Summary Hoorcolleges bewijsrecht

-
245 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Hoorcolleges bewijsrecht ". The author(s) of the book is/are Janneke. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Hoorcolleges bewijsrecht

  • 1 Inleiding bewijsrecht

  • Sheet 3 Afdeling 1.2.9 Rv (art 149 e.v. Rv)

  • Leg het onderscheid uit tussen materieel en formeel  bewijsrecht. 

    Materieel: bewijslastverdeling en waardering van bewijs.

    Formeel: bewijsvoering in procedure; bijv. regels oproepen getuigen.

    Wanneer is iets onrechtmatig in de zin van 6:162 (materieel), maar als dat waar is hebben we een claim, maar kunnen we het bewijzen (formeel)? 

  • Je kunt ook anders naar de indeling kijken in afdeling 1.2.9. Rv, hoe? 

    Er zijn regels over opdragen, leveren en waarderen van bewijs.

    Opdragen:       de rechter draagt het bewijs op (bewijsopdracht), zie bijvoorbeeld art 166 Rv.

    Leveren:          het leveren van bewijs door partijen, zie bijvoorbeeld art 170 Rv.

    Waarderen:     het waarderen van bewijs gebeurt door de rechter, zie art 152 lid 2 Rv.

  • Sheet 4 Bereik afdeling 1.2.9

  • Is bewijsrecht van toepassing bij dagvaardingsprocedures, verzoekschriftprocedures, hoger beroep, kort geding en arbitrages? 

    Dagvaarding:

    Als je puur kijkt naar de plaatsing van bewijsrecht (titel 1.2) in de wet is bewijsrecht alleen van toepassing in dagvaardingsprocedures in eerste aanleg. Beleidsregels van bewijsregels (afdeling 1.2.9.) zijn geschreven voor dagvaardingszaken.

    Verzoekschrift:

    Art 284 lid 1 Rv geeft antwoord op de vraag of bewijsrecht ook van toepassing is bij verzoekschriftprocedures; afdeling 1.2.9. is van overeenkomstige toepassing verklaard, tenzij de aard van de zaak zich daartegen verzet. Bij verzoekschriftprocedures is het mogelijk dat er een verzoeker is, tegenbewijs is dan niet aan de orde (art 151 lid 2 Rv). Ook bij spoedeisende procedures kan formeel bewijsrecht buiten de deur gehouden worden.

    Hoger beroep:

    Hoger beroep in dagvaardingsprocedures wordt geregeld in titel 1.7, art 343 e.v. Rv. Art 353 Rv bevat een schakelbepaling. Het procesrecht in hoger beroep is in beginsel gelijkelijk met het procesrecht in eerste aanleg. Ook het bewijsrecht geldt in hoger beroep, zie art 353 Rv. Er zijn bijzonderheden, bijvoorbeeld het getuigenbewijs, zie later hoorcollege over getuigen.

    Hoger beroep tegen beschikkingen:

    362 Rv, ook hier geldt het bewijsrecht.

    Kort geding:

    Geldt het bewijsrecht ook in kort geding? De regels art 149 e.v. Rv lenen zich niet goed voor toepassing in kort geding. Het kort geding is namelijk gericht op snelheid en korte termijn. Kort gedingrechters kunnen wel overgaan tot toepassing van bewijsrecht maar dit zal doorgaans niet gebeuren.

    Arbitrage:

    In beginsel niet. In art 149 e.v. Rv wordt een antwoord niet gegeven. De regeling van arbitrage: een kernbepaling is art 1039 Rv. Lid 5 geeft een specifieke regel omtrent bewijsrecht: “het scheidsgerecht is vrij ten aanzien van de regels van bewijsvoering” = arbiters zijn in beginsel niet gebonden aan regels van bewijsrecht. 

  • Sheet 5 Bewijsovereenkomsten

  • Wat is bewijs/bewijzen? 

