Summary Hoofdzaken van het bestuursrecht

-
ISBN-10 901315073X ISBN-13 9789013150735
308 Flashcards & Notes
15 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary 1:

  • Hoofdzaken van het bestuursrecht
  • F C M A Michiels
  • 9789013150735 or 901315073X
  • 9th

Summary - Hoofdzaken van het bestuursrecht

  • 1 Introductie in het bestuursrecht en het systeem van de Awb

  • 5 hoofdzaken bestuursrecht
    1. Organisatie
    2. Bevoegdheden
    3. Normering
    4. Handhaving
    5. Rechtsbescherming
  • Een vergunning voor een bepaalde activiteit is een omgevingsvergunning
  • Nederland is een democratische rechtsstaat.
    Dat wil zeggen dat de overheid fundamentele rechten en vrijheden van burgers dient te eerbiedigen, zich moet inzetten voor de verwerkelijking van die rechten en vrijheid, terwijl dit alles geschiedt onder controle van de door het volk in vrije verkiezingen gekozen volksvertegenwoordiging.
  • 4 fundamentele eisen om de doelen van de rechtsstaat te bereiken:
    1. Wetmatigheid van bestuur
    2. Rechterlijke controle
    3. Evenwicht tussen de verschillende 'machten'
    4. Eerbiediging van grondrechten
  • 2 uitgangspunten die de basis vormen van het bestuurlijk handelen
    1. Legaliteitsbeginsel
    2. Specialiteitsbeginsel
  • Legaliteitsbeginsel
    Het bestuur heeft voor zijn handelen een grondslag nodig in de wet en moet dan ook handelen conform de wet.
  • Specialiteitsbeginsel
    Het bestuur mag bij de uitvoering van een bepaalde wettelijke regeling slechts de belangen behartigen ter bescherming waarvan de betrokken regeling in het leven is geroepen.
  • Ander belangrijk uitgangspunt bestuursrecht is openbaarheid van bestuur. Uit democratisch oogpunt en om een goede controle op het bestuur mogelijk te maken, is het van belang dat het bestuur met zijn handelingen, vergaderingen en beslissingen in openbaarheid treedt.
  • De regels uit het bestuursrecht heeft een hiërarchisch opbouw. Lagere regelgeving mag niet in strijd komen met een hogere. Hogere regeling is algemener van aard. Hoe lager men in de hiërarchie komt, hoe concreter de inhoud van de regels.
  • Hierarchie:
    1. Verdragen/secundair verdragsrecht
    2. Statuut
    3. Grondwet
    4. Wetten in formele zin
    5. Koninklijke besluiten die regels bevatten (zoals AMvB's)
    6. Ministeriele regelingen (verordeningen)
    7. Provinciale verordeningen
    8. Gemeentelijke verordeningen en waterschapsverordeningen
    9. Beleidsregels
    10. Voorschriften/verplichtingen verbonden aan een beschikking.
  • Verticale normstelling
    Bijv. Voor een bouwvergunning zijn de Wabo en Woningwet van toepassing, vervolgens Bor en Bouwbesluit, daarna komt de gemeentelijke bouwverordening aan bod en ten slotte de omgevingsvergunning. Zo is er tegelijkertijd op vele niveaus binnen de hiërarchie wetgeving relevant voor een specifiek geval.
  • Horizontale normstelling
    Hierbij kunnen er in bepaalde gevallen meerdere wetten van hetzelfde niveau tegelijkertijd op een geval van toepassing zijn. Voor een vergunning moet dan alle wettelijke kaders getoetst worden, anders kan de desbetreffende vergunning niet worden verstrekt.
  • Dwingend recht
    Bij bepalingen van dwingend recht in de Awb mag er in lagere wetgeving niet van worden afgeweken. Bijzondere wetten gaan echter wel voor op de wetten van de Awb, een van de voorrangsregels met betrekking tot de verhouding tussen wetten luidt namelijk dat de bijzondere wet voor de algemene gaat. Afwijking in andere wetten in formele zin is wel toegestaan. Ook kan een bijzondere wet bepalen dat artikelen van de Awb buiten toepassing blijven.

