Summary Handboek jeugdhulpverlening een orthopedagogisch perspectief

-
ISBN-10 9033449218 ISBN-13 9789033449215
109 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Handboek jeugdhulpverlening een orthopedagogisch perspectief". The author(s) of the book is/are Frank De Fever Walter Hellinckx. The ISBN of the book is 9789033449215 or 9033449218. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Handboek jeugdhulpverlening een orthopedagogisch perspectief

  • 4.1 Inleiding

  • Autismespectrumstoornis is volgens de DSM-5 een neurobiologische ontwikkelingsstoornis die gekenmerkt wordt door persistente problemen in sociale communicatie en sociale interactie in combinatie met een beperkt, repetitief patroon van gedragingen, interesses of activiteiten.
  • Het heet niet voor niets autismeSPECTRUMstoornis: spectrum geeft aan dat de problemen zich heel divers kunnen uiten. De één is verstandelijk beperkt en contact afwerend, de ander is hoogbegaafd en sociaal.
  • Autisme werd vroeger benoemd als kinder psychose, als voorloper op de psychose die volwassenen kunnen hebben. Pas halverwege de jaren 40 van de vorige eeuw werd de term autisme geïntroduceerd door Leo Kanner en Hans Asperger.
  • 4.2 Classificatie en terminologie

  • In eerdere versies van de DSM werden verschillende classificaties van autisme onderscheiden, zoals PDD-NOS en Asperger. In de DSM-5 zijn deze samengevoegd tot de term autismespectrumstoornis, waarbinnen wel 3 verschillende niveaus van ernst te onderscheiden zijn.
  • De kenmerken volgens de DSM-5:
    - Deficiënties in de sociaal-emotionele wederkerigheid
    - Deficiënties in het non-verbale communicatieve gedrag dat gebruikt wordt voor sociale interactie
    - Deficiënties in het ontwikkelen, onderhouden en begrijpen van relaties   

    - Stereotiepe of repetitieve motorische bewegingen, gebruik van voorwerpen of spraak
    - Hardnekkig vasthouden aan hetzelfde, inflexibel gehecht zijn aan routines of geritualiseerde patronen van verbaal of non-verbaal gedrag
    - Zeer beperkte, gefixeerde interesses die abnormaal intens of gefocust zijn
    - Hyper- of hyporeactiviteit op zintuiglijke prikkels of ongewone belangstelling voor de zintuiglijke aspecten van de omgeving

    De symptomen moeten aanwezig zijn in de vroege ontwikkelingsperiode, moeten lijdensdruk of beperkingen in het dagelijks leven veroorzaken en moeten niet verklaard worden vanuit een verstandelijke beperking of ontwikkelingsachterstand of andere stoornis.
  • De ICD-11 (International Classification of Diseases) volgt in grote lijnen de DSM, maar er zijn een aantal verschillen. In de ICD hoeft het gedrag van een persoon niet aan een aantal kenmerken te voldoen, het geeft wel richtlijnen voor het onderscheid tussen autisme met of zonder verstandelijke beperking, het benoemt expliciet dan mensen met autisme hun symptomen kunnen maskeren.
  • 4.3 Prevalentie

  • Er wordt aangenomen dat autisme bij ongeveer 1% voorkomt. Er lijkt een toename te zijn van het aantal diagnoses, waarschijnlijk door toegenomen bekendheid, betere en snellere onderkenning, verbreding van criteria en een groter belang van classificatie als toegang tot hulpverlening.
  • Autisme komt vaker voor bij jongens, dit verschil is voornamelijk duidelijk bij de normaal tot hoogbegaafde personen. Wel zijn er aanwijzingen dat het bij meisjes ondergediagnosticeerd is, onder andere doordat de classificatiesystemen vaker gericht waren op mannelijke uitingsvormen, en er zijn aanwijzingen dat meisjes hun symptomen beter kunnen maskeren.
  • 4.4.1 Gedragskenmerken van autisme

  • Wing en Gould ontwikkelden een sociale subtypologie. Hierin onderscheiden zij 4 subtypes van autisme:

    - Het afzijdige of inalerte type: onverschillig tegenover andere mensen, contact is voornamelijk instrumenteel, gaan op in hun eigen bezigheden. Gaat vaak gepaard met verstandelijke beperking maar hoeft niet persé.
    - Het passieve of meegaande type: nemen zelden zelf initiatief tot interactie maar gaan wel mee in toenadering vanuit anderen. 
    - Het actief-maar-eigenaardige type: neemt actief initiatief tot sociaal contact, maar dit gebeurt vaak op een wat vreemde, eenzijdige manier, vaak gebrek aan wederkerigheid.
    - Het stijf-formalistische of hoogdravende type: sociale problemen lijken van de buitenkant subtiel, leven vaak volgens aangeleerde regels waardoor zij moeilijkheden kunnen camoufleren. Komt vooral voor bij intelligente/hoogbegaafde volwassenen.
  • 4.4.1.1 Stoornis in sociale communicatie

  • Problemen in de communicatie zijn heel divers. Er kunnen ernstige taal-/spraakproblemen voorkomen bij personen die ook een verstandelijke beperking hebben.
  • Bij het grootste deel van de mensen met autisme komen vooral problemen voor in het vermogen om verbale en non-verbale vaardigheden te gebruiken in wederzijds sociaal contact met als doel het uitwisselen van betekenissen.
  • Problemen in de communicatie komen al vroeg voor. Jonge kinderen kunnen al een vertraagde ontwikkeling laten zien van 'gaze-following' en andere interacties met volwassenen, zoals aandacht trekken en wijzen.
  • De meeste problemen zitten in de manier waarop taal gebruikt wordt, bijvoorbeeld alleen over eigen interesses praten, onnodig veel details benoemen en de anderen niet laten praten. Ook zijn er vaak problemen in non-verbale communicatie en uitdrukkingen.
  • 4.4.1.2 Een beperkt, repetitief en stereotiep gedrags-, interesse- en activiteitenpatroon

  • Stereotype lichaamsbewegingen en gedragingen komen vooral voor als er een combinatie is met verstandelijke beperking. Bij normaal begaafde mensen zijn ze subtieler aanwezig of alleen in specifieke situaties.
  • Er is een weerstand tegen veranderingen, vooral als deze onverwacht en onvoorspelbaar zijn. Moeilijk kunnen aanpassen aan nieuwe situaties, vooral als deze onvoorspelbaar zijn of afwijken van de verwachting. Bij autisten met hogere intelligentie zijn het vooral kleine veranderingen in de vertrouwde situatie die lastig zijn.
  • Sommigen zijn overgevoelig voor prikkels, voornamelijk geluid wordt vaak genoemd, anderen lijken juist ongevoelig, al komt dit minder voor. Sommigen gaan op zoek naar bepaalde prikkels.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.