Summary Handboek Ouderenpsychologie

-
ISBN-13 9789058983121
888 Flashcards & Notes
14 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Handboek Ouderenpsychologie". The author(s) of the book is/are Marja Vink, Yolanda Kuin, Gerben Westerhof Sanne Lamers Anne Margriet Pot. The ISBN of the book is 9789058983121. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Handboek Ouderenpsychologie

  • 1 Ouder worden en ouderenpsychologie

  • In het rapport "Verkenning levensloop" wordt een indeling in vijf levensfasen beschreven. Welke fasen zijn er volgens het rapport?
    1. Vroege jeugd (0-15 jaar)
    2. Jongvolwassenheid (15-30 jaar)
    3. Consolidatie en spitsuur (30-60 jaar)
    4. Actieve ouderdom (60-80 jaar)
    5. Intensieve verzorging (80+)
  • Welke kritiek is er op de indeling in vijf fasen (vroege jeugd 0-15, jongvolwassen 15-30,consolidatie/spitsuur 30-60, ouderdom 60-80, intensieve verzorging 80+) in het rapport "Verkenning levensloop"?
    •  60-80 ouderdom noemen is onzorgvuldig, beter verlengde middelbare leeftijd
    • Sommige onderzoekers liever indelen in voor en na pensioen 
    • De 80+ fase is niet voor iedereen 'intensieve verzorging'
    •  Levensfase 95+ of 100+  als een aparte levensfase toevoegen
  • Welke kritiek is er op de indeling in vijf fasen in het rapport "Verkenning levensloop"?
    • De leeftijdsgroep bestempelen als ouderdom getuigt van onzorgvuldig taalgebruik. Sommige onderzoekers spreken liever van een verlengde middelbare leeftijd + de fase is op te delen in voor het pensioen en na het pensioen.
    • De 80+ fase kan niet alleen beschouwt als intensieve verzorging, is ook een te eenzijdig perspectief. 
    • Wellicht zou de levensfase 95+ of 100+ ook als een aparte levensfase moeten worden beschouwd.
  • Wat wordt er bedoeld met het begrip "participatiesamenleving" (voorheen 'verzorgingsstaat') en wat betekent dit voor het verlenen van zorg aan ouderen?
    • Burgers nemen zelf verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid en welzijn.
    • zelf de regie voeren over hun leven,
    • competenties inzetten voor zichzelf en anderen,
    • in eerste instantie terugvallen op hun sociale netwerk voor ondersteuning.

    Voor de hulpverlening vraagt dit een andere opstelling: 
    • begeleiden in het behoud van de eigen regie. 
    • Er moet meer worden geluisterd en gevraagd worden naar wat de cliënt en de naasten willen. 