    Niet gedefinieerd in Rv. Literatuur kent uiteenlopende definities. Bewijs is in procesrechtelijke context aan de rechter overtuigend aantonen van feiten/dat bepaalde feiten zich hebben voorgedaan.

    De benodigde mate van zekerheid zal verschillen naar gelang de gevolgen van de beslissing ingrijpender zijn. 

  • Kun je regels over bewijs weg-contracteren?

    Ja. Je kunt er afspraken over maken. De wettelijke bepalingen van het bewijsrecht zijn grotendeels van regelend recht: art. 153. Afspraken maken over bewijspositie bijv. Voor het geval ze in een procedure verwikkeld raken. Dit doe je om je risico’s die verbonden zijn aan het procederen te kunnen inschatten/beperken. Te maken afspraken zijn een andere bewijslastverdeling of het uitsluiten van bewijsmiddelen en je ziet ze vooral in algemene voorwaarden. Het bank- en verzekeringwezen kent de boekenclausule= de administratie van de gebruiker (=bank) levert tegenover de wederpartij bewijs op van de hoogte van het saldo, dus de bank bewijs wat het saldo is, niet je eigen bankboekje thuis. 

  • Waar staat de bewijsovereenkomst en wat zijn varianten ervan?

    Art. 153 Rv. Varianten: je mag afspraken maken over je bewijspositie. Vaak gericht op beperking van bewijsrisico’s. Bewijsmiddelen buiten beschouwing laten. 

  • Wat is een beperking van een bewijsovereenkomst?

    Art. 153 Rv zegt: bewijsovereenkomst mag niet ter vrije bepaling van partijen: dit zie je bij personen- en familierecht en bij faillissement. Voorbeeld: 1:130 BW, gaat over bewijs van buiten gemeenschap van goederen gehouden goederen, dit kan alleen met een geschrift bewezen worden. Of zie art. 61 Fw. Of 7:932 BW= het bestaan/bewijs van een verzekeringsovereenkomst kan alleen maar met geschriften. 

  • Waar moet je op letten bij bewijsafspraken? 

    Dwaling, redelijkheid en billijkheid, regels voor algemene voorwaarden. Dus bewijsafspraak moet wel door de algemene voorwaarden beugel kunnen. Als het beding onredelijk bezwarend is dan gaat het niet door, een heel specifiek type bewijsbeding wordt heel specifiek aangegeven op de zwarte lijst. 6:236 sub k BW: bepaalde bewijsbedingen kun je niet zomaar opnemen, die worden niet vermoed, maar geacht onredelijk bezwarend te zijn.

    Terug naar het voorbeeld over de bankclausule welke doorslaggevend is voor het banksaldo: boekenclausule hoeft niet onder 6:236 sub k te vallen. Valt er niet onder, mits de wederpartij een onbeperkte mogelijkheid van tegenbewijs heeft. Dan is de bepaling dus wel toelaatbaar. 

  • Sheet 6 Verhouding tussen rechter en procespartijen *

  • Wat is partij-autonomie? 

    Partijen zijn autonoom. Zij bepalen of, wanneer, waarover en tegen wie wordt geprocedeerd, wat de omvang is van het geschil. Op diverse plaatsen in de wet kom je partijautonomie tegen, bijvoorbeeld in art 111, 149, 246 Rv. Niet of onvoldoende betwiste feiten worden als vaststaand beschouwd. 

  • Wat betekent lijdelijkheid burgerlijke rechter?

    Is de keerzijde van de partij-autonomie. De rechter is in beginsel lijdelijk, maar de rechter is niet passief. De rechter bepaalt of partijen genoeg gesteld hebben,wat bewezen moet worden, hij bepaald of bewijs geleverd is en kan zelfs onder omstandigheden ambtshalve bewijs opdragen.

  • Waarom is art. 149 Rv zo belangrijk?

