Summary GZC II

-
557 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - GZC II

  • 1 Introductie benigne en maligne tumoren

  • Wat is een tumor?
    Tumor = zwelling
  • Wat zijn vormen van groei?
    · Normale groei
    · Groeistoornissen
    • --> Aangepaste groei: adaptatie van cellen door omgevingsfactoren van de cel. Door bv. stressfactoren, hormonen, groeifactoren, veranderen ze van:
    • o Grootte
    • o Aantal
    • o Fenotype
    • o Metabole activiteit
    • o Functie
    • --> Autonome groei: tumorgroei 
  • Wat is adaptatie:
    Gecontroleerde aangepaste groeistoornissen.
    - Kwantitatief 
    - Kwalitatief
  • Wat is kwantitatieve adaptatie?
    Toename/afname van weefsel 
    • Hypertrofie: groei van individuele cellen 
      • Fysiologisch: spieren bij krachttraining 
      • Pathologisch: linkerventrikel hypertrofie 
    • Hyperplasie: toename van het aantal cellen 
      • Fysiologisch: mammae bij zwangerschap en pubertijd 
      • pathologisch: prostaat bij benigne hyperplasie 
    • Atrofie: afname van aantal cellen 
      • fysiologisch: kleiner worden van uterus na zwangerschap 
      • Pathologisch: spieren bij zenuwaandoening. 
  • Wat is kwalitatieve adaptatie?
    Metaplasie:
    • - Verandering van het ene celtype (epitheliaal en mesenchymaal) naar het andere celtype op een plaats waar die normaal niet voorkomt.
    • - Compensatiemechanisme (bv. bij chronische irritatie) waarbij een uitgerijpt (gedifferentieerd) weefsel overgaat in een ander gerijpt (gedifferentieerd) weefsel:
    • - Voordeel:
      • Reversibel, meerlagig plaveiselepitheel <--> cilinderepitheel
      • Verandering in celtype dat beter bestand is tegen de “stress-situatie
    • - Nadeel:
      • Verlies van functie en verhoogde kans op dysplasie en/of maligniteit

    Dysplasie (ongeorganiseerde groei):
    • - Abnormale rijping, waardoor het weefsel ordeloos wordt (architecturaal); cellen zelf zien er afwijkend uit (cellulaire atypie)
  • Wat is tumorgroei?
    Ongecontroleerde groeistoornissen.
    • Goedaardige tumoren 
    • Kwaadaardige tumoren  
  • Wat is metaplasie van de bronchus?
    Cilinderepitheel --> plaveiselepitheel 
    •  Trilharen kunnen aangepast worden door stress factoren (bv. Nicotine) --> epitheel verandert naar meerlagig plaveiselepitheel --> productie slijm vermindert. --> later kan er een maligniteit ontstaan. 
    • Kan ook in de cervix ontstaan en overgang slokdarm - maag 
      • --> Metaplastisch proces
      • Reversibel, aanpassing epitheel aan veranderde omstandigheid. 
  • Wat is dysplastisch epitheel?
    - Verstoring architectuur
    - Afwijkende cel- en kernmorfologie (atypie)
    - Verstoorde uitrijping
    - Mitosen in het gehele epitheel
    - Gradering:
    • · Geringe dysplasie
    • · Matige dysplasie
    • · Ernstige dysplasie = carcinoma in situ (CIS)



    - Ontstaat vaak in metaplastisch epitheel
    - Reversibel, niet altijd progressie naar kanker. Als de verstorende factor verdwijnt kan het epitheel weer normaliseren.  
  • Wanneer spreken van invasieve groei?
    - Invasieve groei: carcinoom, maligniteit, door BM heen 
  • Welke groeistoornissen hebben we?
    - Gecontroleerde groeistoornissen (adaptatie)
    • · Kwantitatief
    • · Kwalitatief


