Summary Hoofdstukken uit de Europese Codificatiegeschiedenis

-
ISBN-10 9054547782 ISBN-13 9789054547785
4082 Flashcards & Notes
49 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Hoofdstukken uit de Europese Codificatiegeschiedenis
  • J H A Lokin & W J Zwalve
  • 9789054547785 or 9054547782
  • 3e, geheel herz. dr., [heruitg.]

Summary - Hoofdstukken uit de Europese Codificatiegeschiedenis

  • 1 Codificatie

  • Welke kenmerken heeft een codificatie?
    1. een overheid, die gezag uitoefent over haar onderdanen,
    2. op schrift gesteld recht,
    3. de volledigheid van dat recht, die bewerkstelligd wordt door het machtswoord van de overheid, dat aan dat recht exclusieve gelding verleent.
  • welke 3 voorwaarden moet een codificatie hebben?
    Een codificatie moet op schrift gesteld zijn en door een bevoegde overheid die over haar onderdanen heerst opgesteld zijn en zij moet een exclusiviteitsclausule bevatten
  • codificatie door wie genoemd als eerste

    jeremy bentham

  • Wat weet je over codificatie?
    Codificatie is het opschrijven van het recht. Gewoontes worden als regels voor iedereen opgeschreven en er wordt gewicht aan gegeven. de regels moeten door betrokkenen geaccepteerd worden.
  • Zowel de Grieken als de Romeinen hadden ongeschreven en geschreven regels. 
  • het begrip codificatie moet je weten, want anders kun je dit boek niet bestuderen
  • Omschrijving van het begrip codificatie.
    Codificatie is geschreven recht, waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige.
  • Wat is de definitie van een codificatie?
    Codificatie is geschreven recht, waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige. 
  • Het begrip codificatie stamt uit de tijd van de verlichting. Het werd voor het eerst gebruikt door Jeremy Bentham (1748-1832)

    Codificatie is geschreven recht, waaraan door de overheid een aan haar gezag ontleende uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakte rechtsoptekening tot een volledige.





     

  • Wat is de betekenis van het woord exclusief, wanneer men zegt dat de codificatie exclusieve gelding heeft?
    Het overheidsgezag verleent aan de bundeling van op schrift gesteld recht volledigheid en dit maakt haar tot een codificatie. Een optekening van recht wordt tot codificatie verheven door het gezag van de overheid.
  • Omschrijving van het begrip codificatie.

    Codificatie is geschreven recht, waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende.

  • Wat zijn de 3 kenmerken voor het wezenlijk achten van een codificatie?
    1. een overheid, die gezag uitoefent over haar onderdanen.
    2. op schrift gesteld recht.
    3. de volledigheid van dat recht, die bewerkstelligd wordt door het machtswoord van de overheid, dat aan dat recht exclusieve gelding verleent. 
  • Wat zijn de 3 kenmerken voor het wezenlijk achten van een codificatie?
    1. een overheid, die gezag uitoefent over haar onderdanen.
    2. op schrift gesteld recht.
    3. de volledigheid van dat recht, die bewerkstelligd wordt door het machtswoord van de overheid, dat aan dat recht exclusieve gelding verleent. 
  • De Digesten van keizer Justinianus; oudste handschrift van de meest bekende codificatie uit de geschiedenis  hebben alle kenmerken van een codificatie. Zij bevatten op schrift gesteld recht, zijn door de gezaghebbende overheid (de keizer) van autoriteit voorzien en hebben exclusieve gelding. Dit laatste wil zeggen dat alle niet in de codificatie opgenomen rechtsregels hun rechtskracht verliezen of maw dat alle recht uit de met gezag beklede tekst moet worden gehaald.

  • *Privaatrecht is hetzelfde als burgerlijk of civiel recht. 
    * Je kunt de rechter zien als tekstuitlegger, en de wetgever als tekstschrijver. 
  • De wetgever. 
    Vaardigt wetten uit. 
  • Leg uit wat authentieke interpretatie inhoudt.
    Een gezaghebbende uitleg door de wetgever, zo als Justinianus in verschillende verordeningen zijn eigen wetten heeft uitgelegd. 
  • De Digesten van keizer Justinianus (oudste handschrift van de meest bekende codificatie uit de geschiedenis  hebben alle kenmerken van een codificatie. Zij bevatten op schrift gesteld recht, zijn door de gezaghebbende overheid (de keizer) van autoriteit voorzien en hebben exclusieve gelding. Dit laatste wil zeggen dat all niet in de codificatie opgenomen rechtsregels hun rechtskracht verliezen of maw dat alle recht uit de met gezag beklede tekst moet worden gehaald.

