Summary Hematologie

-
463 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Hematologie

  • 1.1 Normale bloedaanmaak in het beenmerg

  • Waar wordt bloed gemaakt?
    In het beenmerg ter hoogte van grote beenstructuren die niet steunend zijn (ribben, stermum, femurkop, wervels, bekkenbeen...)
  • Wat zijn de twee belangrijkste verschillen tussen de jongste stamcellen en de voorlopercellen?
    Jongste stamcellen: in staat tot zelfvernieuwing + pluripotent 


    Voorlopercellen (committed progenitor cells): niet meer in staat tot zelfvernieuwing + hieruit kan nog slechts één cellijn ontstaan
  • Hoe worden voorlopercellen in het vroegste stadium onderscheiden?
    Op basis van hun potentieel om in vitro onder stimulatie van groeifactoren kolonies (colony-forming units) aan te maken van RBC, granulocyten, eosinofielen, megakaryocyten
  • Wat zijn de morfologische kenmerken van de evolutie van stamcel naar rijpe bloedcel?
    Toenemende grootte en differentiatie van het cytoplasma
    Condensatie van het kernchromatine
  • Wat is de basis van het myelogram?
    Toenemende differentiatie van het cytoplasma en involutie van de kern => lichtmicroscopisch zichtbaar => uittellen van voorlopercellen in beenmerg
  • Waar wordt een beenmergaspiraat verricht?
    Sternum of crest iliaca
  • Wanneer is een botbiopt nuttig?
    1. Bij een dry tap in het sternum
    2. Voor informatie over de graad van fibrose
    3. Wanneer de architectuur van het merg belangrijk is
  • Waar wordt geprikt bij een cristapunctie?
    Spina iliaca posterior superior
  • Wat zeg je ZEKER aan de patiënt die een botbiopt zal ondergaan?
    Antistolling en antiplaatjesaggregantia onderbreken
  • 1.1.1 De rode cellijn

  • Welke uitrijpingsstadia ondergaan de rode bloedcellen?
    Pro-erythroblast
    Basofiele erythroblast
    Normoblast
    Polychromatofiele erythroblast
    Acidofiele erythroblast
    Reticulocyt
    Erythrocyt
  • Wat zijn de (5) morfologische kenmerken van een proerythroblast?
    Relatief open chromatine
    Basofiel cytoplasma (mRNA)
    Soms herkenbaar aan oortjes
    Nucleoli zijn zichtbaar
    Perinucleaire halo
  • Wat zijn de (4) morfologische kenmerken van een normoblast?
    Kleiner dan de proerythroblast
    Meer cytoplasma
    Condenserend  kernchromatine
    Matig basofiel cytoplasma
  • Wat zijn de (3) morfologische kenmerken van een polychromatofiele erythroblast?
    Rijpe kern met chromatinecondensatie
    Cytoplasma krijgt grijze schijn
    Afname nucleus/cytoplasma verhouding
  • Wat zijn de (3) morfologische kenmerken van een acidofiele normoblast?
    Laatste gekernde voorloper
    Kern is gecondenseerd en beweegt excentrisch
    Acidofiel cytoplasma
  • Wat zijn de (2) morfologische kenmerken van een erytrocyt?
    Biconcave vorm
    Roze homogene kleur
  • Tot wanneer delen de rode precursoren? Verklaar de pathologie aan de hand hiervan
    Tot een bepaalde Hb concentratie bereikt is

    • Defecten in Hb synthese (Hb-opathie, Fe tekort): cellen delen door => microcytose
    • DNA synthese stoornissen (foliumzuur, B12 tekort): cellen bereiken Hb concentratie in vroeger stadium => macrocytose
  • Wat is het hematocriet?
    Het % volume dat de RBC innemen per 100 mL bloed
  • Wat is polyglobulie?
    Te veel RBC
  • Wat zijn Howell-Jolly bodies? Waaraan moet je denken als je ze ziet?
    Resterende kernfragmenten

    Afvragen of  milt nog werkt (milt klaart normaal RBC met Howell-Jolly bodies in)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Hoe wordt amyloidose behandeld?
Vooral supportief
  • vb: mineralocortico voor orthostatisme
  • vb: ACEI bij cordeco

Recent: zelfde aanpak als myeloom
  • Melfalan-dexamethasone
  • HDCT + PBSCT
  • proteasoom inhibitie is experimenteel
Wat toont het labo bij amyloïdose?
  1. Anemie
  2. 90-95% heeft extrafractie
  3. Vaak discrete plasmocytose
  4. Regelmatig stollingsstoornissen, door leertijden en verhoogde fibrinolyse
Wat is de kliniek van amyloïdose?
  1. Macroglossie
  2. Huidlokalisaties
  3. Myocardverdikking
  4. Opzetting van de nier met proteinurie
  5. Hepatomegalie
  6. Darminvasie met malabsorptie
  7. Zenuwaantasting: perifeer en autonoom met daardoor orthostatische hypotensie
Wat is de fysiopathologie van amyloïdose?
Beta-sheet depositie van een heterogene groep eiwitten (30 in totaal)
=> deze hebben puntmutatie
=> vormen fibrillatie depots die herkenbaar oplichten met Congo-rood
=> fibrillaire eiwitten kunnen schade veroorzaken thv verschillende organen
Wat zijn de meest frequente vormen van amyloïdose?
  1. AA amyloidose = secundaire, chronisch inflammatoire
  2. AL amyloidose = primaire, vaak gekoppeld met light chain Ig in het kader van monoclonale gammopathie
Wat  is  de prognose van niet-secretoire myelomen?
Prognose is slechter, maar kan door latere diagnose
Hoe gedraagt een light  chain disease zich?
Klinisch volledig als andere myelomen maar
  • snellere groei
  • meer botletsels en hypercalcemie
  • meer nieraantasting
  • mediane survival 10 (lambda) - 30  (kappa) maanden
Hoe gedraagt een alfatype heavy chain disease zich?
Als een MALT-lymfoom of IPSID met malabsorptie
Hoe gedraagt een gammatype Ziekte van Franklin zich? Wat is de mediane overleving?
Als een indolent lymfoom met lymfoplasmocytaire morfologie

Mediane overleving: 4 jaar
Welke vormen van heavy chain disease zijn er?
  1. Gammatype Ziekte van Franklin
  2. Alfatype