Summary Goederen

-
ISBN-13 9789462903395
266 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Goederen". The author(s) of the book is/are Westra. The ISBN of the book is 9789462903395. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Goederen

  • 1 Vermogensrecht

  • Waaruit is het vermogensrecht opgebouwd?
    Het vermogensrecht is opgebouwd uit:
    1. het goederenrecht;
    2. het verbintenissenrecht.
  • Waaruit bestaat vermogen?
    Het vermogen bestaat uit goederen waarop schulden in mindering worden gebracht. Je kunt dus ook een negatief vermogen hebben.
  • Wat wordt verstaan onder goederen?
    art. 3:1 BW
    Goederen zijn:
    1. alle zaken; en
    2. alle vermogensrechten.
  • Wat wordt verstaan onder zaken?
    art. 3:2 BW
    1. Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten; en
    2. zaken kunnen roerend of onroerend zijn.
  • Wat zijn roerende zaken?
    art. 3:3 BW
    Alle zaken die niet onroerend zijn.
  • Wat zijn onroerende zaken?
    Art. 3:3 BW:
    1.  de grond;
    2. nog niet gewonnen delfstoffen;
    3.  de met de grond verenigde beplantingen, 
    4. met de grond verenigbare  gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken. 
  • Wat zijn vermogensrechten?
    Art. 3:6 BW
    Vermogensrechten zijn rechten die overdraagbaar zijn en/of waarde hebben.

    Kortom:
    Rechten die op geld waardeer baar zijn.
  • Van welke maatstaven/rechtsvoorwaarden spreekt de wet om te bepalen of sprake is van een vermogensrecht? Welk artikelnummer?
    Art. 3:6 BW
    1. het recht moet overdraagbaar zijn;
    2. het recht strekt ertoe rechthebbende financieel (stoffelijk) voordeel te verschaffen.
    3. het recht is verkregen in ruil voor reeds verstrekt of in het vooruitzicht gesteld financieel (stoffelijk) voordeel.
  • Waaronder zijn vermogensrechten op te splitsen?
    Vermogensrechten kunnen:
    1. absolute vermogensrechten;
    2. of relatieve vermogensrechten zijn.
  • Welkte twee tussenvormen zijn er tussen het absolute vermogensrecht en het relatieve vermogensrecht?
    Deze tussenvormen zijn:
    1. kwalitatieve verplichtingen (het dulden of niet doen);
    2. kettingbeding (meer overdragen van algemenere afspraken concurrentie, onderhoud in een koopcontract).
  • Noem de absolute vermogensrechten:
    1. Eigendomsrecht;
    2. Recht van erfdienstbaarheid;
    3. recht van erfpacht;
    4. recht van opstal;
    5. appartementsrecht;
    6. recht van vruchtgebruik;
    7. recht van pand;
    8. recht van hypotheek;
    9. rechten van intellectueel eigendom.
    ;
  • Wat is speciaal aan het absoluut vermogensrecht?
    De absolute vermogensrechten kan je tegenover iedereen inroepen, tegen burgers en organisaties.
  • Wat zijn relatieve vermogensrechten?
    Een relatief vermogensrecht kan je alleen tot één bepaalde burger of organisatie uitoefenen. 

    In het relatieve vermogensrecht staat de actieve prestatie centraal.
  • Wat zijn de verschillen tussen absoluut en relatief vermogensrecht?
    1. Absoluut: werkt tegenover iedereen
      Relatief: werkte tegenover één persoon

    2. Absoluut: rechtsverhouding tussen een persoon en een goed, welk recht je tegen iedere persoon en organisatie kunt inroepen.
      Relatief: rechtsverhouding tussen persoon en persoon, welk recht je alleen tegen deze persoon kunt inroepen.

    3. Absoluut: een ouder absoluut recht gaat boven een jonger absoluut recht
      Relatief: tijdstip van het ontstaan van het relatieve recht is niet relevant. Iedereen met een relatief vorderingsrecht is gelijk.

    4. Absoluut: geen nadeel bij faillissement. Het recht kan volledig worden toegepast.
      Relatief: wel nadeel bij faillissement. Het recht kan slechts beperkt of helemaal niet worden toegepast. 
  • Wat wordt verstaan onder een Kwalitatieve verplichting?
    Bij onroerend goed is het  mogelijk om af te spreken dat een bepaalde verplichting bij verkoop over zal gaan op de nieuwe eigenaar.

    Het gaat dan steeds om een verplichting om iets te dulden of om iets niet te doen.

    Er is dan sprake van een kwalitatieve verplichting in de zin van artikel 6:252 BW.
  • Wat zijn de wettelijke eisen voor het vestigen van een kwalitatieve verbintenis?
    Hoewel de kwalitatieve verplichten rechten en plichten inroept voor personen, wordt de kwalitatieve verplichting gevestigd op een onroerende zaak en ingeschreven in het kadaster. 

    Hierdoor geldt deze kwalitatieve verplichting ook voor de latere verkrijgers van het onroerend goed. 

    artikel 6:252 BW:
    • daarover een overeenkomst sluiten;
    • deze opnemen in een notariële akte en deze inschrijven in de openbare registers bij het Kadaster;
    • afspreken dat de verplichting inhoudt iets te dulden of niet te doen;
    • de verplichting heeft betrekking op een registergoed;
    • afspreken dat de plicht overgaat op de nieuwe eigenaar.
  • Kettingbeding?
    Betreft een actieve handeling die wordt opgelegd en doorgegeven. Komt niet voor in de wet.

