Summary Gezondheidsbevordering En Preventie Door Paramedici

-
ISBN-10 9035233492 ISBN-13 9789035233492
279 Flashcards & Notes
14 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Gezondheidsbevordering En Preventie Door Paramedici". The author(s) of the book is/are Barbara Sassen. The ISBN of the book is 9789035233492 or 9035233492. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Gezondheidsbevordering En Preventie Door Paramedici

  • 1 Wat is een goede kijk op gezondheid?

  • Noem 6 benaderingen van gezondheid.
    1. Medische benadering: gezond zijn is de afwezigheid van ziekte of lichaamsgebrek.
      Een ziekte heeft volgens deze benadering slechts één oorzaak, een infectie. Is er een oorzaak aanwijsbaar dan is de cliënt ziek, is de oorzaak niet aanwijsbaar dan is de cliënt gezond. Tegenwoordig biedt deze benadering te weinig houvast:
      a. Veel ziekten zijn geen infectieziekten (kanker, cva).
      b. Veel ziekten worden beïnvloed door meerdere factoren.
      c. Veel ziekten ontstaan sluipend, er is geen duidelijke overgang meer tussen gezond en ziek.
    2. Biologische benadering: gezond zijn is het vermogen je aan te passen aan de interne omstandigheden van het lichaam en aan externe omstandigheden. Deze homeostase is universeel en is nodig om de soort in stand te houden (lichaamstemperatuur en zuurgraad van het bloed).
    3. Psychologische benadering: gezond zijn is je geestelijk optimaal voelen. Ook als je ziek bent, kun je je gezond voelen. Dit is een individuele benadering, is voor iedereen anders. 
    4. Sociale benadering: gezond zijn is je sociale rollen vervullen, maatschappelijk functioneren. Het individu met zijn eigen behoeften en verlangens is hieraan ondergeschikt. Een individu is ziek als hij niet in staat is zich aan te passen en te gedragen naar de waarden en normen die horen bij zijn cultuur. Het gaat hier om zaken als je rol binnen het gezin en op het werk.
    5. Humane benadering: gezond zijn is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden en niet alleen de afwezigheid van ziekte of lichamelijk gebrek. Gaat uit van biologische, psychologische en sociale benadering van gezondheid.
    6. Het gezonde bestaan: gezondheid is het zich welbevinden van de mens in zijn wereld. Gaat om het evenwicht tussen de mens en zijn omgevingsfactoren. Gaat om zowel objectief waarneembare aspecten als subjectieve aspecten zoals beleving.
  • De benaderingen van gezondheid in een schema (uit de E-module):
    Schema met kenmerken, positieve aspecten en beperkingen van de verschillende benaderingen van gezondheid:
  • Hoe heeft zich binnen de WHO de definitie van gezondheid ontwikkeld?
    1988: dynamische toestand van volledig lichamelijk en sociaal welbevinden en niet louter afwezigheid van ziekte of lichamelijk gebrek.

    1998: dynamische toestand van compleet fysiek, mentaal, spiritueel en sociaal welbevinden en niet slechts afwezigheid van ziekte of zwakte.

    2003: een doel op zich en een sleutelfactor voor het bereiken van andere levensdoelen.
  • 2 Gezondheidsdeterminanten: welke factoren bepalen je gezondheid?

  • Wat is het Health Field Concept?
    Een model om gezondheid te analyseren.
    Gezondheid en het bevorderen van gezondheid staan centraal, niet de ziekte of het terugdringen van de ziekte.

    Gezondheid van mensen en hun gezondheidsproblemen worden beïnvloed door een veelheid aan factoren, ook wel gezondheidsdeterminanten genoemd.   

    Het model is geschikt om een gezondheidsprobleem in zijn geheel, als totaliteit te bezien. Het model leent zich niet voor individuele gezondheid of een individueel gezondheidsprobleem.
  • Wat is het VTV-model?
    Model gebaseerd op het Health Field Concept. De Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV) geeft inzicht in de belangrijkste toekomstige maatschappelijke opgaven op het gebied van ziekte en gezondheid, gezondheidsdeterminanten, preventie en gezondheidszorg in Nederland.

