Summary Groei 1

-
287 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Groei 1

  • 1.1 Hoorcollege 2

  • Van dag 0 naar 5 weken toe (heel snel)
  • Eerst --> Bevruchting!!
    Voor bevruchting zijn geslachtscellen nodig, die komen tot stand door gametogenese.
    Fertilisatie = zaadcel komt bij de eicel en dan wordt de eicel bevrucht.
    De bevruchte eicel doet er vervolgens 5 dagen over om door de eileider/tuba te gaan.   
    De tuba begint met een kwalachtige structuur (fimbrae). Het bevruchte eicelletje wordt dus opgenomen in de eileider en wordt door trilharen naar de uturus toe getransporteerd (afstand van 10 cm, doet hij 5 dagen over). In de tussentijd gaat de bevruchte eicel zich klieven.
    1 cel worden 2 celletjes, 2 celletjes worden 4 celletjes, 4 celletjes worden 8 celletjes etc. Op een gegeven moment zijn het heel veel celletjes en wordt het een morula genoemd (lijkt op een soort braam).
    Wanneer de bevruchte eicel aankomt in de uturus ontstaat er ook een holte in. Als dat gebeurt spreken we over een blastocyst. De holte die in die blastocyst zit, heet blastocoel. Om de blastocyst zit nog een beschermende cellaag, die cellaag breekt op een gegeven moment open en dan hou je de blastocyst met de holte blastocoel over. 

    De blastocyst legt zich vervolgens tegen de wand van de uturus aan en gaat zich vervolgens invreten in de uturus (innesteling).
  • Innesteling
    De blastocyst gaat zich dus invreten in de uturus. Je wilt als beginnende embryo namelijk de baarmoederwand in. Er beginnen vervolgens 3 soorten cellen ontstaan.
    1. Epiblastcellen (blauw)
    2. Hypoblastcellen (geel)
    3. Trophoblastcellen (groen)

    Het trophoblast is dat deel van het embryo dat alleen maar bezig is met voeding voor elkaar te krijgen voor het embryo zelf. 
  • Holten
    De epiblastcellen gaan een holte vormen --> de amnionholte
    De hypoblastcellen gaan een holte bekleden die er eigenlijk als was --> de dooierzakholte.
    De amnion- en dooierzakholte worden steeds groter en dan ontstaat er nog een extra derde holte --> de chorionholte.  

    Terwijl de dooierzakholte zich dus langzaamaan begint te vormen, ontwikkelt er zich om de dooierzakholte een derde holte, dat is de chorionholte.   

    Er zijn dus 3 holten:
    1. de amnionholte
    2. de dooierzakholte 
    3. de chorionholte  

    De chorionholte wordt steeds groter in vergelijking tot de andere holten. Er gebeurt nog iets geks: de dooierzakholte splitst zich in twee en een deel gaat zich tegen de andere wand hechten van wat inmiddels de chorionholte is. Het worden ook wel de overblijfselen van de primaire dooierzak genoemd.
  • Kiemschijf
    Daar waar de twee, met cellen beklede holtes, elkaar raken, spreken we van de kiemschijf (amnionholte bekleed met epiblastcellen en de dooierzakholte bekleed met hypoblastcellen). Daar gaat het allemaal gebeuren! Omdat de kiemschijf maar twee lagen heeft, wordt het simpelweg de tweelagen kiemschijf genoemd. Deze bestaat dus uit epiblastcellen en hypoblastcellen.

    In de afbeelding zie je een opengeknipte amnionholte, je kijkt daardoor recht op de epiblastcellen van de kiemschijf. Op de epiblastcellen ontwikkelt zich de primitieve streek. Deze bestaat uit de primitieve knoop, primitieve groef en primitieve putje. Samen de knoop van Hensen.