    Art. 149 Rv is een belangrijk uitgangspunt in de verhouding tussen de rechter en procespartijen. Art 149 Rv geeft een hoofdregel van bewijsrecht. Partijen zijn autonoom over wat ze aanvoeren. De rechter mag slechts die feiten aan zijn beslissing ten grondslag leggen die in het geding te zijner kennis zijn gekomen. De rechter vult geen feiten aan!

    Zie art. 21 en 22 e.v. en 25 (=rechter vult rechtsgronden ambtshalve aan) en 67/68 (=voorlichting over buitenlands recht waaraan rechter soms behoefte aan kan hebben). 

  • Sheet 7 Verhouding tussen rechter en procespartijen ** 

  • Waar staan en wat houden de inlichtingenplicht en informatieplicht in?

    Inlichtingenplicht (art 21 Rv): partijen moeten in beginsel alle relevante feiten volledig en naar waarheid aanvoeren.

    Informatieplicht (art 22 Rv): als de rechter nadere informatie wil kan hij in elke stand van het geding bevelen dat nadere informatie wordt verschaft. Toelichting van feiten, of overlegging van stukken. Weigering is echter mogelijk bij gewichtige redenen. Of het verstandig is om te weigeren is een andere vraag... 

  • Arrest Goossen/Goossen (HR 4 oktober 1996, NJ 1998, 45)? 

    Goosen 1 leent van de bank en leent door aan Goosen 2. Dus 2 moet terugbetalen aan 1. Bank schelt deel schuld aan Goosen 1 kwijt. Contract tussen broers zegt dat hij dat ook zou moeten kwijtschelden aan Goosen 2. Kwijtschelding werd door de ene broer niet verteld aan de andere broer.Rekest-civiel bestaat nu niet meer, maar dat is nu herroeping= onder bepaalde voorwaarden kun je een uitspraak herroepen. Dit arrest geeft regel omtrent herroeping en dit arrest laat herroeping onder bepaalde voorwaarden toe. Het gaat eigenlijk om bedrog in procedures. Dit kun je linken aan 21 Rv inlichtingenplicht. Versterking exhibitieplicht van art 21 Rv.

    Beslissing: nee geen bedrog. 

  • De rechter is in beginsel lijdelijk, maar heeft diverse opties om actief te handelen. Leg uit. 

    Hij heeft diverse ‘ambtshalve bevoegdheden’ zoals het vragen om nadere inlichtingen, ambtshalve getuigenverhoor gelasten of deskundigenbericht te bevelen, openlegging van boeken/bescheiden/geschriften. 

  • Sheet 8 Art. 149 Rv: feiten of rechten *

     

    Art. 149 kent een hoofdregel en twee uitzonderingen (1 van de 2 uitzonderingen: feiten van algemene bekendheid en algemene ervaringsregels)

  • Art 149 Rv geeft een hoofdregel van bewijsrecht. Welke is dat?

    De rechter mag slechts die feiten aan zijn beslissing ten grondslag leggen die volgens het voorschrift van het bewijsrecht zijn bewezen/ via partijen in het geding te zijner kennis zijn gekomen. De rechter vult geen feiten aan! De sluis van het geding. Dus enerzijds partij-autonomie (zij bepalen wat ze naar voren brengen) en anderszijds lijdelijkheid van de rechter (rechter kan actief ingrijpen, maar uitgangspunt is dat de feiten door de sluis van het geding moeten zijn gekomen).

    Het moet gaan om feiten die zijn betwist en in het geding aan de orde zijn gekomen. 

  • Wat betekent “in het geding” in art. 149 lid 1 Rv? En kennen we een uitzondering? 

    Stel dat partijen eerst een kort geding hebben gevoerd en daarna een bodemprocedure. Mag de rechter de feiten die zijn aangevoerd in kort geding gebruiken in de bodemprocedure? Volgens de HR kan dat niet. Zie echter art 223 Rv. Voorlopige voorziening kan wel worden overgezet in bodemprocedure.

