Summary Handboek groepsdynamica een inleiding op theorie en praktijk

-
ISBN-10 9024418127 ISBN-13 9789024418121
882 Flashcards & Notes
75 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Handboek groepsdynamica een inleiding op theorie en praktijk". The author(s) of the book is/are J Remmerswaal. The ISBN of the book is 9789024418121 or 9024418127. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Handboek groepsdynamica een inleiding op theorie en praktijk

  • 1 Groepsdynamica tussen psychologie en sociologieg

  • Wat is groepsdynamica?

    Groepsdynamica; de studie van het gedrag van mensen in kleine groepen (minder dan 20 personen).

  • Groepen zijn verbindende schakels tussen..?
    Het individu en maatschappij.
  • Individu, groepen en de maatschappij zijn...

    afhankelijk van elkaar.
  • Ieder mens is bepaald door?
    - (vroegere) groepen
    - ouderlijk gezin
    - sociale invloeden
  • Waarop is onderlinge attractie gericht?
    op specifieke personen  of factoren die positieve gevoelens voor een speicifiek ander persoon doen ontstaan, in stand houden of tegenhoude
  • Wat beschrijft Cooley?
    - Primaire groepen: gekenmerkt door persoonlijke en intieme relaties in directe contactsituaties
    - Secundaire groepen: gekenmerkt door koele, onpersoonlijke, rationele en formele  relaties
  • Wat is groepsdynamica?
    Groepsdynamica is de studie van het gedrag van mensen in kleine groepen (3 tot 20)
  • Waar bevindt zich de groepsdynamica

     Groepsdynamica bevindt zich tussen psychologie (individu) enerzijds en sociologie (maatschappij) anderzijds

  • Wat is groepsdynamica?
    Groepsdynamica is de studie van het gedrag van mensen in kleine groepen van maximaal 20 personen.
  • Familie is een ... groep en werk is een ... groep.
    Primair/irrationeel                       secundair/rationeel
  • Wat beinvloed het individu? 
    de omgeving en het functioneren van groepen 
  • wat zijn de vier factorend ie attractie bevorderen
    ruimtelijke nabijheid
    de mate waarin opvattingen waarde en andere eigenschappen gelijk zijn
    openheid jegens elkaar
    beantwoorden van de aantrekkingskracht
  • Hare - kenmerken van een groep (4):
    1 Gezamenlijk doel: delen van motieven of doelen die richting geven
    2 Normen: geven grenzen aan t.a.v. groepsleden en groepsactiviteiten
    3 Rollen: bij langer durende interactie kristalliseren zich een aantal rollen en gaat de nieuwe groep zich onderscheiden van andere groepen 
    4 Een netwerk van interpersoonlijke attractie: sympathie en antipathie
  • Bales onderscheidt twee hoofdgebieden van interacties:

    A.     Sociaal-Emotioneel gebied:

    Positieve reacties

    1.      Toont zich vriendelijk

    2.      Ontspant de atmosfeer

    3.      Toont instemming

    B.      Taakgebied:

    Pogingen tot antwoord

    4.      Doet voorstellen

    5.      Geeft zijn mening

    6.      Geeft informatie

    C.      Taakgebied:

    Vragen

    7.      Vraagt om informatie

    8.      Vraagt om meningen

    9.      Vraagt om voorstellen

    D.     Sociaal-Emotioneel gebied:

    Negatieve reacties

    10.   Toont zich oneens

    11.   Toont zich gespannen

    12.   Toont zich onvriendelijk

  • Waar legt psychologie de nadruk op?
    individu
  • wat is normatieve sociale invloed
    aanpassen om er bij te horen, bv. roken
  • Informele en formele groepen:
    Informeel: als doel, rollen en normen vaag en impliciet blijven. Ze ontstaan spontaan vanuit gemeenschappelijke belangstellingen en worden in stand gehouden door interpersoonlijke attractie. Zijn autonoom, vrij van organisatorische beperkingen. Vriendengroep.
    Formeel: in hoge mate georganiseerd door werk- of taakorganisatie. De groepsstructuur is ingebed in groter geheel van de organisatie. Doelen en procedures worden beheerst door factoren die buiten de directe controle van de groep ligt. Niet autonoom, in lidmaatschap veel onvrijwillige factoren.
  • De interactietheorie volgens Bales en Homans
    (Sociale) Interactietheorie (Bales en Homans)
    - Groep als een systeem van met elkaar in interactie verkerende individuen
    - Voortbouwend op de veldtheorie van Lewin
    - Interactie-Hypothese / Sociaal-Contact-Hypothese
    Als er frequente interactie is tussen verschillende groepsleden, zullen gevoelens van onderlinge genegenheid groeien, wat leidt tot verdere interactie