    De primitieve groef wijst naar de vroegtijdige positie van het cloacale membraan (achterkant lichaam). Aan de andere kant ligt de vroegtijdige positie van het oropharyngeale membraan (voorkant lichaam). Daar waar het oropharyngeale membraan en het cloacale membraan liggen, zitten de epiblastcellen en hypoblastcellen heel stevig op elkaar.
  • Gastrulatie
    De knoop van Hensen is nodig voor de gastrulatie.
    Gastrulatie is het proces waarbij de tweelagen kiemschijf een drielagen kiemschijf wordt. De kiemschijf is bilaminair, dat betekent simpelweg dat de kiemschijf tweelagig is. In het begin is de kiemschijf nog rotatie symmetrisch (je weet nog niet wat de voor en achterkant gaat worden). Je weet pas wat de voor- en achterkant wordt wanneer de knoop van Hensen/primitieve streep erin gekomen is. Waar de primitieve groeve naartoe zal wijzen, wordt de achterkant van het embryo, hij wijst dus naar het cloacale membraan. Wanneer de primitieve streek is ontstaan, begint de gastrulatie. De gastrulatie begint met de vorming van het endoderm.
  • Vorming endoderm
    Op een gegeven moment gaan de epiblastcellen heel snel delen. Die epiblastcellen migreren vervolgens naar de primitieve streek toe en duiken de primitieve groeve in. Die epiblastcellen komen daar vervolgens hypoblastcellen tegen --> die gaan ze opeten. De hypoblastcellen verdwijnen en de epiblastcellen (die nog steeds door de groeve naar binnen gaan) vormen een nieuwe laag. Die nieuwe laag (gevormd door epiblastcellen) wordt altijd in het geel weergegeven en heet endoderm.
  • Vorming mesoderm
    Op een gegeven moment is die endoderme laag wel klaar. Die epiblastcellen blijven echter maar doorgaan met delen en in de primaire groeve duiken. Als de endoderme laag klaar is gaan ze door met cellen afzetten tussen de gele laag endoderm en de blauwe laag epiblast --> die laag noemen we dan het mesoderm (wordt vaak in rood aangegeven). Op het moment dat die epiblastcellen klaar zijn met het mesoderm tussen het epiblast en endoderm in te leggen, spreek je niet meer van epiblast maar van ectoderm
    We houden dus 3 lagen over:
    1. Ectoderm
    2. Mesoderm
    3. Endoderm 

    Proces van Gastrulatie --> 2 lagen van epiblastcellen en hypoblastcellen gaan over in 3 lagen (ectoderm, mesoderm, endoderm).

    Bij de membranen zitten de epiblastcellen en hypoblastcellen heel stevig tegen elkaar aan, het zijn plaatsen waar nooit een derde laag tussenkomt. 
  • Differentiatie van het mesoderm
    Het mesoderm begint zich te condenseren in 3 verschillende gedeeltes:
    1. paraxiale mesoderm
    2. intermediaire mesoderm
    3. laterale plaatmesoderm

    Wanneer het mesoderm gedifferentieerd is, ziet de embryo er als volgt uit.
  • Notochord
    De epiblastcellen duiken niet alleen de primitieve groeve in, maar ook het primitieve gat. Ze gaan niet alleen mesoderm vormen maar ook nog een buisstructuur. Die buisstructuur ligt net onder het ectoderm en groeit steeds verder naar voren totdat hij het oropharyngeale membraan daar tegenkomt. Eerst is het een buis en daarna gaat het dicht en wordt het een vrij stevige structuur. Die buis wordt het notochord genoemd.