  • Het begrip codificatie moet je kennen, anders kun je dit boek niet bestuderen
  • 1.1 Begripsbepaling

  • de behoefte aan optekening van het recht vloeit voort uit de behoefte aan rechtszekerheid.

    Codificatie heeft 3 kenemerken:

    - een overheid die gezag uitoefent over haar onderdanen

    - op schrift gesteld recht

    - de volledigheid van dat recht, die bewerkstelligd wordt door het machtswoord van de overheid, dat aan dat recht exclusieve gelding verleent

  • Welke kenmerken heeft een codificatie?
    1. een overheid, die gezag uitoefent over haar onderdanen,
    2. op schrift gesteld recht,
    3. de volledigheid van dat recht, die bewerkstelligd wordt door het machtswoord van de overheid, dat aan dat recht exclusieve gelding verleent.
  • Welke kenmerken heeft een codificatie?

    1. een overheid, die gezag voert over haar onderdanen
    2. op schrift gesteld recht
    3. de volledigheid van dat recht, die bewerkstelligd wordt door het machtswoord van de overheid, dat aan dat recht exclusieve gelding verleent
  • Welke onderscheidingen betreffende het recht zijn er?

    ius ex scripto - geschreven recht

    ius ex non scripto - ongeschreven recht

  • Uit welke tijd stamt het woord codificatie en door wie werd het woord voor het eerst gebruikt?

    Uit de Verlichting en het werd het eerst door Jeremy Bentham (1748-1832) gebruikt

  • geef de definitie van codificatie.
    codificatie is geschreven recht, waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige.
  • Waarom zou men de jurist een schriftgeleerde kunnen noemen?
    Omdat juristen zich bezig houden met de uitleg van gecanoniseerde teksten.
  • Codificatie:
    • definitie:
    Codificatie = geschreven recht, waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige.
    • gecodificeerde samenleving:
      officiële met gezag omklede wetgever (tekstschrijver) & officiële met gezag omklede rechter (tekstuitlegger)
  • Rechtsonderscheidingen van de Romeinen
    • geschreven recht (ius ex scripto)
    • ongeschreven recht (ius ex non scripto)
  • Het begrip codificatie stamt uit de tijd van de verlichting. Het werd voor het eerst gebruikt door Jeremy Bentham (1748-1832)

    Codificatie is geschreven recht, waaraan door de overheid een aan haar gezag ontleende uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakte rechts op tekening tot een volledige.

    Drie kenmerken van codificatie:

    1. Een overheid die gezag uitoefend over haar onderdanen.

    2. Op schrift gesteld recht,

    3. De volledigheid van dat recht, die bewerktstelligd wordt door het machtswoord van de overheid, dat aan dat recht exclusieve gelding verleent.

     

  • Wat is de betekenis van het woord exclusief, wanneer men zegt dat de codificatie exclusieve gelding heeft?
    Het overheidsgezag verleent aan de bundeling van op schrift gesteld recht volledigheid en dit maakt haar tot codificatie. Een optekening van recht wordt tot codificatie verheven door het gezag van de overheid.
  • 1 welke onderscheidingen maakten de Romeinen betreffende het recht?

    2 geef een omschrijving van codificatie

    - geschreven recht   ius ex scripto

    - ongeschreven recht  ius ex non scripto

    2 codificatie is geschreven recht waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige

  • Wat is de betekenis van het woord exclusief, wanneer men zegt dat de codificatie exclusieve gelding heeft?

    Uitsluitend met gezag beklede wettekst mag als bron van recht dienen.

  • Uit welke behoefte vloeit de optekening van het recht voort?

    De behoefte aan rechtszekerheid

  • Geef een omschrijving van codificatie

    Codificatie is geschreven recht, waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige

  • waarom is er behoefte aan codificatie?
    optekening van het recht vloeit voort uit de behoefte aan rechtszekerheid. door rechtsregels op te schrijven kan iedereen weten wat het recht is. 
  • Waarom was de plebs na de uitvaardiging van de Wet der Twaalf tafelen zo teleurgesteld?
    Het plebs had met de eis van optekening van het recht verwacht dat zij daardoor meer rechtszekerheid zouden krijgen. Maar omdat de uitleggingregelen van de wet alleen bekend waren en bleven bij de patricische priesterkaste, waar het plebs geen deel van uitmaakte, bleef de wens van rechtszekerheid onvervuld. Immers de uitlegger van de wet bepaald de inhoud van de rechtsregel.
  • Codificatie:
    • woord stamt uit Verlichting
    • voor het eerst gebruikt door Jeremy Bentham.
  • Door wie is het begrip 'codificatie' al eerst gebruikt?
    Door Jeremy Bentham (1748-1832) ten tijde van de Verlichting.
  • Codificatie is geschreven recht, waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige.


