Summary Hoofdstukken uit de Geschiedenis van het Europese Privaatrecht

-
274 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Hoofdstukken uit de Geschiedenis van het Europese Privaatrecht

  • 1 Introduction Text

  • In het Romeinse recht werd vaak gesteggeld over hoe te bewijzen, dat men eigenaar was van een zaak. Hoe werd dit probleem ook wel genoemd? Met wat voor soort actie kon dit probleem worden omzeild? Hoe werd deze actie genoemd? Geef de vereisten voor een beroep op een dergelijke actie.
    Probatio diabolica. Bezitsactie. De actio Publiciana. (1) Geldige titel; (2) te goeder trouw; (3) bezit.
  • Wat zeiden de Digesten over het onderscheid tussen eigendom en bezit? Welke uitzondering bestaat hierop? Waarop was dit gebaseerd?
    'Eigendom heeft met bezit, niets gemeen.' De actio Publiciana. De revindicatie.
  • Ook Aristoteles had al voorzien in een definitie van het begrip 'eigenaar'. Wanneer is volgens deze definitie iemand aan te merken als eigenaar? Wie ging later ook uit van dit eigenaarsbegrip?
    'wanneer bij hem de bevoegdheid rust te vervreemden'. Pufendorf.
  • Het Romeinse eigendomsbegrip is absoluut van aard. Geef aan wat hiermee wordt bedoeld. In welk beroemd, op het Oude BW gebaseerd arrest van de Hoge Raad speelde dit uitgangspunt de hoofdrol?
    Eigendom is onafhankelijk van andere rechten. Nijverdal Ten Cate / Windervank q.q.
  • Petrus Jacobi maakt in Aurea Practica (1311) een uitgebreide vergelijking tussen het recht van erfpacht en het leenrecht. Waarop ging de vergelijking mank? Met welk adagium wordt dit uitgedrukt? Leg uit.
    De canon. Feudum de sui propria natura gratis. Een leen wordt per definitie om niet verleend.
  • Geef de vier kenmerken van het Romeinsrechtelijk eigendomsbegrip.
    Dominium: 1. Algemeen; 2. Absoluut; 3. Niet aan de factor tijd gebonden; 4. Bezit is geen eigendom.
  • Leenheer Carolus geeft zijn vazal Drusus, een landerij voor eeuwig in leen. Hoe werd een dergelijke, eeuwige leen ook wel genoemd?
    Feudum simplex.
  • Welke vergelijking tussen de positie van de leenman en welk zakelijk recht bleek uiteindelijk het best op te gaan? Geef de Romeinsrechtelijke benaming van dit recht. Welke actie stond in het Romeinse recht ten dienste van deze zakelijk gerechtigde? Op welke zakelijke actie was deze gemodelleerd? Welk Middeleeuws eigendomsbegrip is hieruit afgeleid?
    Recht van opstal. Superficies. Actio in rem utilis. Rei vindicatio. Dominium utile.
  • Op welke zakelijke actie is het in de Middeleeuwen door Pilius gemaakte dichotomie in dominium directum en dominium utile gebaseerd? Aan welke zakelijk gerechtigde kwam deze actie toe?
    Actio in rem utilis. De opstaller.
  • Recht van erfpacht. Geef de Romeinsrechtelijke benaming. In de Middeleeuwen zijn pogingen gedaan om het recht van de leenman te rangschikken onder dit zakelijke recht. Waarom komt het recht van de leenman niet overeen met het recht van erfpacht?
    Emphyteusis. De leenman is geen canon verschuldigd.
  • Middeleeuwen. Leenheer Carolus geeft een stuk land in leen aan vazal Drusus. Welke eigendomsactie staat in het algemeen ten dienste aan de leenheer en welke aan de leenman? Wie wordt dit gedeelde eigendomsbegrip aangewreven?
    Vindicatio directa; vindicatio utilis. Pilius.
  • In de Middeleeuwen werd onder invloed van het leenrecht een dichotomie aangebracht in het eigendom. Benoem welke nuance er op het eigendomsbegrip werd gemaakt. Aan welke glossator schijnt deze tweedeling te moeten worden toegeschreven? Wat was daarentegen de klassieke, Romeinse opvatting over het eigendomsbegrip?
    Dominium directum en dominium utile. Pilius. Eigendom is een en ondeelbaar.
