Summary Handboek ontwikkelingspsychopathologie

-
870 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Handboek ontwikkelingspsychopathologie

  • 3.2 Bio ecologische systeemtheorie

  • Dyade
    groep van twee personen zoals moeder-kind, leerkracht leerling
  • Classificatie
    juiste vaststelling van wat er aan de hand is
  • Diagnose
    zorgvuldige verklaring
  • Lineaire (rechtlijnige) causaliteit (oorzaak)
    oorzaak van het gedrag wordt gezocht in één factor (zijn meestal onjuist!)
  • Gedrag wordt door een veelheid van factoren beïnvloed. Per gedragssoort kan de invloed van de drie aspecten wel wisselen, zo kan erfelijkheid (biologisch aspect ) bij de ene stoornis belangrijker zijn dan bij de andere. Het biopsychosociale model laat zien
    dat gedrag beïnvloed wordt door zowel biologische, psychische en sociale aspecten. Het genezen van een wond gaat sneller als je in een rustige omgeving bent bijv.
  • In de ontwikkelingspsychologie en ontwikkelingspsychopathologie wordt het bio-ecologisch systeemmodelvan Bronfenbrenner gebruikt om recht te doen aan alle verschillen in gedrag. Kinderen werden destijds onderzocht in een klinische omgeving terwijl bronfenbrenner van mening is dat de ontwikkeling van een kind alleen in een natuurlijke context bestudeerd kan worden. In de terminologie van Bronfenbrenner gaat het om het vaststellen van vaardigheden in reële levenssituaties.
  • Wat is het belangrijkste uitgangspunt van de theorie van Bronfenbrenner en de ontwikkelingspsychopathalogie?
    ontwikkeling van gedrag vindt altijd in meerdere contexten plaats.
  • Intrapersoonlijke kenmerken (de persoon zelf)
    Persoonlijke kenmerken, gedragskenmerken en uiterlijke kenmerken. Door beinvloeding uit de verschillende systemen kunnen de kenmerken veranderen door de jaren heen.
  • Microsysteem.
    ontwikkeling van de relaties tussen het kind en de personen uit zijn directe omgeving. Face-to-face relatie, je ziet voelt en ruikt elkaar. Een microsysteem bestaat uittwee of meer personen en oefenen invloed op elkaar uit. Wil een microsysteem van invloed zijn dan moet er sprake zijn van regelmatige interactie. Een ontmoeting is dus geen microsysteem.
  • Mesosysteem
    de ontwikkeling van relaties tussen de verschillende microsystemen waarvan het kind deel uitmaakt.Hebben ook invloed op elkaar. Bijvoorbeeld ouders die overleggen met de leerkracht.Een opvoeder beïnvloed zowel het micro als het mesosyteem.Het mesossyteem is het systeem van verschillende microsystemen
  • Het exosysteem
    Meerdere maatschappelijke systemen waarvan het kind niet direct deel uitmaakt, maar die wel indirect invloed hebben op het micro en mesosysteem. Bijvoorbeeld de drukkebaan van de ouders,verhuizen vanwege de baan van ouders, een docentvergadering, familie van vriendjes.
  • Macrosysteem
    Systeemlaag zonder mensen maar wel met wetten, instituties en daarbij horende waarden en normen. Bijvoorbeeld : lengte van leerplicht. Mode, economische crisis . Digitalisering van de maatschappij. Gedoogbeleid van softdrugs waardoor mensen kunnen experimenteren
  • Chronosysteem
    chronos : tijd, de term verwijst naar het feit dat ontwikkeling altijd plaatsvindt in de tijd. De permanente beïnvloeding van de persoon door zijn omgeving en omgekeerd persoon-omgeving.
  • Lineaire causuliteit
    ontwikkeling kan alleen maar begrepen worden vanuit circulaire oorzaak-gevolgredeneringen. Het verklaart de ontwikkeling onvoldoende aangezien het kind ook invloed heeft op zijn omgeving en andersom, dit proces gaat eindeloos door.
  • Interne locus of control
    het kind krijgt het besef dat hij zijn leven in eigen hand kan nemen. Heeft het kind een hoge interne locus of control - > kind heeft zelf het idee veel invloed te hebben.Bij een lage locus->veel van wat je meemaakt wordt bepaald door factoren buiten het kind.
  • Synergie
    er is altijd sprake van meerdere factoren die invloed uitoefenen op de ontwikkeling van het kind, dit kanelkaar versterken maar ook remmen. Dit wordt synergie genoemd.
  • 3.3 Ontwikkelingsopgaven

