Summary H 2 - Circulatie

-
248 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - H 2 - Circulatie

  • 2 H 2 - Circulatie VPK

  • Wat zijn de drie belangrijkste lichaamsvloeistoffen?
    Bloed, weefselvocht en lymfe
  • Taak circulatie?
    1. Samenstelling van het inwendig milieu (de vloeistof rondom de lichaamscellen=interstitium) constant van samenstelling houden=homeostase. Hierdoor beschikken alle cellen op ieder moment over voldoende O2 en voedingsstoffen zodat de celstofwisseling normaal kan verlopen.
    2. Afvalproducten worden vanuit de weefsels meegenomen en op speciale plaatsen, zoals in de nieren en de longen uit het bloed verwijderd.
    3. Zorgt voor gelijkmatige verdeling van de warmte over het lichaam.
  • Hoe groot is het bloedvolume?
    Ongeveer 7% van het lichaamsgewicht (5 a 6 liter voor een volwassene)
  • Wat is de samenstelling van het bloed?
    Bloedplasma (ongeveer 55% van het totale bloedvolume)
    Bloedcellen
  • Waaruit bestaat het bloedplasma?
    Water
    Plasma-eiwitten:
    - albumine
    - globulinen (alfa, beta en gammaglobulinen)
    - fibrinogeen
    Zouten (ionen) onder andere Na, K, Ca, PO4 (fosfaat) Cl (chloride), HCO3 (bicarbonaat)
    Voedingsstoffen onder andere glucose, aminozuren, vetzuren, glycerol en vitaminen
    Hormonen
    Afvalstoffen onder andere ureum, urinezuur, CO2, bilirubine
  • Waaruit bestaat de bloedcellen? (ongeveer 45% van het totale bloedvolume)
    Rode bloedcellen (erytrocyten)
    Witte bloedcellen (leukocyten) onder andere:
    - granulocyten
    - lymfocyten
    - monocyten
    Bloedplaatjes (trombocyten)
  • Welke drie belangrijke hoofdfuncties heeft het bloed?
    Transport
    Handhaven constant inwendig milieu
    Beschermende functie
  • Wat gebeurt er bij het transport?
    O2 en CO2 worden in opgeloste vorm vervoerd maar ook voedingsstoffen, hormonen, eiwitten en uitscheidingsproducten. Sommige stoffen zijn slecht oplosbaar in water en daardoor niet simpel door het bloed te vervoeren. Het vervoer van deze slecht oplosbare stoffen gebeurt door koppeling aan transporteiwitten zoals albumine, alfa- en betaglobulinen. Ook warmte wordt getransporteerd om de lichaamstemperatuur constant te houden
  • Wat gebeurt er bij het handhaven van een constant milieu?
    Gebeurt door middel van (kristalloid)-osmotische druk, colloid-osmotische druk (=COD) en pH
  • Wat houdt de beschermende functie in?
    Bloed biedt bescherming tegen ziekteverwekkers en andere lichaamsvreemde stoffen. Een tweede belangrijke beschermende functie van het bloed bestaat uit het proces van de bloedstelping (=hemostase)
  • Hoe kan bloedplasma worden verkregen?
    Bloed wat onstolbaar is gemaakt met een anticoagulans centrifugeren. Onderin zie je dan de bloedcellen en bovenin het lichtgele, heldere bloedplasma.
  • Hoe kan serum worden verkregen?
    Bloed in een buisje zonder anticoagulans. Er treedt stolling op waarbij er een bloedprop ontstaat waar de vloeistof wordt uitgeperst. Deze vloeistof is dus het serum. Serum is dus bloedplasma zonder stollingseiwitten zoals fibrinogeen
  • Wat wordt onder de hematocrietwaarde (Ht) verstaan?
    Het deel van het bloedvolume dat in beslag wordt genomen door de bloedcellen, uitgedrukt in l/l
  • Hoeveel bedraagt het Ht gemiddeld per l/l
    0,45 l/l, oftewel 0,45 liter cellen per liter bloed - Ht wordt ook dikwijls uitgedrukt in een percentage, bijvoorbeeld 45%
  • Waar wordt de Ht waarde hoofdzakelijk door bepaald?
    Door het aantal rode bloedcellen (95% van alle bloedcellen)
  • Wanneer kan het Ht sterk verhoogd zijn?