  • Waar legt de sociologie de nadruk op?
    maatschappij 
  • wat is het model voor empathie in de juiste volgorde (L-->H)
    laag: emotionele beïnvloeding
    cognitieve empathie
    inlevem
  • Ingroup en outgroup:
    Ingroup: de wij groep. Het omvat onszelf en iedereen die we met 'wij' willen aanduiden. 
    Outgroup:  de zij groep. Het bestaat uit alle anderen die we van het 'wij' willen uitsluiten.
  • Wat is de interactie-analyse volgens Bales

    - Interactie-analyse (Bales)

            Interactiefrequentie
    - Hoe vaak is iemand aan het woord?
    - Tot wie is dit gericht?
    - Wie krijgt de meeste belangstelling?
    - Wie juist niet?

            Inhoudelijk gespreksverloop
    - Wie stellen er vragen en wat voor dan?
    - Wie komt er met een mening en hoe vaak?
    - Wie toont zich oneens?

  • Wat zijn groepen volgens Allport? 
    niets meer dan reeksen van waarden, ideen, gedachten, gewoonten etc. die gelijktijdig bestaan in de gedachten van individuen. 
  • wat is de sociale facilisatie
    de aanwezigheid van anderen brengt arrousal (opwinding) teweeg en heeft invloed op onze prestaties
  • Remmerswaal - HHH formule
    HHH = hoofd (kennis), hart (gevoel), handen (gedrag / daadkracht)
    Voorbeelden hoofd: mondelinge informatieoverdracht / discussie / gesprekken subgroepen + plenaire terugkoppeling / schriftelijke informatieoverdracht
    Voorbeelden hart: rondje delen ervaringen / brainstorm / interview of verdiepingsgesprekken
    Voorbeelden handen: kennismakingsvormen, oefensituaties zoals rollenspellen, huiswerkopdracht
  • Taakaspecten en sociaal-emotionele aspecten schematisch weergegeven.

    Taakaspecten

    Sociaal-emotionele aspecten

    -          Extern systeem

    -          Intern systeem

    -          Voortbestaan van de groep in de omgeving

    -          De groep als groep in stand houden

    -          Bereiken van het doel

    -          Het interne groepsfunctioneren

    -          Wat wordt er gedaan?

    -          Hoe gaat men met elkaar om?

    -          Taakgerichte activiteiten

    -          De onderlinge betrekkingen

    -          Formele leider

    -          Informele leider

    -          Bewaakt het resultaat

    -          Bewaakt de satisfactie

  • Op welk niveau denk je als je individualistisch denkt? 
    psychologisch niveau
  • waardoor ontstaan sociale facilisatie
    door instinctieve reacties 
    angst voor evaluatie
    afleiding
  • Het taakniveau en sociaal emotionele niveau in groepen:
    Taakniveau is opgedeeld in twee niveaus: 1 Inhoudsniveau: alle gedrag waarmee de groep werkt aan de doelstelling en de taak, dus naar wat er in de groep gebeurt.
    2 Procedureniveau: hoe de groepen aan de taak werkt (gevolgde werkwijze en procedure) tbv de doelstelling. 
    Sociaal emotionele niveau is opgedeeld in twee niveaus:
    1 Interactieniveau:
    verwijst naar groepsproces, dus wat er tussen de groepsleden gebeurt  
    2 Bestaansniveau: verwijst naar het individuele proces, het eigen zelfbeeld of identiteit.
    Daarnaast zijn er ook invloeden vanuit de omgeving, dus invloeden buiten de groep = contextniveau
  • Systeemthorie:

    De systeemtheorie onderzoekt de verbanden tussen verschillende soorten ‘input’ en ‘output’ van het systeem. Homeostase (evenwicht) is een belangrijke term. Via systeemregels kunnen groepen een relatief stabiel evenwicht opbouwen en handhaven.

     

    Systeemtheorie (Miller en Stogdill)
    Definitie: samenstel van elementen dat als geheel functioneert door de onderlinge afhankelijk van de elementen en dat voor de betrokken elementen bepaalde functies vervult.

    -          Het systeem….

    o        Heeft vaak een geschiedenis een tijdselement

    o        ‘Niet optelbaar’

    o        Verwijst naar het karakter van het systeem

    o        1 + 1 = 3 ??

    o        Bestaat uit een subsysteem

    o        Homeostase

    o        Opensysteem – gesloten systeem

  • Wat moet je doen om te denken in groepsdynamica? 
    kunnen loslaten om jezelf als individu centraal te stellen. 
  • wat zijn de twee soorten van onderhandelen en wat houden ze in?
    1. distributief
    wat de een heeft krijgt de ander niet, nooit gelijk
    2. intergratief
    win win, altijd gelijk
  • Communicatie: inhoud- en betrekkingsniveau:
    Inhoudsniveau: informatie / inhoud / bericht
    Betrekkingsniveau: hoe de inhoud moet worden opgevat door degene voor wie het bestemd is (neutrale mededeling, vraag, bevel, grapje). De zender geeft dus tegelijk aan hoe hij zijn relatie tot de ontvanger definieert / hoe hij zichzelf ziet in relatie tot de ander.
    Problemen en conflicten liggen in veel gevallen op betrekkingsniveau.
  • De sociometrische benadering

    Het maken van een sociogram n.a.v. een groepsonderzoek.