    Dit leidt tot meer differentiatie en pluriformiteit in zorgaanbod en zorguitvoering waardoor cliënten meer te kiezen hebben.   
  • Er zijn vele veronderstellingen over ouderen, die niet blijken te kloppen met de werkelijkheid. Wat zijn de belangrijkste bevindingen ten aanzien van de hedendaagse ouderen?
    • Ouderen laten in de laatste 10-15 jaar meer gezondheidsproblemen zien en behoeven meer zorg.
    • Een grotere groep ouderen wil na zijn pensionering doorwerken in hun huidige baan of in een nieuwe setting. Dit zorgt beleven van plezier en geeft zin aan het leven.
    • Een derde van de mensen tussen 55 en 74 jaar doet gemiddeld 6 uur per werk aan vrijwilligerswerk.
  • Wat zijn de 4 belangrijkste aandachtspunten binnen de ouderenpsychologie die anders zijn dan in de psychologische hulpverlening aan jongere volwassenen?
    • Leeftijdsgerelateerde factoren
    • veranderingen in hun omgeving, 
    • levensgeschiedenis.
    • De werkrelatie tussen de therapeut en de oudere cliënt
  • De oudere bestaat niet, er is veel diversiteit. Welke factoren spelen mee bij het proces van ouder worden, in de levensontwikkeling?
    • Maatschappelijke positie: cohortverschillen, geslacht, sociaal-economische status, migratiegeschiedenis.
    • Individuele verschillen: persoonlijkheid, het omgaan met het ouder worden en de individuele levensgeschiedenis.
    • Verschillen binnen een individu op verschillende domeinen: verlies ervaren, lichamelijke gezondheid, sociale relaties, welbevinden, continuïteit of groei.
  • Veronderstellingen tav ouderen blijken niet meer te kloppen
    Wat is er veranderd?
    • Ouderen laatste 10-15 jaar meer gezondheidsproblemen 
    • Een grotere groep ouderen werkt na pensionering door of in andere setting. 
    • 1/3 van de mensen tussen 55 en 74 jaar doet gemiddeld 6 uur per week aan vrijwilligerswerk.
  • Het begrip gezondheid had vroeger een andere betekenis dan hoe er tegenwoordig naar wordt gekeken. Kun je de verschillende betekenissen beschrijven en welk model wordt hiervoor tegenwoordig gebruikt?
    • Vroeger: gezondheid werd vooral gezien als afwezigheid van ziekte.
    • Tegenwoordig: Healthy Aging Model: dit model is van de World Health Organization (WHO). Dit model gaat ervan uit dat gezond ouder worden van belang is voor iedereen om het functioneren zo veel mogelijk te bevorderen en te behouden. Dit geldt voor zowel mensen zonder ziekten en aandoeningen, maar ook voor degenen van wie de mentale of fysieke capaciteiten zijn verminderd, zoals bv dementie.
    • Er is een toenemende aandacht voor veerkracht, zingeving en welbevinden om het eigen functioneren zo optimaal mogelijk te houden, ook wanneer men met tegenslagen te maken krijgt.
  • Onder ouderen is veel diversiteit. Waarin zit die diversiteit ?
    • Maatschappelijke positie: cohort verschillen, geslacht, sociaal-economische status, migratiegeschiedenis.
    • Individuele verschillen: persoonlijkheid, het omgaan met het ouder worden en de individuele levensgeschiedenis.
    • Verschillen binnen een individu op verschillende domeinen: verlies ervaren, lichamelijke gezondheid, sociale relaties, welbevinden, continuïteit of groei.
  • Het denken in de ouderenpsychologie sluit aan bij het model van Healthy Aging, op welke manier sluit het aan?
    In de ouderenpsychologie wordt ontwikkeling gezien als groei, maar ook als behoud van functioneren en als het omgaan met tegenslagen en verlies.
  • Knight en Pachana (2015) hebben vanuit de levensloop theorie een raamwerk ontwikkeld om de psychologische behandeling van ouderen aan te passen aan de individuele oudere cliënt . Hoe heet dit model en waarom is dit een goed model?
    Het model heet Contextual Lifespan Theory for Adapting Psychotherapie (CALTAP).
    • Helpt te kijken naar verschillende relevante factoren die van invloed zijn op problemen
    • Geeft helderheid aan de therapeut, de oudere en zijn naasten over de vraag: Wat heeft leeftijd met het probleem van doen?"
    • Het helpt om de de valkuil 'het komt door de leeftijd' te omzeilen en dat er dus niets aan gedaan kan worden.
  • Wat wordt er bedoeld met het begrip "participatiesamenleving" en wat betekent dit voor het verlenen van zorg aan ouderen?
    In de participatiesamenleving nemen burgers zelf verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid en welzijn. Er wordt verwacht dat zij zelf de regie voeren over hun leven, hun competenties inzetten voor zichzelf en anderen, en in eerste instantie terugvallen op hun sociale netwerk voor ondersteuning.

