Summary Gezonde voeding

-
289 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Gezonde voeding

  • 1 Inleiding

  • Wat zijn de leerdoelen bij de module gezonde voeding?
    • De student benoemt bronnen, structuur en eigenschappen van macronutriënten en brengt deze in verband met hun rol in het menselijke lichaam.
    • De student herkent bronnen van de voornaamste micronutriënten en legt hun functie in eigen woorden uit.
    • De student past de aanbevelingen voor macronutriënten toe op voedingsmiddelen en op een voedingspatroon.
    • De student berekent de nutriënten- en voedingsbehoefte voor een volwassen individu.
    • De student plaatst voedingsmiddelen in het recentste voedingsvoorlichtingsmodel en past dit toe op een voedingspatroon.
    •  De student vertaalt de aanbevelingen van nutriënten naar maaltijden en voedingsmiddelen en kan de voedingsclaims juist interpreteren.
    • De student hanteert een voedingstabel om maaltijden, dagmenu's en een voedingsdagboek te berekenen.
    • De student herkent een gezond en ongezond voedingspatroon in functie van bepaalde doelgroepen.
    • De student benoemt risicofactoren en het belang van voeding bij welvaartsziekten en ondervoeding.
    • De student benoemt de verschillende energieleverende processen die aan de basis liggen van obesitas en het afvallen.
    • De student analyseert alternatieve voedingsgewoonten, en hypes en trends binnen voeding in functie van een gezond voedingspatroon.
  • 1.1 Inleidingspresentatie gezonde voeding

  • De evaluatie :
    • Deel 1 (SEM1) Multiplechoice met cesuur (40%)
    • Deel 2 (SEM2) Multiplechoice met cesuur en casus (60%)
  • Programma NutriLink (nutrirekenen):
    Het kan worden gebruikt i.p.v. Nubel voedingsmiddelentabel om voedingsnutriënten van voedingsmiddelen te berekenen.
  • Wat is de missie van een bewegingsdeskundige?
    Het is de missie van een bewegingsdeskundige om (een voortrekker te zijn om) mensen in beweging te krijgen of te houden naar een actieve, gezonde levensstijl.
  • Wat is de visie van Sport en bewegen?
    Om zich als erkende bewegingsdeskundige zich in te zetten als trainer, coach, gezondheidsdeskundige die zich inzet vanuit inclusie, lef en verbinding binnen het domein van de preventieve gezondheidszorg en prestatiebevordering.
  • Wat zijn de waarden binnen Sport en bewegen?
    Inclusie
    Lef 
    Verbinding
  • Wat is gezonde voeding?
    Voeding die de verschillende voedingsstoffen of nutriënten in de juiste hoeveelheid aanbrengt.
  • De opbouw van ons lichaam is continue m.a.w. 'Je bent wat je eet' (Voorbeeld Bella de koe)
  • 1.2 Plaats van beweegcoach

