Summary Handboek

-
544 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Handboek

  • 1 Studietaak 1

  • Bereken het verhang van de grensmaas
    Het verhang is het relatieve hoogteverschil van een watergang, uitgedrukt in m/km. De formule voor verhang is I=h/l waarbij I staat voor verhang, h voor het hoogteverschil in meter en l voor de lengte in kilometer.


    Verval = 21 m
    Lengte = 52,46 km
  • wat is het verschil tussen topografisch stroomgebied en werkelijk stroomgebied



    Deze karakteristieken kunnen ertoe leiden dat neerslag die op de hellingen van stroomgebied 1 neerkomt, ondergronds naar stroomgebied 2 stroomt. Zoals is weergegeven in figuur C2.5 kan deze neerslag via hellende lagen stroomgebied 2 draineren en daar in de rivier terechtkomen. als dit fenomeen zich voordoet, dan verschilt het topografisch stroomgebied van het werkelijk of hydrogeologisch stroomgebied (Eng. hydrogeological watershed). 
  • waar bestaat een stroomgebied uit?



    een stroomgebied bestaat uit de dalbodem (Eng. valley floor) van een rivier, de valleiwanden (Eng. valley side) en die delen van de interfluve (Eng. interfluve) die naar de vallei (Eng. valley) draineren.  
  • wat bevat het stroomgebied van een hoofdrivier
    dit omvat ook de kleinere stroomgebieden van al zijn bijrivieren. hieruit volgt dat grotere stroomgebieden gevormd worden door een hiërarchie van kleinere stroomgebieden van bijrivieren. 
  • wat gebeurt met stroomgebieden in woestijngebieden?



    In woestijngebieden komen vaak stroomgebieden voor waarvan de rivier uiteindelijk niet in de oceaan uitstroomt. Dit noemt men dan een endoreïsch stroomgebied (Eng. endorheic basin).
  • wat is een ariede gebied ?



    In ariede (Eng. arid) Ariede gebieden daarentegen zijn drainagenetwerken vaak onderontwikkeld,waardoor de eindhalte van het drainagesysteem vaak een bekken of vallei is zonder externe uitvloei. 
  • wat zijn de belangrijkste factoren die een stroomgebied bepalen ?
    -de topografie,  
    -de kenmerken van de ondergrond mens invloed uitoefenen op een stroomgebied, 
    -aanleg weg spoorlijn
    -aanwezigheid artificieel drinkwaterreservoir
    -antropogene irrigatiekanalen
    -pompsystemen
  • waaruit bestaat een stroomgebied
    stelsel van geulen en beekjes dat een drainagepatroon vormt voor oppervlakkig afstromend water. hoe het drainagepatroon eruit ziet, hangt met name af van het aardoppervlak. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen valleien of dalen (Eng. valleys) en interfluvia (zie figuur C2.7). 
  • Hoe kan het dat de ranglijst van stroomgebieden op basis van hun oppervlakte sterk afwijkt van de ranglijst op basis van afvoer door de hoofdrivier.
    Twee mogelijke verklaringen zijn:
    • verschil in topografie. In gebieden met veel reliëf (en waterscheidingskammen) zijn stroomgebieden vaak kleiner.
    • verschil in neerslag. In relatief kleine stroomgebieden kan de afvoer van de hoofdrivier toch heel groot zijn door de grote neerslaghoeveelheid in het gebied.
  • wat is een valei?



    Een vallei is een gebied waar het drainagepatroon heel goed zichtbaar is met duidelijk te onderscheiden elementen, zoals het laagste vlakke gebied waardoor een beek stroomt en de hellingen aan weerszijde ervan. 
  • wat is interfluvia van een stroomgebied ?



    De interfluvia zijn de hoger gelegen gedeeltes die de verschil- lende valleien van elkaar scheiden. Dit kunnen hele steile bergtoppen zijn maar ook brede afgevlakte stukken. 
  • wat is een waterscheidingskam?




    In een steil gebergte is dit meestal een waterscheidingskam (Eng. Dividing ridge) die loopt over de hoogste bergkammen. 
  • wat zijn stroomordes?




    Deze ordening richting monding gaat als volgt: als twee stromen samenkomen, wordt gekeken naar de orde van beide stromen om de orde van de samenvloeiing te bepalen. als twee stromen van dezelfde orde bijeenkomen, stijgt de samenvloeiing met één rang. (zie plaatje voor je)
  • wat bepaalt de grootte van het totale stroomgebied?



