Summary Grondbeginselen der sociologie

-
ISBN-10 9001834469 ISBN-13 9789001834463
245 Flashcards & Notes
55 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Grondbeginselen der sociologie
  • Hugo Jager Albert Louis Mok Paulus Petrus Lo Berkers
  • 9789001834463 or 9001834469
  • 2014

Summary - Grondbeginselen der sociologie

  • 1 Wat verstaan we onder sociologie.

  • Referentiekader
    Letterlijk: Uit collectieve ervaringen van een groep(ering) voortvloeiend geheel van waarden, normen, overtuigingen en vanzelfsprekendheden op grond waarvan de leden van die groep(ering) waarnemen, oordelen en handelen.

    Mensen beschikken over een geheel van kennis, verklaringen en oordelen met betrekking tot hun (sociale) omgeving, op grond van het feit dat zij deel uitmaken van de samenleving. Zij hebben dat geleidelijk, door middel van leerprocessen, verworven in hun omgang met anderen en tijdens hun ervaringen met die anderen.

    Referentiekader wordt gevormd door sociale situaties: omstandigheden waarin we verkeren, groeperingen en netwerken waartoe we behoren, ons milieu, ons werk; de ervaringen die wij met de onzen opdoen. Gedeeltelijk ook school en opvoeding.

    Het gaat de socioloog om het referentiekader zoals dat voortkomt uit de gemeenschappelijke ervaringen van verscheidene mensen in ongeveer dezelfde sociale situatie: de sociale bril en culturele lens waardoor de leden van een groepering of samenleving de dingen op ongeveer dezelfde wijze zien en interpreteren.
  • wat wordt er bestudeerd met sociologie ?
    het samenleven van mensen in kleinere en grotere verbanden.
  • Institutie
    Vast, collectief bepaald patroon van gedragsvormen; procedure volgens welke men bepaalde dingen in een samenleving of groep doet omdat het zo hoort. 'Gestold bewustzijn.'

    Als dat patroon lang genoeg doorgaat, wordt het de norm. Vorm van gestandaardiseerd gedrag. Maar soms ook groep of organisatie als drager van de institutie wordt instituut genoemd.

    Bijvoorbeeld; huwelijk, maar ook Ombudsman of gezin
  • wat is een referentiekader?
    het geheel van kennis, verklaringen en oordelen met betrekking tot onze sociale omgeving
  • Enculturatie
    Letterlijk: Het aanleren of verwerven van de (sub)cultuur van de samenleving of milieu waarin men geboren wordt.
  • Acculturatie
    Het later alsnog overnemen van een vreemde (sub)cultuur of elementen daaruit na reeds gevormd te zijn in de eigen (sub)cultuur.
  • Rolattributen
    Uiterlijk teken ter herkenning van een positiebekleder, of een voorwerp dat nodig is om een rol te kunnen vervullen.

    Bijvoorbeeld; toga van een rechter, wapenstok van politie, uniform van conducteur.
  • Statussymbool
    Uiterlijk teken dat wordt opgevat en/of bedoeld is als een verwijzing naar iets (prestige, macht, rijkdom en dergelijke) 'achter' een positie.

    Bijvoorbeeld; uniform van politie is bedoeld als herkenning van politie (rolattribuut) maar ook als teken van macht (statussymbool).
  • Internalisatie
    Het zich zodanig eigen maken van de groepswaarden en -normen dat deze niet meer als van buitenaf opgelegd worden ervaren.
  • Selectieve waarneming
    Het 'zien' van slechts die (sociale) verschijnselen waaraan vanuit het eigen (sociaal) referentiekader zin kan worden gegeven.

    Verschillende mensen hebben verschillende kijk op hun omgeving. Ook al leven we allemaal in dezelfde maatschappij, we hebben niet allemaal dezelfde voorstelling.

    De studenten in de klas die pen en papier kregen en moesten opschrijven wat ze waarnamen: de ene zag verouderde apparatuur, de andere de bouw van het lokaal, de andere schreef dingen op over de studenten...
  • Normen
    Collectieve, meer of minder bindende, verwachtingen ten aanzien van het handelen of niet handelen onder bepaalde omstandigheden.

