Summary hoofstuk 1 psycho

-
242 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - hoofstuk 1 psycho

  • 1 hoofstuk 1 psycho

  • habituatie =
    het uitdoven van een aanvankelijke reactie op een prikkel
  • voorwaarde: habituatie
    dat de prikkel niet veranderd
  • sensitisatie =
    - tegenovergestelde van habituatie  
    - het (geleidelijk) gevoeliger worden aan een prikkel
  • naar wat verwijzen de begrippen habu en sensi oorspronkelijk
    naar de fysiologische verwerking van zintuigelijke prikkels zoals licht temperatuur, geluid,... in het centraal zenuwstelsel
  • pavlov =
    - ivan pertroivsch 
    - russische fysioloog
    - nobelprijs: onderzoek spijsvertering
    - bedenk door: zijn studies over reflexmatig gedrag, experimenten met hond
    - ontstaan behaviorisme
  • wat stelde pavlov vast bij zijn experimenten met honden:
    hij stelde vast dat speekselreactie niet alleen uitgelokt word door voedsel op de tong maar ook door het zien van voedsel
  • resultaten pavlov's experiment
    - iedere NS (neutrale prikkel) kan geconditioneerd worden
    - grootte en snelheid reactie nemen toe bij meer beurten
    - max. na een bepaalde tijd
  • klassieke conditionering =
    associatie tussen gedrag en een stimulus ( s - r )
  • wanneer komt men klassieke conditionering regelmatig tegen:
    - dagelijks leven 
       bv. reclame, begeleiden van kinderen, contact met onze geliefden,...
  • onvoorwaardelijke stimulus =
    - ovs 
    - stimulus die, voor welke persoon dan ook, in welke situatie dan ook ongeconditioneerde reflexen uitlokt.
    bv. ineenkrimpen bij angst, speeksel aanmaken na ruiken of proeven voeding
  • onvoorwaardelijke reactie =
    - ovr 
    - reflexen die automatisch komen in bepaalde situaties
  • voorwaardelijke stimulus
    - vs 
    - stimulus die een reactie uitlokt die niet bij iedereen automatisch voorkomt.
  • voorwaardelijke reactie =
    - aangeleerd
    - reactie die we geen automatisch reflex kunnen noemen  
    - bij conditionering gelijk aan OVR
  • stimulus =
    lichamelijke indrukken-prikkels
  • fysiologische reactie =
    - niet onder controle 
    bv het is koud je begint te rillen
  • associatief =
    als je bewust de ene gedachte met de andere verbind
  • gedrag =
    een zinvolle reactie op een zinvolle stimulus
  • het leerproces = (klassieke conditionering)
    een prikkelsubstitutie op basis van contiguïteit(= het in samenhang met elkaar)
  • kenmerken klassieke conditionering:
    - contiguïteit
    - prikkelsubstitutie
    - passief
    - antecedent
  • contiguïteit =
    voorwaarde dat er wordt geleerd is dat de vs en de ovs herhaaldelijk of onmiddellijk na elkaar (en in die volgorde) worden aangeboden
  • prikkelsubstitutie =
    vs vervangt ovs (conditionering)
  • respondent =
    onwillekeurige gedragingen (orientatiereflex)µ
    bv. bleek worden, transpireren
  • passief =
    het gedrag word automatisch uitgelokt 
    bv. eten - speeksel
  • antecedent =
    de VR die plaats vindt kom enkel en alleen door dat er een VS vooraf gaat
  • verwante principes (klassieke conditionering)
    - uitdoven/extinctie
    - aversieve conditionering 
    - conditionering van hogere orde
    - prikkel - of stimulus generalisatie
    - prikkels - of stimulus discriminatie
    - experimentele neurose
  • uitdoving/extinctie =
    als de ovs en de vs een lange tijd niet op elkaar volgen dan verdwijnt/ dooft de Vr uit. 
    (kan herstelt worden)
  • aversief =
    slaat op de aarde van de OVS - onaangenaam
  • waarvoor wordt de aversieve conditionering gebruikt:
    - voor het afleren van ongewenst gedrag 
       ( roken, alcoholisme , bedplassen  --> plaswekker)
  • conditionering van hogere orde =
    elke prikkel kan een bekrachtiger (beloning) worden door associatie met een al bekrachtigde prikkel
  • prikkel - of stimulusgeneralisatie =
    de VR blijft hetzelfde, als het VS iets wijzigt 
    bv. als het bel geluid iets zachter zou gaan klinken, de hond nog steeds kwijlt
  • prikkel - of stimulusdiscriminatie =
    - rem op de prikkelgeneratie 
    - geen Vr als VS sterk afwijkt
    bv. gsm
  • experimentele neurose =
    - gedragspatroon
    - ontstaat door onduidelijkheid en verwarring
  • operante conditionering =
    - gedrag e gevolg 
    - R - C
    - tweede leervorm
    - de gedragingen worden veranderd op basis van die prikkels die eruit volgen
    - intsrumentale condtionering
  • 2 grote namen operante conditionering:
    - thorndike 
    - skinner
  • thorndike =
    edward l thorndike 
    amerikaanse psycholoog
    - instrumenteel leven
    - wet van het effect
    - puzzleboxes
  • thorndike experiment
    - hongerige kat 
    - leren door gissen en missen
    - trial en error
    - leren door te proberen
  • skinner =
    - amerikaanse psycholoog
    - werkt verder thorndike bevindingen 
    - grondlegger radicale behaviorisme
  • skinner experiment:
    - rat in een box met enkel een hefboom en voedselbak
  • kenmerken operante conditionering:
    - het leerproces is een responssubstitutie op basis van contingentie 
    - het betreft operants
    - het leerproces verloopt actief
    -  het leerproces wordt consequent gecontroleerd
  • het leerproces is een responssubstitutie op basis van contingentie =
    de voor de persoon waarschijnlijke relatie tussen het gedrag en de consequentie
  • het betreft operants =
    - respondent gedrag: staat onder directe controle van een prikkel wordt uitgelokt door een prikken
    - operant gedrag: lijkt spontaan gesteld te worden door een bepaalde prikkel. 
                                   maw willekeurige gedragingen: we hebben er als persoon 
                                   direct greep op
  • het leerproces verloopt actief =
    - de persoon moet actief reageren
    - de te conditioneren reactie minstens 1x spontaan gesteld worden door het dier of mens zodat de proefleider er een beloning kan op laten volgen.
  • het leerproces wordt qonsequent gecontroleerd=
    de mate waarin een gedrag i/d toekomst zal toenemen, wordt bepaald door dat gene wat op het gestelde gedrag volgt en hoe dat gevolg door de persoon ervaren wordt.
  • soorten bekrachtigingen:
    - + bekrachtiging 
    - - negatieve bekrachtiging
    - secundaire bekrachtigers
    - primaire bekrachtigers
    - materiele bekrachtigers
    - sociale bekrachtigers
    - activiteitenbekrachtigers
  • + bekrachtigers =
    - + C + 
    - toevoegen van een positief gevolg
  • - bekrachtigers =
    - - C - 
    - wegnemen van iets negatief
  • primaire bekrachtigers =
    - spanningstoestand vermideren door primaire behoeften te vervullen 
    - bv. voedsel, warmte, aandacht, ..
  • secundaire bekrachtigers =
    - zijn gekoppeld aan primaire versterkers 
    - er moet conditionering plaats vinden, zodat de secundaire bekrachtiger betekenis krijgt
  • materiele bekrachtigers =
    iets tastbaar dat het gevolg is van het gedrag
  • sociale bekrachtigers =
    gedragingen die andere mensen stellen als gevolg op een gedrag 
    bv. aandacht geven, glimlachen, knuffelen, complimentje
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