    Er zijn voorlopige voorzieningen (in spoedeisende situaties naast kort geding). Zie 223 Rv: tijdens aanhangige bodemprocedure kun je een voorlopige voorziening vragen. Feiten die zijn aangevoerd in dat verzoek vovo, die mag je volgens de HR wel gebruiken in de bodemprocedure. Kort geding en vovo lopen wat dit betreft uiteen.

  • Voor rechtsregels ligt het anders, hoe dan?

    Zie art 25 Rv (ius curia novit; de rechter wordt geacht het recht te kennen). 

  • Sheet 9 Arrest Schook/Vergeer(HR 18 december 1987, NJ 1988, 679)

    Mevrouw Vergeer sluit een mondelinge huurovereenkomst met Lokworst, gaat om een zaal. Lokworst wil deze ruimte gebruiken als meubelopslagruimte. Lokworst draagt zijn zaak over aan Schook. Vind je het goed dat Schook mijn plaats inneemt? Ja zegt verhuurster Vergeer. Ook nu gebruikt als opslagruimte en soms als toonzaal. Is er nu wel/niet huur van bedrijfsruimte (art. 7:290 BW)? Hierover wordt geprocedeerd. Rechter fietst langs het pand. Dit gebruikt hij voor de motivering van zijn uitspraak.

    Materieelrechtelijk gaat het in dit arrest om de vraag hoe huurcontract in elkaar zat. Eerst werd een pand gebruikt voor opslag en daarna als bedrijfsruimte. Rechtbank moet beslissen of het gaat om opslag of dat sprake is van bedrijfsruimte. Rechter gaat echter bekijken buiten officieel kader om. De rechter maakt wel gebruik van gegevens niet-officiële bezichtiging. Een gegeven is ten grondslag gelegd dat niet van algemene bekendheid is en verkregen is door niet-officiële bezichtiging. Dit verdraagt zich volgens de HR niet met de wettelijke regeling gerechtelijke plaatsopneming. Schending beginsel hoor en wederhoor omdat waarborgen niet in acht zijn genomen. Niet door de sluis van het geding gekomen. Rechter had gebruik moeten maken van de regels van bewijsrecht. Rechter had over moeten gaan tot een gerechtelijk plaatsopneming en bezichtiging (descente).

  • Arrest Hoogeboom/Van Seggelen

    Percelen grenzen aan elkaar. Van Seggelen kan alleen maar op de openbare weg komen via de grond van Hoogeboom. Hoogeboom zegt: je mag wel over mijn grond, maar alleen maar over pad 1. Van Seggelen wil niet over pad 1, maar over pad 2 naar de openbare weg. Kort geding. Bewijsrecht is daar niet van toepassing! Dan komt er een bodem procedure bij de rechtbank en vervolgens een bodem procedure bij het Hof. In het dossier van het kort geding (aan de bodem procedure voorafgaand) staat een duidelijke tekening en die gebruikt het Hof ambtshalve, mag dat?

    HR: dat mag niet. Amtshalve gebruik maken van die tekening mag niet, 149 Rv is hiermee geschonden.

    (Er zijn voorlopige voorzieningen (in spoedeisende situaties naast kort geding). Zie 223 Rv: tijdens aanhangige bodemprocedure kun je een voorlopige voorziening vragen. Feiten die zijn aangevoerd in dat verzoek vovo, die mag je volgens de HR wel gebruiken in de bodemprocedure. Kort geding en vovo lopen wat dit betreft uiteen.)

  • Arrest Van Donkersgoed/Jansen

    Een huurder die huurde bij een apotheek, hij woonde er boven. De apotheek zei de huur op stellende dat die ruimte nodig was voor dringend eigen gebruik. Is er voldaan aan de huurrechtelijke opzeggingsgrond ‘dringend eigen gebruik’. Rechter ging kijken op website van de apotheek en zag daar een teamfoto en maakte een inschatting van de m2-meters en gebruikte deze informatie voor zijn beslissing. Mag de rechter googlen, browsen in het kader van zijn beslissing? HR: daar moet je als rechter zeer voorzichtig mee zijn. In beginsel schending van hoor en wederhoor. Wil niet zeggen dat het nooit kan, maar wees er voorzichtig mee.  

