Summary Goederenrecht

-
ISBN-10 9013085237 ISBN-13 9789013085235
494 Flashcards & Notes
44 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Goederenrecht". The author(s) of the book is/are H J Snijders, E B Rank Berenschot. The ISBN of the book is 9789013085235 or 9013085237. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Goederenrecht

  • 1.3 Terminologie

  • Wat is een absoluut toekomstig goed?
    Een goed dat in het geheel nog niet bestaat.
  • Wat is een relatief toekomstig goed?
    Een goed dat nog niet in het vermogen valt, maar al wel bestaat
  • Wat is een enkel toekomstige vordering?
    Een nog niet bestaande vordering uit een wel bestaande rechtsverhouding
  • Wat is een dubbel toekomstige vordering?
    Een nog niet bestaande vordering uit een nog niet bestaande rechtsverhouding
  • 1.3.5 Afhankelijke rechten en nevenrechten

  • Afhankelijke rechten
    Afhankelijk recht is een recht dat aan ander recht zodanig verbonden is, dat het niet zonder dat andere recht kan bestaan art. 3:7 BW (ook wel accesoir recht). Het is een afhankelijk van een ander recht (het 'hoofdrecht'). Bijv. financiering van een huis, verloopt meestal zo dat de bank een vordering uit geldlening op een kredietnemer krijgt (hoofdrecht) en tot zekerheid van aflossing het geleende bedrag een hypotheek op het huis eist (afhankelijk recht). 
  • Belangrijke afhankelijke rechten:
    • pand en hypotheek 
    • borgtocht
    • mandeligheid
    • erfdienstbaarheid
    • en (soms) opstal
  • Afhankelijk recht bestaat slecht indien en zolang het hoofdrecht bestaat (uitzondering art. 3:231 BW). Eveneens op grond hiervan volgen afhankelijke rechten in algemeen het recht waaraan zij verbonden  zijn (art. 3:82 BW). Gaat hoofdrecht over, dan gaat gaat afhankelijke recht van rechtswege ook over op andere rechthebbende (uitzondering is bijv. hypotheekakte). Zelfstandige beschikking over afhankelijk recht is in algemeen onmogelijk (uitzondering in art. 5:66 lid 1 BW).
  • Nevenrechten
    Vele afhankelijke rechten zijn tevens nevenrechten (art. 6:142 BW). Ook nevenrechten zijn verbonden aan een hoofdrecht. Anders dan afhankelijke rechten zijn nevenrechten steeds verbonden aan een vordering en behoeven geen vermogensrechten te zijn. Meestal maar niet altijd volgen nevenrecht het hoofdrecht. 
  • Een recht kan geen nevenrecht zijn van een vordering, indien het zo zeer met de gehele rechtsverhouding waarvan die vordering deel uitkomst verbonden is, dat het die vordering 'overstijgt, zoals bijv. het recht op ontbinding van een koopovereenkomst wegens wanprestatie, recht tot opzegging van een huurovereenkomst ten opzichte van een vordering tot betaling van de koopprijs respectievelijk de huurprijs. 
  • Afhankelijk recht en/of nevenrecht?
    Voorbeelden afhankelijke rechten die geen nevenrechten zijn, vormen de mandeligheid en erfdienstbaarheid (zijn niet aan vordering verbonden).
  • Voorbeelden van nevenrecht die geen afhankelijke rechten (geen vermogensrechten) zijn:
    • voorrechten (met name art. 3:278 - 289 BW);
    • keuzerecht bij alternatieve verbintenis (art. 6:17 BW;
    • bevoegdheid om executoriale titels zoals rechterlijke uitspraken ten uitvoer te leggen (art. 6:142 lid 1 BW)


    Pand, hypotheek en borgtocht zijn zowel afhankelijke rechten als nevenrechten. Eigendomsvoorbehoud (art. 3:92 BW) daarentegen valt onder geen van beide categorieën. 
  • 1.3.6 Volledige en beperkte rechten

  • Volledige versus beperkte rechten
    Volledige rechten zijn eigendom van zaken en  het toebehoren van vermogensrechten. Vermogensrechten kunnen op zichzelf van allerlei aard zijn: 
    • relatieve rechten (met name vorderingen);
    • absolute niet-goederenrechtelijke rechten (beperkte rechten);


