Summary GNK Interne

-
153 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - GNK Interne

  • 1 Nefrologie

  • Wat bepaald de productie van ureum?(2)
    Eiwit in dieet

    Katabolisme (afbraak door chirurgie, infectie of trauma)
  • Wat bepaald de productie van creatitine?(3)
    Spiermassa

    leeftijd 
    geslacht
  • Vanaf een GFR van hoeveel procent is een stijging van het serumgehalte van ureum en creatinine te merken?
    50-60%
  • Wat bepaald de ureumuitscheiding?(2)
    GFR
    tubulaire reabsorptie

    (ureum wordt volledig gefiltreerd in de glomeruli en 50% wordt tubulair gereabsorbeerd)
  • Wat bepaald de creatinineklaring?(2)
    GFR en tubulaire secretie

    (volledig gefiltreerd in de glomeruli, maar niet geresorbeerd. Zelfs zeer klein deel actief tubulair gesecreteerd)
  • Hoe werkt het RAAS in het kort?
    Renine uit de nier
    Angiotensinogeen uit de lever

    Renine zet angiotensinogeen om in angiotensine I. ACE (uit de longen) zet dit om in angiotensine II
  • Wat voor effect heeft angiotensine II?(5)
    - Meer ADH door de neurohypofyse
    - vasoconstrictie
    - zona glomerulosa (bijnierschors) meer aldosteron 
    - sympaticusactiviteit stijgt
    - tubulaire Na+ Cl reabsorptie, K+ excretie en H2O retentie
  • Wat is het effect van ADH?
    Meer aquaporines in de verzamelbuis -> meer H2O reabsorptie

    (bloeddruk gaat omhoog)
  • Wat is het effect van aldosteron?
    Tubulair meer Na+ en Cl- terugresorbtie
    H2O terugresorbtie
    K+ excretie

    (bloeddruk gaat omhoog)
  • Op welke manier hebben de nieren een aandeel in de vitamine D metabolisme?
    Door de productie van 1,25-dihydroxy vitamine D3.
  • Wat is de functie van 1,25-dihydroxy vitamine D3 (calcitriol)? (3)
    - bevorderen transport calcium en fosfaat door de darmwand
    - tubulaire resorptie van calcium
    - mineralisatie van bot
  • Wanneer kan er dysmorfe erytrocyten en/of erytrocytencilinders worden gevonden in het bloed?
    Glomerulaire aandoening
  • Vanaf wanneer is er sprake van microalbuminerie in 24-uurs urine? Waarop duidt microalbuminurie?(2)
    > 300 mg/24 uur

    - diabetische glomerulaire aandoening
    - prognostische marker voor cardiovasculaire events
  • Wat is een indicatie voor röntgen van het urologische systeem?
    Calcificaties in nier, nierbekken, ureters of blaas
  • Wat zijn indicaties voor een echo van het urologische systeem?(5)
    - niermeting
    - obstructies
    - polycysteuze nieren
    - renale massa's
    - meten blaaswanddikte
  • Wat zijn oorzaken van asymptomatische proteïnurie zonder hematurie? (5)
    - membraneuze glomerulonefritis
    - IgA nefropathie
    - Focal segmental glomerulosclerosis (FSGS)
    - diabetische nefropathie
    - amyloidose (stapelingsziekte van eiwit)
  • Wat zijn oorzaken van asymptomatische hematurie met of zonder proteinurie?
    - SLE (nefritisch syndroom)
    - Henoch-Schönlein purpura (nefritisch syndroom na een respiratoire infectie)
    - post-infectieuze glomerulonefritis (nefritisch na infectie met streptokokken groep
    - idiopathische hypercalciurie
  • Wat zijn kenmerken van een nefrotisch syndroom?(3)
    Nefrotisch syndroom: nierfunctie blijft aanhankelijk gespaard, oedeem en proteïnurie staat op de voorgrond.

