Summary gezondheidsgedrag:interactie tussen individu en omgeving

-
248 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - gezondheidsgedrag:interactie tussen individu en omgeving

  • 1 Omgevingsinvloed

  • Wat is de definitie van gezondheid volgens de WHO?
    Gezondheid = complete staat van lichamelijk, psychisch en sociale gezondheid en niet langer afwezigheid van ziekte.
  • Waarom is hier kritiek op?
    - niet reëel om op 3 gebieden in zijn geheel goed te functioneren
    - gezondheid geen statisch begrip
  • Vanuit de positieve psychologie is er definitie gemaakt die mogelijk meer past, welke is dit?
    Gezondheid = vermogen om je aan te passen aan of zelf regie - lichamelijke, psychische en sociale uitdagingen leven.
  • Welke verschuiving zie je in de onderzoeken die gedaan worden over gezondheidsbevorderend gedrag? En noem een voorbeeld van een campagne?
    Van individuele factoren naar omgevingsfactoren. 
    van: alcohol - lief, naar BOB
  • Welke domeinen worden eigenlijk in alle theorie over gezondheidsbevordering meegenomen?
    interacties tussen psychologische (gedachtes, overtuigingen), biologische (virus, aanleg), gedragsmatige (gewoontes) en sociale (cultuur) - processen.
  • Waarom is het denken in gezondheid eigenlijk veranderd?
    Lalonde's health field concept > draai medische wetenschap > niet langer: afwezigheid van ziekte. Maar: gezondheid is complexe rangschikking van diverse factoren. Sommige te beïnvloeden, sommige niet of beperkt.
  • Wat houdt de regenboog-model van gezondheid in? Van Dahlgren & Whitehead.
    - maakt zichtbaar welke 'lagen' van invloed de omgeving op gezondheid heeft. Lagen zijn verweven en interacteren. 
    - individu > leefstijl, genetische factoren - man/vrouw, leeftijd.
    - sociale omgeving > familie, vrienden, collega's.
    - leef- en werkomstandigheden
    - algemene sociaal-economische, culturele en omgevingsfactoren.
  • Welke vraag moeten onderzoekers zich stellen die zich richten op de impact van omgevingsfactoren op de gezondheid?
    Waarom?  Zo ontdek je ongelijkheid in zorg > welke omgevingsfactoren belangrijk.
  • Leg het gezondheidsveld-concept van Lalonde (1974) uit.
    - 4 factoren beïnvloeden gezondheid.
    - verband tussen: leefstijl, aanleg (biologisch), hoe gezondheidszorg georganiseerd, omgeving persoon.
  • Theorieën over gezondheidsgedrag (GHG) en omgevingsfactoren maken onderscheid van mate van invloed door macro, meso, micro te onderscheiden. Dit is bijna niet te doen, omdat er sprake is van onderlinge interactie. 
    Voorbeeld: aanleg voor depressie (micro) zou een depressie kunnen worden als je in een achterstandsbuurt woont met weinig sociale contacten (meso)
  • Ecologisch model: ANGELO, wat is dit voor model?
    Analysis Grid for Environments Linked to Obesity werkt met micro en macro, maar definieert deze.
    Raamwerk voor inzichtelijk maken obesogene omgevingsfactoren.
  • Waarom is gezondheidspsychologie zo groot geworden?
    Tot begin jaren 20 > infectieziektes als TBC > doodsoorzaak nr 1 > betere hygiene en betere gezondheidszorg > chronic noncommunicable ziektes  (NCCD's) nr 1.
    Deze voorkomen? --> gezondere leefstijl aanmeten.
  • Wat zijn positive deviants?
    mensen in kwetsbare sociale settings, in een risicovolle omgevingscontext, die tegen elke verwachting in beter doen dan andere mensen met zelfde achtergrond en middelen, doordat zij op een positieve manier afwijken van gemiddelde.
    Gedrag is ‘positive’ omdat ze handelingen verrichten die gunstig/gezond uitpakken. Zij zijn ‘deviant’ omdat ze gedrag vertonen afwijkend van norm. Deze ‘positive deviants’ vinden, in vergelijking met anderen die in soortgelijke situaties verkeren en over zelfde middelen beschikken, eerder en betere oplossingen voor problemen
  • Welke kritiek heeft het cursusteam (auteurs van de samengestelde paper) op de theorieën van omgevingsdeterminanten van gezondheidsgedrag?
    Maken onderscheid tussen niveaus van invloed, terwijl deze interactief zijn of overlappen. Dat de ene mens kwetsbaar is in omgeving zegt niets over hoe iemand anders in zelfde omgeving is.
    Macro- veranderingen kan invloed hebben op micro-omgeving
  • Omvat een gezonde leefomgeving meer dan alleen een omgeving die als fysiek gezond te bestempelen is? Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) hanteert een brede definitie van een gezonde leefomgeving.
    Vertel:
    = een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar druk op gezondheid zo laag mogelijk is.
    Meer concreet is gezonde leefomgeving eentje die
    • schoon en veilig is
    • uitnodigt tot bewegen, spelen en sporten 
    • fietsen, wandelen en OV-gebruik stimuleert en zorgt voor goede bereikbaarheid 
    • ervoor zorgt dat mensen elkaar kunnen ontmoeten 
    • rekening houdt met behoeften van (toekomstige) bewoners en specifieke bevolkingsgroepen (kinderen, ouderen, chronisch zieken, gehandicapten, lagere inkomensgroepen)
    •  goede milieukwaliteit (geluid, lucht, bodem, externe veiligheid) heeft 
    • voldoende groen, natuur en water en aandacht voor klimaatadaptatie heeft
    • gezonde en duurzame woningen heeft
    • aantrekkelijke en gevarieerde openbare ruimte heeft
    • gevarieerd aanbod aan voorzieningen (bijvoorbeeld woningen, scholen, winkels, cultuur, bedrijven, openbaar vervoersvoorzieningen, sport) heeft.
    Het heeft dus zowel betrekking op fysieke als op sociale omgeving.
  • Hoe ziet het conceptueel kader eruit die het RIVM heeft ontworpen voor de leefomgevingskwaliteit. ?
    Naast objectieve kenmerken van leefomgeving zijn ook subjectieve belevingen van belang voor kwaliteit van leven.
  • Er is door cursusteam een dynamisch model gemaakt om inzichtelijk te maken hoe de interactie tussen individu en omgeving werkt op gezondheidsgedrag. (zie 1.2)
    Welke elementen ontbreken er?
    onderverdeling van fysieke, politieke en economische omgeving op  lager abstractieniveau
    verder onder te verdelen in:
    • fysieke omgeving: bebouwde en natuurlijke omgeving
    • economische omgeving: beschikbaarheid en toegankelijkheid
    • politieke omgeving: veiligheid en wetgeving.
  • De sociale omgeving heeft op directe en indirecte wijze (via ons gedrag) invloed op onze gezondheid.
    Wat heeft vooral een indirect effect op onze gezondheid? Kies uit:
    sociaal-economische status (SES)
    sociale verbondenheid (bonds)
    sociale normen (norms)
    sociale gemeenschap (community)