    1e kenmerk:
    Codificatie is niet denkbaar in een samenleving die geen overheid kent, bijv.: regering in ballingschap. In bijna alle gevallen associeert men de overheid met een wereldlijke instantie. Men zou echter ook kunnen denken aan de kerkelijke overheid. Dan kan men bijvoorbeeld de Codex Juris Canonici de codificatie noemen van het kerkelijke (canonieke) recht van de rooms-katholieke kerk, geldend voor de 'onderdanen' van deze 'overheid', de rooms-katholieke kerkleden.
    2e kenmerk:
    Een ongeschreven codificatie is dus niet mogelijk. De op schrift gestelde regeling omvat ofwel het gehele recht ofwel een bepaald rechtsgebied, bijvoorbeeld het strafrecht, het burgerlijk recht, het zeerecht, enz. Terwijl elke codificatie een daad van wetgeving is, is niet elke wetgeving een codificatie. De vaststelling van de rijksbegroting, een regeling van overgangsrecht, de vervanging van één wetsartikel door een ander wordt niet met het woord codificatie aangeduid, de wetswijziging van bijvoorbeeld het arbeidsovereenkomstenrecht in 1907 wèl. Uiteindelijk is de grens tussen wetgeving en codificatie uiterst moeilijk te trekken en is het onderscheid tussen beide niet principieel.
    3e kenmerk:
    Slechts die optekening van recht is een codificatie, die volledig is, dat wil zeggen buiten welke op haar gebied geen ander recht geldt. Het overheidsgezag verleent aan de bundeling van op schrift gesteld recht volledigheid en dit maakt haar tot een codificatie. Het kenmerk van volledigheid behoeft enige nadere uitleg. Hoe kan, zo zal men zich afvragen, een wetboek dat dikwijls jaren geleden gemaakt is 'volledig' zijn?  Zo'n tekst zegt ons eigenlijk niets, evenmin welke andere tekst dan ook. Geschreven rechtsregels moeten namelijk evenals iedere gesproken of geschreven tekst worden uitgelegd(geïnterpreteerd); pas door uitleg verkrijgt een tekst betekenis of zin; zonder uitleg is het gesproken woord een zinloze klank, het geschreven woord een inktvlek. Zo zijn we tot de slotsom gekomen dat geen tekst het kan stellen zonder uitleg en dat er een zekere gespannen verhouding bestaat tussen de tekstschrijver en de tekst uitlegger. In een gecodificeerde samenleving is deze verhouding geformaliseerd. Daar bestaat een officiële, met gezag beklede tekstschrijver -de wetgever- en een officiële, met gezag beklede tekstuitlegger -de rechter.
  • Buiten het recht opgesteld door de overheid, is er geen ander recht of heeft geen gelding. 'alle recht staat in de wet'
  • Het begrip codificatie stamt uit de tijd van de Verlichting; het woord werd voor het eerst gebruikt door de Engelsman Jeremy Bentham (1748-1832).

  • Wat betekent het wanneer men zegt dat de wet volledig is?

    De wetgever heeft in beginsel geen andere taak dan zijn autoriteit te verlenen aan een wettekst en hem te verheffen tot de enige en volledige bron van recht. Elke codificatie zal een exclusiviteitsclausule bevatten, waarmee de wetgever aangeeft dat uitsluitend met gezag beklede wettekst als bron van recht mag dienen. De wettekst is exclusief = volledig.

  • Wat betekent het wanneer men zegt dat de wet volledig is?

    Elke codificatie zal een exclusiviteitsclausule bevatten, waarmee de wetgever aangeeft dat uitsluitend met gezag beklede wettekst als bron van recht mag dienen. De wettekst is exclusief = volledig.