    Bij veel vochtverlies (dehydratie). Lichaam maakt meer rode bloedcellen om vochttekort aan te vullen
  • Wat zijn de functies van de plasma-eiwitten?
    Handhaving van de COD (=colloid-osmotische druk)
    Transportmiddel
    Antilichamen
    Stollingsfactoren
    Enzymen
    Buffercapaciteit
    Eiwitreserve
  • Wat gebeurt er bij de handhaving van de COD?
    Handhaving van de COD, onder andere belangrijk bij de uitwisseling in de haarvaten (capillairen) en bij de ultrafiltratie in de nefronen, dit doet vooral albumine. Albumine is de grootste eiwitfractie van het bloedplasma
  • Plasma eiwitten als transportmiddel?
    Dit doen albumine, alfa- en beta-globulinen. Zij vervoeren vetten (lipiden), niet water-oplosbare hormonen, ijzer (=transferrine), koper en calcium. Albumine vervoert ook galkleurstoffen (=bilirubine). Ook niet-wateroplosbare geneesmiddelen worden door albumine vervoerd
  • Wat is een kenmerk van albumine?
    De transportcapaciteit is begrensd. Bijv. wanneer een patient wordt behandeld met een grote dosis van een medicijn dat een sterke affiniteit heeft voor albumine, kan dat tot gevolg hebben dat andere stoffen (hormonen, galkleurstoffen) van dat eiwit worden verdrongen. Deze komen dan in het bloedplasma
  • Hoe worden de antilichamen genoemd?
    Gammaglobulinen
  • Wat bevat de gammaglobulinenfractie?
    Bevat de verzameling van antilichamen in het bloed van 1 persoon.
  • Wat gebeurt er bij een injectie met gammaglobulinen (bijv. voor een reis)?
    De persoon krijgt antilichamen toegediend, die zijn geisoleerd uit het bloed van donoren
  • Wat houdt de buffercapaciteit in?
    Bij een dreigende pH-daling (acidose) - het bloed wordt te zuur - zijn de plasma-eiwitten (bijvoorbeeld albumine) in staat H+-ionen te binden.
    Bij een dreigende pH-stijging (alkalose) - het bloed wordt veel minder zuur - zijn de plasma-eiwitten in staat extra H+-ionen aan het bloed af te staan.
  • Wat houdt de eiwit-reserve in?
    In de lever kunnen de eiwitten gesplitst worden tot aminozuren, die weer kunnen worden gebruikt voor de aanmaak van lichaamseiwtten. Ook kunnen de aminozuren worden omgezet tot glucose.
  • Hoe kunnen de verschillende soorten bloedcellen zichtbaar gemaakt worden?
    Door middel van een bloeduitstrijkje
  • Hoe wordt de vorming van bloedcellen genoemd?
    Hemopoese
  • Waar vindt de hemopoese plaats in de embryonale periode?
    Aanvankelijk in de lever, milt, zwezerik (thymus) en lymfeknopen en vanaf de zesde foetale maand ook in het dan inmiddels gevormde rode beenmerg. Door mitotische delingen (kern) en differentiatieprocessen worden hieruit de verschillende soorten bloedcellen gevormd. De vorming van de bloedcellen vindt plaats vanuit de zogenaamde stamcellen, die ontstaan in het embryonaal bindweefsel. De stamcellen zijn te beschouwen als de voorlopers van de bloedcellen
  • Wat is een differentiatieproces?
    Het proces waarbij een homogeen geheel wordt verdeeld in delen met verschillende eigenschappen. Er blijft dus sprake van een geheel en de verdeling in delen met verschillende eigenschappen doen zich voor binnen dat geheel
  • Waar vindt de vorming van bloedcellen vanaf een half jaar na de geboorte vooral plaats?
    Vooral in het rode beenmerg
  • Wat wordt er dan na een half jaar na de geboorte nog in de milt, zwezerik en lymfeknopen geproduceerd?
    Lymfocyten
  • Waar vindt bij volwassenen de vorming van bloedcellen plaats?
    In het rode beenmerg (vooral in de wervels, borstbeen en ribben)
  • Waar vindt de rijping van de lymfocyten plaats?
    In beenmerg en zwezerik, maar ook in milt en de lymfeknopen. De milt en lymfeknopen produceren dus geen lymfocyten
  • Hoeveel bloedcellen produceert het rode beenmerg (totaal 1,2 - 1,5 l)?