    De grootte van het totale stroomgebied wordt echter niet alleen bepaald door de lengte van de hoofdrivier, maar ook door de lengte en de spreiding van alle zijrivieren. 
  • Beschrijf de hydrologische kringloop en bepaal de grootheden
    evaporatie 86 % 
    evapotranspiratie 14 %
    neerslag direct 78 % in zeeën
                   indirect 22 % aardopp
    het overgrote deel van het water op aarde (meer dan 99%) ligt opgeslagen in oceanen, meren en rivieren
  • 1.1 Deelvraag 2





  • naast de drie genoemde fasen komt water voor in verschillende geogra­ fische vormen voor welke




    water (vloeibaar) in een rivier, beek, meer, zee of oceaan; ijs (vast) in ijskappen, gletsjers of als drijfijs; waterdamp (gasvormig) als wolk of als damp boven een woestijn. 




  • Deze voortdurende verandering van fasen en geografische vormen van water noemt men 




    de hydrologische kringloop 
  • wat is evaporatie



    is de verdamping uit waterlichamen, met name zeeën en oceanen 
  • wat is evapotranspiratie 



    is de verdamping uit aardlichamen, met name uit ondergrond, beken, rivieren en meren (evaporatie), en de verdamping uit levende organis­men, zoals planten en bomen (transpiratie).



  • Het overgrote deel van het water op aarde (meer dan 99%) ligt opge­ slagen in:



    oceanen, meren en rivieren, zit geblokkeerd in gletsjers en ijskappen of is aanwezig in ondergrondse gesteentelagen 
  • wat is deglaciatie 



    Tijdens een deglaciatie (eng. deglaciation) smelten de ijskappen weer af, wordt er weer meer water in de oceanen opgeborgen en neemt de hoeveelheid atmosferisch waterdamp eveneens toe. 
  • hoelang blijft water in de gemiddelde opslagplaatsen:



    Water blijft gemiddeld 10 dagen achter elkaar in de atmosfeer, terwijl het tot 1500 jaar kan verblijven in grondwaterlagen, tot 2500 jaar in oceanen en tot wel 10 000 jaar in ijskappen. 
  • wat is percolatie



    nadat het water is geïnfiltreerd beweegt het water zich ondergronds door de bodem dit noemt men percolatie. De naam percolatie wordt enkel gebruikt voor bewegingen in de onverzadigde zone dus boven de grondwaterspiegel



  • Wanneer spreekt men van verticale grondwaterstromen en horizontale grondwaterstromen.



    Vanaf het moment dat de ondergrondse beweging van water zich onder de grondwaterspiegel afspeelt 
  • formuleer kwel



    Het omgekeerd proces waarbij de grondwaterspiegel zich naar het aardoppervlak beweegt, om daar in open lucht of in een oppervlakte­ waterlichaam terecht te komen, noemt men kwel 
  • wat is een waterbalans



    Een waterbalans (eng. water balance) wordt bepaald door het berekenen van de hoeveelheden aangevoerd, afgevoerd en opgeslagen water in een bepaald gebied. 
  • Hoe wordt debiet uitgedrukt:
    Q=V/delta t

    Q= debiet m3/s
    V= volume
    delta t = tijdsperiode
  • wanneer spreekt men over regenrivieren



    de afhankelijkheid van neerslag en verdamping is bij veel rivieren heel groot. dergelijke rivieren noemt men regenrivieren bv maas, de schelde  
  • wanneer spreekt men van gletsjerrivieren



    Bij sommige rivieren is de hoeveelheid water die wordt getransporteerd voor een groot deel afhankelijk van het afsmelten van sneeuw en delen van een gletsjer. deze rivieren worden gletsjerrivieren (eng. glacier-fed river) genoemd. voorbeelden hiervan zijn te vinden in de alpen en in scandinavië. 
  • wanneer spreekt men van gemengde rivieren



    Tenslotte zijn er ook nog de gemengde rivieren (eng. mixed-fed river). deze rivieren zijn niet uitgesproken regen- of gletsjerrivieren, maar hebben een soort mengvorm. 
  • hoe bepaalt men het debiet
    dit kan gebeuren met een stroomsnelheidsmeter met propeller
  • wat is een meetnet 
    een meetnet bestaat uit verticale meetlijnen, lopend van het wateroppervlak tot de bodem. langs deze verticale meetlijnen wordt op verschillende punten gemeten om het debiet van een rivier te bepalen.
  • waarvan is het debiet sterk afhankelijk ?




    Het debiet is sterk afhankelijk van de hoeveelheid water die een rivier transporteert en van de stroomsnelheid. 
  • Welke afgeleide formule is er voor het berekenen van het debiet ?







