Summary Hoofdlijnen Nederlands recht

-
ISBN-10 9001886256 ISBN-13 9789001886257
567 Flashcards & Notes
31 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Hoofdlijnen Nederlands recht
  • C J Loonstra
  • 9789001886257 or 9001886256
  • 2018

Summary - Hoofdlijnen Nederlands recht

  • 1 Terreinverkenning

  • welke vier functies van het recht zijn er?
    De normatieve functie, de geschiloplossende functie, de additionele functie, de instrumentele functie
  • Welke rechtsbronnen kent het Nederlandse recht?

    De wet, het verdrag, de jurisprudentie en de gewoonte
  • Gewoonterecht kenmerken en voorbeeld
    Ongeschreven recht dmv een vaste gedragslijn en gegroeide opvatting. En de groep ziet het als een rechtsplicht om deze regels op te volgen. Bijv. Bij de verkoop van vee.
  • Wat is een andere benoeming voor het privaatrecht?
    Het civiele recht of het burgerlijke recht
  • Wat is het staatsrecht?
    De wijze waarop het Nederlandse staatsbestel wordt vormgegeven en de invloed die de burgers daarop kunnen uitoefenen

  • Wie is de wetgever op centraal niveau?
    De regering en de Staten Generaal
  • Wie zijn decentrale wetgevers?
    Provincies en gemeenten
  • Hoe noem je de regels die zijn gemaakt door decentrale wetgevers?
    Verordeningen
  • Hoe noem je regels die gemaakt zijn door waterschappen?
    Keuren
  • Wie bezit in Nederland een monopoliepositie op het gebied van strafrecht?
    Het OM
  • In welke rechtsgebieden valt het privaatrecht uiteen?
    Personen- en familierecht, vermogensrecht en ondernemingsrecht
  • In welke rechtsgebieden valt het publiekrecht uiteen?
    Strafrecht, staatsrecht en bestuursrecht

  • Welke rangorde geldt er voor wetten?

    Hogere regels gaan boven lagere regels
    Bijzondere regels gaan boven algemene regels
    Jongere regels gaan boven oudere regels
  • Wat is een wet in formele zin?
    Een wet die tot stand is gekomen door de regering en Staten-Generaal gezamenlijk (de nationale wetgever)
  • Wat is een wet in materiële zin?
    Iedere regeling van een wetgever die bestemd is voor een onbepaald aantal en dus niet bij name genoemde personen.
  • Wat is een verdrag?
    Een afspraak, een overeenkomst tussen twee of meerdere staten.
  • Hoe noem je een verdrag tussen twee landen?
    Een bilateraal verdrag
  • Hoe noem je een verdrag tussen meer dan twee staten?
    Een multilateraal verdrag
  • Wat is een ander woord voor jurisprudentie?
    Rechtsspraak
  • Welke hulpmiddelen heeft een rechter om 'recht' te maken?
    Interpretatiemethode en redeneerwijzen
  • Welke 7 interpretatiemethodes zijn er?
    De grammaticale, wethistorische, anticiperende, rechtsvergelijkende, systematische, teologische en de overige (precedenteninterpretatie en interpretatie naar redelijkheid en billijkheid
  • Welke twee redeneerwijzen zijn er?
    A-contrarioredenering en redenering naar analogie
  • Wat is materieel recht?
    Recht dat betrekking heeft op wat mag en wat niet mag, welke rechten en verplichtingen men heeft. (inhoudelijk van aard)

  • Wat is formeel recht? (procesrecht)
    Heeft betrekking op het recht van procederen. Bijvoorbeeld welke rechter? Hoe procederen? Welke termijnen?
  • Wat is dwingend recht?
    Recht waarvan de burgers niet mogen afwijken.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Hoofdlijnen Nederlands Recht
  • C J Loonstra
  • or
  • 10th

Summary - Hoofdlijnen Nederlands Recht

  • 1 Terreinverkenning

  • Hebben chimpansees of mensen een beter kortetermijngeheugen?
    Chimpansees!
  • 1.2 Waarom recht?

  • Vier functies van recht is:
    • Normatieve functie: rechtsnormen
    • Geschillenoplossende functie: rechterlijke organisatie
    • Additionele functie: aanvullend op vergetelheid
    • Instrumentele functie: knoop doorhakkend
  • 1.3 Waar vinden we recht?