  • Arrest De Samenwerking/Geerlings

    De Samenwerking is een pensioenfonds en verhuurt bedrijfsruimte aan Geerlings. Geerlings vraagt aan de rechter huurprijs nader vast te leggen. Kantonrechter gaat naar de Bedrijfshuur Advies Commissie. Verhuurder wil niet dat huurprijzen bekend worden. BAC brengt advies uit aan de rechter maar geeft het niet aan partijen. Kantonrechter baseert zijn oordeel op deze gegevens maar partijen hebben hierin geen inzage gehad. Partijen hebben geen kans gehad om zich over gegevens uit te laten. Ook in deze zaak strijd met het beginsel van hoor en wederhoor. Niet in het geding gebracht en voorwerp van het partij-debat geweest.

    Rechter mag gegevens hem bekend uit een ander dossier tussen dezelfde partijen niet meenemen in zijn proces, want ze zijn niet door partijen in het geding gebracht. 

  • Moet ieder feitje moet worden aangevoerd? 

    Nee, want 149 kent 2 uitzonderingen waarvan 1 is: feiten van algemene bekendheid en algemene ervaringsregels. 

  • Wanneer is het bewijsrecht alleen aan de orde?

    Het bewijsrecht is alleen aan de orde bij betwiste feiten (art 149 lid 1, tweede zin Rv). Een procespartij moet goed opletten of feiten voldoende zijn betwist. Als niet voldoende is betwist staat het feit vast. Dit is de 2e uitzondering van 149. 

  • Art. 149 lid 1 Rv kent nog een voorbehoud, welke?

    Rechtsgevolgen die niet ter vrije bepaling van partijen staan. Partijen hebben dus een beperkte mate van vrijheid. Bij bepalingen niet ter vrije bepaling van partijen gaat het bijvoorbeeld om kwesties van openbare orde op het vlak van personen en familierecht. Ook in de bewijsovereenkomst en arbitrageovereenkomst komen deze woorden terug (zie art 153 en 1029 lid 3 Rv). Bij de bewijsovereenkomst zijn partijen bevoegd afspraken te maken over bewijs en dus is het in beginsel mogelijk dat wordt afgeweken van het wettelijk systeem van bewijsrecht. Een voorbeeld van een dergelijke afspraak is dat bepaalde bewijsmiddelen buiten beschouwing worden gelaten. 

  • Sheet 10 Art. 149 Rv: feiten of rechten **

  • Art. 149 lid 2 kent 2 uitzonderingen, welke?

    Feiten van algemene bekendheid en algemene ervaringsregels lenen zich niet voor bewijsvoering. Feiten van algemene bekendheid zijn regels die ieder normaal ontwikkeld mens kent of behoort te kennen. Bijvoorbeeld dat Cyprus een eiland is. De rechter mag deze feiten aan zijn beslissing ten grondslag leggen zonder dat deze door de partijen zijn gesteld.

    Voorbeelden van uitspraken m.b.t. feiten van algemene bekendheid:

    HR: nieuw mes daaraan kun je je snijden= feit van algemene bekendheid.
    RB: bij laswerkzaamheden moet je goed oppassen voor brandgevaar.

    HR: handmatig tillen van een zware oven door mensen bij wie het tillen niet tot dagelijkse werkzaamheden behoort levert serieuze rugklachten op. 

  • Voorbeeld algemene ervaringsregel: HR: Staat/Delta Lloyd, NJ 1992,619, leg uit? 

    Jongens van 19 jaar zijn op stap, minimaal 30 bier pp. Ze rijden in de auto 150 km terwijl ze 80 mogen. Een van de jongens trekt aan het stuur, niet de bestuurder. HR: Hof heeft als algemene ervaringsregel moeten aannemen dat onder deze omstandigheden (veel drank en gezamenlijk op weg in een autorit) roekeloos gedrag viel te verwachten= ervaringsregel van algemene bekendheid. 