    Voor de hulpverlening vraagt dit een andere opstelling: ze moeten burgers begeleiden in het behoud van de eigen regie. Er moet meer worden geluisterd en gevraagd worden naar wat de cliënt en de naasten willen. Dit leidt tot meer differentiatie en pluriformiteit in zorgaanbod en zorguitvoering waardoor cliënten meer te kiezen hebben.
  • In de participatiesamenleving wordt er een grote nadruk gelegd op autonomie en zelfbeschikking, welke problemen brengt dit met zich mee ten aanzien van ouderen?
    Het zorgt voor problemen bij kwetsbare mensen. Zij kunnen hun leven niet altijd meer naar eigen inzicht vormgeven en zijn ook niet altijd in staat om hun eigen zorgvragen adequaat te formuleren. bv ouderen met dementie of met een psychotische stoornis die niet altijd zelf om hulp zal gaan vragen.
    Er moet per persoon worden bekeken waar belangenbehartiging gerechtvaardigd is om te voorkomen dat iemand van de noodzakelijke hulp verstoken blijft.
  • Wat zijn de belangrijkste aandachtspunten binnen de ouderenpsychologie die anders zijn dan in de psychologische hulpverlening aan jongere volwassenen?
    • Leeftijdsgerelateerde factoren, verbonden met het ouder worden van de cliënt, veranderingen in hun omgeving, en met hun levensgeschiedenis.
    • De werkrelatie tussen de therapeut en de oudere cliënt
  • Wat is een valkuil in de hulpverlening aan ouderen?
    De problemen worden toegeschreven aan ouderdom en worden daarmee als onoplosbaar gezien. Behandelbare aspecten worden hierdoor gemist en er ontstaat geen ruimte voor hoop op verbetering. Dit doet zich voor bij de ouderen zelf, bij hun naasten en bij hulpverleners.
    Zorgvuldige analyse van welke klachten aan de leeftijd zijn toe te schrijven en welke een andere oorzaak hebben.
  • Knight en Pachana (2015) hebben conceptueel raamwerk ontwikkeld, hierin worden de factoren die van belang zijn voor aanpassing van de psychologische behandeling aan de individuele oudere cliënt ondergebracht. Hoe heet dit model en waarom is dit een goed model?
    Het model heet Contextual Lifespan Theory for Adapting Psychotherapie (CALTAP).
    • Het model helpt om benodigde aanpassingen te bepalen vanuit de verschillende relevante perspectieven
    • Het model is nuttig om helderheid te geven aan de therapeut, de oudere en zijn naasten over de vraag: Wat heeft leeftijd met het probleem van doen?"
    • Het helpt om de de valkuil te omzeilen dat de problemen passend zijn bij de leeftijd en als onoplosbaar worden gezien.
  • Wat zijn de belangrijkste aspecten van CALTAP-model? (zie ook model 1.1. blz.23)
    • Positieve en negatieve biopsychologische aspecten van veroudereing: positive maturation: fysieke, psychische en sociale veranderingen van positieve aard; negative maturation: fysieke, psychische en sociale veranderingen van negatieve aard. Deze maken deel uit van het normale verouderingsproces.
    • Specific challenges: Ingrijpende veranderingen of specifieke aandoeningen die zich relatief vaak voor doen bij ouderen, maar die niet een natuurlijk onderdeel zijn van het ouder worden, bv ernstig gehoorverlies, chronische ziekte, cognitieve stoornissen e.d.
    • Sociale context, sociaal-historische context (bv specifieke cultuur of subcultuur) en specifieke cohort
    • Cognities en attitudes van de hulpverlener worden ook meegenomen
  • Wat heeft de hulpverlener in de ouderenpsychologie nodig om zijn taak goed uit te kunnen voeren?
    Specifieke kennis en sensitiviteit voor de beleving van het ouder worden, met de vele veranderingen die ouder worden met zich meebrengt en voor de context waarin ouderen leven.
    Adequate hulpverlening vraagt om zelfreflectie en om bewustwording van de eigen beelden, vooroordelen, oordelen en gevoelens van de therapeut over ouder worden.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke 4 fasen zijn er te onderscheiden bij Cognitieve Gedragstherapie (CGT) bij de behandeling van depressie?
  1. Informatie aanbieden (psycho-educatie) en bijhouden van registraties
  2. Ontspanning
  3. Cognitieve therapiesessies
  4. Gefaseerde gedragsexperimenten: imaginaire exposure en exposure in vivo
Welke 3 domeinen kunnen we onderscheiden ten aanzien van risicofactoren voor het ontstaan van een depressie of angststoornis en noem voorbeelden?
Biologische factoren:
  • cognitieve achteruitgang
  • chronische lichamelijke beperkingen
  • Langdurig alcoholgebruik of geneesmiddelengebruik

Psychologische factoren:
  • Kwetsbaarheid door verlieservaringen
  • externe locus of control
  • afhankelijkheid
  • neuroticisme (tendens tot emotionele instabiliteit)
  • disfunctionele coping