  • Rechtsbronnen zijn:
    1. de wet
    2. het verdrag
    3. de jurisprudentie
    4. de gewoonte
  • Privaatrecht word ook wel goemd
    civiele recht of burgerlijk recht
  • Privaatrecht valt uiteen in vier deelgebieden:
    • personen- en familierecht
    • vermogensrecht
    • ondernemingsrecht
    • burgerlijk procesrecht
  • Personen- en familierecht regelt zaken als
    levensverloop: geboorte, huwelijk, geregistreerd partnerschap, echtscheiding, adoptie, ondercuratelestelling, gemeenschap van goederen
  • Vermogensrecht regelt zaken als
    alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling waaraan juridische gevolgen verbonden zijn
  • De regels op terrein van vermogensrecht is voornamelijk te vinden in
    het Burgerlijk Wetboek, boek 3, 5 en 6
  • De regeld op terrein van Personen- en familierecht is voornamelijk te vinden in
    het Burgelijk Wetboek, boek 1
  • Ondernemingsrecht regelt zaken als
    alles omtrent het opbouwen en houden van een bedrijf
  • Procederen  is
    naar de rechter gaan om een geschil op te lossen
  • Burgerlijk procesrecht is er
    voor alle geschillen waar burgers onderling niet uitkomen, burgers zullen zelf deze recht moeten aanspreken
  • Strafrecht is voor
    alle misdrijven die burgers of rechtspersonen hebben gepleegd. Het OM spreekt daarbij de rechter aan
  • Staatsrecht regelt zaken als
    de wijze waarop het staatsbestel wordt vormgegeven en de invloed die burgers daarop kunnen uitvoeren
  • De regels op terrein van de Staatsrecht staat voornamelijk in
    de Grondwet
  • De regels op terrein van Strafrecht staat voornamelijk in 
    • Wet Strafrecht
    • Wet Strafvordering
  • Bestuursrecht regelt zaken als
    de mogelijkheden die de overheid heeft om regulerend op te treden ten aanzien van de maatschappij
  • De regels op terrein van Ondernemingsrecht staat voornamelijk in
    Burgerlijk Wetboek, boek 2
  • De regels op terrein van Bestuursrecht staat voornamelijk in
    Algemene wet bestuursrecht
  • Publiekrecht is onder te verdelen in
    • Strafrecht
    • Staatsrecht
    • Bestuursrecht
  • Nationale wetgevers zijn
    Staten-Generaal leden, te herkennen aan Wetten, en werken vanuit Den Haag, verantwoordelijk voor de Privaat- en Publiekrecht
  • Decentrale wetgevers zijn
    profinciale en gemeentelijke wetgevers, te herkennen aan Verordening, en werken plaatselijk
  • Voorbeelden van overige wetgevers zijn
    • Sociaal-Economische Raad (SER) - Wet op de bedrijfsorganisatie (verordeningen)
    • Waterschappen (keuren)
  • Rangorde tussen wetgevende organen is
    • hoog boven laag
    • bijzonder boven algemeen
    • jong boven oud
  • Wet in formele zin is
    wet die tot stand is gekomen door regering en Staten-Generaal gezamelijk, de nationale wetgevers.
  • Wet in materiële zin is
    Iedere regeling van een wetgever die bestemd is voor een onbepaald aantal en dus niet bij name genoemde personen te gelden
  • Wet in formele en/of materiële zin is te verdelen als
    4 verschillende groepen:
    • Zowel materieel als formeel
    • Niet materieel, maar wel formeel
    • Niet formeel, maar wel materieel
    • Niet materieel, en ook niet formeel
  • Regels vanuit verdragen noemen we
    verdragsbepalingen
  • Een verdrag is
    een afspraak, overeenkomst, gesloten door twee of meer staten
  • Een verdrag tussen twee landen heet
    bilateraal verdrag
  • Een verdrag tussen meer dan twee staten heet
    multilateraal verdrag
  • Jurisprudentie betekend
    rechtspraak
  • Is de procedure bij een rechtsuitspraak begonnen met dagvaarding, dan heet de uitspraak een
    • vonnis: door de rechtbank
    • arrest: gerechtshof of Hoge Raad
  • Is de procedure bij een rechtsuitspraak begonnen met verzoekschrift, dan heet de uitspraak een
    beschikking
  • Jurisprudentie is een rechtsbron omdat
    het uitleg biedt over de wet
  • De grammaticale interpretatiemethode bij jurisprudentie betekend
    het vertalen van wettelijke uitspraken naar begrijpbare 'gewone' mensentaal
  • De wetshistorische interpretatiemethode bij jurisprudentie betekend
    het gebruiken van de toelichtingen op de wet, gedaan tijdens de opmaak of andere discussies betreffende de wet
  • De anticiperende interpretatiemethode bij jurisprudentie betekend
    het alvast uitspraak doen op een wet die nog niet, maar vrijwel zeker zal gaan bestaat
  • De rechtsvergelijkende interpretatiemethode bij jurisprudentie betekend
    de uitspraak baseren op interpretaties en uitspraken van andere rechtssystemen uit het buitenland
  • De systematische interpretatiemethode bij jurisprudentie betekend
    de uitspraak uitbreiden met andere artikelen, met het groter geheel van de wet - wetsartikelen staan nooit op zichzelf
  • De teleologische interpretatiemethode bij jurisprudentie betekend
    de uitspraak baseren op het doel achter de wet die de wetgever had toen hij deze wet schreef
  • De precedenten interpretatiemethode bij jurisprudentie betekend
    verwijzen naar eerdere uitspraken van andere rechters
  • De interpretatie naar redelijkheid en billijkheid bij jurisprudentie betekend
    de wet toepassen naar de situatie zoals deze moreel acceptabel zou moeten zijn
  • Redeneerwijzen betekend
    dat de rechter bij zijn uitspraak een bepaald manier van denken toepast
  • A-contrarioredenering als redeneerwijzen is
    het uitsluiten van wetten en wetsartikelen op basis van dat de situatie niet in die wet is genoemd en dus ook niet van toepassing is
  • Redenering naar analogie als redeneerwijzen is
    het insluiten van wetten en wetsartikelen op basis van dat de situaties die de wet wel insluit lijkt op de situatie waar een uitspraak over dient te worden gemaakt. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 3:

  • Hoofdlijnen Nederlands recht
  • C J Loonstra
  • 9789001557911 or 9001557910
  • 2002

Summary - Hoofdlijnen Nederlands recht

  • 1 Kennismaking met het recht- college 1

  • Wat regelt het publiekrecht?
    De verhouding tussen overheid en burger en de organisatie van verschillende overheidsorganen
  • Wat regelt het privaatrecht?

    De verhouding tussen natuurlijke personen en rechtspersonen onderling.
  • Wat is het verschil tussen materieel recht en formeel recht?
    Materieel recht is de inhoud van de regels en materiaal recht is hoe de regels gehandhaafd moeten worden
  • Wat is het verschil tussen objectief recht en subjectief recht?

    Objectief recht houdt in het geheel van in nederland geldende rechtsregels. Subjectief recht is het recht m.b.t. een concreet geval.
  • Wat zijn de rechtsbronnen?

    Internationale regelingen, de wet, jurisprudentie, gewoonterecht en het ongeschreven recht.

  • Wet in materiële zin: voor iedereen geldende regels

    Wet in formele zin: tot stand gekomen door regering en Staten-Generaal
  • 1.2 Waarom recht?

  • Wat zijn de 4 functies van het recht?
    Normatieve functie, geschiloplossende functie, additionele functie en instrumentele functie
  • wat houdt de normatieve functie van het recht in?
    gedragsregels die we moreel zo belangrijk vinden dat ze schriftelijk zijn vastgelegd met een straf als ze worden overtreden
  • wat houdt de geschiloplossende functie van het recht in?
    een rechterlijke organisatie die oordeelt of iemand moet worden bestraft en hoe en met welke procedure.
  • wat houdt de additionele functie van het recht in?
    Als mensen bij bepaalde afspraken/overeenkomsten dingen vergeten zijn. Dan is er een additioneel recht dat aanvult
  • wat houdt de instrumentele functie van het recht in?
    bijv. verkeersrecht. regels waarvan niet af kan worden geweken en die mensen niet zelf kunnen bedenken omdat het anders een grote puinhoop wordt.
  • 1.3 Waar vinden we het recht?

  • Noem de vier rechtsbronnen in het Nederlandse recht:
    1. De wet
    2. Het verdrag
    3. De Jurisprudentie
    4. de gewoonte
  • 1.3.1 Wet