    Sociale normen (norms) beschrijven hoe we ons behoren te gedragen in een bepaalde sociale setting.
    Deze normen werken dus vooral gedragsregulerend en hebben zo een indirect effect op onze gezondheid.
    Sociaal-economische status heeft meer directe relatie met gezondheid, zoals beschikbaarheid en toegankelijkheid van gezonde keuzes. Zo ook hebben sociale verbondenheid (bonds) en het lid zijn van een sociale gemeenschap (community) een directer effect op gezondheid doordat mensen zich gesteund en niet eenzaam te voelen.
  • In de populaire uitspraken ‘Your happiness is your choice’ en ‘your health is your responsibility’ schuilt volgens de auteurs een gevaar van ...... 1,2,3 of 4? Opdracht 1.2.1.1
    1. het slachtoffer de schuld geven (blaming-the-victim), omdat genetische predispositie, medische conditie en iemands persoonlijkheid niet geheel onder eigen controle staan en deels gezondheid en welbevinden bepalen.
    2.  stigmatisering (stigmatization), omdat ongelukkige en ongezonde mensen blijkbaar iets 'fout' doen.
    3.  aangeleerde hulpeloosheid (learned helplesness); door mensen te veel het idee te geven dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor eigen geluk en gezondheid, kunnen zij ontmoedigd raken.
    4. onrealistisch optimisme (optimism bias); door de aandacht te veel te richten op positieve gedachten, worden gezondheidsklachten niet serieus genoeg genomen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