    Definitie: Regels waarvan de bijzondere wetgever niet mag afwijken. Stel dat de bijzondere wetgever er toch van wil afwijken, dan moet hij dit ook opschrijven in een bijzondere wet. Het moet er dus nadrukkelijk bij staan vermeld.
  • Regelend recht
    Hierbij staat in de Awb de hoofdregel, maar afwijking in lagere regels is uitdrukkelijke toegestaan. Dit wordt bijvoorbeeld bepaald door de woorden "tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald..."

    Definitie: De wetgever schrijft bij de wet in de Awb " tenzij er bij wettelijk voorschrift is bepaald".
  • Aanvullend recht
    Hierbij staat in beginsel de regel in ander wetgeving, als deze er niet te vinden is, dan is de Awb van toepassing. Men moet dus altijd eerst de in een concreet geval van toepassing zijnde bijzondere regeling raadplegen. Pas als deze niets bepaalt, geldt de aanvullende regeling in het desbetreffende artikel van het Awb.

    Definitie: Het is een vangnetbepaling. Het geeft een regel voor als een bijzondere wet er niets over zegt.
  • Facultatief recht
    Hierbij hebben lagere wetgevers de bevoegdheid deze regels toepasbaar te verklaren. Dit mag, maar moet niet, daarom heet het facultatief recht. Er is hier dus keuzevrijheid.

    Definitie: Recht dat niet automatisch van toepassing is.
  • Verschil tussen aanvullend recht en regelend recht
    Bij aanvullend recht de Awb zo nodig een gat vult dat er normaliter niet is, terwijl bij regelend recht de Awb in beginsel zelf geldt, maar aan de bijzondere regelgever de mogelijkheid geeft iets te regelen dat afwijkt van hetgeen de Awb regelt.
  •  Trias politica
    Rechterlijke macht
    uitvoerende macht = openbaar bestuur
    Wetgevende macht
  • Openbaar bestuur (= uitvoerende macht)
    Tot het openbaar bestuur behoren de besturen van gemeenten, provincies en waterschappen, de ministeries en vele andere overheidsinstanties.
  • Bestuursrecht en zijn functies
    1.Instrumentele functie
    2. Legitimerende functie
    3. Waarborgfunctie
  • Instrumentele functie
    Instrumenten om te kunnen besturen in handen van het openbaar bestuur
  • Legitimerende functie
    Normen voor het bestuurshandelen
  • Waarborgfunctie
    Rechtsbescherming van de burger tegen het optreden van het openbaar bestuur
  • De overheid mag alleen optreden als er een grondslag/legaliteit voor is = legaliteitsbeginsel

    Daarom is het belangrijk dat het duidelijk is wie wat doet.
    Burgers mogen alles, behalve als het verboden is. Burgers hebben dus geen grondslag nodig.
  • Algemeen belang/publiek belang
    De overheid treedt steeds op in het algemeen belang = premisse
    Voorbeelden belangen:
    economie, gezondheidszorg, onderwijs, media, veiligheid, milieu en klimaat, privacy.
  • Verschil overheid en bedrijven
    De overheid neemt alle belangen in acht en bedrijven niet.
  • Verschil vrijstelling en ontheffing
    Vrijstelling -> Uitzondering op een verbod dat geldt voor iedereen die aan de voorwaarden voldoet.
    Ontheffing -> besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary 2:

  • Hoofdzaken van het bestuursrecht
  • F C M A Michiels
  • 9789013074000 or 9013074006
  • 6e [geheel geactualiseerde] dr.