  • wat is het privaat recht?
    ook wel het civiele recht of burgerlijk recht genoemd, tussen burgers onderling
  • Welke deelgebieden vallen er onder het privaatrecht?
    Personen- en familierecht,vermogensrecht, ondernemingsrecht, Burgerlijk procesrecht
  • wat regelt het personen en familierech?
    Zaken als geboorte, huwelijk, scheiding, adoptie, onder curatelestelling etc.
  • wat regelt het vermogensrecht?
    alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling waaraan juridische gevolgen verbonden zijn
  • wat is het ondernemingsrecht?
    regelt alles wat ondernemingen en bedrijven betreft
  • wat is het burgerlijk procesrecht?
    alle regels die op het voeren van juridische procedures op het terrein van privaatrecht van toepassing zijn
  • wat is het bestuursrecht?
    de mogelijkheden die dde overheid heeft om rregulernd op te treden tav de maatschappij
  • wat is het publiek recht?
    tussen overheid en burgers
  • welke deelgebieden vallen er onder het publiek recht?
    Straf(proces)recht,
    Staatsrecht,
    Bestuurs(proces)recht.
  • Wat is de rangorde tussen de wetgevende organen?
    1. Hogere regels gaan boven lagere regels
    2. Bijzondere regels gaan boven algemene regels
    3. Jongere regels gaan boven oudere regels
  • Wat is een wet in formele zin?
    Een wet waar de staten generaal in meebeslist heeft. 
  • wat is een wet in materiële zin?
    iedere regeling van een wetgever die bestemd is voor een onbepaald aantal en dus niet bij namen genoemde personen. --> op provinciaal of gemeentelijk niveau 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 4:

  • Hoofdlijnen Nederlands Recht
  • C J Loonstra
  • 9789001559977 or 9001559972
  • 2005

Summary - Hoofdlijnen Nederlands Recht

  • 1 Terreinverkenning

  • Noem 4 functies van het recht en leg uit wat daaronder wordt verstaan.

    1) Normatieve functie: Standaard gedragsregels die worden nageleefd, deze regels worden in ethisch opzicht zo belangrijk gevonden dat er straf op staat wanneer deze worden over treden. Zij worden ook wel rechtsnormen genoemd.  

    2) Geschiloplossende functie: De rechter bepaald of iemand wordt gestraft, eigen richting is in Nederland verboden.

    3) Additionele functie: Wanneer afspraken niet tot in de puntjes door partijen zijn geregeld of beschreven wordt door de rechter de aanvullend recht gesproken.

    4) Instrumentele functie van het recht: De wetgever heeft bepaald hoe zaken dienen te gebeuren. Een voorbeeld hiervan is onze verkeerswet, wij rijden in Nederland allemaal aan de rechterkant van de weg. Zonder deze regels zou het een chaos worden.

     

  • Welke rechtsbronnen kennen we in Nederland.

    De gewoonte , de wet, jurisprudentie, het verdrag.

     

  • Geef twee andere termen voor burgerlijk recht.

    Civiel recht of privaat recht.

     

  • Geef een definitie van burgerlijk recht.

     

    Burgerlijk recht is het recht tussen burgers onderling. De overheid is als overheidsorgaan hierin geen partij.

  • Geef een definitie van Privaat recht
    Burgerlijk recht is het recht tussen burgers onderling. De overheid is als overheidsorgaan hierin geen partij. 
  • In welke rechtsgebieden valt het burgerlijk recht uiteen.

    Personen- en familierecht BW 1

    Vermogensrecht BW 3,5,6.

    Ondernemingsrecht BW 2

  • Geef een omschrijving van ondernemingsrecht.
    het ondernemingsrecht regelt alles wat met de uitoefening van een onderneming en bedrijven te maken heeft. Ook clubs en verenigingen horen hierbij. BW 2
  • Geef een omschrijving van strafrecht.
    Strafrecht  wordt actief uitgevoerd door het Openbaar Ministerie, deze treedt op namens de staat als burgers de normen overtreden. Ze kan sancties, boetes en gevangenisstraf, eisen wanneer er een overtreding of misdrijf heeft plaats gevonden. wetboek van Strafrecht, Wetboek van strafvordering.
  • Geef een omschrijving van staatsrecht.

    Staatsrecht regelt hoe het rechtsbestel in Nederland wordt vormgegeven en de invloed die burgers, kiesrecht, daarop kunnen uitoefenen. bijv. De grondwet.

     

  • Geef een omschrijving van bestuursrecht.
    Het bestuursrecht regelt de mogelijkheden die de overheid heeft om regulerend op te treden ten aanzien van de maatschappij. Bijv. Algemene Wet bestuursrecht (AWB)
  • Noem 4 organen in Nederland die wetgevende macht bezitten.

    De regering en Statengeneraal als centrale overheid.

    Provinciale staten en Gemeenteraad als decentrale overheid.

    De Sociaal Economische Raad, product en bedrijfschappen en Waterschappen. 

  • Wat is het verschil tussen een wet in formele zin en een wet in materiele zin.

    Wetten in formele zin zijn gemaakt door de centrale overheid en bedoelt voor bepaalde personen. Bijv. Vreemdelingen, Koningshuis, belastingbetaler. 