    Q=V/∆t =L⋅B⋅D/∆t =L⋅A .∆t=v⋅A 
    Q=v⋅A 

    Waarin:
    Q = debiet (m3/s)
    V = volume (m3)
    ∆t = periode (s)
    L = afstand die het water heeft afgelegd in een periode (m) B = breedte van de rivier (m)
    D = diepte van de rivier (m)
    A = doorsnede van de rivier op een bepaald punt (m2)
    v = stroomsnelheid van de rivier (m/s) 



  • de hoeveelheid water die beschikbaar is voor transport door een rivier wordt onder andere bepaald door 



    de hoeveelheid neerslag en de verdamping in een stroomgebied. dit noemt men het neerslagoverschot als de hoeveelheid neerslag groter is dan de hoeveelheid verdamping



     
  • waar heeft de geomorfologie van de rivier invloed op



    Hieruit blijkt dat de geomorfologie van de rivier (eng. river geomorphology) via de oppervlakte van de dwarsdoorsnede een grote impact heeft op het debiet en de waterbalans. 
  • wat kan met een hydrogram bestudeerd worden



    met een hydrogram kan worden bestudeerd hoe de karakteristieken van een stroomgebied het debiet beïnvloeden. een hydrogram (eng. hydrograph) is een grafiek die het debiet op een bepaald punt in de rivier weergeeft als functie van de tijd. 
  • wat wordt op een hydrogram weergegeven 



    op een hydrogram worden de basisafvoer en de stormafvoer van de rivier als functie van de tijd weergegeven door een lijn, vaak aangevuld met een neerslaghistogram in de vorm van een staafdiagram
  • wat is de basisafvoer van een hydrogram



    de basisafvoer (eng. base flow) van de rivier is het debiet dat door enkel de grondwaterstromen wordt onderhouden. immers, ook als het niet regent, stroomt er in de meeste rivieren water (met uitzondering van tijdelijk droogvallende rivieren in aride gebieden). dit rivierwater is niet afkomstig van oppervlakkige afvloeiing door neerslag of smeltwater, maar wordt onderhouden door grondwatervoorraden.
  • wat is de stormafvoer van een hydrogram



    de stormafvoer (eng. storm flow) is op een hydrogram zichtbaar als een piek bovenop de basisafvoer (zie figuur F2.6). Het hydrogram toont het debiet startende bij de basisafvoer, toenemend tot het piekdebiet en terug afnemend tot de basisafvoer. Hierbij valt op te merken dat het moment waarop de maximale neerslag wordt waargenomen niet overeenkomt met het waarnemingsmoment van maximale afvoer. 
  • wat is de vertragingstijd van een hydrogram



    deze vertraging wordt veroorzaakt doordat het debiet niet meteen reageert op de aan- gevoerde neerslag, aangezien slechts een deel van die neerslag meteen in het rivierkanaal valt. 
  • welke factoren hebben invloed op de rivierafvoer ?
    1. vorm en opp. van een stroomgebied. waaierig stroomgebied draineren bijrivieren via een veel grotere opp. waardoor meer water wordt afgevoerd, enorme toename debiet. langgerekt stroomgebied zwakker debiet aan de monding. 
    2.opp. van het stroomgebied. hoe groter het stroomgebied, des te langer het duurt eer het water de rivier bereikt.
    3.doorlatendheid van de ondergrond
    4.hellingsgraad van het stroomgebied.(vlakke helling water langzamer de helling af, meer tijd heeft om te infiltreren)
    5.type en de hoeveelheid neerslag
    6.toestand van de bodem, reeds verzadigd of niet infiltratiecapaciteit afgenomen. belangrijke uitzondering klei droge klei absorbeert in het begin minder. bevroren toestand korte vertragingstijd.
    7.mate van begroeiing en het type begroeiing.begroeiing moedigt infiltratie aan
    8.antropogene ingrepen. zo reageren ontboste gebieden sneller op neerslag door de afname van interceptie, infiltratie en het wegvallen van watervoorraden in de wortelstelsels. ondoorlaatbare oppervlakten in steden. daardoor neigen rivieren in urbane stroomgebieden naar een korte vertragingstijd, omwille van zowel de oppervlakkige afvloeiing als de aanwezigheid van drainagesystemen die het water snel afvoeren.
  • wat is Grondwater in een homogene doorlatende bodem 




    dat wil zeggen dat het (neerslag)water gemakkelijk in de grond kan infiltreren en vervolgens ondergronds verder kan stromen. 
  • hoe wordt de neerslag afgevoerd 




    een deel van de neerslag wordt bovengronds afgevoerd in de vorm van oppervlakteafvloeiing. een ander deel wordt ondergronds afgevoerd, waarbij u weer een tweedeling vindt: een deel gaat via de grondwater­ zone (in de vorm van grondwaterafvoer) en een deel via de zone tussen aardoppervlak en grondwater (in de vorm van ondergrondse afvloeiing).