1. Salllis en Glanz (2009) onderscheiden meerdere niveaus van voedselomgevingen. Welke?
  1. Omgeving gemeenschap > plekken waar je voedsel haalt - aantal, types en toegang tot winkels.
  2. Omgeving consument = 'in-de-winkel-omgeving' > blootstelling  als je voedsel haalt, beschikbaarheid en toegang tot gezonde opties. 
  3. Omgeving van organisatie > voor beperkte groepen, zoals werk, thuis, school.
  4. Informatie-omgeving > info over voedsel in advertenties, over voedingswaarde. 
13. Noem alle voordelen op van Green exercise.
- preventie van NCD's (= non-communicable diseases = niet direct overdraagbare ziektes, zoals auto-immuun ziektes, parkinson, meeste hartziektes, meeste kankers, diabetici).
- leven in groene omgeving > mensen meer sporten, maar ook tuinieren, fietsen, wandelen, spelen.
- verbetering mentale en lichamelijke gezondheid.
- buiten zijn is gedurende je hele leven beter voor je welzijn.
- voor kinderen/jongeren > spelen = leren samenwerken.
- gezamenlijke volkstuin = sociaal versterkend en lichamelijk.
- hardloopgroepen > verbetering mentaal welzijn en vermindering depressies, waargenomen stress en negatief affect.
- ouderen: betrekken bij buitenactiviteiten.
- meer pro-sociaal gedrag.
- meer zelfwaarde.
12. Een mooi voorbeeld van green exercise is Shinrin-Yoku. Wat is dit en zou ik het zelf aanbevelen (leesstof)
=  'het nemen van een bad in een bosrijke omgeving, het lopen of gewoon verblijven in het bos, en het inademen van de vluchtige stoffen die de bomen afgeven'.
Wel/niet positief effect heeft op de gezondheid? Nog nader onderzoek, maar wordt nu dus wetenschappelijk onderbouwd.
Kans is klein dat bostherapie een negatief effect heeft op de gezondheid, en omdat bostherapie vermoedelijk tot meer lichamelijke activiteit buitenshuis leidt, kunnen beleidsmakers en professionals overwegen om therapie onder aandacht te brengen.
11. Een ander voorbeeld van Green Exercise kan worden gevonden in het project Green Gym. Leg uit hoe het Green Gym-project het welzijn op individueel, op het gemeenschaps-/wijkniveau en zelfs voor een publiek niveau probeert te bevorderen.
- mensen maken verbinding met andere mensen in omgeving,
- actief zijn in een activiteit die ze leuk vinden
- of kennismaken met nieuwe activiteiten,
- leren omgeving weer bewust op te nemen
- iets goed doen voor de gemeenschap.
--> = bijdrage aan welzijn van individu.
Verbetering in lokale omgeving, bijv opknappen verwaarloosd park, profiteert ook de gemeenschap waarin men leeft.
10. De omgevingsdeterminanten van lichamelijke activiteit verschillen deels voor kinderen en voor volwassenen, aldus de auteurs.Beschrijf op basis van de genoemde determinanten hoe de ideale omgeving voor kinderen eruitziet.
1) toegang faciliteiten,
2) kleine afstand huis - school,
3) meer tijd buiten
4) minder misdrijven in omgeving.

Omgeving geschikt om kinderen te stimuleren tot lichamelijke activiteit:
- veilige plek in de buurt waar ze actief buiten kunnen spelen, zoals een voetbalveldje of speeltuin.
- betaalbare sportfaciliteiten in de buurt, zoals een zwembad of tennishal.
- afstand huis - school is niet al te lang > fietsend of lopend.
- Ouders stimuleren hun kinderen om naar buiten te gaan in plaats van binnen achter de computer spelletjes te doen,
- of buitenschoolse opvang stimuleert het spelen buiten.
- buurt is veilig genoeg, zodat kinderen zonder zorgen buiten kunnen spelen.
9. Demografische, psychosociale, gedragsmatige, sociale en omgevingsfactoren: wat zijn verschillen tussen kinderen/jongeren, volwassen en ouderen in het bijdragen aan lichaamsbeweging in de buitenlucht?
Kinderen/jongeren:
- Jongens zijn het meest buiten > met name kinderen wonend in groene omgeving.
- Kinderen in de stad zijn geneigd om meer binnen te zijn voor tv/computer. Of waar thuis gerookt wordt.
- positief zelfbeeld, vertrouwen, competentie.
- Gewend te sporten draagt bij lichamelijke activiteit.
- Ouderlijke invloed speelt ook een rol in deze mate.

