Summary Group Performance

-
ISBN-10 1135217785 ISBN-13 9781135217785
344 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Group Performance". The author(s) of the book is/are Bernard A Nijstad. The ISBN of the book is 9781135217785 or 1135217785. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Group Performance

  • 1 Studying small groups

  • How can you define groups?
    • Characteristics
    • Entitativity
    • Group properties
  • What are group characteristics?
    • Socially interact
    • Common goals
    • Perform organizationally relevant tasks
    • Exhibit interdependence
    • Have different roles and responsibilities
    • Are part of a larger organizational system
  • What are group properties?
    • Interdependence
    • Importance
    • Interaction
    • Similarity
    • Group cohesion
    • Duration
    • Size (-)
    • Permeability (-)
    • Group structure (+/-)
  • What are functions of groups?
    Task performance
    Meeting needs of memebers

    • Need to belong

    Understand the World
    • Social comparison theory
    • Consensus implies correctness


    Understand ourselves
    • Social identity theory
    • Self-categorization theory


    Utilitarian benefits
    • Exchange theory (costs and benefits)
  • What are inputs for the input-process-output model?
    Individual characteristics
    • Demographics
    • Personality
    • Values
    • Working styles
    • Norms





    Individual and organizational resources
    • Power
    • Task
    • Structures
  • What are the processes in the input-proces-output model?
    • Cognitive
    • Motivational
    • Behavioral
  • What are the cognitive processes in the input-proces-output model?
    • Team climate
    • Team mental models
    • Team transactive memory
    • Team learning
  • What are the motivational processes in the input-proces-output model?
    • Team cohesion
    • Team efficacy
    • Team affect, moods and emotions
    • Team conflict
  • What are the behavioral processes in the input-proces-output model?
    • Team coordination, cooperation and communication
    • Team member competencies
    • Team performance, regulation, adaptation
  • What kind of output do you have in the input-process-output model?
    • Performance
    • Meeting members needs
    • Viability
  • What kind of interventions are there in the input-process-output model?
    • Team training and development
    • Team design
    • Team leadership
  • How can you study groups?
    • Qualitative case studies
    • Surveys and correlational designs
    • Experiments
  • What are the pros and cons for qualitative case studies?
    • + Rich & detailed picture

    • - No large quantities
    • - Conclusions can’t be made
  • What are the pros and cons for the surveys and correlational designs?
    • + Quantify relationships and variables
    • + Real-world relevance
    • - Subjective data
    • - Causality
  • What is a pro for experiments?
    Causal relationships
  • Wat is group entitativity?
    Hoe erg een aantal mensen gebonden is aan en groep (groupiness). Mensen kunnen meer entitative zijn als ze meer properties van de groep hebben.
  • Welke punten zorgen voor meer entitativity?
    • Onderlinge afhankelijkheid. Taak afhankelijkheid: Hoe afhankelijk iemand is voor het vervullen van een taak. Outcome afhankelijkheid: Hoe afhankelijk iemand is voor het krijgen van een bepaalde uitkomst. Voorbeeld voetbalteam: Mensen zijn taak afhankelijk, ze kunnen alleen scoren als ze goed worden aangespeeld door medespeler. Outcome afhankelijkheid: ze krijgen meer geld als het hele team goed speelt en wint.
    • Belangrijkheid van de groep voor de leden.
    • Interactie: Hoe vaak members meeten.
    • Toegankelijkheid: Hoe makkelijk/moeilijk het is een groep te verlaten of bij de groep te komen.
    • Gelijkheid van de groepsleden.
    • Cohesie: Hoeveel de leden zich aangetrokken voelen tot de groep. Task cohesion: gedeelde commitment tot een taak. Interpersonal cohesion: aantrekking tot de groep.
  • Waarom zullen groepsleden bedreigingen voor de groep proberen te vermijden?
    Interactie tussen de leden van groepen is een van de belangrijkste.
    Mensen hebben positieve sociale interacties nodig. Geweigerd worden voor een groep zorgt dan ook voor een lagere welzijn. 
  • Wat is de social comparison theory?
    Mensen kunnen gaan vergelijken met sociale realiteit (Bijvoorbeeld met leuke muziek, wat zouden mijn vrienden hiervan vinden?). 
  • Wat is consensus implies correctness?
    Mensen denken vaak dat iets klopt als er consensus onder groepsleden is. 
  • Wat is de social identity?
    Het gedeelte van het zelfconcept dat out groepslidmaatschap komt, gecombineerd met de relevantie van dat lidmaatschap.
  • Wat zegt de exchange theory?
    Sociale relaties helpen persoonlijke verlangens te vervullen.
  • Hoe werkt een kwalitatieve case studie bij groepen?
    Een groep of organisatie wordt uitgebreid bestudeerd voor een lange periode. Er wordt gebruik gemaakt van kwalitatieve measures zoals vragenlijsten met open vragen en observaties. Is een goede methode om hypothesen en theorieën te vormen, maar niet om ze te testen omdat we niet weten of het te generaliseren is.  