  • De behoefte aan optekening van het recht vloeit voort uit de behoefte aan rechtszekerheid. 
  • noem 3 kenmerken van codificatie
    1 een overheid die gezag uitoefent over haar onderdanen
    2 op schrift gesteld
    3 volledigheid van het recht doordat de overheid het exclusieve werking toekent
  • Waarom is een interpretatieverbod onzinnig?
    Omdat zonder uitleg een wet geen wet meer is maar een verzameling inktvlekken.
  • Waaruit vloeit de behoefte tot optekening van het recht?
    De behoefte aan optekening van het recht vloeit voort uit de behoefte aan rechtszekerheid. Men wil weten waar men aan toe is en wil dit bereiken door recht op schrift te stellen zodat men te allen tijde kan zien wat het recht inhoudt.
  • Welke onderscheidingen van het recht kende de Romeinen?

    • geschreven recht (ius ex scripto)
    • ongeschreven recht (ius ex non scripto)
  • Wat is codificatie?

    Codificatie is geschreven recht, waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige.

  • een overheid is vereist, aan welke voorwaarden moet de overheid voldoen?
    1 het moet daadwerkelijk gezag uitoefenen over de onderdanen, in ballingschap kan het niets realiseren.
    2 het kan ook een kerkelijke overheid zijn (codex juris canonici)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Hoofdstukken uit de Europese codificatiegeschiedenis
  • J H A Lokin & W J Zwalve
  • or
  • 3e, geheel herz. dr., [heruitg.]

Summary - Hoofdstukken uit de Europese codificatiegeschiedenis

  • 1 CODIFICATIE

  • Welke onderscheiding maakte de Romeinen en Grieken reeds in het recht?
    • ius ex scripto (geschreven recht)
    • ius ex non scripto (ongeschreven recht
    • Begrip "codificatie" stamt uit Verlichting; voor het eerst gebruikt door Engelsman Jeremy Bentham (1748-1832)
    • Terwijl elke codificatie een daad van wetgeving is, is niet elke wetgevingsactiviteit een codificatie. De vaststelling van de rijksbegroting, een regeling van overgangsrecht, de vervanging van 1 wetsartikel door een ander wordt niet met het woord codificatie aangeduid, de wetswijziging van bijv het areidsovereenkomstenrecht in 1907 wèl. Grens tussen wetgeving en codificatie moeilijk te trekken; onderscheid tussen beide niet principieel; het woord codificatie in literatuur gereserveerd voor een bepaald afgerond rechtsgebied.
    • Een wetboek dat dikwijls jaren geleden gemaakt is, is toch volledig doordat de rechtsregels uitgelegd worden; interpretatie
    • In gecodificeerde samenleving: wetgever=tekstschrijver; rechter=tekstuitlegger.
  • Wat is de definitie van codificatie en welke 3 wezenlijke kenmerken?
    Codificatie is geschreven recht, waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige.
    • een overheid, die gezag uitoefent over haar onderdanen (kan ook kerkelijke overheid)
    • op schrift gesteld recht
    • de volledigheid van dat recht, die bewerkstelligd wordt door het machtswoord van de overheid, dat aan dat recht exclusieve gelding verleent

  • 1.1 Begripsbepaling

  • Door de Romeinen gemaakt onderscheid:

    • Geschreven recht – ius ex scripto
    • Ongeschreven recht – ius ex non scripto

    Ongeschreven recht is ouder dan geschreven recht. Geschreven recht i.v.m. behoefte aan rechtszekerheid.

    Niet elke optekening van het recht is codificatie. Codificatie stamt uit de tijd van de Verlichting.

    CODIFICATIE: is geschreven recht waaraan de overheid een aan haar gezag ontleende, uitsluitende gelding toekent; deze exclusiviteit maakt de rechtsoptekening tot een volledige.

    3 Wezenlijke kenmerken van codificatie:

    1. een overheid, die gezag uitoefent over haar onderdanen. Geen codificatie in een samenleving die geen overheid kent.
    2. op schrift gesteld recht. Ongeschreven codificatie is niet mogelijk. Elke codificatie is een daad van wetgeving, niet elke wetgevingsactiviteit is codificatie. Codificatie wordt gereserveerd voor een bepaald afgerond rechtsgebied.
    3. de volledigheid van dat recht, die bewerkstelligd wordt door het machtswoord van de overheid, dat aan dat recht exclusieve gelding verleent. Slechts die optekening van recht is een codificatie die volledig is, d.w.z. buiten welke op haar gebied geen ander recht geld. Het overheidsgezag verleent aan de bundeling van op schrift gesteld recht volledigheid en dit maakt haar tot een codificatie.

    Alle niet in de codificatie opgenomen rechtsregels verliezen hun rechtskracht.

    Geschreven rechtsregels moeten worden uitgelegd; pas door uitleg krijgt een tekst betekenis.

