Summary Handbook of Plant Palaeoecology

-
ISBN-10 9491431072 ISBN-13 9789491431074
125 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Handbook of Plant Palaeoecology". The author(s) of the book is/are René T J Cappers Reinder Neef. The ISBN of the book is 9789491431074 or 9491431072. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Handbook of Plant Palaeoecology

  • 1.4 Subfossil plant remains

  • Wat zijn subfossil plant remains?
    Geconserveerde plantenresten of sporen van vroeger leven
  • Waar focust biomolecular research zich op?
    Op moleculen als DNA en RNA en moleculen als carbohydraten, vetten en proteïnes. Dus ook overblijfselen van oude residuen.
  • Ancient DNA (aDNA) is problematisch, waarom?
    Het weinige materiaal dat vaak beschikbaar is, contaminatie en fragmentatie.
  • Op welke manier levert Polymerase Chain Reaction (PCR) een bijdrage aan het onderzoek naar aDNA?
    Het wordt gebruikt om kleine hoeveelheden gerichte DNA exponentieel te vermenigvuldigen naar hoeveelheden die geschikt zijn voor verder onderzoek.
  • Wat is een nadeel van PCR?
    PCR is erg gevoelig, hierdoor is het mogelijk dat niet alleen gewilde maar ook ongewilde fragmenten worden gedetecteerd en vermenigvuldigd.
  • Waardoor kan er contaminatie in aDNA ontstaan?
    Door de nieuwe PCR fragmenten of door modern DNA en aDNA van vorige onderzoeken.
  • Wat heeft aDNA te bieden?
    Het vrijgeven van de genetische identiteit van organismen waardoor er nieuwe mogelijkheden ontstaan voor het onderzoek naar de domesticatie geschiedenis van planten (o.a. domesticatie centra en migratie routes) en genoomkartering.
  • Wat is 'fractionation'?
    De ongelijke opname van carbon, hydrogen, nitrogen, oxygen en sulfur door stabiele isotopen. De mate van fractinatie wordt weergegeven in ratio. Denk aan het verschil in carbon isotopes van C4 (meer dan C3) en C3 planten. De ratio is ook terug te leiden in het dieet van herbivoren. Dit kan weer informatie geven over klimaatverandering.
  • Wat hebben stable isotopes te bieden?
    Onderzoek naar voormalige diëten, reconstructies van voormalige vegetatie en landbouw activiteiten (irrigatie, bemesting).
  • Waaruit bestaan 'phytoliths'?
    Uit een amorfe vorm van silica (silicon dioxide).
  • Waar dienen phytoliths voor en hoe komen ze vrij?
    Het ondersteunen van de structuur van de plant, of bescherming tegen het grazen. Dit is nog onzeker. D phytoliths komen vrij als ze vergaan of verbrand worden, de resistente phytoliths worden zo vrijgelaten en verspreid. Deze snelle vrijlating kan ook voor  contaminatie zorgen met moderne phytoliths.
  • Wat zijn de onderzoeksmogelijkheden voor phytoliths?
    Phytolith onderzoek bestudeert de domesticatie van planten en de reconstructie van landbouw gebruiken en voormalige diëten. 
  • Wat is het identificatie level van phytoliths en pollen?
    Een aantal kunnen worden geïdentificeerd tot het level van family of genus en anderen alleen tot het species level.
  • Wat zijn sporen?
    Een spoor is een kleine diaspoor die maar uit één cel bestaat!! Zaden daarentegen zijn meercellig en daardoor dus ook groter. Sporen zijn net als zaden nieuwe individuen die kunnen ontkiemen in geschikte substraten.
  • Wat zijn pollen (grains)?
    Pollen zijn mannelijke geslachtscellen die zich ontwikkelen in de mannelijkevoortplantingsorganen (stamens) van zaadplanten. Stamens bestaan weer uit een draad dat eindigt in een helmknop (waar de pollen zich vormt). 
  • Wat zijn flowering plants?
    Zaadplanten zijn verdeeld in 2 groepen. De Gymnosperms en de Angiosperms. De Angiosperms zijn de flowering plants. Zij worden gekenmerkt door de stamens en pistils die verenigd zijn in de vruchtbodem omgeven door kelkbladeren en bloemblaadjes
  • Wat houden pollination en fertilization in?
    Pollinization is het proces waarbij de pollen (stuifmeel) is vrijgelaten vanaf de helmknop van de stamens (draden) en wordt getransporteerd naar de pistils (stampers). Fertilization is het proces waarbij een pollen grain samengaat met een ovule (eierkiem). Een bevruchte eierkiem kan zich ontwikkelen tot een zaad.
  • Wat is self-pollination en wat is cross-pollination?
    Self-pollination vindt plaats wanneer de pollen afkomstig is van stamens (draden) van dezelfde bloem. Cross-pollination vindt plaats wanneer de pollen afkomstig zijn van stamens van andere bloemen. 
  • Wat is het verschil in ontstaan van zaden en vruchten?
    Zaden ontstaan vanuit een eierkiem en vruchten ontstaan vanuit een eierstok.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.