  • Kortom je hoeft niet alles te stellen: 149 lid 2, 2e zin. Wat valt er nog meer hieronder?

    Ook procesfeiten hoeven niet te worden gesteld, bijvoorbeeld het feit dat een partij niet verschijnt. Dat een partij niet verschijnt of dat een partij iets verklaart. Hiervan kan een rechter ook geen bewijs verlangen. De rechter kan deze feiten zelf waarnemen tijdens het geding. Met rechten worden subjectieve rechten bedoeld. Maar als je 149 leest gaat het om feiten en om rechten. Objectieve recht leent zich niet voor bewijsrecht, hier in 149 wordt subjectief recht bedoeld als eigendom, pand, kortom rechten die je toekomen. Ook deze rechten kunnen zich lenen voor bewijsvoering.

    Het voorwerp van bewijslevering is de rechtsbetrekking in geschil. Wat via de sluis van het geding bij de rechter is gekomen, waarvan de omvang door partijen wordt bepaald en wat door partijen is gesteld en voldoende gemotiveerd is betwist, dan gaan we praten over bewijslevering en eerder niet.  

     

    De rechter mag geen feiten aanvullen, behoudens feiten van algemene bekendheid en algmene ervaringsregels. 

  • Sheet 11 Redelijke mate van zekerheid

  • Wanneer is iets bewezen? 

    Absolute zekerheid is niet nodig. Juridisch bewijs is geen wiskundig bewijs. Het gaat om een redelijke mate van zekerheid. In civiele zaken zijn de eisen minder streng dan in strafzaken. 

  • Hoeveel mate van zekerheid eis je dan als rechter? 

    Hangt ervan af van de ingrijpendheid van je beslissing. De rechter die een verzoek tot conservatoir beslag beoordeeld stelt andere eisen aan het bewijs dan een rechter die oordeelt in een lange bodemprocedure. In civiele zaken zijn de eisen minder streng dan in strafzaken (= de overtuiging hebben bekomen, 338 Sr). 

  • Hoe doe je dat? Hoe bewijs je die stelling en hoe waardeer je dat?

    Sheet 12 Bewijs: middelen en waardering

  • Als vaststaat dat iemand moet bewijzen, hoe doe je dat? Met welke middelen kan bewijs worden geleverd? 

    Bewijs kan worden geleverd door alle middelen (art 152 lid 1 Rv).

    Het oude BW bevatte een opsomming van bewijsmiddelen, zoals schriftelijk bewijs en vermoedens, bekentenis, de eed. Een nadeel van een opsomming is dat technologie zich voortdurend ontwikkeld (DNA) en een opsomming is daardoor niet up to date. Bewijs kan worden geleverd door alle middelen (art 152 lid 1 Rv). Een open systeem van bewijsmiddelen is dus het uitgangspunt. De wet noemt wel veel bewijsmiddelen, maar het is niet daartoe beperkt; ook middelen die niet in de wet worden genoemd kunnen voor bewijs dienen. Er zijn wel uitzonderingen. In bepaalde gevallen zit je vast aan schriftelijk bewijs (bijvoorbeeld verzekeringspolis).

  • Arrest Tankink/Hartmann NJ 1999,496

    Gaat (materieelrechtelijk) over gebruik handelsnaam. Afspraak opgenomen door Tankink. Tankink vraagt aan Hartmann toestemming om de band aan de rechter te laten zien. Volgens de HR -r.o. 3.7- is voor het inbrengen van bewijs geen toestemming van de wederpartij en van de rechter nodig. Tankink had bewijs in geding moeten brengen. Bewijs kan geleverd worden door alle middelen. Tankink had gewoon moeten deponeren bij de griffie. Kortom 152 lid 1 bewijs geleverd door alle middelen.

  • Hoe moet je bewijs waarderen?