     
  • wat is de verzadigde zone




    de grond in de grondwaterzone is verzadigd met water en deze zone heet dan ook de verzadigde zone (eng. saturated zone). Het water noemt men grondwater. 
  • wat is de onverzadigde zone




    de zone tussen de grondwaterspiegel (de ‘boven­ kant van het grondwater’) en het aardoppervlak bestaat naast grond­ deeltjes en water ook uit lucht. de grond in deze zone is dus niet verzadigd met water. deze zone wordt de onverzadigde zone (eng. unsaturated zone) genoemd en het water noemt men bodemvocht. 
  • waar ligt meestal een beek, rivier of bron
    doordat de hellingshoek van het aardoppervlakte vele malen groter is dan die van de grondwaterspiegel. waar het aardopp en grondwaterspiegel elkaar raken.
  • welke lagen zijn er in een heterogene bodem
    1.bovenste laag begroeiing doorlatende laag onverzadigd
    2.doorlatende laag maar verzadigd (verzadigde zone) aquifer
    3.slecht doorlatende laag (aquitard), hard gesteente of kleilaag 
    4.watervoerende laag -> noemt men ook wel fossil water.
    5.weer een slecht doorlatende laag.
  • wat is de verzadigde zone
    als de grondporien zich volledig met water hebben gevuld noemt men dit de verzadigde zone. wordt ook wel grondwater genoemd.
  • wat is de onverzadigde zone
    boven de verzadigde zone zijn de poriën niet volledig met water gevuld dit noemt de onverzadigde zone.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wat is het actualiteitsprincipe?
Opvatting dat `het heden de sleutel tot het verleden is`, waarbij wordt aangenomen dat processen in het verleden op dezelfde manier zijn verlopen als tegenwoordig het geval is.
waarvoor zijn randmeren belangrijk ?
-belangrijk voor waterhuishouding, vormen een waterbuffer
-beide grondwatersystemen losgekoppeld
-waterbuffer zorgt dat het oude land niet zakt en verdroogt
de noordzee in nederland wordt gevoed door 4 grote rivieren
-schelde, maas, rijn en eems
noem 3 methoden om vervuild slib te recycleren?
-lagunering; specie ontwaterd via draineren, verdampen en eventueel versneld afvoeren van bovenstaand water en regenwater via begreppeling. Landfarming slib in een dunne laag in laguneringsvelden wordt uitgespreid. microbiële groei wordt verbeterd, verhoogde afbraak van minerale olie en pak's
-zandscheiding; scheiden grotere zanddeeltjes van de kleinere slipdeeltjes. zand meestal vrij van verontreiniging, verontreiniging vast aan fijnere kleideeltjes en het organische materiaal. sedimentatiebekkens of in scheidingsinstallatie.
-immobilisatie; technologische bewerking van materialen waarbij de fysische en/of chemische eigenschappen van een afvalstof worden gewijzigd, dat de milieuverontreinigende stoffen door uitloging, ersosie of verstuiving worden verminderd.
koude immobilisatie -> afvalstof vermengd met bindmiddel. immobilisatie definitieve oplossing zonder restafval
noem drie oplossingen voor het verwijderen van de verontreiniging in de waterbodem?
-niets ondernemen; natuur zijn werk doen, en als alle gevaar geweken is 
-verwijderen via baggeren; verontreinigingen ernstige invloed hebben op het milieu of fysische verstoringen voorkomen, sterke stromingen, overstromingen en baggerwerken,  hierbij kan mobilisatie en resorptie optreden.
-afdekking ter plaatse
beschrijf de drie dimensies van de triade-methode
-chemische analyse -> beslaat relevante giftige stoffen, en de meest gekende chemische verontreinigingen.
-biologische analyse ->mate van benthische marcro-invertebraten
-ecotoxicologische analyse geeft idee van de potentiële effecten op organismen
de triade voor sedimentkwaliteit is een samenvattende maat die drie dimensies omvat: 



de verontreiniging van het sediment, de samenstelling van de fauna in het sediment en de giftigheid van het sediment. Deze dimensies kunnen gewaardeerd worden met een chemische analyse, biologische veld- observaties en een ecotoxicologische analyse.
welke organische verontreinigingen zijn biodegradeerbaar?
-PAK’s, minerale olie en OCP's
wat zijn de organische verontreinigingen ?



de organische microverontreinigingen komen niet van nature voor. Voorbeelden zijn de producten van onvolledige verbranding zoals polycyclische aromatische Koolwaterstoffen (paK’s).  
-pcb's -> polychloorbifenylen





 
wat zijn de anorganische verontreinigingen ?



de anorganische verontreinigingen, ook wel zware metalen genoemd, komen van nature voor in kleine concentraties. 
-niet biologisch afbreekbaar
- fysische verwijdering is noodzakelijk