archiefdata =
wanneer onderzoekers gebruik kunnen maken van gegevens uit arschieven kan dit onderzoeken naar verbanden op grote schaal mogelijk maken --> rivkin
correlatie = d
de statitstische samenhang tussen twee grootheden
verklarende methodes:
- experiment
- correlatie - onderzoek
-archief data
de test =
mensen die een reeks opdrachten op moet lossen of vragen moeten beantwoorden. om persoonlijkheidskenmerken te meten, emotionele toestanden te achterhalen...
observatie =
het verzamelen van feiten door het beschrijven van gedrag
de gevalsstudie =
gedetailleerde beschrijving van een bepaald persoon, een situatie of een geval
beschrijvende methodes:
1. de gevalsstudie 
2. observatie
3. survey (enquete, peiling
'. de test
onderzoeksmethoden in de psychologie :
1. beschrijvende methode: de onderzoeker wel gedrag mag beschrijven maar geen verklaring mag geven
2. verklarende methode
foresische psychologie (toegepaste psycho)
- spychologie wordt toegepast op recht en rechtspraak waarbij immers steeds mensen betrokken zijn: beklaagden, aanklagers, getuigen, jry,...
3 verschillende manieren (toegepaste psycho)
1. door het individu aan te passen aan het bestaande mileu 
2. door het milieu aan te passen aan het individu
3. zowel op het individu als op het milieu inwerken om de aanpassing te bevorderen