    Als iemand niet voldoet aan een bepaalde verwachting, dat de omstanders hem op een manier bestraffen. (En ook als iemand extra goed voldoet aan die verwachting, dat omstanders hem belonen.)
  • Waarden
    Collectieve voorstellingen binnen een maatschappij of groepering omtrent wat goed, juist en daarom (in het algemeen belang) nastrevenswaardig is.
  • Deviant gedrag
    Individueel gedrag waarmee men de gangbare normen overtreedt.

    Samenleving ziet deze mensen als 'spelbrekers'. Kan leiden tot irritatie (omdat de voorspelbaarheid in interacties verdwijnt) tot morele verontwaardiging (omdat bepaalde gewoonten geweld wordt aangedaan.)
    Men vreest dat de eenheid in de samenleving uit elkaar kan vallen door deviant gedrag, maar het tegenovergestelde is juist waar; de samenleving staat sterker als eenheid tegen het deviante gedrag.
  • Self-fulfilling prophecy
    Een aanvankelijk onjuiste definitie van de situatie, die mensen ertoe brengt zich daarnaar te gedragen, zodat de onjuiste definitie van de situatie ten slotte juist wordt.

    Iedereen zegt tegen een persoon dat diegene dom is en niks kan > die persoon gaat daarin geloven en denkt werkelijk dat hij/zij niks kan > de persoon zal ook vaker falen.
  • Self-destroying prophecy
    Een aanvankelijk juiste definitie van de situatie die mensen ertoe brengt zich daarnaar te gaan gedragen, waardoor de juiste definitie van de situatie ten slotte onjuist wordt.

    Een voetbalteam is zo overtuigd dat ze gaan winnen > ze gaan niet meer trainen en er geen moeite voor doen, alles onderschatten > ze verliezen juist.
    Ook: iemand is zo overtuigd dat hij/zij de toets wel haalt > gaat niet leren > faalt de toets.
  • Macht
    Omvat al die gevallen waarin mensen door andere mensen (direct of indirect) bij herhaling gedwongen (kunnen) worden tot gedrag dat indruist tegen hun eigen waarden of belangen.
  • Gezag
    Aanvaarde en bewust ervaren vorm van sociale controle.
  • Rollenconflict
    Extern: Innerlijke tweestrijd van een persoon wanneer hij als bekleder van meer dan 1 positie (positieset = het geheel van posities die verenigd zijn in 1 persoon, bv. leraar, vader, man, Nederlander) tegelijkertijd wordt geconfronteerd met tegenstrijdige verwachtingen met betrekking tot zijn gedrag.

    Bv.: Persoon is leraar, en hij is van mening dat kinderen hard aangepakt moeten worden. Maar is ook vader, waarin hij vindt dat kinderen juist liefdevol behandeld moeten worden. In strijd met zichzelf.

    Intern: Innerlijke tweestrijd van een persoon wanneer hij als bekleder van 1 positie tegelijkertijd wordt geconfronteerd met tegenstrijdige verwachtingen uit 1 role-set (= het geheel van uiteenlopende verwachtingen die verschillende personen met onderling verschillende posities koesteren ten aanzien van het gedrag van degene met 1 bepaalde positie, bv. de leraar die niet alleen met leerlingen te maken heeft, maar ook met collega's, manager, directeur, etc.).

    Bv.: Leraar krijgt te maken met ijsvrij: leerlingen vinden dat ze vrij moeten krijgen, bestuur vindt dat onderwijs door moet gaan, schoolhoofd vindt dat ze best vrij mogen krijgen i.v.m. kosten. Oftewel: hij stelt altijd 1 partij teleur.
  • Etikettering
    Sociaalpsychologisch proces waarbij bepaalde mensen op grond van hun uiterlijk of gedrag worden gestempeld en vervolgens in termen van dat stempel worden bejegend.

    Bv. Een man gedraagt zich ietwat vrouwelijk en wordt bestempeld als homo, wordt negatief bejegend.
  • Sociologisme
    Sociale verschijnselen en menselijk gedrag eenzijdig menen te kunnen verklaren uit sociale factoren. (Nurture.) Externe factoren.
  • Psychologisme
    Eenzijdig sociale verschijnselen en menselijk gedrag menen te kunnen verklaren uit wat men ziet als de aangeboren en 'natuurlijke' aanleg van mensen. (Nature.) Interne factoren.
  • Dissensus
    Gebrek aan overeenstemming tussen de leden van een sociale eenheid over belangrijke waarden en normen.
  • Plurastic ignorance
    Situatie waarin veel mensen ten onrechte de consensus over waarden en normen overschatten, hun eigen overtreding als uitzondering beschouwen en zich daardoor schuldig voelen.