Volwassenen:
- mate van intelligentie (onderwijsniveau),
- soc eco status,
- gezonde voeding > positief verband.
- obesitas en overgewicht > negatief verband.
- mate van self-efficacy -belangrijke rol,
- hoe leuk het is ,
- wat de verwachting is,
- zelfschema voor oefeningen,
- en het niveau van gedragsverandering.

Ouderen:
met name de mate waarin iemand zich lichamelijk gezond voelt een rol te spelen. Ouderen die zich gezond en fit voelen zijn meer geneigd tot lichamelijke activiteit in vergelijking met ouderen die slechtere gezondheid rapporteren.
8. Volgens wetenschappelijk onderzoek spelen er naast  de zelfdeterminatietheorie andere factoren mee die lichamelijke activiteit bepalen.Leg uit welke variabelen (correlates) dit zijn.
Demografische variabelen: leeftijd, geslacht, sociaal-economische status.
biologische kenmerken: atletische aanleg en de aanwezigheid van beperkende ziekten.
andere psychologische constructen: intentie en eigen-effectiviteit.
factoren in de fysieke omgeving: afstand tot werk/school, beschikbaarheid van sportfaciliteiten, het weer, waargenomen veiligheid.

Vele determinanten > lichamelijke activiteit individu. Deze benadering staat volgens deze auteurs voor benadering gebaseerd op bevolking, die over verschillende sectoren en disciplines gaat, en die cultureel relevante strategieën meeneemt.
7. In het artikel wordt de volgende paradox naar voren gebracht: 'Lichamelijke activiteit is bewezen goed voor de geestelijke en lichamelijke gezondheid, toch bewegen mensen niet meer ook al weten we dat het gezond is en dat we ons er beter door gaan voelen.'Het artikel beschrijft ook kort de zelfdeterminatietheorie (Self Determination Theory). Leg aan de hand van de zelfdeterminatietheorie uit hoe de omgeving gebruikt kan worden om lichamelijke activiteit te stimuleren.
zelfdeterminatietheorie : psychologische behoeften + soort motivatie bepalen wat uitkomst is voor lichamelijke activiteit.
Autonomie, competentie en verbondenheid staan daarbij centraal.

Autonomie : zelf kiezen van lichamelijke activiteiten. Omgeving moet dus keuzemogelijkheden bieden om te bewegen > kiezen wat leuk is en niet moeten kiezen op beschikbaarheid.
Competentie : behoefte om effectief te interacteren met omgeving > dus je vaardig en vertrouwd voelen bij uitvoeren van lichamelijke activiteit.
Verbondenheid = verbonden voelen met anderen of gevoel tot een sociale omgeving te behoren, bijv: lidmaatschap hardloopclub of  verbondenheid medelopers wandelvierdaagse.
6. Beschrijf de Stress Recovery Theory  ( Marrero en Carballeira, 2010).
  • gezondheidsvoordelen komen door contact met natuur, omdat ervaren van natuurlijke omgevingen > in gang zetten lichamelijke en geestelijke reacties > herstel van stress ondersteunen.

Beide theorieën: groene omgevingen hebben herstellende werking; bij Stress Recovery Theory > evolutionaire achtergrond >  groene omgeving zou minder bedreigend zijn dan stadse omgeving met alle impulsen.
5. Beschrijf de Attention Restoration Theory van Kaplan en Kaplan (1989).
- natuur > herstelt je concentratie, vermindert arousal, meer positieve gevoelens, vitaliteit, daling cortisol.
-  natuurlijke omgeving > herstel van cognitieve functies van vermoeidheid die is ontstaan door richten van aandacht op (omgevings)stimuli.
Rust wandeling in de natuur, het luisteren naar vogels of het kijken naar wolken, compenseert vermoeidheid die ontstaan kan zijn door stresserende factoren, of gewoon door dagelijks leven.