    Per seconde ongeveer 9 miljoen bloedcellen:
    2,5 miljoen rode bloedcellen
    1,5 miljoen witte bloedcellen
    5 miljoen bloedplaatjes
  • Welke bloedcellen komen 800 maal meer voor?
    De rode bloedcellen meer dan de witte bloedcellen
  • Wat is de levensduur van de verschillende cellen?
    120 dagen rode bloedcellen
    005 dagen witte bloedcellen granulocyten
    007 dagen bloedplaatjes
  • Van welke cellen is de productie het hoogste en waar heeft dat mee te maken?
    Van de bloedplaatjes. Dit heeft te maken met het grote aantal per ml maar vooral ook met de levensduur (ongeveer een week)
  • Wanneer er sprake is van een versnelde bloedafbraak of verlies aan bloedcellen wat gebeurt er dan?
    De productie kan dan wel vijf keer zo hoog zijn. Het rode beenmerg wordt doorkruist door een netwerk van bloedvaatjes, die zorgen voor de aanvoer van voedingsstoffen en bijvoorbeeld erytropoetine die de hoge productie moet handhaven
  • Hoe heet de vorming van de rode bloedcellen?
    Erytrpoëse
  • Wanneer is het rijpingsproces van de rode bloedcellen voltooid?
    Nadat de celkern is verwijderd en er voldoende hemoglobine is gevormd
  • Hoe heet de laatste voorloper van een rode bloedcel?
    Reticulocyt en wordt in het perifere bloed aangetroffen
  • Wat is perifeer bloed?
    Het bloed aan de buitenzijde van het beenmerg
  • Wat is een maat voor de activiteit van de vorming van de rode bloedcellen?
    Het aantal reticulocyten in het bloed
  • Samenstelling reticulocyten?
    Geen kern
    Veel netvorming (RNA (reticulum=netwerk)
  • Taak RNA?
    Brengt de concentratie van het eiwit hemoglobine op het gewenste niveau
  • Als reticulocyten in het bloed gekomen zijn, wat gebeurt er dan?
    RNA wordt uit de cel verwijderd door de milt
  • Waar kunnen bloedcellen buiten het beenmerg worden gevormd?
    Lever en milt
    Als beenmergtumor, zoals multipel myeloom = ziekte van Kahler aanwezig is
  • Bouw rode bloedcellen?
    Biconcave (dubbelholle) schijfjes
  • Samenstelling rode bloedcellen?
    60% H2O
    34% Hb
    6% overige stoffen
  • Functie rode bloedcellen?
    O2 transport door middel van binding aan de rode bloedkleurstof hemoglobine
    In omgeving met veel O2 - Hb bindt O2
    In omgeving met weinig O2 - Hb staat O2 af
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar bestaat serum uit?
Bloedplasma zonder stolingsfactoren
Aortaboog?
Arcus aortae - ontspringen drie bloedvaten:
Arm-hoofdslagader (truncus brachiocephalicus)
Linker gemeenschappelijke halsslagader (arteria carotis communis)
Linkerondersleutelbeenslagader (arteria subclavia)
Opstijgende deel van de aorta?
Aorta ascendens. Begin bij aortakleppen ontspringen de linker en rechter kransslagaders
Waar begint de kleine bloedsomloop?
Vanuit de rechter kamer via de longen naar de linkerboezem voor opname O2 en afgifte CO2
Waar begint de grote bloedsomloop?
In de linkerkamer - aorta - weefsels - haarvaten - uitwisseling voedingsstoffen en gassen - haarvaten - aders - onderste en bovenste holle ader - hart - rechter boezem
Hart in zuurstofnood?
Medicijnen geven die de aders verwijden (dilateren) verminderen de vulling van de kamers en daarmee de preload. Medicijnen geven die slagaders verwijden verminderen de arteriele bloeddruk en daarmee de afterload
Vermogen afhankelijk van twee factoren?
Slagvolume: wordt bepaald door vulling van de kamer (preload)
Bloeddruk waar het hart tegenin moet pompen, dat is de bloeddruk op het moment dat de aorta of pulmonalisklep open gaat, de diastolische arteriele bloeddruk (afterload)
Vermogen van de hartspier?
O2 behoefte van de hartspier is direct gekoppeld aan de arbeid die het hart per seconde moet leveren
Hartdecompensatie of DC?
Hartspier is verzwakt, bloed hoopt zich op in de longaders of de grote aders
Gezond hart is gecompenseerd?
Er gaat net zoveel uit als er in komt