Summary Handboek gezondheidsrecht.

-
ISBN-10 9089744541 ISBN-13 9789089744548
450 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Handboek gezondheidsrecht.". The author(s) of the book is/are H J J Leenen, J K M Gevers, J Legemaate. The ISBN of the book is 9789089744548 or 9089744541. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Handboek gezondheidsrecht.

  • 1.1 Plaatsbepaling

  • Vanuit welke rechtelijke perspectieven heeft het gezondheidsrecht zich ontwikkeld?
    Het gezondheidsrecht wordt als horizontaal specialisme bestudeerd vanuit het civiel-, straf-, bestuurs- en internationaalrechtelijk perspectief
  • Waar hangt de groei van het gezondheidsrecht mee samen?
    Met de ontwikkelingen in de medische wetenschap en technologie, en met de veranderingen in de samenleving. Daardoor nam de publieke regulering van de gezondheidszorg en de beroepsuitoefening sterk toe.
  • Welke aspecten speelden mee met de ontwikkelingen in de gezondheidsrecht?
    De rechten van de mens in het kader van de bescherming van de patient als in de mogelijkheid om te kunnen delen in de mogelijkheden van de gezondheidszorg.
    De toepassing van methoden uit de geneeskunde buiten de gezondheidszorg (bv keuringen).
  • Wat is het doel van het gezondheidsrecht?
    Rechten van de mens in de gezondheidszorg te beschermen en evenwichtige verhoudingen in en ten aanzien van de zorg voor de gezondheid te scheppen.
    - goede en humane zorg
    - rechtvaardige verdeling van beschikbare mogelijkheden en middelen
    - hanteren rechtsnormen ten aanzien van medische en ethische overwegingen
    - bescherming tegen over de overheid
  • Hoe verhoudt het gezondheidsrecht zich tot de ethiek?
    Gezondheidsrecht en ethiek overlappen elkaar omdat ze beide gaan over fundamentele beginselen en individuele maatschappelijke waarden en de onderlinge verhoudingen tussen beide. (bv  redelijkheid en billijkheid, goede trouw, goede zeden en zorg als een goede huisvader)
  • 1.2 Omschrijving van het gezondheidsrecht

  • Gezondheidsrecht kan worden omschreven als: 'het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de zorg voor de gezondheid en de toepassing van overig burgerlijk, bestuurs- en strafrecht in dat verband'.

  • 1.3 Gezondheidsrecht en gezondheidsethiek

  • Beginselen die in de 'gezondheidsethiek' als uitgangspunt worden beschouwd (respect voor autonomie, rechtvaardigheid, niet-schaden en weldoen) zijn voor een belangrijk deel ook in het recht geïncorporeerd (opnemen in), ook al zijn rechtsbeginselen niet in alle opzichten gelijk aan morele beginselen.

  • 2 Bronnen van het recht in de gezondheidszorg

  • De bedoeling van dit hoofdstuk is inzicht te bieden in de verschillende soorten regels ( onderscheiden naar rechtsbron) die in het gezondheidsrecht een rol spelen en in hun betekenis voor de praktijk. 

  • 2.1 Bovennationale rechtsbronnen

  • De 'twee belangrijkste wegen' waarlangs het gezondheidsrecht bovennationale trekken bezit, zijn enerzijds de internationale mensenrechtenverdragen en anderzijds het supranationale recht van de Europese Unie.
    Het belang van het EVRM blijkt 'allereerst' uit uitspraken van Nederlandse rechters in zaken waarin een beroep werd gedaan op in het verdrag neergelegde  mensenrechten, zoals het verbod op een onmenselijke of vernederende behandeling (art. 3) in relatie tot de grenzen die aan de (dwang) behandeling van de psychiatrische patiënten kunnen worden gesteld, de betekenis van het recht op een eerlijk proces (art. 6) voor de tuchtrechtspraak, en van het recht op privéleven (art. 8) voor uiteenlopende onderwerpen als het inzagerecht in medische gegevens en het recht op vrije artsenkeuze. 