Sociale factoren:
  • recente ingrijpende, stressvolle gebeurtenissen
  • vroegere traumatische ervaringen
Wat wordt bedoeld met de bottom-up en top-downmodel van het ontwikkelen van depressies?
Bottom-up= door slecht/veranderd slaappatroon ontstaat fysieke ontregeling waardoor piekeren en sombere gedachten ontstaan.
Top-down= teleurstelling of negatieve levenservaring leiden tot rumineren, slecht slapen en andere lichamelijke klachten.
De verschillen in emoties tussen leeftijdsgroepen zijn onder andere te verklaren uit verschillende belangen zoals doelen, motieven, waarden en verwachtingen. Noem de 3 belangrijkste theorieën over de emotionele ontwikkeling in de levensloop en hun belangrijkste verschillen.
  1. Socio-emotionele selectiviteitstheorie (SEST, Carstensen); wanneer tijd beperkt is worden emotioneel betekenisvolle doelen belangrijker.
  2. Cognitieve-affectieve ontwikkelingstheorie (Labouvie); de cognitieve en emotionele ontwikkeling zijn 2 gescheiden processen. Pas in latere volwassenheid ontstaat er meer integratie van beiden. Rijping leidt tot complexere cognitie en gedifferentieerdere uiting en begrip van emoties. 
  3. Theorie van differentiële emoties (Izard & Ackerman); de nadruk ligt op de primaire emoties, die zijn de kern en veranderen niet. Door ontwikkeling van cognitie en gedrag kunnen de gevoelens wel complexer en uitgewerkt worden.
Wat houdt de 'paradox van welbevinden' in (Carstensen)
Ondanks het feit dat ouderen meer te maken krijgen met bedreigingen van welbevinden door ingrijpende gebeurtenissen, voelen ze zich over het algemeen toch redelijk gelukkig.
Wat houdt de PRET methode in, die als uitgangspunt wordt gebruikt bij het 'Laurens Therapeutisch Klimaat' voor mensen met CVA, dat vaak interdisciplinair wordt gebruikt? !!
Pauzeren
Rustige omgeving
Een ding tegelijk
Tempo aanpassen.
Wat zijn de 2 belangrijke trainingsaspecten bij het behandelprotocol van Mild Cognitive impairment (MCI)voor mensen met MCI en hun naasten en wat wordt er aangeleerd? !!
  1. Vergroten van kennis over de diagnose
  2. Omgaan met de problemen dmv
  • Acceptatie
  • Versterken vaardigheden
  • Communicatie met naaste verbeteren
  • geheugen strategieën
  • uitwisselen ervaringen
  • Cognitieve-gedragstherapeutische technieken zoals registreren van stressvolle momenten.
Wat wordt bedoeld met leren en welke persoonsfactoren zijn hierop van invloed? !!
Leren is een relatief permanente verandering van het gedrag als gevolg van ervaring.
Persoonsfactoren die van invloed zijn op het leervermogen:
  • leeftijd
  • opleiding
  • motivatie
  • persoonlijke interesses
  • copingstijl 

Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met de kenmerken en gevolgen van de hersenaandoening die invloed hebben op het leervermogen, bv ziektebeloop, aard en ernst van de aandoening, mate van inzicht in eigen functioneren.
Op welke wijze kan er zicht worden gekregen op de aard en ernst van de cognitieve stoornissen en welke persoonlijke (context) factoren spelen een rol bij de ernst van de stoornis?!!
Door middel van neuropsychologisch onderzoek, hierdoor wordt duidelijk wat iemands sterke en zwakke kanten zijn op het cognitieve vlak. Daarnaast is het van belang om zicht te krijgen op:
  • de stemming
  • de vermoeidheid
  • de pijn
  • gedragsproblemen
Er zijn een aantal factoren die van belang zijn bij het opstellen van een behandelplan voor cognitieve revalidatie. Welke zijn dat?!!
  • De aard en de ernst van cognitieve stoornissen
  • de leervermogens van de cliënt
  • de mate van inzicht in het eigen functioneren

Bij het opstellen van de doelen vormen de wensen van de cliënt en van de omgeving uitgangspunt. Doelen dienen zo veel mogelijk gerelateerd zijn aan dagelijkse activiteiten die voor de cliënt en de omgeving relevant zijn. Doelen moeten zo concreet mogelijk geformuleerd worden.