    Een wet in materiele zin kunnen naast de centrale overheid ook gemaakt zij door provincie of gemeenten en zijn bedoeld voor een onbepaald aantal, niet bij naam genoemde personen.

     

  • Wat is een verdrag.
    Een verdrag is een afspraak tussen landen onderling. Handelsverdragen.
  • Geef een ander woord voor jurisprudentie.
    Rechtspraak, daadwerkelijk door de rechter uitgesproken recht.
  • Wat is een interpretatiemethode? Noem er 6 en geef aan wat er onder wordt verstaan.

    1) Grammaticale methode: Op basis van alledaags spraakgebruik.

    2) Anticiperende methode: Op basis van toekomstige wetgeving.

    3) Rechtsvergelijkende methode: Op basis van toegepaste wetgeving in het buitenland.

    4) Systematische methode: Op basis van bepalingen die in de wet zijn opgenomen.

    5) Wethistorische methode: Op basis van hoe een bepaalde zin in de wet beschreven is in de passages van de parlementaire geschiedenis.

    6) Teleologische methode: Op basis van hoe de wetgever de wet bedoeld heeft.  

  • Noem 2 redeneerwijzen van de rechter en geef aan wat daaronder wordt verstaan.

    1) Redenering naar analogie: De rechter redeneert dan dat een bepaalde, niet bij de wet geregelde, kwestie zoveel lijkt op een kwestie waarin de wet wel voorziet, dat hij deze kwestie ook van toepassing acht op de in de wet geregelde kwestie.

    2) A-contrario redenering: De rechter redeneert dan dat een bepaalde rechtsregel niet van toepassing is omdat de regel uitsluitend geschreven is voor de gevallen die in deze regel voorkomen.

  • Wanneer is een gewoonte regel een rechtsregel.

    De gewoonte geldt alleen als rechtsregel als er sprake is van een vaste gedragslijn.

    - Binnen een groep handelt men conform de gegroeide opvatting.

    - De betrokkenen moeten het als hun rechtsplicht beschouwen conform de opvatting te handelen. (handje klap op de veemarkt)

  • Wat is materieel recht en geef enkele voorbeelden.
    Materieel recht gaat over rechten en plichten, verboden en geboden en is dus inhoudelijk van aard. Verkeerswet, milieuwet, koopovereenkomst enz.
  • Geef een ander woord voor formeel recht en wat wordt hieronder verstaan.

    Formeel recht is procesrecht. Hieronder wordt verstaan welke regels er gelden om te procederen maar ook welke termijnen hiervoor gelden. Wetboek van procesrecht.

     

  • Bevat een wet in formele zin altijd formeel recht. Motiveer.
    Een wet in formele zin hoeft niet altijd formeel recht te bevatten. In bijvoorbeeld de vreemdelingen wet, bedoeld voor alleen vreemdelingen maar inhoudelijk van aard. Rechten en plichten van vreemdelingen.  
  • Bevat een wet in materiele zin altijd materieel recht. Motiveer.

    Een wet in materiele zin hoeft niet altijd materieel recht te bevatten. In bijvoorbeeld het burgerlijk procesrecht- gemeentelijke verordening bevat formeel recht te weten de bezwaarprocedure. 
  • Wat is het verschil tussen dwingend recht en aanvullend recht. Hoe kom je erachter waar je mee te maken hebt.

    Bij dwingend recht mag de burger niet afwijken van het beschrevene, moeten komt dan in de tekst voor of in afwijking van het gestelde in bovenstaand lid is nietig. bijv. arbeidsovereenkomst en de huurwet.

    Aanvullende recht is wanneer partijen afwijkende regels hebben afgesproken in de overeenkomst. bijv. huren voor een bepaalde periode. Bij aanvullende recht komt vaak het woord kunnen voor in de tekst. 

  • Wat is het verschil tussen objectief en subjectief recht.

    Met objectief recht wordt bedoeld, het geldende recht of positief recht. Het bestaat uit het geheel van regels dat uit de rechtsbronnen voortvloeit.

    Subjectief recht is recht dat een persoon in concreto bezit omdat het objectief recht dit met zoveel woorden zegt. Het ligt dus niet vast in de regelgeving. bijv. verkoop van goed >> ontvangen van de geldsom.

  • Welke rechtsgebieden worden traditioneel tot het privaatrecht, welke tot het publiekrecht gerekend.

    Privaatrecht: personen en familierecht, vermogensrecht, ondernemingsrecht en burgerlijk procesrecht.

    Publiekrecht: Staatsrecht, Bestuursrecht en Strafrecht.