  • Theorie van ontwikkelingsopgaven
    hiermee kan de gemiddelde ontwikkelingsverloop voor kinderen beschreven worden. Ook wel ontwikkelingstaak genoemd.
  • Wetenschappers en hulpverleners die gebruikmaken van de theorie over de ontwikkelingsopgaven hanteren drie vooronderstellingen
    1) een bepaalde ontwikkelingsopgaven verschijnt in een bepaalde periode,
    2) sommige opgaven zijn cultureel beïnvloed
    3) het wel of niet adequaat volbrengen van de opgaven is van invloed op het gedrag van het kind in een latere levensperiode.
  • Concreet wordt in de theorie van ontwikkelingsopgaven verondersteld dat het niet goed volbrengen van een opgave uit bijv. de kleutertijdeen negatieve invloed heef op een ontwikkelingsopgave in een volgende periode.-> Kernthema uit de ontwikkelingspscyh.pat. omgaan met gebeurtenissen en al of niet profijt trekken uit ervaringen uit de ene periode heeft invloed op hoe een kind in de daaropvolgende en nog latere levensperiodes omgaat met nieuwe opgaven.
  • Omschrijven van ontwikkelingsopgaven en opvoedingstaken
  • Hoe een ontwikkelingsopgave en een opvoedingstaak worden volbracht, is mede afhankelijk van speciale omstandigheden in het leven van kind en ouder, maar ook de cultuur waarin zij leven. Een kind dat een echtscheiding van ouders meemaakt kan bijv. geconfronteerd worden met nieuwe partners.Cultureel gekleurde ontwikkelingsopgaven zijn bijv. opvattingen over schoolse vaardigheden (tijgermoeders China) of de opvatting wanneer jongeren volwassen zijn.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

systematische desensitisatietechniek
De negateive emotie (afkeer en walging) die het kind heeft in systematische wijze doorkruisen met een sterkere positieve emotie
Behandeling van suïcidaal gedrag
Kan behandeld worden door de achterliggende problematiek te behandelen
Cognitieve gedragstherapie
Preventie van suïcide
Vermindering van stigma (vooroordelen)
Vermindering van toegankelijkheid van middelen
Beperken van alcohol en drugsgebruik
Voorzichtigheid in berichtgeving
Verminderen van psychische en psychosociale problematiek
Gatekeepertraining en signaleren van suïcidaal gedrag
Praten met suïcidale mensen
Regoriaanse gespreksvoering (empatisch, echt, congruent en accepterend)
Maak de problemen bespreekbaar
Maak een inschatting van het risico
Beloof geen geheimhouding
Suïcidaal gedrag als risico voor latere ontwikkeling
Rouw na suïcide
gevolgen
Beschermingsfactoren
Gezinscohesie
Vriendschappen
Religiositeit (religie, kan tevens een risicofactor zijn )
Behoud van eigen cultuur
Cognitieve kenmerken en sociaal emotionele vaardigheden
Goede hulpverlening en goede werkrelatie tussen hulpverlener en cliënt
Medicatie en therapietrouw
Beperkingen en toegankelijkheid
Risicofactoren op het niveau van omgeving
er alleen voor komen te staan
lage saamhorigheid
etniciteit
beschikbaarheid van middelen
armoede lage ses
voorbeelden en hoe daarover bericht wordt (het is besmettelijk)
Risicofactoren op het niveau van ouders en het gezin
suïcidaal gedrag van ouders
negatieve levensgebeurtenissen
negatieve gezinsprocessen
Risicofactoren op het niveau van het kind
genetische aanleg
hersenprocessen ; gebrek aan bepaalde neurotransmitters serotonine
persoonlijkheidskenmerken
gebrekkige probleemoplossende vaardigheden
slechte lichamelijke gezondheid
sekse
leeftijd
seksuele oriëntatie
psychische stoornissen
middelen en alcoholmisbruik
suïcidale ideatie
eerdere vormen van suïcidaal gedrag
gebruik van antidepressiva
Waar zitten de verschillen tussen landen en culturen
Prevalentie, komt in sommige landen meer voor dan in andere
Verhouding tussen mannen en vrouwen in landen met hoge inkomens is de verhouding tussen mannen en vrouwen die suicide plegen 3 op 1
Manier waarop suïcide wordt gepleegd
Opvattingen over suïcide (bijvoorbeeld door religie, zelfopoffering (kamikaze)
Verschillen jongens en meisjes
Zelfbeschadiging komt meer voor bij meisjes dan bij jongens op jonge leeftijd, daarna draait dit zich om vanaf ongeveer 15