    Bv. Publicatie in tijdschrift dat bijna alle jonge mannen masturberen, was een opluchting voor veel mannen, omdat zij dachten dat ze de enige waren.
  • Stereotypen
    Geschematiseerde en gefixeerde voorstelling ten aanzien van andere groeperingen, respectievelijk de leden daarvan, die in een bepaalde groepering gangbaar is.

    Bv.: Men denkt dat alle gothics agressief en misantropisch zijn.
  • Sociale sancties
    Middelen tot sociale controle of machtsuitoefening in de vorm van beloning (positieve sociale sanctie) of straf (negatieve sociale sanctie.)
  • Reificeren
    Het aan een begrip toekennen van de mogelijkheid tot handelen. (Tot zaak/ding maken.)
    Doen alsof er concrete dingen bestaan omdat er een woord voor bestaat.

    Bv. De uitspraak 'de tijden veranderen en de mensen met hen', want tijden zijn immers het veranderde gedrag van mensen in de loop van de tijd.
  • Institutionalisering
    Proces waarbij bepaalde gedragsvormen algemeen gangbaar worden.
  • Gemeinschaft - Tonnies
    (Ideaal)type van maatschappij in haar (volgens Tonnies) oorspronkelijke vorm, die wordt gekenmerkt door persoonlijke relaties, offervaardigheid en solidariteit in menselijke verhoudingen.
  • Gesellschaft - Tonnies
    (Ideaal)type van maatschappij zoals deze zich heeft ontwikkeld vanuit de (volgens Tonnies) oorspronkelijke staat (Gemeinschaft), die wordt gekenmerkt door onpersoonlijke (zakelijke) relaties, egoïsme en individualisme in menselijke verhoudingen.
  • Ideaaltype - Weber
    Gedachteconstructie waarbij de essentieel geachte kenmerken van een verschijnsel op de voorgrond zijn geschoven teneinde het beter te leren kennen; in deze als het ware 'overdreven' vorm komt een verschijnsel niet in de werkelijkheid voor; een ideaaltype is een werktuig voor de socioloog.
  • Socialisatie
    Algemene term voor processen waarbij mensen zich in de omgang met anderen cultuur en subcultuur eigen maken. (Zie enculturatie en acculturatie)

    De (leer)processen waarbij 'nieuwelingen' in brede zin zich de, in de samenleving en in groeperingen daarbinnen, gangbare sociale en culturele vaardigheden eigen maken.
  • Marx
    Wel of niet bezitten van productiemiddelen staat centraal.
  • Durkheim
    Zocht oorzaken voor het uiteenvallen van de moraliteit. De integratie van de maatschappij moest tot stand komen door nieuwe moraliteiten via onderwijs en arbeid over te brengen.
  • Weber
    Mensen zijn onderworpen aan de bureaucratie van de staat. Mensen zijn voor de maatschappij wat machines voor de economie zijn.
  • Falsificatie
    Bewijs zoeken dat iets niet waar is.
  • Verificatie
    Bewijs zoeken dat iets wel waar is.
  • Samenleven
    Interne factoren: Mensen voelen van nature de drang om met elkaar samen te leven.
    Externe factoren: Mensen willen niet per se met elkaar samenleven, maar doen dit om te overleven.
  • Typologie van Merton
    Hoe kunnen mensen tegenover waarden staan:
    - Conformisten: aanvaarden
    - Vernieuwers: aanvaarden de waarden, maar streven daarnaar met nieuwe middelen
    - Ritualisten: traditioneel vasthouden aan patronen
    - Rebellen: willen andere waarden en andere middelen
    - Retraitisten (onttrekkers): zijn niet betrokken
  • Typologie van Weber
    Sociaal handelen
    Bewust (rationeel handelen):
    - Doelrationeel
    - Waarderationeel
    Onbewust (niet-rationeel handelen):
    - Emotioneel
    - Traditioneel
  • Sociale interactie
    Wederzijds beïnvloeden van en door mensen.
  • Sociale contact hypothese
    De verwachting dat elkaar beter leren kennen ook zou leiden tot elkaar aardig vinden en tot aanvaarding. Met andere woorden: een kleinere sociale afstand.
  • Pseudocommunicatie
    Het idee hebben elkaar te begrijpen, maar het tegendeel is waar.
  • Benaderingen van interactie
    1. Iets dat voortvloeit uit een zekere mate van eensgezindheid.
    2. Working consensus: voldoende overeenstemming om het sociale verkeer min of meer soepel te laten verlopen.
    3. Het voorzien in elkaars behoefte.
  • Roldistantie
    Iemand speelt een rol zonder er zelf daadwerkelijk in te geloven.
  • Omgekeerd snobisme
    Het niet in het bezit zijn van bepaalde 'statussymbolen' wordt juist het statussymbool.
  • Officiële en officieuze moraal
    Officieel: Het hoort eigenlijk zo, maar... Algemeen bekend dat het zo hoort.
    Officieus: Onderschrijft ieder voor zich, zonder het goed van elkaar te weten.
  • Waardeconflict en belangenconflict
    Waardeconflict: De ene groepering probeert, uit volle overtuiging van zijn eigen morele gelijk, een andere groepering haar waarden en normen op te leggen.
    Belangenconflict: Twee groeperingen willen 'hetzelfde', maar er is niet genoeg voor allebei, dus probeert de ene groepering ten koste van de ander aan haar trekken te komen.
  • Drie visies sociale controle
    1. Sociale controle als het vermogen van een samenleving om zichzelf te reguleren.
    2. Sociale controle als een manier van een samenleving om individuen ertoe te brengen zich aan de bestaande waarden en normen te houden.
    3. Sociale controle als een manier waarop individuen elkaar tot het naleven van waarden en normen trachten te brengen.
  • Interdependentie
    Onderlinge samenhang en wisselwerking tussen sociale verschijnselen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Grondbeginselen der sociologie
  • H de Jager, A L Mok, G Sipkema
  • 9789001763770 or 9001763774
  • 13e [herz.] dr.