    In de 'tweede plaats' zijn uiteraard de uitspraken van de Europese Commissie en het Hof zelf van belang. 
    Bijzondere vermelding verdient het Verdrag inzake mensenrechten en biogeneeskunde (Biogeneeskundeverdrag; 1997). In dit verdrag is niet alleen een aantal algemene rechten opgenomen (zoals het recht op informatie en toestemming, en regels over de positie van wilsonbekwame patiënten), het beoogt ook gemeenschappelijke principes te formuleren met het oog op de ontwikkelingen in de biomedische wetenschappen.

  • 2.2 Wetgeving in de gezondheidszorg

  • Het recht regelt de verhoudingen tussen de deelnemers aan het maatschappelijk verkeer (individuele burgers maar ook organisaties en instellingen die als rechtspersoon kunnen optreden) en de verhouding tussen burgers respectievelijk private rechtspersonen.
    Enerzijds waarborgt het recht aldus dat op zorgvuldige wijze met de belangen van individuen en maatschappelijke organisaties wordt omgegaan, anderzijds is het een instrument voor de overheid om haar beleid te realiseren.

  • Dit gezegd zijnde zijn er echter vele overwegingen die reden voor een wettelijke regeling kunnen vormen. Tot zulke 'motieven' voor wetgeving worden onder meer gerekend:
    - het vastleggen van (de randvoorwaarden voor) structuur en functioneren van de gezondheidszorg met het oog op de beschikbaarheid en bereikbaarheid voor alle burgers;

    - het waarborgen van veiligheid en kwaliteit, onder meer door instelling van overheidstoezicht, veiligheidseisen ten aanzien van genees- en hulpmiddelen en kwaliteitswetgeving voor instellingen en individuele beroepsbeoefenaren;

    - het garanderen van de financiële toegankelijkheid van als noodzakelijk te beschouwen zorg op basis van solidariteit tussen mensen met verschillende gezondheidsrisico's respectievelijk verschillende financiële middelen;

    - bescherming van patiënt in diens afhankelijkheid van de hulpverlener en meer in het algemeen het aan banden leggen van machtsposities;

    - bescherming van individuen waar belangen van derden een rol gaan spelen, zoals bij medische keuringen of medisch-wetenschappelijk onderzoek;

    - de bescherming van volksgezondheid op collectief niveau, bijvoorbeeld in verband met infectieziekten.

  • Om doelen zoals hiervoor aangegeven te bereiken, is inmiddels een veelheid aan wetten tot stand gekomen. Als voorbeeld zijn te noemen:

    - op het terrein van structuur en functioneren: de Wet bijzondere medische verrichtingen (1997), de Wet toelating zorginstellingen (2005), de Wet marktordening gezondheidszorg (2006);

    - op het gebied van veiligheid en kwaliteit: de Geneesmiddelenwet, de Wet op medische hulpmiddelen (1970), de Wet op beroepen in de individuele gezondheidszorg (1993), de Kwaliteitswet zorginstellingen (1996), de Wet inzake bloedvoorziening (1998);

    - ten aanzien van de financiële toegankelijkheid: de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (1967), de Zorgverzekeringswet (2005) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (2006);

    - inzake de rechtspositie van de patiënt (individueel en collectief), de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (1994), de Wet klachtrecht cliënten zorgsector (1995), de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (1996);

    - ter bescherming tegen derdenbelangen: de Wet op de orgaandonatie (1996), de Wet op medische keuringen (1997), de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (1998);

    - op het gebied van collectieve gezondheidsbescherming: de Wet collectieve preventie volksgezondheid (1990), de Wet op bevolkingsonderzoek (1992), de Infectieziektenwet (1998).

  • Bij consistentie (samenhang) gaat het vooral om structuur en samenhang. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen 'interne' en 'externe' consistentie. Van het eerste (intern) is sprake als de regeling in zichzelf deugdelijk van aard is en de nodige samenhang vertoont: begrippen worden eenduidig en consequent gebruikt, de structuur van de regeling is helder, het instrumentarium voor handhaving is passend en bruikbaar. Externe consistentie betreft de samenhang met andere wetten: Hoe verhoudt de betreffende wet zich tot andere? Doet zich samenloop van regelingen voor, en zo ja, is daarbij sprake van discrepanties (onderlinge afwijkingen) die kunnen leiden tot rechtsonzekerheid of fricties?