  • Wat betekent antropocentrisme? 
    neiging tot het centraal stellen van zichzelf en de eigen positie. Bv. mens als koning van de dieren en aarde als centrum van heelal. 
  • De oriëntatiefase behoort tot de
    directieve stijl
  • wat is een rolconflict
    ònenigheid over de rolvervulling
  • Goossens - Factoren die de krachten van groepen aangeven (7):
    1 Veilig leerklimaat voor nieuw gedrag
    2 Leren dmv feedback, ervaringen, informatie en interactie 
    3 Ondersteuning en doorbreken isolement
    4 Helpen erkenning en herkenning voor eigen problematiek te vinden
    5 Aanspreken verscheidene rollen (geholpene / helper) 
    6 Preventieve werking mogelijk
    7 Geschikt voor informatieoverdracht
  • De veldtheorie

    (Lewin) Gedrag vindt plaats binnen en veld van elkaar beïnvloedende krachten.

    De Gestaltpsychologie is een voorlopen van de veldtheorie. Zij legt de nadruk op de relaties tussen de elementen (de delen) en het geheel (Gestalt). Een groep is meer dan een optelsom van individuen. Zie boven

  • Waar ligt de nadruk op bij ik-culturen?

    op het individu en zijn ontwikkeling en ontplooiing.
  • de machtsfase behoort tot de
    overtuigende stijl
  • wat zijn expliciete en impliciete normen?
    expliciete normen:
    formeel en afgesproken
    impliciet:
    komt ongemerkt tot stand, informeel
  • Callens - 4 componenten van een groep:
    1 Ik: het individu met zijn dynamiek / geschiedenis, ambities
    2 Wij: de interactiedynamiek tussen de leden, al dan niet op verschillend hiërarchisch niveau 
    3 Het: alle interacties gaan ergens over, individuen gaan taken met elkaar aan. Bij het vervullen van de taken duiken levende thema's op
    4 Globe: de omgeving in engste en breedste zin (dichtbij / veraf / verleden / toekomst)
  • Waar ligt de nadruk op bij wij-culturen?

    op respect, eergevoel en beleefdheid
  • de affectiefase behoort tot de
    participerende stijl
  • noem de vier niveaus op volgorde van de leiderschapstijlen. en geef hoog - laag aan (relatie en taakgericht)
    1. sturende stijl
    taak hoog / relatie laag
    2. ondersteundende stijl
    taak hoog / relatie hoog
    3. motiverende stijl
    taak laag / relatie hoog
    4. delegerende stijl

    taak laag / relatie laag
  • Drie modellen van groepsontwikkeling:
    1 Lineaire model: ordelijke voortgang van de groep door meerdere voorspelbare fasen die elkaar in tijd opvolgen. Stijgende lijn van begin naar eind.
    Tuckmann (5):  
    Forming (vorm): fase van oriëntatie op de taak, afhankelijkheid, uitproberen
    Storming (storm):  fase conflicten
    Norming (norm):  ontwikkeling normen
    Performing (prestatie): losse individuen worden groep met grote betrokkenheid
    Adjourning (afscheid):  fase van loslaten en ontbinding
    2 Spiraalmodel: groepsontwikkeling als spiraalbeweging de diepte in. Thema's intensiever aan bod. Volgorde is niet bepaald
    3 Polariteitenmodel: polariteiten spelen grote rol en er is spanning door wisselende polariteiten
  • Groepsdynamica kan zorgen voor een ander mensbeeld. Hoe?
    de mens als een open persoonlijkheid, die zijn hele leven fundamenteel op andere mensen is aangewezen en die in zijn verhouding tot anderen een bepaalde mate van relatieve autonomie bezit.
  • de autonome groep behoort tot de
    delegerende stijl
  • noem de vier verschillende aspecten van communicatie + wat houden ze in?
    1. zakelijk
    hierbij gaat het om feiten, meningen en wensen
    2. expreccief
    gevoel wordt overgebracht door tonatie
    3. relationeel
    zegt iets over de relatie, wie is de baas
    4. appellerend
    de ander iets laten doen door te vragen of een opmerking te maken, nee wordt niet geaccepteerd
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.