    Het rapport geeft een overzicht van ziekte en gezondheid in Nederland, gezondheidsbeïnvloedende factoren, de gezondheidszorg en het beleid.

    Het VTV geeft antwoorden op vragen als:
    • Hoe staat het met de levensverwachting in Nederland?
    • Welke ziekten komen veel voor?
    • Welke ziekten zullen in de toekomst veel voorkomen?
    • Hoe gezond leven Nederlanders?
    • Welke kansen zijn er om de volksgezondheid te verbeteren?
    • Hoe ontwikkelen de zorgkosten zich?
    • Hoe verhoudt de Nederlandse volksgezondheid zich tot die van andere EU-landen?

    De inzichten vormen een basis voor de landelijke nota volksgezondheid van het ministerie van VWS. Het is ook belangrijk voor lokale overheden, GGD, zorginstellingen, zorgverleners, zorverzekeraars en patiëntenorganisatie.
       
  • Welke gezondheidsdeterminanten bestaan er?
    1. Endogene determinanten / inwendig milieu:
      - Erfelijke eigenschappen: geslacht, lichaamsbouw, afwijking in de genen, chromosomale afwijkingen, aanleg.
      - Verworven eigenschappen: bloeddruk, immuunsysteem, cholesterolgehalte, gewicht, persoonskenmerken, psychische gezondheid, veroudering.
    2. Exogene determinanten / extern milieu: 
      - Leefstijl en gedrag: allerlei gedragingen die een positieve of negatieve invloed hebben op gezondheid en/of gezondheidsproblemen zoals voeding, alcohol, beweging, roken, cosmeticagebruik, sexueel gedrag, anticonceptie.
      - Fysieke omgeving: geluid, straling, bodem, water, lucht(verontreiniging), klimaat, woning, ons omringende organismen.
      - Maatschappelijke omgeving: de plaats van mensen binnen de maatschappij, gezin, relaties, school/werksituatie, etniciteit, sociale omgeving, sociaal-economische status (SES).
      - Medische zorg en preventie: hoeveelheid, kwaliteit, organisatie en relaties van mensen die in de zorg voor gezondheid voorzien (curatief en preventief).
  • Noem voorbeelden van erfelijke eigenschappen.
    1. Afwijkingen in de genen: komen voor bij 1 tot 2% van de bevolking.
      - CF / taaislijmziekte
      - Hemofilie / bloedziekte
      - Ziekte van Duchenne / spierziekte
    2. Chromosomale afwijkingen: komen voor bij 0,5% van de bevolking.
      - Downsyndroom
      - Syndroom van Turner / geslachtsafwijking bij vrouwen.
    3. Multifactoriële aandoeningen: meer dan alleen erfelijke factoren spelen een rol. Zo beïnvloeden 4 zaken de kans op een verstandelijke handicap:
      - Biomedische factoren zoals genetische stoornissen en voeding.
      - Sociale factoren zoals stimulering door ouders.
      - Leefstijlfactoren van de moeder zoals ongelukken en drugsgebruik.
      - Onderwijs zoals het stimuleren van aanpassings- en intellectuele vaardigheden.
    4. Aanleg: 
      - Manische depressie
      - Allergie en astma
      - Ouderdomsdiabetes
      - Epilepsie
      - Reuma
  • Noem voorbeelden van verworven eigenschappen.
    1. Hoge bloeddruk
      Gezonheidseffecten die samenhangen met hoge bloeddruk zijn chronische aandoeningen zoals coronaire hartziekte en beroerte, hartfalen en dementie.
      Factoren die hoge bloeddruk in negatieve zin beïnvloeden zijn overgewicht, lichamelijke inactiviteit en te lage consumptie van groente en fruit, alcoholgebruik, roken, consumptie van zout en vet.
      Lichaamsgewicht en leefstijlfactoren zijn sterk van invloed op hoge bloeddruk.
    2. Immuunsysteem
