Summary Grammatica van de Nederlandse zin

-
ISBN-10 9044130544 ISBN-13 9789044130546
285 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Grammatica van de Nederlandse zin". The author(s) of the book is/are Willy Vandeweghe. The ISBN of the book is 9789044130546 or 9044130544. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Grammatica van de Nederlandse zin

  • 1.1.1 Taal

  • Wat is taal?
    Taal is een door mensen gebruikt communicatiemiddel, in zijn uiterlijke vorm bestaande uit een verzameling zinnen, die dienen om te spreken over standen van zaken (SvZn) in de werkelijkheid.
  • Welke drie facetten van taal kunnen we onderscheiden?
    1. semantisch = betekenen: SvZ
    2. syntactisch = combineren: zinnen
    3. pragmatisch = handelen: communicatiemiddel
  • Dit boek gaat vooral over het combinatorische aspect, over het verbinden van eenheden tot zinnen (syntactisch gegeven). Maar ook de lexicale betekenis (semantisch) en de communicatieve functie (pragmatisch) spelen een rol bij zinsanalyse.
  • 1.1.2 Grammatica

  • Geef de twee interpretaties van de term 'grammatica'
    1. inwendige kennis van de taalgebruiker (regels deels onbewust toepassen)
    2. uitwendige taalbeschrijving door de taalbeschrijver (weergave van het inwendige kennisbeeld)
  • Wat betekent 'inwendige kennis van de taalgebruiker'?
    De taalgebruiker past de regels deels onbewust toe
  • Wat betekent 'uitwendige taalbeschrijving door de taalbeschrijver'?
    Een weergave maken van het inwendige kennisbeeld
  • 1.2.1 Beschrijving

  • Wat kunnen we bereiken met taalbeschrijving?
    Onderscheiden wat grammaticaal en ongrammaticaal is, welgevormde zin of niet
  • Waarop doet de taalbeschrijver beroep?
    Op de intuïties van de moedertaalgebruiker (taalgevoel)
  • Wat expliciteert de beschrijvende grammatica?
    De onbewust toegepaste regels
  • Wat heb je nodig om regels te expliciteren?
    Een terminologisch kader
  • 1.2.2 Voorschrift

  • Welke twee standpunten kan de grammatica innemen?
    • Beschrijvend of descriptief
    • Voorschrijvend of prescriptief (vreemde taal)
  • 1.3.1 Lexicon

  • Waarom is een lexicon belangrijk?
    Nodig om met de combinatieregels aan de slag te gaan.
  • Wat behelst de term 'lexicon'?
    1. kennis van woorden: pels
    2. kunnen verbinden met een betekenis: dichtbehaarde huid van dieren
    3. in passende categorie kunnen plaatsen (woordsoort): zelfstandig naamwoord
    4. kennis van vormeigenschappen (morfologie) en verbindingsmogelijkheden (valentie): mv pelzen, verbindbaar met lidwoord de
  • Waar vinden we lexicale informatie terug?
    In een woordenboek
  • De taalgebruiker beschikt over mentaal woordenboek. Wat houdt dit in?
    Kennis van vormeigenschappen (morfologie) en verbindingsmogelijkheden (valentie) is voorgeprogrammeerd
  • 1.3.2 Lexicon en grammatica

  • Wat is de 'interface' tussen lexicon en grammatica?
    Het valentieprincipe
  • Wat houdt het valentieprincipe in?
    Grammatica gaat lexicale kennis omzetten in geslaagde en verstaanbare combinaties
  • Lexicale keuzes hebben grammaticale gevolgen, zinsbouw wordt gestuurd door woordbetekenis
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Overdrachtswerkwoorden kunnen verschillende perspectieven uitdrukken. Geef er drie.
  1. De overdracht vindt plaats of niet: Bert vertelde/verzweeg mij het nieuws.
  2. Het subject is bron of doel: De bank stopte mij wat geld toe/nam mij wat geld af.
  3. Het subject is actief of niet-actief (met van): De bank geeft mij geld. ⇔ Ik krijg nog geld van de bank.
Bij welke werkwoorden is er een transfer van informatie?
Bij communicatie- of taalhandelingsww's: Hendrik belde mij het nieuws door. 
Is er altijd een feitelijke transfer bij overdrachtswerkwoorden?
Nee: Miet gunt Jan de overwinning
Welke werkwoorden hebben Bron of Doel als subject?
Het wat trivalente werkwoorden, de overgangswerkwoorden (transfer): Miet bezorgt Jan een boek. (bron, doel, patiens)
Geef een voorbeeld van een actitief, een passissief en een presentatief locatief ww
  • Actitief: benaderen
  • Passissief: naderen
  • Presentatief: zich bevinden
Wat zijn locatieve werkwoorden?
De argumenten zijn locaties, ze hebben te maken met de onderlinge plaats van 2 entiteiten
Wat geven presentatieve ww's te kennen?
Dat
  1. medespelers aan- of afwezig zijn: verschijnen, verdwijnen
  2. er een relatie bestaat tussen de medespelers zonder dat de ene op de andere inwerkt: kosten
Hoe presenteren presentatieve ww's hun argumenten?
In relatie tot zichzelf of tot andere argumenten
Welke werkwoorden roepen een patiens op?
Passissieve/onderga-werkwoorden: De groenten branden aan.
Welke werkwoorden roepen een agens op?
Actitieve/handelingswerkwoorden: Jan tennist.