Summary Het Nederlands strafprocesrecht

-
ISBN-10 9013089577 ISBN-13 9789013089578
199 Flashcards & Notes
38 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Het Nederlands strafprocesrecht". The author(s) of the book is/are G J M Corstens. The ISBN of the book is 9789013089578 or 9013089577. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Het Nederlands strafprocesrecht

  • 1 Plaatsbepaling en doel strafproces(recht)

  • Wat is het object van strafrechtspleging? En in verband daarmee: wat betekend strafrecht is sanctierecht?

    Wederrechtelijke gedragingen. Het (negatief) sanctioneren van wederrechtelijk gedrag.

  • Wat is het materieel strafrecht?

    Het bepalen onder welke omstandigheden bepaald gedrag tot sancties kan leiden.

  • De straffen in ons strafrecht zijn grotendeels non-reparatoir van aard, wat wil dit zeggen?

    Het concreet aangedane onrecht wordt door de straf niet gerepareerd.

  • Er is ook wel enige plaats ingeruimd voor reparatoire sancties: bijvoorbeeld de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (art. 36e Sr).

  • Er is één sanctie die met exclusiviteit in het strafrecht is ondergebracht: de vrijheidsstraf.

  • Ons strafrecht bestaat grotendeels uit 3 grote onderdelen, welke zijn dit?

    Materieel strafrecht, strafprocesrecht en het penitentiaire recht.

  • Het materiële strafrecht zegt welke gedragingen onder welke omstandigheden strafbaar zijn.

    Het strafprocesrecht bepaald hoe en door wie wordt onderzocht of een strafbaar feit is begaan en door wie en naar welke maatstaven daarover en over de daaraan te verbinden strafrechtelijke sancties wordt beslist. 

    Het penitentiaire recht leert welke strafrechtelijke sancties er zijn en door wie en hoe deze ten uitvoer worden gelegd.

  • Het strafproces dient ertoe om te onderzoeken of er inderdaad een strafbaar feit heeft plaatsgevonden, en als dat zo is, of dat ook aanleiding geeft tot een reactie. Aan wie zijn de bevoegdheden toegekend? En zijn deze beperkt/geclausuleerd?

    Functionarissen en in bescheiden mate aan burgers. Ja deze bevoegdheidstoedeling gaat gepaard met begrenzingen bijvoorbeeld door de rechterlijke controle.

  • Wat is de betekenis van een accusatoir proces? En respectievelijk een inquisitoir proces?

    In het accusatoire proces strijden twee gelijkwaardige partijen met elkaar ten overstaan vaan een lijdelijke, passieve rechter die zich beperkt tot vervulling van de rol van scheidsrechter.

     

    In het inquisitoire proces is justitie actief op zoek naar de waarheid. De beschuldigde is geen gelijkwaardige procespartij, maar object van onderzoek. 

  • Het strafproces is geen accusatoir proces, maar beter te schetsen met de term getemperd inquisitoir of gematigd accusatoir.

     

    Tijdens het onderzoek te terechtzitting heeft het proces meer een accusatoir karakter, dan word namelijk de verdachte op gelijke voet met het OM behandeld.

  • Wat is een wezenlijk onderdeel van onze strafvordering?

    De onschuldpresumptie: een verdachte is onschuldig tot het tegendeel is bewezen.

  • Wat is het hoofddoel van het strafprocesrecht en wat is het hoofddoel van het strafproces zelf?

    Het regelen van de schakel tussen het strafbaar feit en de door de rechter op te leggen strafrechtelijke sanctie. Het strafproces zelf heeft als hoofddoel de juiste toepassing van het materiële strafrecht.

  • Wat zijn de nevenfuncties van het strafproces?

    Speciale preventie, generale preventie, voorkomen van eigenrichting, orde scheppen en genoegdoening van het slachtoffer.

  • 1.1 Strafrecht als sanctierecht

  • wederrechtelijke gedraging - rechtssubject (natuurlijk of rechtspersoon) houd zich niet aan voor hen geldende norm

    Strafrecht =  publiek sanctierecht (negatief sanctioneren van wederrechterlijk gedrag)

    Onrechtmatigheid (6:162 lid 2 BW) 'een doen of nalaten in stijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt' --> Handhaving in geval van niet-naleving

    Straf: (non-reparatoir)

    • Leed toevoeging (gericht op preventie, niet op herstel) (vraagt om rechtvaardiging; verplichte rechterlijke tussenkomst: eis=er moet schuld zijn)
    • burger wordt terecht gewezen

     

    OM-strafbeschikking:

    • 257a: overtredingen/misdrijven met gevangenisstraf van maximaal 6 jaar --> strafbeschikking.
    • bijv. taakstraf max 180u / geldboete / onttrekking a.h. verkeer / geld betalen a.d. staat t.b.v. slachtoffer / ontzegging rijbevoegdheid max 6 maanden / houden aan aanwijzingen v.d. OvJ
    • [niet meer; uitsluitend rechters die strafrechtelijke sancties opleggen]

    Tuchtrechtelijke sancties (verenigingen, militairen, ambtenaren e.d.) minder zwaar dan strafrecht sancties.:

    Betrokkene heeft zich niet aan de groepsregels gehouden vs. niet houden aan de voor eenieder geldende gedragsnorm. 