  • Geef de 4 beroepsrollen van de bewegingsdeskundige die in cirkels verbonden zijn en voeg de 5 ondersteunende rollen erbij. Duid hierna aan met rood welke 2 rollen in dit opleidingsonderdeel (Gezonde voeding) specifiek aangesproken worden.
    • Gezondheidsdeskundige
    • Onderzoeker
  • Specifieke beroepsrollen en ondersteunende rollen binnen 'Gezonde Voeding'?
    Gezondheidsdeskundige en onderzoeker
  • Wat zijn de verantwoordelijkheden als beweegcoach rond gezonde voeding?
    De beweegcoach weet wat gezonde voeding is en kan dit vertalen naar een kwalitatief en kwantitatief voedingsadvies. Hij/ zij geeft deskundig, Evidenced Based voedingsadvies en herkent, screent ook mogelijke voedingsproblemen. Mogelijks doorverwijzen naar (sport)diëtist) en kan voedingshypes kritisch interpreteren.
  • Rol van gezondheidsdeskundige?
    De gezondheidsdeskundige zet zich in binnen de multidisciplinaire setting in de bewegings- en gezondheidswetenschappen in op de preventieve gezondheidssector door in te zetten op het bevorderen van de gezondheid op maat van de cliënt en diens omgeving. Hij/ zij draagt ook bij aan het gezondheidsbeleid en heeft een gedeelde verantwoordelijkheid.
  • De leerdoelen van module 'Gezonde Voeding' (12)
    1. De student benoemt bronnen, structuur en eigenschappen van macronutriënten en brengt deze in verband met het menselijk lichaam.
    2. De student herkent de bronnen van de voornaamste micronutriënten en kan de functies in eigen woorden uitleggen
    3. De student past de aanbevelingen voor macronutriënten op voedingsmiddelen en voedingspatroon toe
    4. De student berekent de nutriënt- en energiebehoefte voor een volwassen individu
    5. De student plaatst voedingsmiddelen in het recent voedingsvoorlichtingsmodel en past dit toe op een voedingspatroon
    6. De student vertaalt aanbevelingen voor nutriënten om naar voedingsmiddelen en maaltijden en kan voedingsclaims juist interpreteren. 
    7. De student hanteert een voedingstabel om maaltijden, dagmenu's en een voedingsdagboek te berekenen
    8. De student herkent een ongezond en gezond voedingspatroon in functie van bepaalde doelgroepen
    9. De student benoemt de risicofactoren en het belang van voeding bij welvaartsziekten en ondervoeding
    10. De student benoemt de verschillende energieleverende processen die aan de basis liggen van obesitas en het afvallen
    11. De student analyseert alternatieve voedingsgewoonte, hypes en trends en trends binnen voeding in functie van een gezond voedingspatroon. 
    12. De student past de algemene kennis en aanbevelingen toe met betrekking tot de gezonde voeding op de bewegende en sportende mens.
  • 1.3 Waarom we eten_vertering

  • Wat is gezond?
    Gezond kan veel variëren en kan van persoon tot persoon zeer veel verschillen. Wanneer een klant naar je toekomt met de vraag om gezonder te eten kan dit veel betekenissen hebben. Daarom is het belangrijk om te weten wat de huidige situatie en wat het doel is van deze persoon (coaching).
  • Wat is een gezonde voeding?
    Een gezonde voeding is wanneer een voeding in balans is met de verhoudingen (kwaliteit en kwantiteit van voedingsmiddelen/ voedingsnutriënten) die ons lichaam nodig heeft om zich in stand te houden (energie, onderhoud, bouw en weerstand van ons lichaam)
  • Wat zijn de cijfers voor een normale BMI?
    Van 18,5 tot <25
  • Vanaf welk BMI cijfer valt men onder de categorie 'overgewicht'?
    Vanaf 25
  • Vanaf welk BMI cijfer valt men onder de categorie 'Obees'?
    Vanaf 30
  • Wat zijn de algemene aanbevelingen voor de hoeveelheid groente in gram per dag?
    De algemene aanbeveling voor groente is 300g/ dag
  • Wat zijn de algemene aanbevelingen voor de hoeveelheid fruit per dag?
    De algemene aanbeveling voor fruit is 2 à 3 stuks/ dag
  • Tip: Visueel stimuleren -> werk met foto's rond groente. Zo krijg je beter inzicht in de hoeveelheid gram van groente per portie/ hoeveelheid.
  • Waarom eten we? (3 functies)
    1. Omdat we energie halen/ nodig hebben uit voedingsstoffen
    2. Om het materiaal waaruit ons lichaam bestaat te kunnen onderhouden en op te bouwen
    3. Om weerstand te ontwikkelen
  • Wat zijn de functies van voedingsstoffen en/of -nutriënten? (5)
    1. Nodig om energie uit te halen
    2. Nodig voor groei en herstel van weefsels 
    3. Nodig voor warmteregulatie (thermoregulatie)
    4. Om weerstand te ontwikkelen
    5. Nodig voor het in stand houden van lichaamsfuncties
  • Uit welke verschillende voedingsstoffen/ nutriënten bestaat een voedingsmiddel?
    Een voedingsmiddel bestaat uit macronutriënten (deze komen in grote hoeveelheden voor) en micronutriënten (deze komen in kleine hoeveelheden voor)
  • Macronutriënten worden uitgedrukt in gram en micronutriënten worden in het algemeen uitgedrukt in milli-/microgram.
  • EXAMENVRAAG: Welke nutriënt zit het meest in dit product/ voedingsmiddel? Wat moet je weten als je op de verpakking kijkt?
    Weten wat het verschil is tussen ingrediënten en voedingsstoffen. Namelijk...ingrediënten zeggen iets over de voedingsmiddelen die in een product zitten en voedingsstoffen beschrijven de macro- en micronutriënten die in het gehele product/ voedingsmiddel zitten.
  • -> Nutriënten zijn de voedingswaarde
    Ingrediënten zijn de bestandsdelen/voedingsmiddelen

