Summary Hoofdstukken vermogensrecht

-
ISBN-10 901311184X ISBN-13 9789013111842
242 Flashcards & Notes
62 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Hoofdstukken vermogensrecht". The author(s) of the book is/are J H Nieuwenhuis. The ISBN of the book is 9789013111842 or 901311184X. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Hoofdstukken vermogensrecht

  • 1.1.1 Goed, zaak, registergoed

  • Het vermogen bestaat uit goederen, wat zijn goederen
    Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten 3:1 BW
  • Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten 3:1 BW, wat zijn zaken?
    Zaken zijn alle dingen die voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten art 3:2 BW
    Iedere zaak is dus een goed maar niet ieder goed is dus een zaak. 
  • Belangrijke categorieën zijn registergoederen art 3:10, wat is een registergoed?
    Registergoederen zijn goederen die bij overdracht of vestiging inschrijving in het daarvoor bestemde register verplicht is. Alle onroerende zaken zijn register goederen, sommige roerende zaken zijn registergoederen en sommige vermogensrechten zijn registergoederen
  • 1.2.1 absolute en relatieve rechten

  • Wat is het verschil tussen een absoluut recht en een relatief recht?
    Relatief recht: is een recht wat tussen twee rechtsobjecten.

    Absoluut recht: is een recht wat tegen iedereen geld.
  • Het absolute krater van eigendom heeft twee aspecten: exclusiviteit en 'gevolg' (droit de suite). 
    Legt dit uit aan de hand van eigendom.
    Eigendom is een exclusief recht: een eigenaar hoeft niet te dulden dat een ander gebruik maakt van zijn eigendom.
    Eigendom heeft het gevolg dat: Het eigendomsrecht blijft op de zaak rusten ook al komt het in handen van een ander. 
  • 1.2.2 Zakelijke en persoonlijke rechten

  • Beschrijf een zakelijk recht.
    Een zakelijk recht is een recht op een zaak art 3:2 BW
  • Beschrijf een persoonlijk recht.
    Een persoonlijk recht is een recht tegen een bepaald persoon
  • 1.2.4 Eenheidsbeginsel

  • Een fiets bestaat uit meerdere onderdelen, door het eenheidsbeginsel vormen deze onderdelen een zaak, hoe heten "die" onderdelen en welke criteria zijn er?
    De onderdelen heten bestanddelen en de twee criteria zijn:
    Verkeersopvatting: wat hoor bij de zaak.
    Wat stuk zou gaan als het gescheiden zou worden. 
    Art 3:4 BW
  • Waar toe is het eenheidsbeginsel beperkt? En geef een voorbeeld met een fiets.
    Het is beperkt tot zakelijke rechten, maar er kunnen wel persoonlijke recht door ontstaan. Bijv ik stil het wiel van mijn buurman, wiel is een bestandsdeel en behoort nu bij de fiets maar mijn huurman heeft wel een vordering op mij van het wiel.
  • Van bestandsdeel vorming op grond van de verkeersopvatting kan sprake zijn, indien.......? Vul aan.
    Van bestandsdeel vorming op grond van de verkeersopvatting kan sprake zijn, indien de hoofdzaak bij ontbreken van het bestandsdeel als onvoltooid moet worden beschouwd in de zin dat de hoofdzaak dan niet geschrikt is te beantwoorden aan haar bestemming.
  • 1.2.5 Beperkte rechten

  • Eigendom is het meest omvattende recht op een zaak, maar de eigenaar kan wel bepaalde bevoegdheden afsplitsen en verlenen aan andere. Dit is een beperkt recht, welke soorten beperkte rechten art 3:8 zijn er?
    Gebruiksrechten: deze geven een bepaalde bevoegdheden tot gebruik
    Zekerheidsrechten: deze strekken ertoe de rechthebbende meer zekerheid te verlenen bij een vorderingsrecht bijv recht van hypotheek 
  • 1.2.6 prioriteit van het oudste beperkte recht en gelijkwaardigheid van vorderingsrechten

  • Botsing van twee beperkte rechten met conflict, hoe heet dit beginsel?
    Het oudere beperkte recht gaat voor. Het prioriteitsbeginsel
  • 2.2 Aanbod en aanvaarding

  • Wanneer komt een overeenkomst tot stand?
    Door aanbod en aanvaarding van het aanbod
  • Als wat kan een aanbod worden omschreven?
    De wilsverklaring waarin een voorstel tot sluiting van een overeenkomst is gevat
  • In welke gevallen verliest een aanbod zijn kracht?
    1) Doordat het aanbod wordt verworpen door degene tot wie het is gericht. Art 6:221 lid 2. Oftewel de gene wijst het aanbod af.
    2)Door tijdverloop, Er is een tijd gesteld dat het aanbod geld dan hangt het af van het aanbod en de manier waarop het aanbod is gedaan. Art 6:221 lid 1
    3)De aanbieder herroept het zijn aanbod art 6:219 lid 1 dit kan alleen als het aanbod dus nog niet aanvaard is.
  • Wat is typerend voor een mondeling aanbod
    Een mondeling aanbod moet gelijk worden beantwoord
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Condicio sine qua non
voorwaarde zonder welke (het gevolg) niet (zou ingetreden zijn)
Wat zijn de grenzen van de schade vergoeding? Dus de vereisten voor schade vergoeding?
1e. Causaal verband
2e. Geen eigen schuld
3e. Verrekening met voordeel 
4e. De wet of AMvB kunnen op voorhand de schade vergoeding limiteren. 
Welke soorten schade komen voor vergoeding in aanmerking?
1e. Alle vermogensschade 6:95, zowel gelden verliezen als gederfde winst 6:96.
2e. Immateriële schade naar billijkheid vast te stellen slechts voorzover de wet dit bepaald 6:106
Wat houdt feitelijk onbekwaam in?
Feitelijk niet in staat door een geestelijke stoornis zijn de wil correct te bepalen.
Wat zijn de vijf eisen van de onrechtmatige daad.
1e. Onrechtmatigheid
2e. Jegens slachtoffer- relativiteit vereiste. (tandarts)
3e. Toerekening aan een dader
4e. Causaliteit
5e. Iemand leidt schade (of dreiging)
Doel en functie van de aansprakelijkheid onrechtmatige daad.
1e. Compensatie
2e. Genoegdoening
3e. Preventie (mits niet duurder dan de eventuele schade)
4e. Afschrikking via het strafrecht
5e smartengeld (immatriele schade vergoeding vaak laag) 
Opschorting is.... En ontbinding is....?
Opschorting is uitstel
Ontbinding is afstel 
Het enkele feit dat er spraken is van een tekortkoming wil nog niet zeggen dat de schuldenaar aansprakelijke is voor de daaruit voortvloeiende schade. Er moet worden aangetoond dat het uitblijven van de levering te wijten is aan......? Om de schuldenaar voor de schade te laten betalen.
1e. Schuld


2e. De wet, ook als is het niet de schuld van de schuldenaar komt het wel voor zijn rekening.
  1. Hulppersonen 6:76
  2. ongeschikte zaken 6:77
  3. de rechtshandeling 
  4. de in het verkeer geldende opvatting
De schuldeiser heeft recht op een schade vergoeding als? 1? 2?
1: een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis.

2: de schuldenaar kan worden toegerekend art 6:75 (wanprestatie)
Als er geen tijd voor nakoming is bepaald, wanneer kan de nakoming dan worden gevorderd?
Terstond art 6:38