    • Grootste voordeel is dat er heel gedetailleerd iets gezegd kan worden over dingen. 
    • Nadelen zijn dat het moeilijk is om uit zoveel data een conclusie te maken en dat er maar over een aantal entiteiten wat gezegd kan worden, en je dus moeilijk kan generaliseren. 
  • Wat zijn de functies van groepen?
    Bepaalde taken vervullen > sommige taken kun je niet alleen doen (huis bouwen), soms handig om verschilende specialismen te hebben (huis bouwen; loodgieter, glazenzetter etc) en soms leuker om een taak in een groep te vervullen.
    • Need to belong,
    • Helpen de wereld te begrijpen (social comparison theory ; hoe doen anderen het? Dan ik ook ongeveer zo),
    • Helpen jezelf te begrijpen (social categorization theory > men geneigd zichzelf en anderen in categorie te plaatsen, social identify theory > jezelf identificeren dmv  een groep
    • Er voordelen uithalen > exchange theory; in de vorm van beloningen, geld, vriendschap
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de conclusie van dit artikel?
 
Team training is in het algemeen succesvol. De resultaten geven aan dat team training interventies voor organisaties een goede oplossing zijn als zij cognitieve, affectieve, prestatie uitkomsten willen verhogen en teamwork processen willen verbeteren. Team training is verantwoordelijk voor 12 tot 19% van de verklaarde variantie. Dit is echter een onderschatting van de daadwerkelijke significantie, door de eerder genoemde opzet van de analyse.
Team trainingen waren effectiever voor team processen dan voor andere uitkomsten. Desalniettemin ligt het voor de hand dat verbeterde team processen, zoals communicatie en coördinatie, ook voor positieve gevolgen zorgen op prestatie
Welk type training is effectief (taskword/teamwork/combi)? 
Allen zijn effectief en de resultaten ondersteunen hypothese 3, 4 en 5. Hierbij kan bovendien gesteld worden dat er weinig verschil in prestatie verbetering was tussen taskwork (.35) teamwork (.38) en combi (.40). 
Is team training positief gerelateerd aan cognitieve, affectieve, behavioral en prestatie uitkomsten?
 Ja, allen bevestigd.
Wat zijn de 8 punten die zij suggesteren?
  1. The primary process underlying the positive effects of diversity on group performance is elaboration of task-relevant information.
  2. Task requirements moderate the relationship between diversity and performance such that diversity may be positively related to performance when performance requires information processing and creative, innovative solutions.
  3. Diversity is more likely to engender elaboration and to benefit performance when group member task motivation is high rather than low.
  4. Diversity is more likely to engender elaboration and to benefit performance when group member task ability is high rather than low.
  5. Social categorization within work groups is contingent on the interaction of the comparative fit, the normative fit, and the cognitive accessibility of social categorizations.
  6. Social categorization results in intergroup biases that are disruptive to group functioning to the extent that the identity implied by the categorization is subjectively threatened or challen
  7. Intergroup biases elicited by work-group diversity are disruptive to elaboration of task-relevant information and therefore to group performance.
  8. All dimensions of diversity may elicit social categorization processes as well as elaboration processes.
Wat zijn de drie hoofdconclusies van dit artikel?
  1. A team’s performance is influenced by its leaders motional displays – especially when the leader conveys happiness or anger. 
  2. The team’s level of epistemic motivation determines whether its members use their own emotions as guides to their behaviour (which is likely when their epistemic motivation is low) or instead use the emotional displays or the leader to guide their behaviour (which is likely when their epistemic motivation is high). 
  3. The team’s epistemic motivation determines whether leader displays of anger or happiness are more effective. 
Wat is de conclusie van dit onderzoek?
The result from the study indicated that epistemic motivation moderates the effect of leader emotional displays on team performance by leading teams to be guided more by their affective reactions (in case of low epistemic motivation) or more by their inferences regarding the quality of their performance (in the case of high epistemic motivation).
Welke processen onderscheid Kozlowski?
Team design > teams ontwerpen zodat ze goed aansluiten bij de organistatie, genoeg bronenn etc. Goed leiderschap > zorgen dat de groep goed wordt aangestuurd. Team ontwikkeling en training> zorgen dat het team up to date is, genoeg leert, gemotiveerd blijft etc
Wat zijn de functies van groepen?
Bepaalde taken vervullen > sommige taken kun je niet alleen doen (huis bouwen), soms handig om verschilende specialismen te hebben (huis bouwen; loodgieter, glazenzetter etc) en soms leuker om een taak in een groep te vervullen.
  • Need to belong,
  • Helpen de wereld te begrijpen (social comparison theory ; hoe doen anderen het? Dan ik ook ongeveer zo),
  • Helpen jezelf te begrijpen (social categorization theory > men geneigd zichzelf en anderen in categorie te plaatsen, social identify theory > jezelf identificeren dmv  een groep
  • Er voordelen uithalen > exchange theory; in de vorm van beloningen, geld, vriendschap
Wat is een groep (work team) volgens Kozlowski?
Common goal, onderlinge afh.heid, groep van 3 of meer mensen. Waarom 3? Vanaf dan kun je coalities vormen, 2 tegen 1. Relevante taken uitvoeren voor de org. Sociale interactie, communicatie, verschillende rollen en verantw.heid, je bent deel van een groter systeem (de org)
Waar of niet waar? In vergelijking met f-t-f en virtueel zijn mensen beleefder.
Niet waar.