    * Uit het cardiogenic mesoderm ontstaat uiteindelijk het hart. Het hart ontstaat dus aan de craniale zijde van de drielagige kiemschijf.
  • Neurulatie: neurale plaat --> neurale groeve --> neurale buis
    Het notochord gaat groeien en zorgt ervoor dat de ectodermcellen zich langzaamaan gaan differentiëren tot neuraal weefsel. Daarnaast zorgt het notochord er ook voor dat daar waar het ectoderm eerst gewoon één plaat is, dat dat ectoderm langzaamaan omhoog komt (zie plaatjes) en uiteindelijk weer bij zijn eigen topjes sluit. Dan is er dus als het ware een buis afgesnoerd vanuit het ectoderm = de neurale buis.
  • Voltooiing neurulatie
    In de eerste afbeelding zijn de neurale wallen bijna gefuseerd. Het sluiten van de neurale buis begint ergens in het midden van de embryo en vervolgens zet dat sluiten zich voort naar de voorkant en achterkant. Op het moment dat de neurale wallen fuseren beginnen er links en rechts van de neurale buis somieten te ontstaan. Binnen de somiet beginnen ookal weer allerlei weefsels te ontstaan.

    Dus: condensaties van  paraxiaal mesoderm naast de neurale buis = somieten

    Somieten splitsen zich op in:
    • Dermatoom --> huid
    • Myotoom --> spieren van romp en extremiteiten
    • Sklerotoom --> skelet van romp en extremiteiten
  • Groei amnionholte
    De amnionholte gaat bezig om zich naar de zijkanten toe om te vormen en gaat om alles heen groeien --> aan de onderkant sluit de amnionholte zich dan weer. De dooierzakholte wordt dus ingesloten en zal de darmen gaan vormen.
  • Krommingen
    Het embryo is eerst een rechte worst --> later zal het aan de craniale en caudale uiteinden gaan krommen. Ook in laterale richtingen gaat het embryo zich krommen. Tijdens de craniale krommingen krijgt het hart steeds meer zijn eigen positie (in de borst onder het hoofd). 
    Krommingen gebruik je dus om organen te migreren naar de plek waar je ze wilt.
  • Neurale lijstcellen
    Op het moment dat de neurale buis zich sluit, gaan er wat extra cellen uit het ectoderm en die splitsen zich af van het ectoderm --> neurale lijstcellen. Die neurale lijstcellen gaan migreren door het embryo heen. Ze komen ergens aan waar ze moeten zijn en vormen de structuren die ze moeten vormen.

    Er worden heel veel structuren gevormd door neurale lijstcellen, zo ook een aantal botdelen van het aangezicht. Ze maken ook het grootste gedeelte van de kieuwbogen en odontoblasten.

    Dus veel structuren die belangrijk zijn voor de kopvorming komen uit de neurale lijstcellen
    .
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waarom resorberen wortels over het algemeen minder dan het alveolaire bot?
Dat is meestal heel netjes geregeld. In het cement zitten factoren die de resorptie (osteoclasten) kunnen remmen. Dat werkt niet altijd heel goed en daardoor kan er wortelresorptie ontstaan.
Wat gebeurt er bij wortelresorptie?
Treedt altijd wel in enige mate op. Dan wordt het cement afgebroken door osteoclasten. Dit gebeurd niet zo vaak, meestal wordt het bot afgebroken, dit is gevoeliger voor resorptie dan het wortelcement. Het cement wordt later weer opnieuw gevormd.
Wat zijn de verschillen in de ruimtelijke verhoudingen bij het wisselen vangebitselementen in het front en in de zijdelingse delen?
De tandkiem van permanente elementen is meer linguaal/palatinaal gelegen t.o.v. de melkelementen. De blijvende elementen breken op een andere volgorde door dan de melkelementen. 
 In figuur 10-25 zie je een schematische weergave van de verschillende fasen van orthodontische tandverplaatsing. Beschrijf de weefselreacties die in elk van de fasen plaatsvinden.
Initial compression: door de kracht van de orthodontische apparatuur wordt het element een kant op bewogen, hierdoor wordt een gedeelte van het PDL opgerekt en de ander in gedrukt. Aan de ingedrukte kant treedt hyalinisatie op. Dit is het verlies van cellen in een gebied met ligamenten t.g.v. trauma.
Hyalinisatie: hier zijn dus cellen uit het PDL verdwenen. Doordat er geen cellen zijn kan er geen bot worden geresorbeerd en kan het element ook niet verplaatst worden, je kunt het niet door bot heen trekken. In deze periode komen er weer nieuwe cellen die helpen bij de botresorptie (osteoclasten). 
Further tooth movement: doordat het bot weer wordt geresorbeerd ontstaat er weer ruimte waar het element naar toe kan migreren. Als het teveel is gemigreerd ontstaat er weer te veel druk in het PDL m.a.g. hyalinisatie en is de cirkel rond. 
Gedurende de hele fase wordt er bot afgezet aan de kant van het element waar het oorspronkelijk vandaan kwam, dus migreert het element naar mesiaal dan wordt distaal bot afgezet.
Wat zijn de kenmerkende verschillen tussen de eruptie van melkelementen en blijvende gebitselementen?
Een melkelement heeft geen voorganger. Er is geen voorganger element wat geresorbeerd wordt tijdens de eruptie. Natuurlijk moet er tijdens de eruptie van melkelementen wel een beetje alveolair bot afgebroken worden om het eruptiekanaal open te maken.
Kan je nu ook de ligging van de canalis incisivus vanuit de embryologie verklaren?
Canalis incisivusforamen incisivus. Heel vroeg in de ontwikkeling loopt er een zenuw, als er ergens door beginnend bot een zenuw loopt, zal die zenuw een stofje afgeven die ervoor zorgt dat het bot wegblijft.

