Summary Hoofdzaken formeel belastingrecht

-
ISBN-10 9089749454 ISBN-13 9789089749451
289 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Hoofdzaken formeel belastingrecht". The author(s) of the book is/are E C G Okhuizen Johan Arnaud Booij K Bozia Robert Lourens Hendricus IJzerman Justus Merwe Martien Pelinck L J A Pieterse Eric Poelmann Emilie Schotte Jojanneke Sitsen. The ISBN of the book is 9789089749451 or 9089749454. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Hoofdzaken formeel belastingrecht

  • 1 Inleiding / heffingsmethoden

  • Formeel Belastingrecht
    Gaat over de verhouding tussen Belastingdienst en belastingplichtigen. Gaat in op hoe belasting wordt geheven: procedures, bevoegdheden, rechten en plichten.
  • Materiële belastingschuld
    Vloeit voort uit de wet (legaliteitsbeginsel), is niet invorderbaar en zijn tijdstip- en tijdvakbelastingen
  • Formele belastingschuld
    Formalisering van de materiële belastingschuld en er ontstaat een betalingsverplichting
  • Awb
    Algemene wet (gelaagde structuur). Deze raadpleeg je eerst, dan pas AWR (lex specialis).
  • AWR
    Bijzondere (algemene) wet. Bevat uitzonderingen en specifike regelingen t.o.v. Awb
  • Art. 8 lid 2 AWR
    Een aangifte is geen aanvraag ex. Art. 1:3, lid 3, Awb
  • Inspecteur
    Heeft landelijke bevoegdheid o.g.v. Art. 3 AWR jo. Art. 5 Uitv.reg.Bd.
  • Absolute competentie
    Welke bevoegdheden de inspecteur bezit
  • Relatieve competentie
    Welke ambtenaar in welk concreet geval bevoegd is (art. 3, lid 2 AWR: delegatiebepaling)
  • Elektronisch communiceren
    Art. 3a AWR jo. Regeling elektronisch berichtenverkeer Bd is een uitzondering op de hoofdregel van art. 2:14 Awb. Hierbij wordt elektronisch communiveren de hoofdregel
  • Aanslagbelasting
    Belastingplichtige krijgt een aangifte en vult hem in, vult hem aan of controleert deze. Vervolgens dient hij het in bij de Belastingdienst en de inspecteur controleert de aangifte.  De inspecteur stelt vervolgens de belastingschuld vast d.m.v. Een aanslag. De inspecteur heeft de aangifte al gecontroleerd, dus belastingplichtige mag hier rechtszekerheid aan ontlenen
  • Aangiftebelasting
    Belastingplichtige dient binnen één maand na afloop van een tijdvak de aanslag in en betaalt deze meteen.
  • Afdrachtsbelasting
    Iemand anders dan de belastingplichtige zelf draagt de belasting af
  • Voldoeningsbelasting
    Belastingplichtige zelf voldoet de belasting
  • 1.1 Aanslagbelastingen

  • Door wie wordt de aanslag vastgesteld?
    De aanslag wordt vastgesteld door de inspecteur (art. 11 AWR)
  • Ambtshalve vaststellen
    De inspecteur kan van de aangifte afwijken en de aanslag ambtshalve vaststellen (BNB 1955/51 en BNB 1989)
  • Zorgvuldigheidsbeginsel
    Inspecteur dient de aanslag zorgvuldig voor te bereiden. Hierbij is een ieder gehouden gegevens en inlichtingen te verstrekken welke voor de belastingheffing te zijnen aanzien van belang kunnen zijn (art. 47 e.v. AWR)
  • Dagtekening
    De dagtekening op het aanslagbiljet geldt als dagtekening van de vaststelling van de belastingaanslag (art. 5 AWR)
  • Termijn
    De termijn voor het vaststellen van de aanslag vervalt na drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan (art. 11 lid 3 AWR) en kan met de duur van het verleende uitstel worden verlengd (BNB 1997/159)
  • Verrekening
    Art. 15 AWR: voorheffingen en voorlopige aanslagen worden verrekend met de aanslag (BNB 1991/339)
  • Navordering
    Kan op grond van art. 16 AWR alleen op grond van een nieuw feit of kwade trouw. Art. 16 lid 2 AWR geeft gevallen waarin geen nieuw feit nodig is voor navordering.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Meldingsplicht betalingsonmacht
Art. 36 lid 2 Inv.Wet: er is een meldingsplicht voor betalingsonmacht. De termijn hiervoor is binnen twee weken na de dag waarop de verschuldigde belasting behoorde te zijn afgedragen of te zijn voldaan, mits er geen sprake is van opzet / grove schuld (art. 7 lid 2 Uitv.Besl.Inv.Wet).
