Summary Het geheim van de trainer, 2e editie

-
ISBN-10 9043021369 ISBN-13 9789043021364
112 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Het geheim van de trainer, 2e editie". The author(s) of the book is/are Janneke Ploegmakers. The ISBN of the book is 9789043021364 or 9043021369. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Het geheim van de trainer, 2e editie

  • 1.5 Het intakeproces, de eerste gesprekken

  •               G + B + I

    V =      ------------

                         E

     

    Waarbij:

    V = vertrouwen

    G = geloofwaardigheid

    B = betrouwbaarheid

    I = intimiteit

    E = egocentriciteit

  • 2.5 Ontwerpen van een trainingsprogramma

  • Succesfactoren van een training
    • Leerdoelen
    • Werkvormen
    • Hulpmiddelen
    • Deelnemers
    • Randvoorwaarden
    • Gewenste inzet van trainers
  • Vaststaande succesfactoren
    • Leerdoelen
    • Deelnemers
    • Randvoorwaarden tijd en locatie
  • Naast de vaststaande factoren bepaal je met welke factoren je nog vrij kunt manoeuvreren om tot een goed ontwerp van een trainingsprogramma te komen.
  • Programmeren: van leerdoelen naar draaiboek.
  • Waar moet je rekening mee houden met het bepalen van werkvormen
    • Wat voor soort leerdoelen streef je na?
    • Hoe ga je toch aan vaardigheid werken als deelnemers hebben aangegeven dat ze bijvoorbeeld een hekel hebben aan rollenspel?
    • Voldoende variatie in je keuze van werkvormen?
  • Hulpmiddelen en randvoorwaarden
    • Welke hulpmiddelen heb je tot je beschikking of kun je regelen?
    • Ga na of een inhoudelijke presentatie met beamer noodzakelijk is of dat je deze kunt vervangen door iets anders. Dat spaart moeite en kosten.
    • Op welke locatie ga je aan het werk en kun je de gewenste hulpmiddelen daar ook gebruiken?
    • Hoeveel tijd heb je tot je beschikking?
  • Deelnemers
    • Wat weet je allemaal over je deelnemers?
    • Hebben ze al vaker training gehad?
    • Hoe heterogeen of homogeen is de groep samengesteld: man/vrouw, functies, werkervaring, "gestuurd" of zeer gemotiveerd?
    • Hoe groot zijn de groepen? Bij een grote groep denk je aan een actief programma met meerdere trainers rollenspel of simulatie, subruimtes en verschillende videocamer'a's.
  • Trainer
    • Hoe zit je er zelf in?
    • Hoe ervaren ben je inmiddels?
    • Welke werkvormen hebben jouw voorkeur?
    • Wat beheers je nog niet zo goed of vind je vervelend om te doen?
    • Ga je alleen aan de slag of met een co-trainer en wie doet dan wat?
    • Is het gezien de groep slim om met een man/vrouw-combinatie te werken of juist man/man vrouw/vrouw?
  • OMA
    Ochtend-, MIddag-, Avondoverzicht.
  • Bouwstenen om te programmeren
    • Flap, stiften en plaknotities. Plaknotities geven je de mogelijkheid om te schuiven in het tijdschema totdat je tevreden bent.
    • Leerdoelen herhalen. Herhaal de specifieke leerdoelen bovenaan aan het OMA-schema.
    • Trainingsprogramma ontwerpen: vaste elementen eerst. Zet nu een OMA-schema op. Elementen die al vast staan zet je als eerste in het schema (bijvoorbeeld werktijden, het openings- en afsluitingritueel, lunches, snacks, diners, pauzes en mogelijke gastoptredens.
    • Trainingsprogramma ontwerpen: inhoud, keuze van werkvormen. Vul het schema verder met de inhoudelijke onderwerpen die je aan bod wilt laten komen en de werkvormen die je daarbij kiest. Kill your darlings waar nodig, wat is noodzakelijk?
    • Ontwerp van een trainingsprogramma in een OMA-overzicht. Je hebt nu een overzicht op grote lijnen. Belangrijkste vraag is: realiseer ik als trainer met dit programma de beoogde leerdoelen met mijn deelnemers?
  • Rode draad in het programma
    Tijdens het ontwerpen van een training denk je ook na over een logische samenhang in het programma. Dit kun je doen aan de hand van het antwoord op de vraag "welke logische stappen zijn er te onderscheiden in het onderwerp waarmee we in deze training aan de slag gaan?" Het geeft jou als trainer en de deelnemers houvast als een programma logisch in elkaar zit.
    Aan de hand van de rode draad worden vervolgens de leerdoelen/onderwerpen nog verder in volgorde gezet.
    Voorbeelden:
    • Instroom-doorstroom-uitstroom
    • Van algemene naar specifieke zaken
    • De chronologie van een werkproces in de praktijk.
    De rode draad bestaat uiteindelijk uit een logisch overzicht van de onderwerpen en specifieke leerdoelen die je wilt bereiken bij deze onderwerpen.
  • Afwisseling maakt het boeiend!
    Afwisseling in:
    • werkvormen
    • rollen voor de deelnemers (deelnemer, waarnemer, presentator)
    • theorie en toepassing
    • groepssamenstelling
    Houd ook rekening met zaken als:
    • de "after lunch-dip" (start na de lunch met een actieve werkvorm)
    • de attentieboog van mensen is ongeveer 20 minuten (varieer dus regelmatig in je programma en blijf de deelnemers boeien)
    • probeer een realistische inschatting te maken van de opnamecapaciteit van je deelnemers. Vraag je steeds af: "Komt het leerdoel in gevaar of niet als ik bepaalde zaken weglaat".
  • 2.6 Maken en beoordelen van draaiboeken