    - Ongecontroleerde groeistoornissen (tumorgroei)
    • · Goedaardige (benigne) tumoren
    • · Kwaadaardige (maligne) tumoren 
  • Wat is neoplasma/neoplasie?
    Nieuwvorming 
    • - Abnormale weefselmassa, waarvan de groei ongecontroleerd is en uitstijgt boven die van normaal weefsel, ook na stoppen van de stimulus die de verandering veroorzaakte.
    • - Tumor = zwelling, vaak als synoniem gebruikt voor een neoplasma/neoplasie. Maar dit is incorrect. 
    • - Niet elke neoplasie vormt een tumor (zwelling).  Bijv leukemie of lymfoom. 
    • - Oncos = tumor, oncologie = leer van de neoplasma’s 
  • Wat zijn de eigenschappen van een goedaardig neoplasma?
    · Expansieve groei
    · Geen metastasen
    · Lage groeisnelheid
    · Scherp begrensd en vaak een kapsel
    · Zelden necrose
    · Geringe cel/kernatypie
    · Geringe mitotische activiteit
    · Goede differentiatiegraad 
  • Wat zijn de eigenschappen kwaadaardige (maligne) neoplasie?
    Kanker 
     · nfiltratieve (=invasieve) groei· Kan wel metastaseren
    · Hoge groeisneheid
    · Onscherp begrensd en meestal geen kapsel
    · Vaak necrose
    · Sterke cel/kernatypie
    · Hoge mitotische activiteit
    · Goed, matig of slechte differentiatiegraad 
  • Wat is de cel van origine van een benigne epitheliale tumor?
    - Cel van origine: parenchym
    - Stroma: desmoplastisch (littekenachtig, hierdoor kan je de tumor voelen). Om de tumoren komt stroma voor, dit is vaak wat littekenachting, dit noemen we desmoplastisch. Door het stroma kun de tumor vaak voelen 
    - Onderlinge samenhang van tumorcellen
    • · Macroscopisch patroon
    • · Microscopisch patroon 
  • Wat is de naamgeving van benigne epitheliale tumoren?
    Groeiwijze (macroscopisch/microscopisch)


    - Adenoom: buisdifferentiatie/buisvormend
    - Papilloom: vingervormige uitstulpingen
    - Cysteadenoom: holtevorming en buisvorming
    - Papillair cysteadenoom: vingervormige uitstulpingen, in een holte
    - Poliep: tumor met of zonder steel, uitstekend boven het slijmvlies
    · Met buisvorming: adenomateuze poliep
     
  • Waar onstaat mesenchymale tumoren uit?
    - Botweefsel, kraakbeen, spierweefsel, vetweefsel, bindweefsel, lymfevaten, bloedvaten. Als het goedaardig is dan komt er oom achte. 
  • Wat is naamgeving van benigne mesenchymale tumoren?
    · Cel van origine + achtervoegsel -oom/-oma
    • Chondroom 
    • Osteoom 
    • Leiomyoom: gaat uit van gladde spierweefsel 
    • Hemangioom 

    · Uitzonderingen: lymfoom, mesothelioom, melanoom, seminoom, neuroblastoom, teratoom (à zijn maligne) 
  • Wat is de naamgeving van maligne epitheliale tumoren?
    - Groeiwijze”/epitheeltype + carcinoom
    · Adenocarcinoom: vormt buizen (glandulair)
    · Plaveiselcelcarcinoom: vormt velden +/- verhoorning
    · Basaalcelcarcinoom: vormt velden
    · Overgangsepitheelcarcinoom: vormt velden
  • Wat is de naamgeving van een maligne mesenchymale tumor?
    - Cel van origine + sarcoom 
  • Wat is differentiatie?
    - Differentiatie: in hoeverre lijkt de tumor nog morfologisch en functioneel op het originele weefsel
    • · Benigne tumoren: goed gedifferentieerd
    • · Maligne tumoren: goed, matig of slecht gedifferentieerd



    - Ongedifferentieerd = anaplastisch: ontbreken van differentiatie

    • · Prognose goed gedifferentieerd is vaak beter dan van slecht gedifferentieerd
  • Wat zijn de criteria van differentiatie?
    • - Polymorfie/pleomorfie/anisomorfie: variatie in vorm en grootte van cellen en/of celkernen
    • - Hyperchromasie/grofkorrelig chromatine: donkere kernen door DNA
    • - Verstoring kern-cytoplasma ratio (grotere kern)
    • - Grote nucleoli
    • - Toename aantal mitosen
    • - Atypische mitosen
    • - Tumorreuscellen
    • - Verstoring oriëntatie cellen (polariteitsverlies)
    • - Necrose 
  • Een tumor kan zijn eigen angiogenese induceren. Wanneer de tumor groter is dan 2,5 mm is vaatvoorziening nodig.
  • Wat zijn de bekende oncogenen?
    · ALK (longen)
    · BRAF (huid)
    · CDK4 (hersenen) 
  • Wat zijn de bekende tumor-supressor genen?
    · E-cadherine
    · BRCA1/BRCA2
    · VHL (nieren)
    · APC (colon)
  • Wat is metastasering?
    - Tumorimplantatie los van primaire tumor
    - Zeker kenmerk van maligniteit
    - Vrijwel alle kankers kunnen metastaseren
    - Vermogen tot metastaseren niet af te lezen aan histologie
    - Ten tijde van diagnose solide tumor in 30% al metastasen
    - Wegen van metastasering:
    • · Direct via doorgroei
    • · Lymfogeen
    • · Hematogeen
    • · Direct via lichaamsholten/oppervlakten 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe ziet de toekomst eruit?
In de toekomst zal de diagnostiek en behandeling van mammacarcinoom waarschijnlijk verder verbeteren. Bio imaging en gene profiling kunnen zorgen voor een beter inzicht in de prognose van de individuele patiënt. Er kan intra-operative imaging gedaan worden om de kwaliteit van de chirurgie te verbeteren.