Wanneer de betalingsonmacht op tijd is gemeld, moet de ontvanger bewijzen dat sprake is van onbehoorlijk bestuur. Indicaties van onbehoorlijk bestuur zijn: zwarte lonen, vervalsen facturen, niet voldoen administratieve verplichtingen, stelselmatig nalatig ten aanzien van aangiften en voldoening en te lage aangiften.
Bestuurderaansprakelijkheid bij lichaam met rechspersoonlijkheid
Art. 36 Inv.Wet: op het moment dat een BV de belastingen onbetaald laat kan de bestuurder hiervoor hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. Je kunt alleen maar aansprakelijk worden gesteld als het gaat om de belasting als genoemd in art. 36 Inv.Wet. Wanneer er optijd bij de ontvanger is gemeld dat de BV/NV neit optijd zijn belastingschuld heeft voldaan, dan moet de ontvanger bewijzen dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur (art. 36 lid 3 Inv.Wet). Wanneer er niet optijd is gemeld dat de belasting niet op tijd betaald kan worden, wordt er (fictief) vanuit gegaan dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur (art. 36 lid 4 Inv.Wet). Tegenbewijs mag de "niet-melder" pas leveren als hij heeft bewezen dat niet-melden niet aan hem te wijten was
Bestuurdersaansprakelijkheid bij lichaam zonder rechtspersoonlijkheid
Art. 33 Inv.Wet: iedere bestuurder is hoofdelijk aansprakelijk voor de belastingschud van het lichaam zonder rechtspersoonlijkheid.
Ketenaansprakelijkheid
Art. 35 Inv.Wet: wanneer een aannemer een zelfstandige inhuurt is die hoofdelijk aansprakelijk voor LB van de onderaannemer. Is gericht op het eindresultaat, het werk moet tot stand komen en dus niet op het aantal uren dat is verricht. Het gaat om werk van stoffelijke aard. Disculpatie is mogelijk als geen van de (onder)aannemers een verwijt treft. Er is geen ketenaansprakelijkheid als het werk voor meer dan 50% wordt verricht op de plek waar de onderaannemer gevestigd is of als het werk ondergeschikt is aan een overeenkomst van koop van een bepaalde zaak. Door storting door de aannemer van belastingbedragen op de g-rekening van onderaannemer kan het risico van aansprakelijkheid beperkt worden.
Inlenersaansprakelijkheid
Art. 34 Inv.Wet: werknemer wordt door werkgever (inhoudingsplichtige) ter beschikking gesteld aan een derde ("inlener"). Dit gebeurt met behoud van de dienstbetrekking. Inlener moet wel het toezicht of de leiding huoden. Veelal gebeurt afrekening op basis van uren. De inlener is aansprakelijk voor de LB en OB ten aanzien van die werkzaamheden. Inlenersaansprakelijkheid werkt ten opzichte van alle schakels. De belastingschuldige, maar ook de doorlener kan aansprakelijk worden gesteld. Alle schakels die volgen naar de belastingschuldige kunnen allemaal aansprakelijk gesteld worden op grond van deze inlenersaansprakelijkheid. Risico aansprakelijkheid kan door de inlener worden beperkt door belastingbedragen te storten op een g-rekening (geblokkeerde rekening) van uitlener. Wanneer je aansprakelijk wordt gesteld heb je altijd nog een potje met geld waarmee je de belasting kunt voldoen. Disculpatie (onder aansprakelijkheid uitkomen) is alleen mogelijk als uitlener en inlener geen verwijt treft. Er is geen aansprakelijkheid bij werkzaamheden die ondergeschikt zijn aan een overeenkomst van koop en verkoop van een bestaande zaak.