  • Het recht heeft 4 functies, welke zijn dit en wat houden ze in?
    - Normatieve functie = rechtsnormen die normaal zijn voor ons als burger en waar iedereen het mee eens is, deze staan vastgesteld. Wanneer ze niet worden nageleefd kan er een straf worden opgelegd.
    - Geschiloplossnede functie = de rechterlijke organisatie oordeelt of iemand moet worden gestraft, zo ja, op welke wijze en met behulp van welke procedure. Er is geen eigenrichting.
    - Instrumentele functie = het gebruiken van het recht als instrument om een probleem op te lossen. Bijvoorbeeld in het verkeer. De wet bepaald dat er op de wegen rechts wordt gereden. Het zou niet toereikend zijn als mensen daar zelf afspraken over zouden maken. Daarom hakt de wetgever op tal van onderwerpen de knoop door: zo doen wij het en niet anders.
    - Additionele functie = dit is een aanvullende functie van het recht. Je regelt het in eerste instantie zelf, kom je er niet uit, dan wordt het additionele recht toegepast. Dit recht wordt gebruikt bij partijen die op een bepaald punt vergeten zijn afspraken te maken.
  • Er zijn 4 rechtsbronnen in Nederland, welke en wat houden ze in?
    De wet -> geschreven wet, staat vast in het wetboek
    Jurisprudentie -> andere uitspraken van rechters
    Verdrag -> afspraken die zijn gemaakt tussen 2 landen of internationale organisaties 
    Gewoonte -> niet geschreven wet, staat wel vast maar niet in het wetboek. Vaste gedragslijn
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 5:

  • Hoofdlijnen Nederlands recht
  • C J Loonstra
  • 9789001807931 or 9001807933
  • 10e [geactualiseerde] dr.

Summary - Hoofdlijnen Nederlands recht

  • 1 Terreinverkenning

  • Het recht kent vier functies : de normatieve, geschiloplossende, additionele en instrumentele functie,

    Het is in Nederland geldende recht is aan te treffen in vier rechtsbronnen, namelijk de wet, het verdrag, de jurisprudentie en de gewoonte. Met betrekking tot de wet onderscheiden we een aantal rechtsgebieden: het privaatrecht, het ondernemingsrecht, het strafrecht, het staatsrecht en het bestuursrecht. Als wetgever in Nederland treedt niet alleen de centrale wetgever op, maar ook de gemeente en de provincie maken wetten (die verordeningen heten). Er gelden drie regels bij het vaststellen van de rangorden tussen wetten: hoog boven laag, jong boven oud en bijzonder boven algemeen. Er is een belangrijk onderscheid tussen een wet in formele zin en een wet in materiële zin. Een wet in formele zin is tot stand gekomen op grond van samenwerking tussen regering en Staten-Generaal, een wet in materiële zin is ieder wetgevend besluit dat bestemd is voor een onbepaald aantal personen. 

    Rechters leggen regels aan hun beslissingen ten grondslag. Deze regels zijn vaak weer verfijningen van regels in de wet. De rechter maakt daarbij gebruik van interpretatiemethoden: de grammaticale, de wethistorische, de anticiperende, de rechtsvergelijkende, de systematische en de teleologische interpretatiemethode. Ter onderschieding daarvan kan de rechter twee redeneerwijzen gebruiken: de a-contrarioredenering en de redenering naar analogie. Er zijn binnen het recht onderscheidingen aan te brengen: onderscheid tussen materieel en formeel recht, dwingend en aanvullend recht, objectief en subjectief recht, en privaat en publiekrecht.

  • Welke vier functies heeft het recht ?

    1 Normatief

    2 Geschiloplossend

    3 Additioneel

    4 Instrumenteel

  • wat zijn de vier functies van het recht?

    normatieve, geschiloplossende, additionele en instrumentele functie

  • wat betekent de normatieve functie van recht?

    er bestaan bepaalde gedragsregels waarvan men in brede lagen van de bevolking vindt dat deze moeten worden nageleefd.

  • Wat zijn de 4 functies van recht?

    1. Normatieve functie
    2. Geschiloplossende functie
    3. Additionele functie
    4. Instrumentele functie
  • Wat is Aanvullend Recht?

    Recht waarvan de burgers mogen afwijken. Regels gelden alleen wanneer partijen over de betreffende inhoud niets hebben afgesproken.