Summary - Hoofdzaken van het bestuursrecht

  • 1 Inleiding

  • Wat is het doel van de algemene wet bestuursrecht?
    Doel van de Awb is meer eenheid in de bestuursrechtelijke wetgeving, systematiseren en vereenvoudigen van bestuursrechtelijke wetgeving, in de wet vastleggen van normen die in de rechtspraak zijn ontwikkeld en treffen van voorzieningen die naar hun aard een algemene regeling behoeven.
  • Wat regelt het bestuursrecht?
    Organisatie, bevoegdheden, normering, handhaving en rechtsbescherming.
  • Wat zijn de twee afzonderlijke delen van het bestuursrecht?
    Het algemeen bestuursrecht en het bijzonder bestuursrecht
  • Wat is het algemeen bestuursrecht?
    In het algemeen bestuursrecht (centrale onderwerpen en leerstukken). Denk hierbij aan bevoegdheden van bestuursorganen, besluiten, procedures en handhaving. Dit staat vooral in de awb.
  • Wat is het bijzondere bestuursrecht?
    Bijzonder bestuursrecht(aparte onderdelen en beleidsterreinen). Denk hierbij aan omgevingsrecht, vreemdelingenrecht, sociale zekerheidsrecht, financieel bestuursrecht, openbare orde en veiligheid. Staat vooral in aparte wetten zoals de Vreemdelingenwet en Wet milieubeheer.
  • Wat staat er in art. 107 GW?
    Art. 107 GW zegt dat wij een algemeen wet bestuursrecht hebben. Dit maakt deze wet een organieke wet en wet in formele zin. De wet bestaat uit 11 hoofdstukken. Het gaat van algemeen naar bijzonder. Let op regels staan in meerdere hoofdstukken!
  • Hoe geeft de Awb richting aan andere wetgeving?
    doormiddel van dwingend recht, regelend recht, aanvullend recht en faculteit recht.
  • Wat is dwingend recht?
    Afwijking hiervan in lagere regelgeving is niet toegestaan. 
    Afwijking in andere wetten in formele zin zou weliswaar zo veel mogelijk moeten worden beperkt, maar is wel toegestaan.
  • Wat is regelend recht?
    Wenselijk hoofdregel in de awb, afwijking in lagere regelgeving is toegestaan.
    Voorbeeld: Art. 4:1 dat een aanvraag schriftelijk wordt ingediend tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.
  • Wat is aanvullend recht?
    Regel staat in beginsel in andere wet, zo niet dan geldt de awb
    Voorbeeld: Art. 3:6 er vanuit dat in bijzondere wettelijke voorschriften aan adviseurs is voorgeschreven binnen hoeveel tijd ze moeten adviseren. Waar dat niet is gebeurd, geldt hetgeen in 3:6 awb staat: Het orgaan kan een termijn bepalen.
  • Wat is faculteit recht?
    Regelgevers en bestuursorganen hebben de bevoegdheid een regel van toepassing te verklaren.
    Voorbeeld: Art. 3:10 awb dat de toepasselijkheid van de openbare voorbereidingsprocedure betreft. Genoemd artikel geeft voor gevallen waarin voor het nemen van besluiten niet reeds bij wettelijk voorschrift is bepaald dat deze afdeling geld, aan andere (ook lagere) regelgevers en bestuursorganen bevoegdheden te bepalen afdeling 3.4 moet worden toegepast bij de voorbereiding van bepaalde besluiten.
  • Wat wordt er bedoeld met lagere regelgeving bij de Awb?
    wet in materiele zin, verordening, besluiten enz.
  • Wat zijn de twee uitgangspunten van het bestuursrecht?
    Het legaliteitsbeginsel en specialiteitsbeginsel
  • Waar ligt het accent bij bestuursrechtelijke legaliteitsvereiste?
    Bij het bestuursrechtelijke legaliteitsvereiste ligt het accent op de voor een bevoegdheid van een bestuursorgaan benodigde wettelijke grondslag. Een combinatie van deze twee elementen zien we bij de bevoegdheid om bestuurlijke sancties op te leggen. Art. 5:4 AWB lid 1 ziet op de benodigde wettelijke grondslag voor de bevoegdheid om bestuurlijke sancties op te leggen. Lid 2 ziet op het verbod van terugwerkende kracht.
  • Wat betekent legaliteitsbeginsel?
    De overheid mag burgers iets verbieden of gebieden, doch uitsluitend voor zover de wet dit uitdrukkelijk toestaat. Denk hierbij aan de onteigeningswet. Een verbod/gebod mag in lagere regelgeving mits er uiteindelijk een grondslag in een wet in formele zin is.
  • Geldt het legaliteitsbeginsel alleen voor belastend of ook begunstigd handelen van de overheid?
    In praktijk is dat voor al het overheidshandelen een wettelijk basis is.
  • Wat betekent het specialiteitsbeginsel?
    Het bestuur mag bij het gebruik van een bevoegdheid slecht het belang behartigen waarvoor die regeling is vastgesteld. Het geeft een soort van mogelijkheid om uitvoer te geven aan het legaliteitsvereiste.
  • Hoe is het normenstelsel opgebouwd?
    Het normenstelsel is hiërarchisch opgebouwd. Dit komt op verschillende niveaus tot stand waarbij een lagere regeling niet in strijd mag zijn met een hogere. De meeste regels gelden voor een onbepaald aantal gevallen, maar er zijn ook voorschriften e.d. die verbonden zijn aan besluiten voor individuele gevallen ( beschikkingen)
  • wat betekent gelede normstelling?
    Normstelling op meer niveaus tegelijk.
  • Hoe is de normstelling geleed?
    verticaal (onder elkaar)
  • Wat is horizontale gelede normstelling?

