon ascendens
  • Wat is een andere naam voor het dwarse deel van de dikke darm?
    Colon transversum
  • Wat is een andere naam voor het afdalende deel van de dikke darm?
    Colon descendens
  • Wat is een andere naam voor het kronkelende deel van de dikke darm?
    Colon sigmoideum
  • Wat is een andere naam voor de endeldarm?
    Rectum
  • Hoelang is het gehele kanaal?
    Ongeveer 8 meter lang > komt vooral door dunne darm
  • 3.1.1 De mondholte (cavum oris)

  • Vanaf waar begint de spijsvertering te werken?
    In de mond. Koolhydraten worden deels afgebroken tot glucose.
  • Wat is glucose?
    De eenvoudigste vorm van suiker, die opneembaar is in het bloed.
  • Waarom hebben de lippen een rode kleur?
    Doordat de onderliggende bloedvaten (onder het niet-verhoornend plaveiselepitheel) erdoorheen schemeren.
  • Waarvoor zijn lippen gevoelig?
    Voor stimuli = een prikkel. Een uitwendige- of inwendige reactie waarop het organisme reageert.
  • Wat voor functie hebben de wangen?
    Helpen bij het kauwen
  • Wat is een andere naam voor gehemelte?
    Palatum
  • Waaruit bestaat het gehemelte?
    Palatum durum = benig gedeelte
    Palatum molle =  zacht gespierd gedeelte
    Uvula = gespierd aanhangsel: de huig
    Farynxbogen = de plooien op de grens van de mondholte en de keelholte
    Gehemeltebogen = vlak voor de farynxbogen liggen nog een stel plooien 
    Tussen de beide bogen ligt een nis met daarin de keelamandelen.
  • Waar zit de tong aan vast?
    Via spieren aan het tongbeen en de schedel
  • Welke functie heeft de tong?
    Kauwen, spreken en proeven.
  • Waarmee is het oppervlak van de tong bekleed?
    Met meerlagig plaveiselepitheel, met daarin een groot aantal kleine uitsteeksels: de papillen.
  • Wat voor 3 typen papillen zijn er?
    Papillae vallatae: 
    Zitten aan de achterzijde van de tong en zijn groot omwald.
    De rangschikking is in de vorm van een V met de punt naar achter.

    Papillae fungiformis: 
    Dit zijn paddenstoelvormige papillen, met name op de punt van de tong.

    Papillae filiformis:
    Dit zijn draadvormige papillen, met name aan de zijranden en op het oppervlak van de tong.
  • Op welke plek proef je zoet?
    Aan de tongpunt
  • Op welke plek proef je bitter?
    Op de basis, aan de achterzijde
  • Op welke plek proef je zuur?
    Voornamelijk aan de zijranden
  • Op welke plek proef je zout?
    Verspreid over de oppervlakte
  • Hoe heet het als de boven- en onderkaak goed op elkaar aansluiten?
    Occlusie
  • Hoe heet het als de boven- en onderkaak niet goed op elkaar aansluiten?
    Malocclusie
    Kan komen door een aangeboren afwijking of het later ontstaan verlies aan gebitselementen.
    Kan klachten veroorzaken als hoofdpijn en oorpijn.
  • Wat is luxatie?
    Uit de kom schieten van de kaak
  • In elke kaakhelft zijn dezelfde gebitselementen te onderscheiden, noem de gebitselementen van 1 kaakhelft:
    2 snijtanden = dentes incisivi
    1 hoektand = dens caninus
    2 valse kiezen = dentes premolares
    3 ware kiezen = dentes molares (de 3e ware kies kennen we als verstandkies en komt in de puberteit, later of helemaal niet door)

    Het gebit bevat dus intotaal 32 elementen, 16 boven en 16 onder.
  • Wat is er voordat het volwassen gebit er is?
    Het melkgebit. De gebitselementen hiervan zijn kleiner en in aantal minder.

    Vanaf de 6e of 7e maand verschijnen de 1e tanden, tegen het eind van de 2e levensjaar is het melkgebit vaak volledig doorgekomen.
    Vervanging voor het blijvende gebit begint meestal vanaf het 6e levensjaar. En tussen het 12e en 15e levensjaar is het gehele melkgebit vervangen.
  • Wat zijn de speekselklieren?
    Dit is een product van klieren met externe secretie.
  • Er zijn grote en kleine speekselklieren, de grotere speekselklieren hebben een eigen naam. Welke 3 zijn dit?
    - Glandula parotis:
    Dit is een oorspeekselklier, en ligt aan de buitenzijde van de onderkaak vlak voor het oor.
    - Glandula submandibularis:
    Dit is een onderkaakspeekselklier, en ligt aan de binnenkant van de onderkaak.   
    - Glandula sublingualis: 
    Dit is een ondertongspeekselklier, en ligt onder de tong.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar zorgt katabolisme voor?
Het omvat processen om energie vrij te maken. Vooral koolhydraten en vetten dienen als brandstoffen.
Waar zorgt anabolisme voor?
Het omvat processen die dienen voor de opbouw van het lichaam (groei en herstel). Hiervoor zijn met name eiwitten, mineralen en water belangrijk.
Wat gebeurt er als de inname (anabolisme) gelijk is als het verbruik (katabolisme)?
Dan blijven we op hetzelfde lichaamsgewicht
Wat gebeurt er als er meer katabolisme is dan anabolisme?
Dan vallen we af
Wat gebeurt er als er meer anabolisme is dan katabolisme?
Dan komen we aan in gewicht
Waar vind dissimilatie plaats?
In de cellen
Waar vind assimilatie plaats?
Deels in de darmwand en deels in de lever en de cellen.
Hierbij speelt het spijsverteringsproces een grote rol, omdat dit de voeding in onderdelen scheid, zodat deze via de darmwand in het bloed en de cellen opgenomen kunnen worden.
Wat is een ander woord voor dissimilatie?
Katabolisme
Waar staat dissimilatie voor?
Afbraak > warmte (energie) komt vrij
Wat is een ander woord voor assimilatie?
Anabolisme