      Gezondheidsproblemen die kunnen voortkomen uit een verstoord immuunsysteem zijn allergieën, auto-immuunziekten, leverkanker en infectieziekten.
      Immuniteit wordt verworven door het doormaken van bijvoorbeeld een infectie of door vaccinatie en kan worden doorgegeven via borstvoeding.
      Een niet optimaal werkend immuunsysteem kan verband houden met leeftijd, genetische factoren, stress en met invloeden uit de fysieke omgeving. Het kan dus zowel een verworven als een erfelijke factor zijn.
    3. Cholesterolgehalte
      Bij een te hoog cholesterolgehalte in het bloed onstaan er eerder coronaire hartziekten.
      Leefstijlfactoren als (verzadigd vet in de) voeding, overgewicht en roken spelen een negatieve rol.
      Lichamelijke activiteit en matig gebruik van afcohol spelen een positieve rol.
      Leefstijladviezen zijn hier van het grootste belang.
    4. Glucosetolerantie
      Mensen met een verminderde glucosetolerantie hebben een grotere kans om diabetes mellitus te krijgen. 
      Diabetes mellitus geeft een hoger risico op coronaire hartziekte en op beroerte.
      Factoren die een negatieve invloed hebben zijn overgewicht, buikvet, lichamelijke inactiviteit en voeding (teveel verzadigd vet en te weinig vezels).
    5. Lichaamsgewicht
      Overgewicht hangt samen met een verlaagde kwaliteit van leven en een sterk verhoogde kan op ziekte en overlijden, chronische gezondheidsproblemen als hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, kanker, artrose, ademhalingsmoeilijkheden en psychische klachten.
      Obesitas heeft een grotere invloed dan roken en alcoholgebruik.
      Mensen met obesitas hebben een kortere levensverwachting maar ook een lagere ongezonde levensverwachting.
    6. Persoonskenmerken en psychische gezondheid
      Persoonskenmerken kunnen iemand in staat stellen exogene factoren (stress) en endogene factoren (gezondheidsproblemen) de baas te worden, te reduceren of te tolereren (coping).
      De lichamelijke toestand kan ook de psychische gezondheid aantasten (ziekte van Parkinson).
    7. Veroudering
      Lichamelijke, psychische en sociale componenten van het verouderingsproces beïnvloeden de gezondheid van de ouder wordende mens en de kwaliteit van leven.
      - Intercurrente ziekten: ziekten die niet door veroudering ontstaan maar die op oudere leeftijd wel ernstiger consequenties hebben (fatale longonsteking, letsel na vallen)
      - Verouderingsafhankelijke ziekten: ziekten waarvan de prevalentie met het ouder worden stijgt (ziekte van Alzheimer, osteoporose, diabetes type II).
      - Verouderingsgerelateerde ziekten: ziekten die al eerder zijn ontstaan maar pas op latere leeftijd zichtbaar worden zoals kanker en arteriosclerose / slagaderverharding.
      - Chronische ziekten: ziekten die op jongere leeftijd zijn ontstaan en voortduren zoals astma, COPD en psychische stoornissen.
  • Leefstijl & Gedrag: noem aandachtspunten bij Lichamelijke (in)activiteit.
    Bewegen heeft een gezondheidsbevorderend effect op:
    • bloeddruk
    • lichaamsgewicht
    • vetpercentage
    • botdichtheid
    • triglyceridengehalte
    • de verhouding tussen HDL- en LDL-cholesterol
    • glucosetolerantie
    • insulinegevoeligheid

    Gezondheidsproblemen die verband houden met inactiviteit zijn:
    • coronaire hartziekten
    • diabetes type II
    • osteoporose
    • mogelijk dikkedarmkanker, astma, COPD, beroerte, depressiviteit, borstkanker en chronische gewrichtsreuma.