    Onder een wet meer lagere regelgeving. Is veel te vinden in het bestuursrecht/
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Het beginsel van de materiële rechtszekerheid
Als de mensen rechten hebben gekregen, spreken ze graag van verworven rechten. Daarmee wordt eig.  gesuggereerd dat die rechten onaantastbaar zijn. 

Het is belangrijk om te weten dat het recht de verworden rechten tot een zekere hoogte beschermd. Zo kennen we een beperkt verbod van terugwerkende kracht van wettelijke regelingen. Dat verbod beschermt in voorkomende gevallen iemands rechtspositie. 

Voor beschikkingen geldt dat ze soms teruggenomen kunnen worden en soms is het mogelijk om beschikkingen op te zeggen. Intrekking of wijziging van begunstigende beschikkingen met terugwerkende kracht is in het algemeen toegestaan bij verstrekking van valse opgaven en bij kennelijke vergissingen, soms ook bij intrekking als sanctie. 
Het consistentiebeginsel
Bestuursorganen mogen niet willekeurig besturen. Er moeten criteria worden geformuleerd aan de hand waarvan een beslissing wordt genomen. De rechter heeft niet de taak om zelf bestuursbeleid te vormen. De rechter bekijkt wel of het beleid de redelijkheidstoets doorstaat. Vervolgens bekijkt hij of de beslissing past in het beleid of dat er bijzondere omstandigheden zijn waarom juist van het beleid had behoren te worden afgeweken (twee-fasen toetsing). 

Dit beginsel zegt dus dat het bestuur hetzelfde moet handelen op dezelfde terreinen, tenzij er een gewichtige reden bestaat dit niet te doen. Deze reden moet echter wel voldoende gemotiveerd worden. 
Het evenredigheidsbeginsel
In art. 3:4, lid 2 Awb staat dat een besluit evenredig genomen dient te zijn. Er moet een evenredigheid bestaan tussen het door het bestuur gediende belang en het belang dat het bestuur daarvoor moet aantasten. Burgers mogen niet onevenredig zwaar getroffen worden (beginsel van de minste pijn). 

De met het besluit te beschermen algemene belangen kunnen samenvallen met de belangen van de aanvrager. Een orgaan kan in een concreet geval voor een dilemma komen te staan. Derden mogen wel nadeel ondervinden, zolang dit niet onevenredig is. 