Summary - Grondbeginselen der sociologie

  • 1 Wat verstaan we onder sociologie?

  • Mensen reageren niet alleen op dingen en gedrag van andere mensen, maar vooral op grond van de betekenis die zij daaraan toekennen. Dit doen ze vanuit hun referentiekader. Het referentiekader is het geheel van kennis, verklaringen en oordelen met betrekking tot onze sociale omgeving. Iedereen heeft een eigen voorstelling van hun (zelfde) samenleving.
  • 1.1 Waarneming

  • Aan de waarnemingen van een persoon ligt een bepaald gezichtspunt ten grondslag; een bepaalde belangstelling dat selecteert uit de veelheid van waar te nemen verschijnselen. Je kunt veel dingen waarnemen en iedereen ziet andere dingen, onze waarneming is selectief. Ook als we allemaal in dezelfde samenleving leven hoeven we er niet dezelfde voorstelling van te hebben
  • 1.2 Zingeving

  • Sociologie is de wetenschap die het samenleven van mensen binnen grotere en kleinere verbanden bestudeert.
  • Waarin verschilt de mens van een dier?
    Mensen hebben een verstand en kunnen symboliek en betekenis toekennen aan dingen en verschijnselen en daar hun gedrag op afstemmen. Dieren bezitten instincten, en deze hebben mensen niet of nauwelijks.
  • Bij mensen en dieren kunnen leerprocessen plaatsvinden. Leerprocessen van mensen zijn van nauwelijks te overschatten betekenis. Mensen hebben een zekere kennis en hebben ook geleerd verschillende dingen te kunnen verklaren. Ten slotte hebben mensen ook geleerd over iets te kunnen oordelen: positief of negatief.
  • 1.3 Referentiekader

  • Een referentiekader wordt verworven in omgang met anderen en tijdens ervaringen met anderen. Een referentiekader is niet onveranderlijk. Als levensomstandigheden en daarmee onze ervaringen ingrijpend veranderen, wijzigen onze opvattingen en referentiekader als vervolg daarvan.
  • Wat is selective perception?
    Hetgeen wat wij alleen in het gebodene zien of horen.
  • Wat is selective exposure?
    Hetgeen waarvoor wij ons openstellen of waaraan we worden blootgesteld.
  • Wat is selective retention?
    Hetgeen wat wij onthouden
  • Waar mensen met elkaar over praten is ook een selectief proces. Mensen praten het liefst met mensen die dezelfde opvattingen hebben. Die mensen zijn dan meestal familieleden, vrienden, kennissen en collega's. 
  • Bij selectieprocessen spelen specifieke of beperkte ervaringen, emoties,  voorkeuren, antipathieën en andere positieve of negatieve emoties een rol. 
  • De waarneming en waardering van mensen of groepen wordt beinvloedt door...
    positieve of negatieve gevoelens van de waarnemer
  • 1.4 Selectiviteit 23