    Door permeabiliteitsveranderingen
  • Wat zijn kenmerken van een nefritisch syndroom?(2)
    Achteruitgang van nierfunctie door ontstekingsreacties in de glomerulus
    actief sediment aanwezig
  • Welke diuretica mag niet voorgeschreven worden bij iemand met nierinsufficiëntie?(2)
    K+ sparende diuretica:
    spironolacton
    amiloride
  • Wat zijn symptomen van chronische nierinsufficiëntie?(5)
    - oedeem
    - metabole acidose
    - hyperkaliëmie
    - osteodystrofie 
    - uremische complicaties
  • Wat zijn uremische complicaties?(5) Ureumgehalte > 50-60 mmol
    - jeuk
    - encefalopathie
    - pericarditis
    - gastritis
    - verhoogde bloedingsneiging
  • Wat zijn symptomen van metabole acidose? (4)
    - hyperventilatie
    - hartritmestoornissen
    - hypotensie
    - neurogene stoornissen: lethargie (slaapzucht), verminderde bewustzijn (stupor), insulten of coma
  • Wat zijn symptomen van hyperkaliëmie?
    - hypotensie
    - orthostase
    - spierzwakte
    - ritmestoornissen
    - paresthesieën (tintelingen)
  • Wat zijn renale oorzaken van acuut nierfalen?(6)
    - acute tubulaire necrose
    - acute corticale necrose
    - glomerulonefritis
    - interstitiele nefritis
    - pigmenturia (hemoglobinurie, myoglobinurie)
  • Wat is het verschil in urine specific gravity tussen prerenaal en renaal acuut nierfalen?
    Prerenaal >1020
    renaal <1010

    (is in vergelijking met de dichtheid van water)
  • Wat is het verschil in osmolariteit van urine tussen prerenaal en renaal bij acuut nierfalen?
    Prerenaal >500
    renaal <350
  • Wat is het verschil in natrium in de urine tussen prerenaal en renaal acuut nierfalen?
    Prerenaal <20
    Renaal >40
  • Wat zijn typerende laboratoriumsbevindingen in bloed bij acute interstitiële nefritis door geneesmiddelen?(4)
    - kreat verhoogd
    - ureum verhoogd
    - eosinofilie
    - IgE verhoogd (soms)
  • Wat zijn typerende laboratoriumsbevindingen in urine bij acute interstitiële nefritis door geneesmiddelen?(4)
    - oligurie
    - hematurie
    - minimaal tot geen proteïnurie
    - leukocyturie incl eosinofielen
  • Wat zijn de 4 hoofdoorzaken van oedeem?
    - hartfalen
    - levercirrose
    - nefrotisch syndroom
    - natrium retentie door geneesmiddelen (oestrogenen, corticosteroiden, NSAIDs, Thiazolidinedionen)
  • Wat zijn symptomen van hyponatriemie?(4)
    Misselijkheid
    verwardheid
    valneiging 
    coma
  • Wat zijn oorzaken van hypernatriemie?(4)
    Niet een teveel aan natrium, maar een tekort aan water:
    - tekort aan waterinname
    - diabetes insipidus
    - osmotische diuresis (hyperglycemie, hyperosmolaire toestand)
    - excessief verlies van water door de huid of longen
  • Wat zijn symptomen van hypernatriemie?(4)
    (door krimpen hersencellen):
    - slapheid
    - sufheid
    - coma
    - convulsies
  • Wat zijn kaliumsparende diuretica?(3)
    triamtereen
    eplerenon
    spironolacton
  • Wat voor medicatie wordt er gegeven bij hersenoedeem?
    osmostisch diureticum: mannitol
  • Hoe hebben NSAIDs een effect op de bloeddrukregeling? Welke medicatie mag je hierom niet samen gebruiken?
    NSAIDs remmen prostaglandines. 
    Prostaglandines verhogen de renale bloeddoorstroming en de GFR.

    Hierom NSAIDs en kaliumsparende diuretica niet tegelijk gebruiken
  • Wanneer is diuretica zinvol bij oedeem?(2) Wanneer niet?(2)
    Zinvol:
    - hartfalen
    - hypoproteïnemie (levercirrose, nefrotisch syndroom en glomerulonefritis)

    Niet zinvol:
    - zwangerschap
    - lymfoedeem
  • Hoe ziet de klassieke trias er uit bij niercelcarcinoom (bij 10% aanwezig)?
    - flankpijn
    - hematurie
    - palpabele massa
  • Waarnaar metastaseert niercelcarcinoom vooral?(4)
    Longen
    lever
    hersenen
    botten
  • Welke nierstenen zijn te zien op een X-BOZ?
    Calciumrijke stenen
  • Welke niersteen komt het meeste voor (80%)?
    Calciumoxalaat
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.