    Factoren die samenhangen met inactiviteit zijn:
    • geringe kennis over de risico's van onvoldoende lichamelijke inactiviteit
    • negatieve houding ten opzichte van bewegen
    • geringe eigen effectiviteit
    • leeftijd (jongeren en ouderen)
    • geslacht (vaker vrouwen)
    • lage sociaal-economische status
    • allochtone afkomst
    • omgeving, sociale veiligheid en verkeersveiligheid
    • ongunstige sociale omgeving, ongunstig voorbeeldgedrag
    • ongunstige fysieke omgeving, ontbreken van speelplaatsen, sport- en groenvoorzieningen
  • Leefstijl & Gedrag: noem aandachtspunten bij Voedingsgewoonten.
    Er is een primair verband aangetoond van voedingsgewoonten op:
    • cariës
    • overgewicht
    • obstipatie
    • jodiumtekort
    • ondergewicht
    • alcoholische levercirrose
    Zeer waarschijnlijk is er ook een verband met:
    • hypertensie
    • maag- en slokdarmkanker
    • bepaalde hart- en vaataandoeningen
    • ijzergebrek 


    Door de toename van het slikken van foliumzuur door zwangere vrouwen worden er minder kinderen geboren met cardiovasculaire afwijkingen. 

    Er kan ook een secundair verband zijn tussen voeding en gezondheidsproblemen. Naast voeding zijn er dan ook andere determinanten in het spel. Een voorbeeld is darmkanker. Dit hangt samen met leefstijl en met voeding. Ernstig overgewicht en lichamelijk inactiviteit samen met een te lage consumptie van groenten en fruit vormen een risicofactor.

    Voedingsaspecten van belangrijke gezondheidsproblemen:
    1. Coronaire hartziekten: een te hoge inname van energie, roken en hoge bloeddruk.
    2. Hoge bloeddruk: een te hoge energie-inname, gebruik van alcohol en zout.
    3. Kanker: bijdrage van voeding aan kanker wordt geschat op 35%. Een hoog vetgebruik bij colonkanker, alchol bij slokdarmkanker, nitraat met maagkanker.
    4. Diabetes type II: een te hoge inname van energie en verzadigd vet en een te lage inname van onverzadigd vet en vezels. Daarnaast ook overgewicht, toename buikomvang en lichamelijke inactiviteit.
    5. Osteoporose: lage opname van calcium en vitamine D. Gezonde voeding draagt bij aan preventie van osteoporose.
  • Leefstijl & Gedrag: noem aandachtspunten bij Alcohol en drugs.
    3 soorten verslavingen:
    1. Farmacologische verslaving: verandering in de stofwisseling die grotere behoefte tot gevolg heeft.
    2. Psychische verslaving: een leereffect en gevoelens van schaamte en schuld leiden tot continuering van het gebruik en vergroting van de behoefte.
    3. Sociale verslaving: gebruik leidt tot conflicten, afwijzing, isolement en stigmatisering, die een versterking van de gewoonte in de hand werken. 


    Alcoholgebruik kan leiden tot:
    • chronische ziekten als levercirrose, hart- en vaatziekten en kanker.
    • geestelijke en sociale problemen.
    • depressie en angststoornissen.
    • beïnvloedt de vruchtbaarheid.
    • Hoge bloeddruk.
    • verstoren immuunsysteem (verhoogde kans op TBC, virale infecties en kanker).


    Matig alcoholgebruik heeft juist weer een positieve invloed op hart en bloedvaten.