  • Draaiboek
    Als je een trainingsprogramma hebt ontworpen waar je tevreden over bent (beoogde leerdoelen worden gerealiseerd, het programma heeft een goede rode draad en er zit voldoende tempo en afwisseling in), is de volgende stap het maken van een draaiboek. Het maken van een draaiboek is de ruggegraat van een training. 
    Hierin vind je:
    • Leerdoelen
    • Onderwerpen
    • Werkvormen
    • Wat doet de trainer en eventuele co-trainer
    • Waar gaan de deelnemers mee aan de slag
    • Wat moet bij de verschillende programmaonderdelen aan bod komen: zoals tekst en uitleg bij een model of nabespreekpunten van een rollenspel.
    • Uitwerking van de verschillende werkvormen
    • Richttijden: hoe laat beginnen, hoeveel tijd voorbereiding door deelnemers enz.  
  • Format draaiboek
    Bij het maken van een draaiboek werk je het OMA-overzicht nader uit.
    In een matrix zet je:
    • Tijd
    • Leerdoel/Onderwerp
    • Werkvorm
    • Hulpmiddel    
  • Stappenplan/trainingsdesign
    Per onderdeel van een training bepaal je welke stappen worden doorlopen met de groep. Wat moet er allemaal gedaan worden en door wie om bij het leerdoel te komen. Het geeft tot in detail weer wat je te doen staat als trainer. Voor elk nieuw leerdoel/onderwerp dat je aansnijdt, maak je een design.
    Het moet voor deelnemers steeds heel duidelijk zijn wat de relatie van het huidige programmaonderdeel is met de voorgaande en komende onderdelen van de training. De verbinding tussen de trainingsdesigns is dus ook belangrijke informatie in het draaiboek.
  • Trainingsdesign maken
    Introductie op het onderwerp door de trainer
    • Wat is het onderwerp?
    • Waarom is het van belang voor de deelnemers?
    Geven van de opdracht aan de deelnemers
    • Wat gaan ze doen?
    • Met wie werken ze samen?
    • Hoeveel tijd is beschikbaar?
    • Welke hulpmiddelen zijn beschikbaar?
    • Welk resultaat moet worden opgeleverd?
    Voorbereiding van de opdracht door/met de deelnemers
    • Wat doe je als trainer tijdens deze fase? Bijvoorbeeld rondlopen en checken of iedereen aan de slag kan, klaarmaken van de cameraopstelling voor het rollenspel
    Uitvoering van de opdracht door de deelnemers
    • Waar let je op als trainer?
    • Waar wil je straks in de nabespreking feedback op geven?
    • Welke opdracht geef je de waarnemende deelnemers bij dit onderwerp?
    Nabespreking van de opdracht
    • Wat is de informatie die je wilt overdragen?
    • Wat zijn de vragen die je aan de deelnemers kunt stellen?
    • Wat zijn de stappen die je wilt zetten (bijvoorbeeld bij een rollenspel: 1. reactie rolspeler, 2. reactie tegenrolspeler, 3. tips/complimenten waarnemers, 4. videofragmenten en gespreksmodel).
  • Improviseren