Aansprakelijkheid
Art. 32 Inv.Wet: mensen kunnen aansprakelijk gesteld worden voor de belastingschulden die onbetaald zijn gebleven op basis van de aansprakelijkheidsbepaling. Je kunt daarnaast aansprakelijk gesteld worden voor boete, invorderingsrente, belastingrente en voor kosten. Je kunt iemand pas aansprakelijk stellen wanneer deze in gebreke is. Dus belastingschuldige moet verzuimd hebben om te betalen of op tijd betalen.
Dwanginvordering
Je kunt iemand niet aansprakelijk stellen als die niet in gebreke is. Aansprakelijk stellen betekent niets anders dan dat de belastingschuldige de belasting zelf niet kan of wil betalen en iemand anders wordt dan aansprakelijk gesteld om de belastingschuld van de belastingplichtige te voldoen (ofwel te betalen). In art. 9 Inv.Wet kun je zien wanneer aanslagen betaald moeten worden. Als er niet optijd betaald wordt volgt er een aanmaning; er moet binnen twee weken betaald worden (art. 11 Inv.Wet). Blijft die betaling ook uit, dan wordt er een dwangbevel getekend met een bevel tot betaling. Dit moet binnen twee dagen gebeuren. Als dit niet lukt dan kan de ontvanger de tenuitvoerlegging voortzetten en dan wordt beslag gelegd op goederen die verkocht kunnen worden om de belastingschuld te voldoen. De ontvanger heeft executoriale titel op grond van art. 4:116 Awb en hoeft dus niet meer aan de rechter te vragen of die de goederen mag verkopen. Op het moment dat de aanmaning uitgevaardigd wordt, dan beginnen ook al de kosten te lopen.
Bodemzaken
(Nog niet) ingeooste vruchten, roerende zaken tot bebouwing of gebruik van land en roerende zaken tot stoffering van 'huis' of landhoef mits op bodem.
Bodemrecht
Art. 22 Inv.Wet: uitsluiting van recht van derden om zich te verzetten tegen beslag op zaken ('bodemzaken') die zich op de bodem van belastingschuldige bevinden. Bodem is een perceel of een gedeelte van een perceel dat bij de belastingschuldige feitelijk in gebruik is of waarover hij kan beschikken. Uitzondering bij onvrijwillig bezitsverlies (bijv. Diefstal, verlies, verduistering). Het reële eigendom wordt gerespecteerd. Het reële eigendom is als een derde juridisch eigendom heeft en in overwegende mate het economische eigendom draagt. Er is geen eigendom als sprake is van eigendomsvoorbehoud, huurkoop en financial lease. Er is wel eigendom als sprake is van huur, bruikleen en operational lease.
Voorrecht
In principe is er gelijkheid van alle schuldeisers (Paritas creditorum). Op die regel zijn een aantal uitzonderingen. Mensen die een pand- of hypotheekrecht hebben, de zogenaamde seperatisten, staan hoger in rang dan andere schuldeisers. De fiscus heeft een voorrecht boven alle andere privileges (art. 21 Inv.Wet). Lid 2: het voorrecht gaat zelfs boven bezitsloos pand bij bodemzaken (bodemvoorrecht). Je moet wel opletten bij bodemrecht en bodemvoorrecht, geldt alleen ten aanzien van belastingen genoemd in art. 22 Inv.Wet.