    De hoorder en de lezer leggen betekenis in de tekst die ze horen en zien. Elke tekst is uit zijn aard polyinterpretabel. De veelheid van mensen veroorzaakt een veelheid van interpretaties, en schept daar dikwijls verwarring mee.

    De lezer zal steeds zijn eigen betekenis hechten aan het geschapen product en zal dikwijls geen rekening houden met de bedoeling van de schepper.

    Geen tekst kan het stellen zonder uitleg en er zal een zekere gespannen verhouding bestaan tussen de tekstschrijver en de tekstuitlegger. In een gecodificeerde samenleving is deze verhouding geformaliseerd. Daar bestaat een officiële, met gezag beklede tekstschrijver (de wetgever) en een officiële met gezag beklede tekstuitlegger (de rechter).
  • 1.2 De wetgever

    • Om verscheidenheid aan interpretaties zoveel mogelijk uit te bannen moet taal " droog" zijn; geen synoniemen en leenwoorden.
    • Met name in tijd van Verlichting meende men zulke duidelijke en inhoudelijk volledige wetten te kunnen maken dat uitleg overbodig was en men met een mechanische toepassing van de wet kon volstaan. De rechter zou volgens Montesquieu "la bouche de la loi" te zijn.
    • Meest vergaande maatregel is algehele verbod van ieder commentaar op het wetboek; keizer Justinianus, Frederik van Pruisen, schrijvers over Franse Code civil.
    • Een andere poging van wetgever om gevaar van "afbreuk" aan zijn wetboek te bezweren, is die waarin de rechter verplicht wordt uitleg aan de wetgever te vragen; Justinianus
    • Wanneer men zegt dat de bepalingen van een artikel of van een contract zo duidelijk zijn dat zij geen uitleg behoeven, dan dient men te beseffen dat deze uitspraak zelve een uitleg is.
    • De uitlegger heeft het laatste woord; hij bepaalt mbv zijn kennis en inzicht de inhoud van de rechtsregel.
    • Bij de oudste codificatie van het Romeinse recht in 450 v Chr verwijderde een deel van het volk, de plebs, zich uit Rome en keerde eerst terug nadat door de patriciërs was beloofd dat het recht opgetekend zou eorden. Het resultaat was een alghele wetgeving, geschreven op 12 tafelen. Aangezien echter de uitleggingsregelen van deze wet slechts bekend waren én bleven aan de patricische priesterkaste, kreeg de plebs niet wat zij van de geschreven wet had verwacht. Daar kwam pas verandering in toen Gnaeus Flavius de uitleg verried.
    • Anglo-Amerikaans rechtssysteem geen codificatie. Bij ons slechts mager voor wetgever; zijn belangrijkste functie bestaat erin, dat hij aan de wettekst autoriteit verleent, dat hij met zijn gezag verklaart dat déze tekst de bron is van (alle) recht en dat buiten déze tekst geen recht geldt. Uiteindelijk is het het gezag van de overheid en niet de kwaliteit van de inhoud, die de tekst tot codificatie verheft.
    • In Engeland heeft de rechterlijke macht, gesteund door de autoriteit van de koning, op eigen kracht het stelsel van de common law ontwikkeld. De Engelse rechter stelt steeds zelfstandig het recht vast; dat wat het gewoonterecht, de common law is, wordt door hem verwoord en van zijn autoriteit voorzien. Rechter in NL daarentegen zal zijn uitspraken steeds presenteren als toepassingen (uitleggingen) van de wettekst. De rechter is geen formele rechtsbron.
    • De wettekst is exclusie; anders gezegd onuitputtelijk; anders gezegd volledig.
  • De wetgever bedient zich in ons land van de Nederlandse taal en loopt daarbij het risico dat aan zijn woorden verschillende betekenissen worden gehecht. Om dat risico te beperken moet zijn taal droog zijn: hij dient synoniemen en leenwoorden te vermijden en zich te onthouden van bloemrijke uitdrukkingen.

     

    Iedere wet behoeft uitleg en het is de uitlegger die betekenis aan de wet geeft. Hij is daarbij niet gebonden aan de dagelijkse betekenis der woorden en evenmin aan de bedoeling van de wetgever, al zal hij uit eigen vrije wil daaraan gewoonlijk wel gewicht toekennen. De macht van de wetgever is beperkt; hij kan wel wetten uitvaardigen, maar hij heeft de toekomstige uitleg niet in de hand.