Daarnaast worden steeds meer minimaal invasieve behandelmethoden ontwikkeld en zijn er steeds betere medicamenten met minder bijwerkingen beschikbaar (targeted therapy). De volgorde van verschillende behandeltechnieken zou misschien kunnen veranderen en er wordt steeds meer aandacht besteed aan personalized medicine. 
Risicofactoren voor recidief of metastasen
- Jonge leeftijd
- Lymfekliermetastasen
- Tumorgrootte
- Bloom & Richardson gradering
- Lymf- en angioinvasie
- Triple negatieve tumor (ER-, PR-, Her2-)
Wat houdt adjuvante therapie in?
Na een borstsparende operatie wordt altijd radiotherapie van de mamma toegepast. Een mammasparende operatie in combinatie met radiotherapie wordt een mammasparende behandeling/therapie genoemd (MST)> Soms is er locoregionale radiotherapie noodzakelijk (afhankelijk van tumorstatus/stadiering en risicofactoren op locoregionaal recidief). Afhankelijk van de tumorstatus/stadiering en het risico op afstandsmetastasen wordt wel of geen systemische therapie gegeven. 
Na een borstkankeroperatie kan een vrouw kiezen voor reconstructie van de borst. Hoe kan dit?
Na een borstkankeroperatie kan een vrouw kiezen voor reconstructie van de borst. Dit kan met een prothese of met eigen weefsel (autologe constructie). Soms is het mogelijk om de reconstructie gelijktijdig met de operatie voor de tumor te doen als dit gewenst en technisch mogelijk is. De reconstructie kan echter ook tenminste 1 jaar na de behandeling uitgesteld worden, wanneer er geen recidief of metastasen zijn opgetreden. 
Wat houdt de schildwachtklierprocedure in, waarom gedaan?
Als alle lymfeklieren uit de oksel worden verwijderd krijgt de patiënt vaak last van lymfoedeem in de betreffende arm. Daarnaast kan er bij een okselklierdissectie een beschadiging van de n. thoracicus longus of de n. thoracodorsalis optreden. Om dit te voorkomen wordt nu vaak een schildwachtklierprocedure gedaan. Hierbij wordt de eerste lymfeklier na de borst operatief verwijderd. Deze eerste klier heeft de schildwachtklier. Als uit weefselonderzoek blijkt dat deze schoon is, hoeven de andere lymfeklieren niet te worden verwijderd. Een schildwachtklier wordt met radioactief materiaal en blauwe inkt gemerkt door een radioloog, zodat de chirurg de klier tijdens de operatie kan vinden. Als de schildwachtklier wel aangedaan blijkt te zijn, wordt de oksel postoperatief bestraald. 
Wanneer spreken we van een mammasparende operatie?
Lumpectomie + SNP of OKD = MSO (mammasparende operatie)
Wat is een borstsparende operatie/lumpectomie?
Bij een borstsparende operatie of een lumpectomie wordt de tumor en het weefsel eromheen verwijderd. Er wordt geprobeerd het overgebleven klierweefsel netjes aan elkaar te leggen door het over de spierfascie heen te schuiven. Zo ontstaat er hopelijk geen deukje in de borst en kan het cosmetisch resultaat heel fraai zijn. Aanvullend aan deze behandeling wordt er altijd een schildwachtklierprocedure (SNP) of een okselkliertoilet (OKT) gedaan. Bij deze behandeling wordt altijd adjuvante radiotherapie gegeven.
Wat is een ablatio mammae?
Bij een ablatio mammae wordt alleen het borstklierweefsel verwijderd en er wordt geprobeerd de huid en tepel te sparen. Deze behandeling wordt vaak preventief gebruikt bij vrouwen met een BRCA-mutatie. Hierbij wordt geen aanvullende radiotherapie gegeven. 
Wat is gemodificeerde radicale mastectomie?
Bij een gemodificeerde radicale mastectomie worden de spieren niet verwijderd, maar de spierfascie wel. Ook worden alle lymfeklieren van de oksel verwijderd. Dit is de modernere versie van een radicale mastectomie. Deze behandeling wordt uitgevoerd bij grote tumoren of bij multifocaliteit en okselkliermetastasen. 
Wat is een radicale mastectomie?
Bij een radicale mastectomie worden al het borstklierweefsel (mamma-amputatie), de onderliggende spieren (m. pectoralis major en minor) en alle oksel-, parasternale-, en infraclaviculaire lymfeklieren verwijderd. Het doel van deze behandeling is ervoor zorgen dat de tumor zich niet meer kan verspreiden. Dit is een behandeling die niet meer vaak wordt toegepast, enkel bij ingroei van de tumor in het spierweefsel.