    Welk nutriënt zit er het meest in? (examenvraag) Belangrijk om te zeggen over de voedingswaarde (koolhydraten, eiwitten, vetten etc.) NIET het ingrediënt zeggen
  • Ingrediënten -> de bestanddelen/ voedingsmiddelen van een product
    Voedingswaarde -> de voedingswaarde van het product/voedingsmiddel
  • Wat zijn essentiële voedingsmiddelen?
    Essentiële voedingsmiddelen zijn de voedingsstoffen die in voedingsmiddelen zitten en die ons lichaam niet kan aanmaken maar die wel noodzakelijk zijn voor ons lichaam.
  • Wat is een belangrijk aandachtpunt voor de aanbreng van essentiële voedingsstoffen?
    De aanbreng van (essentiële voedingsstoffen) van deze voedingsmiddelen verdeelt men best over de dag en volgens een vast en regelmatig eetpatroon.
  • Welk systeem heeft het menselijk lichaam om voedingsstoffen op te slaan?
    Het menselijk maakt gebruik van een systeem dat bepaalde voedingsstoffen op verschillende plaatsen in het lichaam opslaagd.
  • Op welke plaats kan het lichaam deze een bepaalde voedingsstof opslaan in het lichaam (reserves)? Som op (4)
    1. De voedingsstof vet wordt opgeslagen onder de huid en rondom de organen
    2. De voedingsstof koolhydraat wordt opgeslagen onder de vorm glycogeen in de spieren en de lever 
    3. Sommige vitamines worden opgeslagen in de lever
    4. Het mineraal calcium wordt opgeslagen in de botten
  • Wat gebeurt er bij een gebrek aan voedingsstoffen in het (menselijk) lichaam?
    Bij een gebrek aan voedingsstoffen spreekt het lichaam de reserves aan.
  • Wat zijn de voornaamste voedingsproblemen bij ons? (3)
    1. Ondervoeding
    2. Wanvoeding
    3. Overvoeding
  • Wat is het gevolg bij een (blijvend) te hoge kilocalorie-inname?
    Men verdikt (bij blijven te hoge inname - obesitas)
  • Wat is het gevolg bij een blijvend teveel aan voedingsstoffen?
    Een blijvend teveel aan voedingsstoffen kan zorgen voor welvaartsziekten
  • Geef voorbeelden van welvaartziekten (2)
    1. Hart- en vaatziekten
    2. Diabetes
  • Wat is het gevolg van een te lage kilocalorie-inname?
    Het gevolg hiervan is dat men vermagert
  • Wat is het gevolg van te weinig voedingsstoffen in te nemen?
    Het gevolg hiervan kan zorgen voor defficiëntieziektes.
  • Geef een opsomming van alle macronutriënten.
    • Koolhydraten
    • Vetten
    • Eiwitten
    • Voedingsvezels
    • Vocht
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is het 3-Echelon model?
Het 3-Echelon model geeft adhv een piramide  weer hoe je de voeding van sporters kunt opdelen dmv van het aantal uren. Deze wordt verdeeld in 3 categorieën:

  • Recreatieve sporters zijn sporters die aan basistraining doen waarbij iemand 1-2 keer sport per week met een omvang van 1 à 2 u. D.w.z. Dat de persoon in kwestie 1u tot 4u per week sport. Voor deze sporter volstaat een gezonde voeding met een koolhydraatrijke voeding. Gezonde voeding komt neer op zo'n 50-55 EN% KH.
  • Wedstrijdsporters zijn sporters die aan sportspecifieke training doen en  3-7 keer per week sport waarvan de trainingen 1 à 2 uur duren. Dit komt neer op zo'n 3u tot 14u sport per week. Bij deze soort sporter wordt ingezet op de hoeveelheid koolhydraten, eiwitten en vocht. Dit wordt met name gecombineerd met de timing en planning. 
  • Topsporters zijn die gespecialiseerde sporttrainingen doen en dagelijks 3 tot 6 u sport in een bepaalde sportdiscipline. D.w.z. dat de sporter in kwestie minimum 21u sport per week. Bij deze sporter wordt de voeding geperiodiseerd in functie van de trainingscylci van de sport. Zo wordt de voeding in een herstelweek anders afgesteld tov een zware inspanningsweek. Het is ook pas in deze fase dat je supplementen gaat overwegen.   
Wat zijn de basisprincipes van sportvoeding? (2)
  1. Prestatie verbeteren
  2. Herstel bevorderen
    • spierschade 
    • glycogeenbouw
Wanneer heeft men nood aan sport specifieke voeding?
Hiervoor gebruikt men het 3-Echelon model dat men opdeelt in 3 categorieën namelijk;
  • recreatieve sporter -> dit is de basistraining waarbij iemand 1 à 2 keer per week sport waarbij de ze 1 à 2 u sporten per dag (1 tot 4u sporten/ week). Hierbij volstaat een gezonde voeding met een koolhydraatrijke voeding. Gezonde voeding komt neer op 50 tot 55 EN% KH (raadpleging beweegcoach)
  • wedstrijdsporter -> dit is sport specifieke training waarbij iemand 3 tot 7 keer per week traint waarvan 1 a 2 uur per dag (3-14u/week). Hierbij wordt er ingezet op sportspecifieke voeding met vnl aandacht voor de hoeveelheid koolhydraten, eiwitten en vocht. Dit gecombineerd met timing en planning. (raadpleging sportdiëtist)
  • topsporter -> dit is sport specifieke training waarbij iemand die dagelijks 3u tot 6u traint in bepaalde sportdisciplines (duur- en/of krachttraining). De voeding wordt hier samen geperiodiseerd in functie van de trainingscylci in de sport. Zo wordt de voeding bijvoorbeeld afgesteld op een herstelweek  versus een zware inspanningsweek vraagt andere methode én niet te vergeten ook samen van de specifieke noden en doelen van de atleet en zijn reacties op de sport specifieke voeding. Het is ook pas in deze fase dat je supplementen ook pas gaat overwegen.
https://www.cardioshop.be/contents/en-uk/d539.html
X
Wat is de referentie voor een normaal vetpercentage bij vrouwen?
Een normaal vetpercentage bij vrouwen ligt tussen de 21%-33%
Wat is de referentie voor een normaal vetpercentage bij mannen?
Een normaal vetpercentage bij mannen ligt tussen 8%-20%
Wanneer wordt diagnose ondervoeding gesteld bij ouderen?
De diagnose ondervoeding wordt gesteld als er sprake is van ten minste één fenotypisch (kenmerk) criterium EN ten minste één oorzakelijk criterium.
Geef de oorzakelijke criteria van ondervoeding (algemeen)
  • Tekort aan voeding(sstoffen)
  • Ziektelast/ inflammatie
Geef de kenmerkende criteria van ondervoeding (algemeen)
  • Onbedoeld gewichtsverlies
  • Lage BMI
  • Verminderde spiermassa
De 6 pijlers die de voedingsaanpassingen voor hart-en vaatziekten steunt
  1. Zorgen voor het juiste lichaamsgewicht
  2. 3 pijlers vetinname
  3. Verhogen van complexe koolhydraten en vezels
  4. Beperken van zout
  5. Voldoende lichaamsbeweging
  6. Alcohol beperken