Een beslissing kan in sommige gevallen onevenredig worden genomen. Art. 3:4, lid 2 Awb kan met zich meebrengen dat schadevergoeding kan of moet worden verleend. Dit bovenstaande artikel is zeer algemeen geformuleerd. De rechter moet er bij toetsing aan dit artikel dus rekening mee houden dat deze toetsing ook gevolgen kan hebben voor toekomstige besluiten door bestuursorganen. De keuzevrijheid van de bestuursorganen moet daarbij ook gewaarborgd blijven. 
Behandelen van aanvragen
Art. 4:2 Awb bepaalt wat een aanvraag min.  moet bevatten. Het orgaan moet bij een indiening van een onvolledige aanvraag de aanvrager in gelegenheid brengen om de aanvraag aan te vullen, tenzij de aanvraag zo onvolledig is dat het geheel niet van een aanvraag in de zin van de wet kan worden gesproken. Pas wanneer de aanvulling niet binnen een redelijk termijn plaatsvindt, mag het bestuursorgaan de aanvraag buiten behandeling laten (art. 4:5 Awb).
De uniforme openbare voorbereidingsprocedure
Indien er veel belangen van verschillende personen in het spel zijn of wanneer er veel betrokkenen op voorhand bij het orgaan bekend zijn, is een andere normering noodzakelijk.
De hoorplicht
In bepaalde gevallen moet een orgaan voordat zij een beschikking neemt, de aanvrager en/of andere belanghebbenden in de gelegenheid stellen zijn/hun zienswijze naar voren te brengen (art. 4:7 en 4:8 Awb)

Het naar voren brengen van de zienswijze kan zowel mondeling als schriftelijk plaatsvinden (art. 4:9 Awb). Mondeling horen kan in een gesprek, evt.  een telefoongesprek. De gedachte achter het horen is dat een bestuursorgaan zonder te horen geen verantwoorde beslissing kan nemen. 
Zorgvuldig feitenonderzoek
Het orgaan dient een besluit zorgvuldig voor te bereiden; het bestuursorgaan zal alle relevante feiten en af te wegen belangen moeten kennen (art. 3:2 Awb). 

Dit wordt kennisvergaringsplicht genoemd. Om die feiten en belangen te kunnen kennen, zal er een diepgaand onderzoek verricht moeten worden. Sommige feiten kunnen alleen door deskundigen worden vastgesteld. De wet verplicht er vaak toe een deskundigadvies te vragen. 
Overschrijding van een beslistermijn
Bij overschrijding van een beslistermijn is sprake van het niet tijdig nemen van een besluit. Hiertegen kan de belanghebbende beroep instellen (art. 6:2 sub b jo. 7:1, lid 1 sub f Awb). Ook krijgt de belanghebbende in dit geval een dwangsom betaald. In veel gevallen leidt het niet tijdig beslissen op aanvragen tot een fictieve positieve beslissing (lex silencio positivo). In die gevallen is de algemene regeling inzake de bestuurlijke dwangsom niet van toepassing.
De beslistermijn
De hoofdregel is dat een beschikking dient te worden gegeven binnen de bij het wettelijk voorschrift bepaalde termijn (art. 4:13 Awb). 
Als er bij wettelijk voorschrift geen beslistermijn is bepaald, dan dient er binnen een redelijk termijn te worden beslist. Een redelijk termijn hangt af van de omstandigheden van het geval (art. 4:13 Awb) bepaalt dat de redelijke termijn ten hoogste 8 weken kan zijn. 

Wanneer het orgaan ziet aankomen dat het er niet in slaagt binnen 8 weken te beslissen, kan het voordat die termijn is verstreken, de betrokkene hiervan in kennis stellen (art. 4:14 Awb). Het orgaan moet dan wel in dat geval een redelijke termijn noemen waarbinnen de beslissing wel zal worden genomen. De nieuwe redelijke termijn is niet gesteld op 8 weken!
 
Normen voor de voorbereiding van besluiten
Besluiten dienen tijdig en zorgvuldig te worden genomen. Dit geldt niet alleen voor primaire besluiten (beslissing op aanvraag), maar ook voor besluiten op bezwaar.