Het incisivus foramen is een gaatje dat overblijft als de maxillaire platen fuseren.
De definitieve inwendige neusopening naar de keelholte zal verder naar achter komen te liggen. Hoe heet deze opening? Hoe heet de structuur die aan de achterzijde van het tussenkaakssegment is komen te liggen?  Waar komt deze structuur vandaan?
De definitieve inwendige neusopening naar de keelholte zal verder naar achter komen te liggen – choana. Hoe heet de structuur die aan de achterzijde van het tussen kaak segment is komen te liggen – secundaire palatum.
Beschrijf de morfologie van een mature ameloblast.
Langwerpige cel met puntje (tomes process) waar de afzetting van glazuur gaat beginnen. Ameloblasten zitten onderling heel strak tegen elkaar gepakt met tight juctions.
Hoe vindt de mineralisatie van de dentinematrix plaats? Beschrijf 2 verschillende processen.
Mineralisatie in matrix blaasjes: er liggen allemaal bolletjes waarin de mineralisatie begint → matrixblaasjes. In die blaasjes, die worden afgescheiden door de uitlopers van de odontoblasten, begint de mineralisatie. In die blaasjes ontstaan eerst hydroxyapatietkristallen, die gaan groeien en groeien uiteindelijk zelfs door het blaasje. Het blaasje met het membraan gaat dan kapot waardoor de mineralisatie verder gaat in de matrix. 
Mineralisatie direct op de collageenvezel: mineralisatie direct op de collageenvezel. Speciale plaatsen in collageen waar hydroxyapatiet ontstaat. Hydroxyapatietkristallen ontstaan in de holtes van een collageenvezel. Collageenmoleculen (triple helixen) overlappen elkaar zodanig dat er holtes overblijven. Juist in die holtes is de omgeving heel geschikt om spontaan een hydroxyapatietkristal te laten staan.
Welke cellen geven de eerste signalen af voor de differentiatie van odontoblasten in de dentale papil? Beschrijf de differentiatie van preodontoblast naar mature odontoblast.
We hebben dus een basaal membraan, aan de buitenkant van dat basaal membraan ontstaan ameloblasten. Aan de onderkant van het basaalmembraan gaan stamcellen zich delen tot odontoblasten. Die differentiërende ameloblasten sturen signalen door het basaal membraan die tegen de stamcellen zeggen dat ze ook moeten gaan differentiëren, jullie moeten odontoblasten worden! Die cellen sturen steeds signalen naar elkaar om elkaar’s differentiatie en ontwikkeling te stimuleren.