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat wordt verstaan onder 'preventie' in de Jeugdwet?
Onder preventie wordt daarmee verstaan wat voorheen onder prestatieveld 2 van de Wmo en onder het maatwerkdeel van de Wpg viel. Een aantal voorbeelden hiervan zijn:
- Het inzetten van opvoedcursussen ter voorkoming van opvoedingsproblemen;
- Intensieve thuisbegeleiding, een product dat veelal door thuiszorgorganisaties wordt geboden bij ontregelde gezinnen. Deze vorm wordt beschreven in het rapport van de RMO ‘Ontzorgen en normaliseren’;
- De opvang van kinderen met gedrags- en cognitieve problemen in reguliere kinderopvangorganisaties, die kunnen rekenen op ondersteuning door pedagogen (Alert4you). Dit in plaats van de opvang van deze kinderen in een gespecialiseerde voorziening (medisch kinderdagverblijf);
- Vormen van inzet van vrijwilligers die begeleiding bieden aan jonge moeders, jongeren, maatjesschap, MIM-Homestart (een door Stichting Humanitas ontwikkeld product);
- Begeleiding van kinderen met een licht verstandelijke beperking bij dagelijkse verrichtingen.
Naast het reguliere toezicht voeren inspecties nog twee vormen uit. Welke zijn dat?
Naast het (regionaal georganiseerde) toezicht op de jeugdhulpaanbieders of gecertificeerde instellingen voeren de inspecties thematisch toezicht uit. Ook dit toezicht is risicogebaseerd. Tot slot voeren de inspecties, vaak in samenwerking met één of meer andere inspecties, calamiteitentoezicht uit. Hiervan is sprake bij fatale incidenten of wanneer sprake is van ernstig letsel (door geweld of seksueel misbruik).
Wat is 'risicobebaseerd toezicht door de inspectie?
De inspecties houden risicogebaseerd toezicht, wat betekent dat zij het meest intensief toezicht houden op die plaatsen waar volgens hun inschatting de risico’s voor de betreffende jongeren het grootst zijn. Deze inschatting maken zij op basis van een zorgvuldige risicoanalyse van de verschillende jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. Hoe hoger de risico-inschatting uitvalt, des te meer aandacht krijgt een aanbieder of een sector in het voorgenomen toezicht.
Het toezicht vindt zowel aangekondigd als onverwacht plaats
Welke twee uitgangspunten kent het toezicht op de jeugdzorg?
- Het eerste is dat burgers (jongeren en ouders) erop mogen vertrouwen dat daar waar wettelijke kwaliteitseisen worden gesteld aan jeugdhulp, er ook controle plaats vindt op de naleving van die voorschriften.
- Het tweede uitgangspunt is dat het belangrijk is voor de uitvoerders (jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen) om te weten waarop zij gecontroleerd worden en welke gevolgen het niet naleven van de wet kan hebben
Welke twee varianten van pleegzorg kent de Jeugwet?
Binnen de pleegzorg zijn er twee verschillende varianten, de hulpverleningsvariant en de opvoedvariant.
Ten aanzien van de hulpverleningsvariant geldt dat in dit type pleegzorg het herstel van de gezinssituatie centraal staat. Dit betekent dat de aanspraak op pleegzorg in deze variant gepaard zal gaan met het bieden van intensieve ambulante hulp aan het gezin van de natuurlijke ouders. Deze hulp moet ertoe leiden dat de jeugdige zo snel mogelijk weer naar huis kan of dat voor alle betrokkenen duidelijk wordt dat, ondanks alle inspanningen, terugkeer naar de ouders geen reële optie is.
In de opvoedvariant groeit de jeugdige voor lange tijd op in het pleeggezin en zal in het algemeen hulp en steun aan de natuurlijke ouders in het kader van jeugdhulp niet langer nodig zijn. Hierbij behouden ouders overigens wel hun recht op omgang met hun kinderen.
Pleegzorg kan ook in deeltijd worden aangeboden.
Hoe verhoudt zich de subsidiariteit mbt de vrijheidsbeperking?
Op grond van het subsidiariteitsbeginsel dient aan de hand van de omstandigheden van het concrete geval vastgesteld te worden dat het doel van de in te zetten gesloten jeugdhulp in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkene minder ingrijpende wijze kan worden behaald. Dit betekent niet dat eerst andere, minder ingrijpende vormen van jeugdhulp uitgeprobeerd moeten worden. Maar die vormen dienen wel overwogen te zijn voordat tot gesloten jeugdhulp wordt overgegaan. Zie ook hiervoor:



 artikel 37, onderdeel b, IVRK dienen de vrijheidsbeneming van een jeugdige en de toepassing van vrijheidsbenemende maatregelen slechts worden ingezet als uiterste maatregel en voor de kortst mogelijke duur
Hoe verhoudt zich de proportionaliteit mbt de vrijheidsbeperking?





Het proportionaliteitsbeginsel verlangt een redelijke verhouding tussen het te dienen belang en de vrijheidsbeperking. De vrijheidsbeneming en de vrijheidsbeperkende maatregelen mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot het met de gesloten jeugdhulp te dienen doel
Welke grondslagen liggen aan de basis van hoofdstuk 6 paragraaf 3 (gesloten jeugdhulp)
Hierbij zijn de artikelen 5 (het recht op vrijheid en veiligheid) en 8 (recht op eerbiediging van privéleven, familie- en gezinsleven) EVRM van belang. Gesloten jeugdhulp vormt een inbreuk op deze rechten en is slechts toelaatbaar voor zover daarin bij de wet is voorzien en deze in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.
Artikel 5 EVRM noemt expliciet de ‘rechtmatige detentie van een minderjarige met het doel toe te zien op zijn opvoeding’ als legitieme grond voor vrijheidsbeneming, mits het overeenkomstig een wettelijk voorgeschreven procedure is. Hier sluit ook artikel 9 IVBPR bij aan: niemand mag zijn vrijheid worden ontnomen, behalve op wettige gronden en op wettige wijze. Op grond van artikel 10 IVBPR dienen de jeugdigen die van hun vrijheid zijn beroofd te worden behandeld ‘met menselijkheid en met eerbied voor de waardigheid, inherent aan de menselijke persoon.’
Artikel 15 van de Grondwet bepaalt dat niemand zijn vrijheid mag worden ontnomen buiten de gevallen bij of krachtens de wet geregeld. In het vierde lid is daaraan toegevoegd dat bij een rechtmatige vrijheidsbeneming de uitoefening van grondrechten kan worden beperkt voor zover deze zich niet met de vrijheidsontneming verdraagt
Welke maatregelen kunnen worden toegepast ihkv gesloten jeugdhulp?
Deze maatregelen betreffen:
- beperking van de bewegingsvrijheid in en rond de gesloten accommodatie (6.3.1),
- het tegen de wil van de jeugdige toepassen van jeugdhulpverleningsprogramma’s en de eventueel daarin opgenomen geneeskundige behandelmethoden (6.3.2),
- beperkingen in het contact met de buitenwereld (6.3.3)
- controlemaatregelen (6.3.4)
- beperkende maatregelen tijdens het vervoer van de jeugdige (6.3.5
Wat wordt bedoeld met gesloten jeugdzorg in de Jeugdwet?





Wanneer een jeugdige kampt met ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die zijn ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren, zal doorgaans een intensieve vorm van jeugdhulp met verblijf nodig zijn om hem in staat te stellen gezond en veilig op te groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. Wanneer de jeugdige zich aan de jeugdhulp die hij nodig heeft, onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken, kan gesloten jeugdhulp ingezet worden (voorheen gesloten jeugdzorg in de Wjz). Dit is een zeer zware en intensieve vorm van gespecialiseerde jeugdhulp waarbij de vrijheden van de jeugdige kunnen worden ingeperkt, om te voorkomen dat jeugdige zich onttrekt of onttrokken wordt aan de hulp die hij nodig heeft.




Gesloten jeugdhulp heeft als doel jeugdigen met ernstige gedragsproblemen te behandelen en een dusdanige gedragsverandering te bewerkstelligen dat deze jeugdigen weer kunnen participeren in de maatschappij.