  • Wat zijn de vier functies van het recht?
    Normatieve functie, geschiloplossende functie, additionele functie en instrumentele functie.
  • Wat zijn de vier functies van het recht
    1. normatieve functie
    2. geschiloplossende functie
    3. additionele functie
    4. instrumentele functie
  • Noem de 4 functies van het recht en leg uit wat daaronder wordt verstaan.
    Normatieve functie: gedragsregels die zo belangrijk worden gevonden dat er straf op wordt gesteld wanneer deze worden overtreden. Niet alleen ethische normen maar ook rechtsnormen

    Geschil-oplossende functie: een rechtelijke organisatie die bij uitsluiting oordeelt of iemand moet worden gestraft en zo ja, op welke wijze en welke procedure

    Additionele functie: het biedt een rechtsregel a;s partijen vergeten zijn op een bepaald punt afspraken te maken

    Instrumentale functie: de wetgever hakt op tal van onderwerpen de knoop door: zo doen wij het en niet anders
  • wat is recht
    recht is recht
  • fsadfsadf
    dasDasd
  • deze gedragsregels zijn niet alleen ethische normen, maar ook rechtsnormen. 

  • Welke rangorde is er tussen wetgevende organen ?

    1 : Hoog boven laag

    2 : Jong boven oud

    3 : Bijzonder boven algemeen

  • Wat is een organieke wet?

     

    Een wet die in de Grondwet is voorgeschreven

  • Wat is A-contrarioredenering?

    Redenatie waarbij de rechter ervan uitgaat dat een bepaalde regel niet geldt, omdat de regel uitsluitend is geschreven voor gevallen die uitdrukkelijk beschreven staan.

  • Wat zijn de vier rechtsbronnen?
    De wet, het verdrag, de jurisprudentie en de gewoonte.
  • Wat zijn de rechtsbronnen?

    1. de wet
    2. het verdrag
    3. de jurispridentie
    4. de gewoonte
  • Welke rechtsbronnen kennen wij in NL?
    De wet, het verdrag, de jurisprudentie en de gewoonte.
  • Wat is een wet in formele zin ?

    Een wet die tot stand is gekomen op grond van samenwerking tussen en Staten-Generaal (Nationale Wetgever)

  • wat is de geschiloplossende functie van recht?

    de westerse cultuur eigenrichting is verboden, er bestaan rechtelijke organisaties die bepalen of iemand moet worden gestraft.

  • Welke rangvolgorde wordt aangehouden bij wetten?

    1. Hogere boven lagere
    2. Jongere boven oudere
    3. Bijzondere boven algemene
  • Wat is Bestuursrecht?

    Recht dat betrekking heeft op de Staat, welke mogelijkheden deze heeft om te regulerend op te treden.

  • Hoe wordt privaatrecht ook wel genoemd?
    Het civiele recht of het burgerlijk recht.
  • Geef 2 andere termen voor burgerlijk recht.
    privaatrecht of civiele recht
  • Wat is een wet in materiële zin ?

    Wet die bestemd is voor een onbepaald aantal en dus niet bij name genoemde personen 

  • wat is de additionele functie van recht?

    rechtsregels die partijen vergeten zijn af te spreken op bepaalde punten

     

  • Wat is het verschil tussen formele wetten en materiële wetten?

    Formeel = gemaakt door de Nationale wetgever.

    Materieel = algemene wetten, richten zich op iedereen

  • Wat is Burgerlijk Recht?

    Horizontaal recht. Tussen burgers. Onder te verdelen in 2 groepen:

    -Personen- en Familierecht

    -Vermogensrecht. 

  • Wat valt er allemaal onder het privaatrecht?
    Personen- en familierecht, vermogensrecht, ondernemingsrecht en burgerlijk procesrecht.
  • onder welke rechtsgebieden valt privaatrecht uit een
    • personen- en familierecht
    • vermogensrecht
    • ondernemingsrecht
    • burgerlijk procesrecht
  • Geef een definitie van burgerlijk recht
    Binnen dit rechtsgebied vallen alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling waaraan juridische gevolgen verbonden zijn.
  • Wat is materieel recht ?

    Heeft betrekking op datgene wat mag en niet mag

  • Wat zijn rechtsbronnen?

    1 de wet (wetbundel)

    2 het verdrag (tussen landen)

    3 de jurisprudentie (rechtspraak)

    4 de gewoonte (normen van plaats)

  • wat is de instumentele functie van recht?

    Op bepaalde punten is het de wetgever die bepaalde knopen doorhakt en bepaald op welke wijze dingen gebeuren.

  • Wat is Formeel Recht?

    Het recht om te procederen. (procesrecht). 

