Summary HOC 7

-
128 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - HOC 7

  • 1 Oefenvragen CVA


  • Kngf standaard beweeginterventie oncologie :
    - vragenlijsten
    - Inspanningstesten
    - Exclusiecritetia van biomedisch en psychosociaal
    - CES-D 

    Beroerte:
    - 2 ontstaanswijzen CVA
    - Cognitieve revalidatie 

    Copd:
    - gold stadium bepalen
    - Adhv MET score activiteit bepalen of dat kan

    MS:
    - soorten prognose 

    Overig: 
    - VO2 max van 40, met activiteit van 10. Kan dat?
    - Training voor hartrevalidatie vo2max van 15, wattage = 50, borg is 18. 
    - Training voor PT met osteoporose
    - Reuma PT met eindstandige extensie beperking, welke oefening geef je mee aan PT die niet gewend is aan krachttraining?

    - iets met caregiver
    - Drama driehoek, rol van aanklager
    - Iets met meetinstrument voor kwaliteit van leven bij?
    - MRC scores
    - Iets met sensomotorisch?
    - de Wat-Hoe-Waarom
    - Fase van dementie en waarom welke benadering
    - De motorische mijlpalen
    - Fysiotherapeutische diagnose; wat ontbrak er
  • Je geeft het diagnostisch proces richting door gebruik te maken van het wat hoe waarom principe. licht toe?
    Wat = De bepaling van het niveau van fuctioneren. wat kan de patient? kan hij de gevraagde taak zelfstandig uitvoeren? zo niet? onderzoek dan op welke manier het wel kan. --> onder toezicht/ mondelinge instructie/ facilitatie/ hulpmiddel

    Hoe = beschrijving van het functioneren. beschrijf algemeen en specifiek hoe de taak wordt uitgevoerd

    Waarom = analyse van het functioneren. vraag jezelf af waarom de patient afwijkt.
  • leg uit wat een algemene en een specifieke beschrijving zou kunnen zijn?
    algemeen: veilig, soepel , gecoördineerd, doelgericht, economisch, ritmisch

    specifiek: welke houding, welke bewegingspatronen, bewegingsinzet en verloop, snelheid van bewegen, volgorden hoofd - romp- armen - benen
  • waar kan de analyse van het functioneren zich op richten? De waarom?
    - automatische reacties
    - tonus
    - pathologisch
    - bewegingspatroon
    - selectiviteit
    - bewegingsbeperking
    - spierkracht
    - belastbaarheid
    - sensoriek
    - pijn
  • Benoem de risicofactoren van een CVA
    - hypertensie
    - diabetes mellitus
    - coronaire hartziekten
    - overmatig alcoholgebruik
    - lichamelijk inactiviteit
    - hogere leeftijd
    - mannelijk geslacht
  • Benoem instellingen die gerekend worden tot een stroke service
    - ziekenhuis stroke unit
    - revalidatiecentra stroke unit
    - verpleeghuis stroke unit
    - instelling in de eerstelijns gezondheidszorg
  • Benoem de belangrijke aan fysiotherapie gerelateerde aspecten mbt CVA
    - het vroegtijdige mobiliseren van de patient binnen 24 uur na ontstaan van het CVA
    - Het hebben van een gemeenschappelijke doelstelling binnen het team, regelmatige bijscholing
    - het systematisch screenen van Patienten en het systematisch monitoren van veranderingen
  • benoem de taken die tot de fysiotherapeut behoren mbt CVA
    - Het vastleggen van zorginhoudelijke gegevens, inclusief de beoogde functionele doelen, en het rapporteren daarvan aan het CVA team of de verwijzend arts

    - Het zich op de hoogte houden van het interdisciplinair vastgestelde revalidatiebeleid

    - het regelmatig objectiveren van het functioneren van de patient en deze schriftelijk in maat en getal vastleggen in het patiëntendossier
  • benoem de aspecten die in het fysiotherapeutisch handelen bij CVA centraal staan
    - voorkeuren/ wensen/ behoeften en verwachtingen van de pt mbt hulpvraag