    Het open systeem van lid 1 moet in verband met art 152 lid 2 Rv worden gezien. De rechter bepaald de waarde van bewijs en is in beginsel vrij. 

  • De rechter is in beginsel vrij in de waardering van het geleverde bewijs. Maar er zijn uitzonderingen, welke? 

    Uitgangspunt is vrije bewijsleer, dus in beginsel door alle middelen en is de rechterin beginsel vrij in de waardering tenzij er een specifieke regel is. Bijvoorbeeld art 157 Rv (authentieke akten hebben dwingende bewijskracht) en art 164 lid 2 Rv (waarde verklaring partijgetuige). Getuigenbewijs en schriftelijk bewijs. 

  • Samengevat, art. 152 lid 1: bewijsmiddelen en lid 2: bewijswaardering. 

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Partij wil deskundigenbericht uit ander geding overleggen met andere wederpartij, maar hetzelfde onderwerp. Kan dat? 

Ja, in beginsel, maar dan zijn niet de regels van het deskundigenbericht van toepassing, maar de regels van het schriftelijk bewijs. En dus heeft het de vrije bewijskracht van een schriftelijk stuk. En dat is gelijk aan een deskundigenbericht, dus praktisch gezien is het de vraag of het veel verschil maakt. Maar het kan. 

Er is nog een vraag: kun je aanspraak maken op alle gegevens die de andere partij aan de deskundige stuurt?

198 lid 2: iets aan deskundige dan ook naar de andere partij. Maar hier speelt nog iets tussendoor; blokkeringsrecht 7:464 lid 2 BW= uitkomsten van onderzoek mogen niet worden verspreid. Nu zit je dus vast tussen 2 artikelen. HR: verplichting van 198 lid 2 geldt maar niet voor datgene wat onder het blokkeringsrecht valt.

 

Máár dat is anders als die wederpartij een verzekeraar is en beschikt over een medisch adviseur. Dan moet namelijk alle aan de deskundige verschafte medische gegevens in afschrift worden verstrekt aan de medisch adviseur, want aangenomen moet worden dat laatstgenoemde de geheimhoudingsplicht in acht zal nemen.

Dus blokkeringsrecht prevaleert, maar een uitzondering geldt bij een verzekeraar met een medisch adviseur.

 

Hetzelfde geldt voor het gewone deskundigenbericht. 

Fortis/Y

Karakterisering van het voorlopig deskundigenbericht. Gaat volop over voorlopig getuigenverhoor. En ook deskundigenbericht.

Kwestie begint met een verkeersongeluk, mevrouw Y is slachtoffer. Fortis is de wanverzekeraar van de aansprakelijke automobilist. Fortis erkend aansprakelijkheid. Y: verschillende soorten schade en uiteindelijk volledig arbeidsongeschikt. Debat over vraag welke schade ten gevolge van ongeval is gekomen. Fortis: we willen voorlopig deskundigenbericht over welke schade door dit ongeval en welke klachten er eerder waren. Op grond van 202 e.v. een onafhankelijk neuroloog benoemd. We willen dat het gehele medische dossier aan die deskundige wordt overhandigd, kaart van de huisarts vanaf tien jaar vooraf aan het ongeval en dossier van na het ongeval. Rb: wijst verzoek tot voorlopig deskundigenbericht toe, maar niet het nevenverzoek van het medische dossier. Dit omdat mevrouw was gehoord en er geen bezwaar tegen had. Rb: wij vinden het niet nodig om het apart te gelasten dat dat op voorhand moet. Nu mevrouw geen bezwaar heeft tegen overlegging van de stukken, zal zij wel meewerken waar dat nodig wordt geacht. Gedachte is dat als een Rb dit zou doen, dan zou je als verzekeraar een voorlopig deskundigenbericht kunnen vragen met alle medische dossiers die er ook zijn.