    Beperkt recht is op grond van art. 3:8 BW een recht dat is afgeleid uit meer omvattend recht (moederrecht), dat met beperkt recht is bezwaard. 
  • Moeder- en dochterrecht
    Moederrecht is 'meer omvattend recht' ten opzichte van ander recht, dochterrecht (art. 3:8 BW). Moederrecht kan een volledig recht zijn, maar ook een beperkt recht, waarop een ander minder verstrekkend beperkt recht wordt gevestigd, bijv. erfpachtrecht waar hypotheek op wordt gevestigd. 
  • Soorten beperkte rechten

    beperkte rechten laten zich onderscheiden in goederenrechtelijke gebruiks- of genotsrechten (vruchtgebruik, gebruik en bewoning, erfdienstbaarheid, erfpacht en opstal) en goederenrechtelijke zekerheidsrechten (pand/hypotheek). Niet te verwarren met verbintenisrechtelijke gebruiks- of genotsrechten (bruikleen) of zekerheidsrechten (borgtocht).
  • Zin van onderscheid tussen volledige en beperkte rechten
    Voorbeeld: men kan zelfs spreken van een volledig recht op een beperkt recht, bijv. recht van erfpacht, dat iemand toebehoort. Omdat het erfpachtrecht de erfpachter toebehoort, is hij volledig beschikkingsbevoegd ten aanzien van beperkte recht (niet ten aanzien van het object van het beperkte recht: de grond). Wil zeggen dat hij beperkte recht kan vervreemden (overdragen) en bezwaren met een ander goederenrechtelijk recht (bijv. vruchtgebruik/hypotheek). 
  • Blote eigendom
    Daar waar eigendom bezwaard is met beperkt recht, blijft het toch een volledig recht. Geldt zelfs als eigendom bezwaard is met verstrekkend genotsrecht als vruchtgebruik, erfpacht, opstal. Wel pleegt men in ht geval een dergelijk beperkt recht is gevestigd met nodige realiteitszin ook wel te spreken van blote eigendom. 
  • 1.3.7 Rechten op naam, aan orden en aan toonder

  • Alle rechten (waaronder vorderingen) die niet aan order of toonder luiden, zijn rechten op naam.
    • Wie aan ander geld leent, verkrijgt in beginsel vordering op naam (papier waarop naam crediteur vermeld wordt is niet nodig). Wil geldschieter vordering aan order of toonder, dan zal deze de vordering in een papier moeten belichamen (order-/toonderpapier) en van order-/toonder clausule moeten voorzien.

    • orderclausule: dient betaald te worden aan crediteur of order
    • toonderclausule: dient betaald te worden aan toonder van papier.


    Deze rechten kunnen evenals rechten op naam meer dan alleen vordering inhouden. Bijv.:

    • ceel art. 7:607 BW (kan bewaarnemer afgeven);
    • cognossement art. 8:417 jo. 399 jo. 412 lid 1 BW (kan een vervoerder af geven).

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat houdt de prioriteitsregel in?
Oudere rechten gaan voor nieuwe rechten
Tot welke categorie behoren de beperkte rechten?
Absolute rechten
Wat is derivatieve verkrijging?
Hierbij is sprake van een overgang van het goed van de rechtsvoorganger naar de rechtsopvolger
Wat is originaire (oorspronkelijke) verkrijging?
De originaire verkrijger ontleent zijn recht op een goed NIET aan een voorganger
Wat is het verschil tussen huurkoop en eigendomsvoorbehoud?
Het verschil zit hem in het feit dat bij eigendomsvoorbehoud het bedrag in een keer voldaan dient te worden en dat bij huurkoop het bedrag in termijnen wordt betaald
Wat zijn de gevolgen van eigendomsvoorbehoud als de koper niet betaald?
Hierdoor kan de verkoper de koop ontbinden. Dit heeft op zichzelf geen goederenrechtelijk effect, maar in samenhang met het eigendomsvoorbehoud verkrijgt de koper bij ontbinding van de koop toch weer de onvoorwaardelijke eigendom van de verkochte zaak.
Wat is indirecte vertegenwoordiging?
Indirecte vertegenwoordiging houdt in dat je in eigen naam, voor rekening van een ander verkrijgt
Wat is directe vertegenwoordiging?
Directe vertegenwoordiging houdt in dat je op naam van een ander verkrijgt.
Wat is een dubbel toekomstige vordering?
Een nog niet bestaande vordering uit een nog niet bestaande rechtsverhouding
Wat is een enkel toekomstige vordering?
Een nog niet bestaande vordering uit een wel bestaande rechtsverhouding