  • 'Zomaar' waarnemen bestaat niet: ieder van ons neemt via zijn sociale bril selectief waar en ziet maar een deel of aspect van hetgeen er te zien is. 
  • Selectiviteit:
    'Zomaar' waarnemen bestaat niet; Ieder van ons neemt waar vanuit een eigen referentiekader/culturele bril. We nemen dus selectief waar en ien maar een deel of aspect van hetgeen er te zien is.
  • Wat wordt er bedoeld met selective perception?
    De selectiviteit gaat nog verder dan alleen maar wat wij in het gebodene zien of horen
  • De sociale werkelijkheid:
    Hangt af van de persoon. Mensen leren in de loop van hun leven om vooral te letten op de dingen die op een of andere manier verband houden met hun eigen leefwijze.
  • Wat wordt er bedoeld met selective exposure?
    Het selecteren begint al bij hetgeen waarvoor wij ons openstellen of waaraan we worden blootgesteld.
  • De sociale werkelijkheid:
    Hangt af van de persoon. Mensen leren in de loop van hun leven om vooral te letten op de dingen die op een of andere manier verband houden met hun eigen leefwijze.
  • Wat wordt er bedoeld met selective retention?
    Het eindigt met wat wij onthouden van wat wij hebben waargenomen.
  • Waarnemingsprobleem:
    Bijvoorbeeld bij het getuigen op een hoorzitting. De getuige moet een eed afleggen dat hij de waarheid spreekt, hoewel hij alleen de waarheid vanuit zijn eigen referentiekader.
  • Mensen ontlenen aan die beperkte kring hun referentiekader als geheel van feitenkennis, verklaringen en oordelen. Verder bevestigen zij elkaar in deze min of meer gemeenschappelijke opvattingen.
  • Vormen van selectiviteit:
    > Selective perception:
    Hetgeen waar we ons voor openstellen.
    > Selective exposure:
    Hetgeen waar we aan blootgesteld worden.
    > Selective retention:
    Hetgeen wat we onthouden van wat wij hebben waargenomen.
  • Waardoor wordt de waarneming en waardering van mensen of groepen beïnvloed?
    Door de positieve of negatieve gevoelens van de waarnemer.
  • Ons waarnemen is dus niet zomaar een passief registreren van wat zich aan ons voordoet: het is een actief construeren van een bepaald beeld, in hoge mate afhankelijk van de waarnemer, die beïnvloed is door sociale factoren.
  • Welke socioloog noemde dit "The social constuction of reality" en wat bedoelde hij hiermee?
    Goffman.

    Mensen zijn sociaal geprogrammeerd om dingen op een bepaalde wijze waar te nemen en er op een specifieke wijze op te reageren.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Typologie Becker: Is gericht op het onderscheid tussen:
Feitelijk:-afwijkend niet afwijkend gedrag
En of dit als wel of niet afwijkend wordt waargenomen: etikettering
Typologie processen deviantie  Merton
Onderscheid tussen aanvaarding en verwerping van maatschappelijke waarde doeleinden en middelen.
Verschil in visie op deviant gedrag sociologie en psychologie
Psychologie: individu- persoonlijkheidskenmerken
Sociologie: samenleving en groepen brengen deviant
gedrag voort en is het resultaat van een sociaal proces
Wat is de eigen verklaring van sociologie op deviant gedrag?
Kan voorkomen uit de sociale verhoudingen binnen de samenleving
Deviant gedrag is niet alleen vanuit een slecht individu 
kan voortkomen uit cultuur- groeperingen
Belangen conflicten
Twee groeperingen willen hetzelfde maar er is niet genoeg voor beiden. De ene probeert ten koste van de ander aan zijn trekken te komen
Waarden conflicten
De ene groepering probeert de andere de eigen normen en waarden op te leggen
Sociale conflicten
2 groeperingen tegenover elkaar, iedere groep gebruikt haar macht om hun eigen doeleinden na te streven
Blaming de society
beschuldiging van de samenleving
Blaming de victum
slachtoffer de schuld geven
Etikettering
Definitie van de situatie die eenmaal gegeven het verdere handelen van de mens bepaalt  voorbeeld: eens een dief altijd een dief