    Na tuchtrechtelijke sanctie kan nog strafrechtelijke sanctie volgen (wel met oog op evenredigheidsbeginsel)

  • Wat is het object van strafrechtspleging

    wederrechtelijke gedraging

  • hoe wordt strafrecht ook wel genoemd

    sanctierecht

  • waar is het strafrecht op gericht

    handhaven van nietnaleving

  • wat betekent non-reparatoir

    straf is gericht op leed toevoegen

  • wat betekent reparatoir

    straf is gericht op herstel

  • In het strafrecht gaat het om het sanctioneren van wederrechtelijk gedrag. Er is 1 sanctie die met exclusiviteit in het strafrecht is ondergebracht, namelijk de vrijheidsstraf. Strafrecht is publiekrecht. Leedtoevoeging houdt in verplichte rechterlijke tussenkomst en schuldvereiste. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is een negatief wettelijk stelsel?

Het bewijs mag alleen met in de wet opgesomde bewijsmiddelen worden geleverd. Negatief duidt hierbij op dat de rechter het feit niet bewezen mag verklaren als hij uit de bewijsmiddelen niet de overtuiging heeft bekomen dat het ten laste gelegde feit door de verdachte is begaan.

Wat houdt het begrip 'bewijzen' in in het strafrecht?

Het aantonen dat in redelijkheid niet kan worden getwijfeld aan de juistheid van het verwijt dat aan de verdachte wordt gemaakt. Absolute zekerheid hoeft er niet te zijn. Er moet sprake zijn van meer dan waarschijnlijkheid. 

Aan welke eisen moet de tenlastelegging voldoen?

Dit staat beschreven in art. 261 sv

  • Opgave van het feit
  • Vermelding van tijd en omstreeks welke plaats
  • Omstandigheden
  • Duidelijk, begrijpelijk 
  • Niet innerlijk tegenstrijdig
  • Voldoende feitelijk
  • Vermelding van wettelijke voorschriften
Noem 4 functies van de dagvaarding
  1. De persoon van de verdachte wordt aangeduid.
  2. De verdachte wordt opgeroepen bij een bepaalde rechter op een bepaalde plaats en op een bepaald tijdstip ter zitting te verschijnen.
  3. De verdachte wordt beschuldigd van een bepaald feit, toegespitst op een bepaalde delictsomschrijving.
  4. De verdachte wordt geïnformeerd over bepaalde hem toekomende rechten.
Noem vier materiële beginselen   
  • Vertrouwensbeginsel; door de overheid opgewekte verwachtingen dienen in redelijkheid te worden gehonoreerd, tenzij zwaarwichtige belangen zich daar tegen verzetten.
    --> Het vertrouwen moet volgens rechtspraak wel door het openbaar ministerie of bevoegdelijk door een ondergeschikte van het openbaar ministerie zijn opgeroepen.
  • Gelijkheidsbeginsel; gelijke behandeling van gelijke gevallen. 
  • Het beginsel van zuiverheid van oogmerk; de overheid mag een bevoegdheid niet voor een ander doel gebruiken dan waarvoor deze is gegeven. --> Vereiste van doelbinding. 
  • Het beginsel van redelijke en billijke belangenafweging; Er moet voor de betrokkenen op de minst bezwarende wijze worden opgetreden (subsidiariteit) en er moet een redelijke verhouding zijn tussen de wijze van optreden en het beoogde doel (proportionaliteit). Als het doel op een minder ingrijpende manier kan worden bereikt moet daarvoor worden gekozen. 
Wat is het beencriterium?

Handelen naar gelang het been waarmee de functionaris uit bed is gestapt. Dit is niet toegestaan, er wordt ook wel gesproken van een verbod van willekeur.

Welke vormen van inlichtingen zijn er ?
  1. Verkeersgegevens (art. 126n, u, zh). Aanbieders van communicatiediensten moeten op vordering van de officier van justitie opgevraagde gegevens met betrekking tot gebruikers doorgeven.
  2. Gebruikersgegevens (art. 126na, ua). Hier valt bijvoorbeeld naam, adres, postcode, woonplaats, emailadres en ip adres onder.
  3. Nummergegevens via scannen (art. 126nb, ub, zj). Dit betreft het opnemen of gegevens kunnen verkrijgen van bijvoorbeeld prepaid telefoons. Dus van iemand waarvan verder geen gegevens bekend zijn bij de aanbieder.
  4. Andere gegevens dan verkeersgegevens en gebruikersgegevens.
  5. Opgeslagen inhoudsgegevens (bewaarde e-mails en voice-mails) (art. 126ng lid 2, 126ug lid 2, art. 126zo lid 2 sv).
Wat zijn voorbeelden van veiligdheidsrisicogebieden?
  • Luchthavens
  • Industriegebieden
  • Station
  • Overheidsgebouwen

Deze gebouwen/gebieden vormen een permanent risico voor terroristische aanslagen, het betreft een constante dreiging. Binnen deze gebieden mogen opsporingsambtenaren indien er aanwijzingen zijn van een terroristische aanslag, ook zonder een bevel de officier van justitie personen, vervoermiddelen en voorwerpen aan controle onderwerpen (art. 126zq-126zs sv). Dit alles valt ook nog steeds onder opsporing zoals omschreven in art. 132a sv.

Wat is vroegsporing?

Onderzoek naar aanleiding van een redelijk vermoeden dat in georganiseerd verband misdrijven zoals omschreven in art. 67 lid 1 worden beraamd of gepleegd die, gezien hun aard of de samenhang met andere misdrijven die in de georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd, een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren.

Wat zijn de nevenfuncties van het strafproces?

Speciale preventie, generale preventie, voorkomen van eigenrichting, orde scheppen en genoegdoening van het slachtoffer.