    Improviseren doe je bij gratie van je draaiboek. Als je niet weet wat je van plan bent, kun je er ook niet van afwijken. De enige vragen die je als trainer steeds moet kunnen beantwoorden zijn:
    • Wat is hier het leerdoel?
    • Waarom doe ik dit nu?
    • Wat heb ik daarmee voor ogen?
    Met een goed uitgewerkt draaiboek kun je telkens weer terugkeren op je oorspronkelijke pad.
  • Aandachtspunten voor het maken van een draaiboek
    • Pas op voor leuk! Vraag jezelf af: "Is dit wat ze nodig hebben op dit moment in de training?", "Waar werken we naartoe?" Zet je leerdoelen centraal. Als het een leuke, spannende oefening is, heb je een goede combinatie gemaakt.
    • Zorg voor "loopjes" tussen de verschillende onderdelen. Zorg ervoor dat de verbinding tussen de verschillende onderdelen helder blijft. "Loopjes" zijn bijvoorbeeld stukken tekst met beelden/metaforen die helpen de overgang van het ene onderdeel naar het andere te maken.
    • Bereid je voor op de inzet van je hulpmiddelen. Plan in je draaiboek tijd in om je videoset of laptop en beamer te installeren en te testen. Leg van tevoren oefenmateriaal voor je deelnemers klaar. Zorg er bij het werken met flip-overs voor dat je weet wat je op wilt schrijven en hóe je dat gaat doen: zet het in je draaiboek!
    • Geef de taakverdeling aan tussen twee trainers. Geef in het draaiboek aan wie als trainer het voortouw neemt en wat eventueel aanvullende acties van de ander zijn.
    • Benoem de randvoorwaarden. De zaal moet bijvoorbeeld worden verbouwd tot een open ruimte of er is een subzaal nodig. Geef dit in het draaiboek aan, zodat je dit gelijk bij aankomst kunt regelen. Bij het onderdeel in het draaiboek is het aan te bevelen te schetsen hoe je een ander wilt realiseren.
  • Beoordeling draaiboeken
    Leerdoelen
    • Zijn de leerdoelen per onderdeel duidelijk en concreet geformuleerd?
    (Aantal) onderwerpen
    • Voldoende?
    • Rode draad: helder en logisch?
    (Variatie in) werkvormen
    • Leiden de gekozen werkvormen naar je leerdoelen?
    • Of leiden ze juist af?
    • Sluiten de werkvormen voldoende aan bij de verschillende leerstijlen van je deelnemers?
    • Wie is er aan het werk: de trainer of de deelnemers?
    • Is er voldoende variatie? Doen de deelnemers elke 20 minuten iets anders?
    Inrichting van designs
    • Zijn de stappen per trainingsonderdeel helder?
    • Is het logisch?
    • Is het ook leuk?
    Mate van detaillering
    • Is voldoende duidelijk wat de trainer doet, wat van de deelnemers verwacht wordt?
    • Zou een collega de training zo van je over kunnen nemen?
    Tijdspad
    • Is de planning realistisch?
    • Heb je bijvoorbeeld rekening gehouden met pauzes en heen-en-weer lopen van de deelnemers naar een subgroepruimte?
    • Zit er voldoende tijdspanning op de programmaonderdelen?
    Overige opmerkingen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.