  • Waaruit bestaat het publiekrecht?
    Straf(proces)recht, staatsrecht en bestuurs(proces)recht.
  • onder welke gebieden valt publiekrecht uiteen?
    • straf(proces)recht
    • staatsrecht
    • bestuurs(proces)recht
  • In welke rechtsgebieden valt het burgerlijk recht uiteen?
    Valt uiteen naar Privaatrecht wat weer onder te verdelen is naar personen en familierecht en vermogensrecht
  • Publiekrecht:


    Straf(proces)recht = recht waarbij de staat d.m.v. het OM actief optreedt teneinde normen via sancties af te dwingen van de burgers

     

    Staatsrecht = recht dat de wijze regelt waarop het Nederlandse staatsbestel vorm wordt gegeven en de invloed die de burgers daarop kunnen uitoefenen, bv via verkiezingen.

     

    Bestuurs(proces)recht = recht dat betrekking heeft op de mogelijkheden die de staat bezit om regulerend op te treden ten aanzien van het maatschappelijke leven.

     

    Privaatrecht:

    Personen & familierecht = zaken als geboorte, huwelijk / geregistreerd partnerschap, echtscheiding, adoptie, ondercuratelestelling en de regeling van het vermogen tussen echtgenoten.

     

    Vermogensrecht = alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling waaraan juridische gevolgen verbonden zijn.

     

    Ondernemingsrecht = het rechtsgebied dat alles regelt wat ondernemingen en bedrijven betreft.

     

    Burgerlijkprocesrecht = Naar de rechter gaan om een geschil te laten beslechten, noemen we procederen, de regels die op het voeren van juridische procedures op het terrein van het privaatrecht van toepassing zijn, worden tot het burgerlijk procesrecht gerekend

     

  • Wat is formeel recht ?

    Geeft het proces aan wat men moet volgen om het materieel recht te effectueren (procesrecht)

  • welke 4 functies kent recht?

    normatieve functie, geschiloplossende functie, additionele functie en instrumentele functie.

  • Wat is Dwingend Recht?

    Recht waarvan burgers niet mogen afwijken. 

  • Wat is kenmerkend voor het strafrecht?
    De staat treedt - door middel van het OM - actief op teneinde sancties te eisen bij overtreding van de normen.
  • Geef een omschrijving van ondernemersrecht
    Het rechtsgebied dat alles regelt wat ondernemingen en bedrijven betreft.
  • Interpretatiemethoden (hulpmiddelen):

    1 Grammaticale = Bij de uitleg van een woord knoopt de rechter aan bij de betekenis die het heeft in de alledaagse spraakgebruik. 

    2 Wetshistorische = de rechter beroept zich bij dit hulpmiddel op een passage uit de parlementaire geschiedenis van de betreffende wet.

    3 Anticperende = de rechter baseert zich in dit geval op de toekomstig recht, op bijna-recht dus.

    4 Rechtsvergelijkende = de rechter verwijst naar de uitleg van een woord of zinsnede zoals die in het buitenland gegeven wordt.

    5 Systematische = (onderbouwen) de rechter legt een woord of zinsnede uit een wettelijke bepaling uit aan de hand van de regeling waarvan die bepaling onderdeel uitmaakt.

    6 Teleologische = (toelichten) de rechter doet beroep op de beoordeling die de wetgever met de regeling heeft gehad.

  • Wat is de a contrarioredenering ?

    Redenering waarbij rechter ervan uitgaat dat een regel niet van toepassing is omdat die regel uitsluitend is geschreven voor uitdrukkelijk genoemde gevallen.

  • welke vier verschillende rechtsbronnen kent nederland?

    de wet, het verdrag, de juriprudentie, de gewoonte. 

  • Wat is Gewoonterecht?

    Ongeschreven recht dat geldt omdat er steeds op de betreffende manier wordt gehandeld, terwijl dit gezien wordt als een plicht.

  • Geef een omschrijving van strafrecht
    Dat de staat door middel van het openbare ministerie (OM) actief optreedt teneinde sancties te eisen bij overtreding van de normen.
  • Redeneerwijzen:

    a-contrario = redenering waarbij de rechter ervan uitgaat dat een bepaalde rechtsregel niet van toepassing is, omdat die regel uitsluitend is geschreven voor de gevallen die uitdrukkelijk in die regel worden genoemd.

     

    naar analogie = redenering waarbij de rechter zich op het standpunt stelt dat een bepaalde, niet wettelijk geregelde kwestie zoveel lijkt op een kwestie waarin de wet wel voorziet, dat die laatste regel ook van toepassing wordt verklaard op de niet geregelde kwestie

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.