    Factoren die de kans op verslaving aan alcohol of drugs vergroten zijn:
    • erfelijkheid
    • aanleg
    • persoonlijkheid
    • de verwachting van de effecten van het middel
    • stress
    • vroege levensgebeurtenissen
    • gezinsproblemen
    • sociaal-economische achterstand
  • Leefstijl & Gedrag: noem aandachtspunten bij Roken.
    Roken zorgt voor veel mortaliteit en morbiditeit.
    Roken is de belangrijkste exogene determinant voor COPD.
    Rookgedrag en alcoholmisbruik hangen met elkaar samen.
    Roken tijdens de zwangerschap leidt tot een lager geboortegewicht en een grotere kans op zuigelingensterfte en wiegendood.
    Kinderen van ouders die roken hebben eerder luchtweginfecties en -klachten.
    Van alle gevallen van longkanker kan 85% worden toegeschreven aan rookgedrag.
    Een licht verhoogd risico op longkanker hebben niet-rokers die veel in rokerige ruimten zijn, de passieve rokers.
    De kans op het krijgen van longkanker neemt toe met het aantal sigaretten. Ook het aantal jaren dat iemand rookt en de leeftijd waarop is begonnen zijn bepalend voor het risico.
    Of iemand begint met roken is vooral afhankelijk van omgevingsfactoren, het aantal sigaretten dat iemand rookt wordt vooral bepaald door genetische factoren. Omgevingsinvloeden kunnen wel de genetische aanleg stimuleren.
    Gezondheidsbevordering is gericht op stoppen met roken, niet beginnen met roken en het voorkomen van passief roken.
  • Leefstijl & Gedrag: noem aandachtspunten bij Mondhygiëne.
    Tegenwoordig zijn er 2 uitersten: kinderen zijn cariësvrij of ze hebben een slecht gebit.
    Kinderen met laagopgeleide ouders en ouders van buitenlandse afkomst zijn risicogroepen.
  • Leefstijl & Gedrag: noem aandachtspunten van Seksueel gedrag.
    Seksueel gedrag staat in verband met gezondheidsproblemen zoals SOA's, ongewenste zwangerschap en seksueel misbruik, maar ook urineweginfecties en HPV (speelt rol bij ontstaan van baarmoederhalskanker).
  • Fysieke omgeving: noem 3 factoren die de gezondheid beïnvloeden en gezondheidsproblemen kunnen doen laten ontstaan.
    1. Fysische factoren: natuurkundige factoren zoals straling, trillingen, geluid en deeltjes (asbest)
    2. Chemische factoren: scheikundige factoren zoals voedingsadditieven, geneesmiddelen, bestrijdingsmiddelen, alcohol en zware metalen.
    3. Biotische factoren: levende organismen op of in het lichaam van de mens en in zijn directe omgeving (virussen, bacteriën, wormen, gisten en schimmels, mijten, luizen, kakkerlakken), producten of resten van die organismen (pollen, allergenen, uitwerpselen) en schadelijke chemische stoffen van biologische oorsprong zoals gifstoffen in sommige planten.
  • Waarom is het effect van specifieke stoffen uit het milieu op de gezondheid moeilijk in kaart te brengen?
    De blootstelling vindt plaats langs verschillende routes en de gevoeiligheid per persoon verschilt.
    Veel factoren geven pas op de langere termijn klachten (blootstelling aan asbest, UV-straling voor de huid).

    Endogene factoren bepalen daarnaast of een exogene factor daadwerkelijk tot een inwerking op het menselijk lichaam kan leiden. Luchtverontreiniging leidt eerder tot luchtwegklachten bij verminderde longfunctie. Een voedselvergiftiging leidt eerder tot klachten bij mensen met een minder goede weerstand, zoals ouderen.
  • Maatschappelijke omgeving: noem aandachtspunten van Arbeidsomgeving.
    Arbeid is tegenwoordig vooral psychisch en niet meer zozeer fysiek belastend.
    De psychische belasting komt voor uit relaties met leidinggevenden en collega's, maar ook taakcomplexiteit en planning.