  • De Romeinen verstonden onder de 'zaak' zowel stoffelijke als onstoffelijke zaken. Wat werd door de Romeinen aangeduid als onstoffelijke zaken? Wat is de huidige, in het BW gegeven definitie van een zaak?
    Vermogensrechten. Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten.
  • Wordt in het Romeinse Recht een dichotomie aangebracht tussen de eigendom van roerende en onroerende zaken? Tussen welke zaken wel?
    Nee. Res corporales en res incorporales.
  • Maevius vestigt ten behoeve van Sempronius een recht van erfpacht op zijn landerij. Sempronius raakt in geldproblemen en wil een kredietovereenkomst afsluiten met Titius. Titius wil echter als zekerheid een recht van hypotheca op het recht van erfpacht van Sempronius. Mag Sempronius ten behoeve van Titius zijn land bezwaren met een hypotheek?
    Ja.
  • Aan de hand van welke regel kan worden bepaald welk beperkt zakelijk recht voorgaat? Voor welk type zakelijke rechten gaat dit op?
    'Prior tempore, potior iure'. Zekerheidsrechten.
  • Geef de dichotomie van beperkte zakelijke rechten (res in re aliena).
    Zekerheidsrechten en genotsrechten.
  • Uit welke onderdelen bestond volgens de Romeinen het eigendomsrecht? Geef de Latijnse benamingen.
    Gebruik (utendi); vruchten (fruendi) en teniet doen gaan (abutendi).
  • Wat betekent dichotomie (van het Gr. dichotomia)?
    tweedeling
  • Tussen welke twee soorten zaken maakten de Romeinen onderscheid? Welke consequentie had dit?
    Res corporales en res incorporales. Res incorporales waren in beginsel niet overdraagbaar.
  • De Romeinse rechtsgeleerden gingen uit dat door de overeenkomst een 'rechtsband' ontstond tussen schuldeiser en schuldenaar. Hoe noemden zij dit ook wel?
    vinculum iuris
  • Zakenrecht. Wat wordt bedoeld met de 'numerus clausus'? Passen alle West-Europese rechtssystemen dit toe?
    Numerus clausus: zakelijke rechten zijn beperkt in aantal. Frankrijk niet.
  • Het Romeinse recht was een actiënrecht. Uit welke twee onderdelen was dit actiënrecht opgebouwd?
    Actiones in rem; actiones in personam.
  • Wat is de Romeinsrechtelijke term voor een zakelijke actie? Geef alle zakelijke acties uit het klassieke Romeinse recht.
    Actio in re. Rei vindicatio; hereditatis petitio; actio confessoria; actio Publiciana; vectigalis actio; actio Serviana.
  • Vertaal naar Latijn: verbintenissen, ongeacht hoe zij zijn ontstaan
    obligationes quoquo modo contractae
  • Vertaal naar Latijn: onderliggende oorzaak.
    Causa efficiens
  • Maevius heeft een vordering op Sempronius. Sempronius geeft Maevius als zekerheidseigendom enkele landerijen in de buurt van Puteoli. Maevius cedeert zijn vordering op Titius. Meavius gaat echter na een slechte oogst failliet. Kan Titius aanspraak maken op de door Sempronius aan Maevius gegeven zekerheidseigendommen? Geef het arrest waarop dit verhaal analoog volgt. Welk aspect van het Romeinsrechtelijke eigendomsbegrip wordt door dit arrest benadrukt? Wat wordt hiermee bedoeld?
    Nee. Nijverdal Ten Cate / Windervank q.q. Het absolute karakter. Eigendom is niet accessoir.
  • Welke actie kwam in het Romeinse recht de bezitter ter goeder trouw toe? Tegen wie had deze actie geen effect? Noem de drie vereisten om voor de praetor een beroep te doen op deze actie.
    Actio Publiciana. De eigenaar. (1) Geldige titel; (2) Te goeder trouw; (3) Bezit.
  • Geef de definitie van res incorporales.
    Niet voor menselijke beheersing vatbare, stoffelijke objecten (art. 3:6 BW).
  • Hahn leidde uit de Romeinse actiones in re een 'pentarchie' van zakelijke rechten af. Geef deze aan welke zakelijke rechten hij bedoelde.
    Eigendom, recht tot een nalatenschap, bezitsrecht, genotsrechten en zekerheidsrechten.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.