HR: r.o. 3.5.2. Strekking voorlopig deskundigenbericht: de verzoekende partij bewijs te verschaffen van feiten die zij in een eventueel te beginnen procedure of een aanhangige hebben te bewijzen. Zelfde als Frog/Floriade t.a.v. voorlopig getuigenverhoor.

HR: 198 lid 1 is een deskundige verplicht onpartijdig en naar beste weten zijn onderzoek te verrichten. Het is aan de deskundige om te bepalen welke gegevens partijen moeten verzamelen voor het onderzoek. Als de deskundige om gegevens vraagt zijn partijen daar ook toe verplicht 198 lid 3. Wat als ze dat niet doen? Rechter kan gevolgtrekking maken die hij geraden acht. Bij dit stelsel past het niet dat je op voorhand zegt dat bepaalde gegevens aan de deskundige moeten worden verstrekt. De deskundige zal dat zelf bepalen.

Stel: je kunt niets met rapport, maar je bent er niet zeker van. Kun je dan zeggen; 166 getuige, ik wil een partijdeskundige horen als getuige, kan dat? 

Je kunt toch alleen maar getuigen uit eigen waarneming bekende feiten? Inderdaad! Dus een deskundige kan wel als getuige worden opgeroepen, maar dan wel met een belangrijke beperking uit eigen waarneming bekende feiten. Art. 163.  

Toetst rechter een deskundigenbericht marginaal? 

Rechter is vrij om te bepalen welk gewicht hij aan dat bericht toekent, maar hij moet het deskundigenbericht vol toetsen. 

Voorbeeld van hoe het niet moet? Timans/Haarsma

Hadden de vakantiehuisjes een eigen karakter? Rechter benoemde deskundige die veel wist van architectuur. Met het rapport kon de rechter niets. Hof: tussenbeslissing: gaf aan waarom ze er niets mee kon. Hun voorlopige oordeel is dat ze niets met het rapport kunnen en ze het dus niet eens zijn met de deskundige. Partijen mochten zich daarover uitlaten. Hof: na standpunt partijen wijken we niet af van ons voorlopig oordeel. Maar dat was; we kunnen er niets mee, dus zijn we het er niet mee eens. Je draait als Hof in een cirkeltje. Cassatie met succes. HR: je moet de redenering snappen. Dat het rapport geen steun bood in de vraagstelling, dat ontsloeg het Hof niet van de vraag alsnog te beantwoorden. Als een rapport een vraag niet beantwoord en de rechter had dat rapport wel nodig voor de beantwoording, dan moet de rechter zelf die vraag beantwoorden en motiveren. 

In de praktijk gebeurt vaak: je benoemt een deskundige, rechter overlegt tevoren met partijen wat de vraag is, uiteindelijk heb je niets aan het rapport. Wat doe je dan?
  1. 194 lid 5; nadere vragen stellen aan deskundige.
  2. 194 lid 5; een of meerdere nieuwe deskundigen. Kost tijd en geld, is vervelend.
Situatie dat een partij een deskundigenrapport overlegde dat afkomstig is uit ander geding met andere wederpartij, maar zelfde onderwerp. Kan dit? 

Dat kan in beginsel. Maar wettelijke bepalinge over deskundigenbericht zijn niet van toepassing. Want dat andere deskundigenbericht heeft de bewijskracht van een geschrift, dus vrije bewijskracht. Dat geldt ook voor gewone deskundigen hebben we gezien. 

Vredenburg/NH

Rechter is niet gebonden aan de conclusies van de deskundige, maar wel een motiveringsplicht. Weliswaar een beperkte motiveringsplicht, maar soms naar omstandigheden motiveren afhankelijk van het verloop van het geding. 

Hoe zit het met de plicht van de rechter tot motiveren bij een getuige? 

Als de rechter anders oordeelt. Beperkte motiveringsplicht. ‘Het komt me niet overtuigend voor’. Als partijen specifiek aangeven waar de getuige steken gaten heeft laten vallen, heel concreet, dan moet je als rechter wel wat meer motiveren. Vb Vredenburg/NH.