    Was doorn in het oog van de wetgever, leidde tot verschillende acties van wetgever:

    ·        Menig wetgever ging er toe over zelf een gezaghebbende uitleg te geven à authentieke interpretatie. Echter het laatste woord is altijd aan de uitlegger.

    ·        Middelen om de toekomstige uitleg door de rechter aan banden te leggen à het algehele verbod van ieder commentaar op het wetboek (commentaarverbod). Zonder uitleg is een wet geen wet meer, maar een verzameling inktvlekken.

    ·        Verplichten van de rechter om uitleg aan de wetgever te vragen à refere legislatif. Echter de rechter bepaalt zelf door middel van uitleg, of de wet nar de wetgever verwezen dient te worden. Bovendien vraagt de authentieke interpretatie op haar beurt weer om uitleg.

     

    De begrijpelijkheid van het wetboek wordt bepaald door de uitlegger en diens graad van ontwikkeling. De uitlegger heeft het laatste woord; hij bepaalt m.b.v. zijn kennis en inzicht de inhoud van de rechtsregel.

     

    De functie van de codificator is een beperkte.

    De belangrijkste functie van de wetgever bestaat erin, dat hij aan de wettekst autoriteit verleent, dat hij met zijn gezag verklaart dat deze tekst de bron is van alle recht en dat buiten deze tekst geen recht geldt. Noch voor wat betreft de inhoud van zijn wetgeving, noch voor de omvang (kan bv. ook maar 2 artikelen zijn) ervan is hij aan enig voorschrift gebonden. Niet de kwaliteit van de inhoud, maar het gezag van de overheid verheft de tekst tot codificatie.

     

    De verschillende doeleinden van codificatie:

    1.    Rechtszekerheid, m.n. op het gebied van strafrecht. Nulla poena sine previa lege poenali à art. 1 WvSr.

    2.    Economische functie. Het grensoverschrijdende handels- en betalingsverkeer vraagt om een eenvormige regeling. 

    3.    Politieke functie. M.n het burgerlijk recht is een belangrijk middel om een ontwakende nationale eenheid te smeden en te verstevigen; zij komt dan ook dikwijls in politiek bewogen tijden tot stand.

     

    Een goed geschreven tekst, evenals een helder geformuleerd wetsartikel, kanaliseert de voorstelling van de mensen en het is voor de wetgever de kunst de stroom door een zo eng mogelijke bedding te leiden.

    Geen enkele tekst heeft 1 dwingende betekenis. In wezen is niets van het geschrevene vanzelfsprekend.

     

    Een jurist is een rechtsgeleerde. Hij houdt zich bezig met de uitleg van een gecanoniseerde tekst. Hij moet de vraagstukken van de moderne tijd oplossen aan de hand van een historisch gedateerd geschrift.

     

    Engelse rechter stelt steeds zelfstandig het recht vast; dat wat het gewoonterecht, de common law van Engeland is, wordt door hem verwoord en van zijn autoriteit voorzien. De rechter van Tryphême evenals die van Nederland daarentegen zal zijn uitspraken steeds presenteren als toepassingen (uitleggingen) van de wettekst.

    Elke codificatie zal een exclusiviteitsclausule bevatten, waarmee de wetgever aangeeft dat uitsluitend met gezag beklede wettekst als bron van recht mag dienen. De wettekst is exclusief, anders gezegd, onuitputtelijk, weer anders gezegd, volledig.

  • Wat wordt verstaan onder "authentieke interpretatie"?
    Gezaghebbende uitleg door de wetgever.
    De macht van de wetgever is beperkt; hij kan wel wetten uitvaardigen, maar hij heeft de toekomstige uitleg niet in de hand. Dat is menige wetgever een doorn in het oog geweest: dikwijls ging hij ertoe over zelf een gezaghebbende uitleg te geven.
  • Waarom is interpretatie- of commentaarverbod onzinnig?
    zonder uitleg is een wet geen wet meer, maar een verzameling inktvlekken.
  • Wat is de référé législatif?
    een verplicht voorgeschreven uitleg van de wet (term uit de tijd van Verlichting)
  • Wat zijn de functies van codificatie?
    1. rechtszekerheid
    2. economisch; het grensoverschrijdende handels- en betalingsverkeer vraagt om een eenvormige regeling (Europese wetgeving in het kader van de Europese Unie houdt zich dan ook met name bezig met het ondernemings- en vennootschapsrecht)
    3. politiek; met name het burgerlijk recht is een belangrijk middel om een ontwakende nationale eenheid te smeden en te verstevigen; zij komt dan ook dikwijls in politiek bewogen tijden tot stand.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.