Summary Handboek depressieve stoornissen

-
ISBN-10 905898303X ISBN-13 9789058983039
262 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Handboek depressieve stoornissen". The author(s) of the book is/are Aart Herman Schene Bernard Gustaaf Cyriel Sabbe Philip Spinhoven Henricus Gerardus Ruhé. The ISBN of the book is 9789058983039 or 905898303X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Handboek depressieve stoornissen

  • 1.1 Inleiding

  • In welke termen moet de gevolgen van (depressieve) stoornissen worden uitgedrukt?
    • Mortaliteit
    • Functionele beperkingen
    • Verlies van kwaliteit van leven
  • Wat betekenen Qaly's en wat zijn Daly's?
    Qaly's (quality-adjusted life years) staat voor verlies van kwaliteit van leven en Daly's (disability-adjusted life years) betekent het aantal jaren dat men leeft met de beperkingen van de stoornis.
  • Wat is een MDD?
    MDD staat voor Major Depressive Disorder.
  • 1.2 Prevalentie, incidentie en klinische ernst

  • Wat was de jaarprevalentie en de levensprevalentie van een depressie in Nederland in 1996?
    De jaarprevalentie van een depressie was 5.8% (personen die in een bepaald jaar een depressie heeft gehad) en de levensprevalentie (aantal mensen dat ooit een depressie heeft gehad) was 15.4%
  • Van de jaarprevalentie bij volwassenen bleek 10% milde depressieve stoornis te hebben, 39% matig, 38% ernstig en 13% heel ernstig.
  • 1.2.1 Adolescenten en 65-plussers

  • Wat verklaart het geringe verschil tussen de levensprevalentie van jongeren vs. De levensprevalentie van volwassenen, met de informatie dat veel volwassenen vertellen dat zij hun eerste episode pas in het volwassen leven meemaken?
    Het geringe verschil wordt verklaard door het 'vergeten' van een eerdere episode
  • Wat houdt een 'subklinische depressie' ofwel 'klinisch relevante depressieve symptomen'?
    Bij een subklinische depressie, gaat het om verscheidene symptomen van een depressie, zonder dat er wordt voldaan aan de diagnostische criteria, zoals vermeld in de DSM.
  • 1.2.2 Depressie in de huisartsenpraktijk

  • Welke twee patiëntgebonden factoren zijn van belang bij het stellen van depressie als diagnose door de huisarts?
    1. De al dan niet daadwerkelijke presentatie van depressieve klachten bij de patiënt
    2. De ernst van de depressie en de daaraan gerelateerde sociale gevolgen
  • Wat is een belangrijke artsgebonden factor bij het stellen van depressie als diagnose door de huisarts?
    De belangrijkste artsgebonden factor is de communicatieve vaardigheid van de arts.
  • 1.2.3 Internationale aspecten

  • Wat draagt bij aan depressie als welvaartsverschijnsel?
    De hoogste prevalenties op het gebied van depressies worden aangetroffen in de welvarendste landen. Dit komt wellicht omdat mensen in armere landen hun depressie sneller vergeten of het minder nodig vinden om deze te rapporteren.
  • 1.2.4 Neemt de prevalentie toe?

  • Neemt de prevalentie over de jaren toe?
    Nee. Niet per definitie. Verbeterde methoden laten het echter wel lijken.
  • 1.3 Sociaal-demografische correlaten van depressie

  • Komen internaliserende stoornissen (zoals depressie) vaker voor bij mannen/vrouwen? Zo ja, hoe vaak? En hoe zit dit bij externaliserende stoornissen?
    Depressie en andere internaliserende stoornissen, komen ongeveer twee keer zo vaak voor bij vrouwen. Externaliserende stoornissen en middelen komen twee keer zo vaak voor bij mannen.
  • Verschilt de kans op een recidief, de snelheid van herstel en de duur van de depressieve episoden tussen mannen en vrouwen?
    Nee.
  • Wat heeft invloed op het kleiner maken van het geslachtsverschil in de prevalentie van depressie bij mannen en vrouwen
    Hoe meer gelijk de sociale en economische rollen zijn van mannen en vrouwen, hoe kleiner het geslachtsverschil in de prevalentie.
  • Hoewel een episode van depressie op elke leeftijd kan ontstaan, ligt de incidentiepiek in de late adolescentie en vroege volwassenheid, met een mediaan van 25.7 in de rijkere landen en 24.0 in de minder rijke landen.
  • Welke invloed heeft alleenstaand/samenwonend met partner en opleidingsniveau op het ontwikkelen van een depressie?
    Consistent is de lagere prevalentie onder personen die samenwonen met hun partner. De prevalentie is het hoogst onder alleenstaande gescheiden volwassenen. Minder consistent zijn de associaties met opleiding en inkomen, al gaat een lager opleidingsniveau meestal wel gepaard met een grotere kans op depressie in de volwassenheid.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

De activatie van welk hersengebied voorspelt of iemand goed op psychotherapie, danwel op farmacotherapie zou reageren?
De activatie van de insula.
De activatie van welk hersengebied voorspelt de respons op cognitieve therapie?
De activatie van de ventrale ACC
Wat houdt de emotionele cognitieve bias, in bij depressieve patiënten?
De emotionele cognitieve bias houdt in dat stemmingscongruente (negatieve) informatie beter en sneller wordt verwerkt dan stemmingsincongruente (negatieve) informatie.
Welke hersennetwerken zijn er nog meer in verband gebracht met depressie naast het DMN (default mode network)?
  • Frontopariëtale cognitieve-executieve netwerk (CEN; betrokken bij aandachtsregulatie en emotionele controle)
  • Dorsale aandachtsnetwerk (betrokken bij het richten van de aandacht op externe informatie)
  • Salience-netwerk (betrokken bij het richten van de aandacht op informatie die emotioneel gezien interessant is)
Hoe kun je 'depressie terug zien in de witte stof?
In de witte stof kun je zien dat de integriteit laag is tussen hersengebieden (informatie kan minder efficiënt doorgestuurd worden), specifiek tussen gebieden die een rol blijken te hebben in de primaire evaluatie, opslag en regulatie van emotionele informatie.
Hoe kun je 'depressie' terug zien in de grijze stof?
In de grijze stof is depressie consistent geassocieerd met een lager volume in zowel limbische als corticale gebieden.
Hoe kan het volume van de grijze en witte stof het best afgebeeld worden (met welke neuro-imaging techniek)?
Diffusion tensor imaging (DTI).
Wat is het 'default mode network'?
Het default mode network, omvat de volgende gebieden:
  • Mediale prefrontale schors
  • Posterieure cingulaire schors
  • Mediale en laterale precuneus

Deze vertonen dezelfde activatiepatronen.
Welke neuroanatomische modellen van depressie zijn er?
  • Limbisch-corticale disregulatiemodel (verhoogde activiteit in amygdala samen met abnormaal lage activiteit in frontale gebieden is onderliggend aan depressie)
  • Ventrale-dorsale disbalansmodel (abnormaal functioneren van de rostrale of pregenuale ACC)
  • Thalamus (thalamus is hyperactief, waardoor inkomende signalen vlot verwerkt worden door limbische structuren. Dit lukt echter niet door tekort dopamine)
Wat zijn de nadelen van een MRI?
  • Relatief duur
  • Er kan niet op receptorniveau gekeken worden (dat is enkel mogelijk met PET of SPECT)