    Kunnen niet zelfstandig worden ingeschreven in het register, maar wel bijvoorbeeld meegenomen worden in de leveringsakte of een koopovereenkomst die wel de bepalingen heeft om ingeschreven te worden in het register.


    Het doel is het binden van rechtsopvolgers door middel van een overeenkomst die telkens wordt doorgegeven.


    Kettingbedingen bestaan uit twee elementen:
    • de verplichting, waarbij het kan gaan om allerlei verplichtingen (bijvoorbeeld de verplichting om jaarlijks het hek te verven);
    • de verplichting aan de betreffende persoon om de betreffende verplichting ook op te leggen aan zijn rechtsopvolgers, en dan wederom te bedingen  dat zij het ook weer opleggen aan hun rechtsopvolgers.
    Over het algemeen wordt  een boeteclausule opgenomen, op basis waarvan een boete betaald moet worden indien de betreffende persoon de verplichtingen niet nakomt..
    Over het algemeen hebben we het dan ook over een boete-/kettingbeding.
  • Wat zijn registergoederen?
    Art. 3:10 BW
    Registergoederen zijn goederen waarbij voor de eigendomsoverdracht of voor de vestiging van bepaalde rechten, inschrijving in openbare registers noodzakelijk is.
  • Wat zijn registergoederen?
    1. Alle onroerende zaken;
    2. geregistreerde schepen en luchtvaartuigen;
    3. beperkte rechten op onroerende zaken, schepen en vliegtuigen, zoals hypotheekrecht en het recht van erfdienstbaarheid.
  • Wanneer is het verschil tussen een registergoed en een niet registergoed van belang?
    1. Eigendomsoverdracht;
    2. kredietverlening op basis van pand- en hypotheekakte.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Van welke maatstaven/rechtsvoorwaarden spreekt de wet om te bepalen of sprake is van een vermogensrecht? Welk artikelnummer?
Art. 3:6 BW
  1. het recht moet overdraagbaar zijn;
  2. het recht strekt ertoe rechthebbende financieel (stoffelijk) voordeel te verschaffen.
  3. het recht is verkregen in ruil voor reeds verstrekt of in het vooruitzicht gesteld financieel (stoffelijk) voordeel.
Wat wordt verstaan onder een Kwalitatieve verplichting?
Bij onroerend goed is het  mogelijk om af te spreken dat een bepaalde verplichting bij verkoop over zal gaan op de nieuwe eigenaar.

Het gaat dan steeds om een verplichting om iets te dulden of om iets niet te doen.

Er is dan sprake van een kwalitatieve verplichting in de zin van artikel 6:252 BW.
Welkte twee tussenvormen zijn er tussen het absolute vermogensrecht en het relatieve vermogensrecht?
Deze tussenvormen zijn:
  1. kwalitatieve verplichtingen (het dulden of niet doen);
  2. kettingbeding (meer overdragen van algemenere afspraken concurrentie, onderhoud in een koopcontract).
Wat houdt de Wsnp in?
Wet schuldsaneringsregeling natuurlijke personen houdt in:
wet is bedoeld voor personen die zonder aan zichzelf te wijten in een problematische financiële situatie zijn beland.

Regeling duurt meestal 3 jaar. Als de RB meent dat de persoon zich aan de regels heeft gehouden mag deze met een schone lei beginnen en de nog openstaande schulden zijn dan niet afdwingbaar.
Waar kunnen natuurlijke personen gebruik van maken ingeval zij in financiële problemen komen?
Wet schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (Wsnp).
Wiens rechten worden door deze surseance niet beperkt?
De schuldeisers met voorrang zijn niet gebonden aan surseance.
Surseance van betaling en schuldsanering. Leg uit.
De schuldenaar die aan ziet komen dat hij zijn schuldeisers niet meer kan betalen kan bij de rechtbank surseance (uitstel) van betaling aanvragen.

Dit houdt in dat in deze periode de schuldeisers niet hoeven worden betaald.
Wat heeft dit tot gevolg als het faillissement eindigt door een verbindende uitdelingslijst voor de restschulden.
Die kunnen alsdan gewoon nog worden verhaald door toepassing van het verhaalsrecht. LET OP!!!! Alleen bij natuurlijke personen.

Rechtspersonen wordt namelijk door de executoriale fase (=staat van insolventie) volgens de regels van het ondernemingsrecht ontbonden (art. 2:19 lid 1 sub c BW). Dan bestaat deze rechtspersoon niet meer.
Wat als een akkoord uitblijft?
Dan treedt automatisch de insolventie fase in.

Dit is de liquidatie of executiefase. 

De goederen van het failliet verklaarde bedrijf worden verkocht en de schuldeisers worden betaald op basis van rangorde (art. 176 e.v. Fw).

Curator maakt een uitdelingslijst en als er geen bezwaar is wordt de uitdelingslijst bindend. Hierdoor eindigt het faillissement.
Hoe zit het met de restschuld ingeval van een akkoord?
Deze is niet meer in rechte afdwingbaar. Deze schulden zijn als het ware afgekocht.