    - vraagstellingen en het behandeldoel zoals deze past binnen de gemeenschappelijke doelen van het interdisciplinaire team
    - inschatting kans op functionele verbetering
    - mogelijke belemmerend factoren
    - wijze waar pt wordt gescreend, gemonitord en behandeld
    - keuze die gebaseerd dient te zijn op basis van de evidentie
  • Hoe ziet het diagnostisch proces eruit bij CVA?
    - Anamnese
    - observatie --> in rust: is de patient bij kennis/ maakt hij dingen bewust mee?
    - functioneel onderzoek. Kan de pt zijn arm/ been/ vinger/ hoofd bewegingen. kijk vooral wat de pt wel kan 
    - functie onderzoek: sensomotorisch onderzoek.
  • Wat is belangrijk bij de anamnese om uit te vragen mbt CVA?
    - Voorkeurshand
    - wat deed iemand voor de CVA
    - woonsituatie
    - aanwezige hulpmiddelen/ aanpassingen
    - relevante medische voorgeschiedenis
    - relevant psychiatrische voorgeschiedenis
    - observatie hoe de PT er nu bij ligt
  • Wat is belangrijk bij de observatie in rust?
    Totaalbeeld met al zijn facetten. indruk over het niveau van de PT let op details, trek geen conclusies en stel wel hypothesen op
  • waar bestaat het sensomotorisch onderzoek uit bij CVA?
    - tonus onderzoek
    - sensibiliteitonderzoek
    - coördinatie
    - transfers
  • benoem de 7 basis meetinstrumenten bij CVA?
    - Motricity index

    - trunk control test
    - berg belance scale
    - FAC
    - 10 meter loop test
    - frenchman arm test
    - barthel index
  • Benoem de gunstige determinanten voor herstel van loopvaardigheid?
    - aanwezigheid zitbalans
    - redelijk tot goede functie paretische been
    - redelijk tot goede ADL zelfstandigheid
    - lagere leeftijd
    - continentie voor urine
    - premorbide zelfstandige loopvaardigheid
    - premorbide ADL zelfstandigheid
  • benoem de gunstige prognose voor loopvaardigheid
    TCT 30 sec ongesteund zitten >25 pt

    MI onderste extremiteit >25 pt

    voorkeur voor deze testen is dag 2 na CVA
  • Benoem de daadwerkelijke verandering die kan worden gesteld bij loopvaardigheid?
    wanneer de loopsnelheid met min 0,16m/s op 10 met is verander tov de snelheid die 6 maanden na de CVA werd behaald
  • Als de prognose ongunstig is wanneer objectiveer je dan de determinanten?
    binnen 1e maand --> elke week
    1-6 maanden --> elke maand
  • Wanneer vind het meeste herstel plaats voor de loopvaardigheid en waar wordt dit tevens door bepaald?
    ong. 70-80% van de Patienten met een CVA kan na verloop van tijd weer zelfstandig lopen. Het meeste herstel voor loopvaardigheid vindt plaats binnen drie maanden na het ontstaan van het CVA. De kans om weer tot zelfstandig lopen te komen wordt tevens bepaald door de determinanten.
  • benoem de gunstige determinanten van de arm- handvaardigheid
    - enige motorische functie paretische arm
    - aanwezigheid enige arm- handvaardigheid
    - aanwezigheid neurofysiologische functies
  • benoem de gunstige prognose voor arm- handvaardigheid
    - FMA - vingerextensie >1 pt
    - aanwezigheid van min. een zichtbare of voelbare contractie van de schouderabductoren
    - MI- schouderabductie > 9 pt.
  • wanneer is er daadwerkelijke verandering bij arm handvaardigheid?
    wanneer op de ARAT score met min 6 pt veranderd is tov de ARAT score 6 maanden na CVA
  • benoem de gunstige determinanten voor basale ADL vaardigheden
    - Redelijke ADL zelfstandigheid na 1 week
    - redelijk tot goede neurologische status (motorische functie arm)
    - aanwezigheid loopvaardigheid
    - lagere leeftijd
    - premorbide ADL zelfstandigheid
    - premorbide goede participaties
    - geen recidief CVA
  • benoem de gunstige prognose voor basale ADL vaardigheden
    Beperkte, lichte beperkte of geen beperkte ADL zelfstandigheid na 1 week post CVA. Barthel index na 1 week moet >7 zijn

    Barthel index:
    20:        volledig zelfstandig in basale ADL en mobiliteit
    15-19:  Redelijk tot goed zelfstandig
    10-14:  heeft wel hulp nodig maar doet ook veel zelf
    5-9:      ernstig hulpbehoevend
    0-4:      volledig hulpbehoevend
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.