    De werkdruk in NL neemt nog steeds verder toe. Ontwikkelingen die bepalend zijn voor de werkdruk:   
    • technologie
    • verkorting van de gemiddelde werkweek
    • toename van het aantal deeltijdbanen
    • kostenbesparingen (met als gevolg personele onderbezetting)

    De  relatie tussen arbeid en gezondheid heeft positieve en negatieve kanten:
    • Positief: meer aandacht aan voorkomen / beperken gevaren op de werkplek.
    • Negatief: fysieke belasting, vuil en/of eentonig werk, langdurige statische belasting (beeldschermwerk) en psychosociale factoren als hoge tijdsdruk, belastend werktempo en gevolgen van reorganisaties. 
  • Maatschappelijke omgeving: noem aandachtspunten van Schoolomgeving.
    Scholen kunnen een rol spelen in de bevordering van gezond gedrag, met name op het gebied van voeding en beweging.
  • Maatschappelijke omgeving: noem aandachtspunten van Sociaal-economische status (SES).
    SES heeft een duidelijk verband met (on)gezondheid.
    Mensen met een lager opleidings-, beroeps- of inkomensniveau heben een minder gunstige gezondheidstoestand --> sociaal-economische gezondheidsverschillen.
  • Noem 3 kerntaken van de determinant Medische zorg en preventie.
    1. Voorkomen van gezondheidsproblemen.
    2. Beperken van gezondheidsproblemen.
    3. Streven naar herstel.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Geef een indeling van SES.
Hoge, midden en lage groep.
Noem voorbeelden van Multimorbiditeit.
Astma en eczeem, depressies en angststoornissen, diabetes en coronaire hartziekten.
Noem de vier groepen chronische ziekte.
- chronische, levensbedreigende ziekten, zoals kanker en beroertes;
- chronische aandoeningen met periodiek terugkerende klachten zoals astma en epilepsie;
- chronische aandoeningen die progressief verslechteren en invaliderend zijn, zoals reumatoïde artritis en chronische hartfalen;
- chronische psychiatrische aandoeningen.
Wat wordt er bedoeld met "morbiditeit"?
Morbiditeit staat voor ziekte in een populatie. Het is een gezondheidsindicator die ziekte inzichtelijk maakt. Morbiditeit kan je onderscheiden in:
- incidentie: het aantal nieuwe gevallen van een ziekte in een bepaald jaar, jaarincidentie;
-    prevalentie: het totale aantal personen of bestaande ziektegevallen op een bepaald moment of in een bepaald tijdvak, puntprevalentie.
Omschrijf "verloren levensjaren".
Het is een gezondheidsindicator. Het aantal jaren dat iemand die overlijdt aan een aandoening geleefd zou hebben op basis van de resterende levensverwachting.
Wat is GHQ?
General Health Questionnaire. Het geeft een indicatie van het onvermogen om geestelijk goed te functioneren en biedt zicht op de opgetreden psychische verschijnselen.
Interpreteer "de ervaren gezondheid".
Het is een gezondheidsindicator die de kwaliteit van leven in brede zin weergeeft. De beleving van gezondheid staat centraal.
Noem verschillende meetinstrumenten.
- ADL: algemene dagelijkse levensverrichtingen. ADL maten hebben tot doel de mate waarin functiestoornissen het dagelijks leven belemmeren, aan te geven.
- SIP: sickness impact profile. Het heeft als doel de gezondheidstoestand inzichtelijk te maken.
- McGill Pain Quastionaire: die beoogt de beleving en gevolgen van pijn zoals gevolgen voor gezondheidsgedrag en relaties met anderen inzichtelijk te maken.
Wat staat DALY voor?
Disability Adjusted Life Year. Het is een maat voor de ziektelast in een populatie. De DALY is opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (b.v. Een ziekte), gewogen naar de ernst van de ziekte. Een DALY staat voor een verloren levensjaar, een jaar van gezond leven.
Wat staat QALY voor?
Quality Adjusted Life Year. Hiertoe wordt het aantal jaren levensverwachting vermenigvuldigd met de kwaliteit van leven gedurende de levensverlenging. Wat resulteert in 0 -> minst optimale kwaliteit van levensverlenging en 1 -> optimale kwaliteit van levensverlenging.