Summary Hoorcolleges Human Movement

-
249 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

This is the summary of the book "Hoorcolleges Human Movement". The author(s) of the book is/are Linda Gaethofs. This summary is written by students who study efficient with the Study Tool of Study Smart With Chris.

Summary - Hoorcolleges Human Movement

  • 1 Hoorcolleges 1

  • Verantwoordelijkheid:
    Zorg dragen voor, rekenschap afleggen over.
  • Deugd - criteria:
    1. Zelfstandig beslissingen nemen
    2. Verplichtingen serieus nemen
    3. Afwegen van normen
    4. Oog voor gevolgen handeling
    5. Aanspreekbaar zijn
  • Aanspreekbaar ergens op zijn:
    Antwoord geven op gestelde vragen, je verantwoordt je.
  • Aansprakelijkheid:
    Volgens een wet
  • Verzachtende omstandigheden:
    Als je niet verantwoordelijk bent:
    Onwetendheid over aard of consequenties handeling.
    Dwang
    Overmacht
    Afwezigheid van vaardigheid/ mogelijkheid te handelen
  • Vrijheid is?
    Zelfbeschikking - alle vormen van vrijheid.
  • Creatieve vaardigheden:
    Waarnemen
    Uitstellen van oordeel
    Associatief denken
    Denken in alternatieven
    Verbeeldingskracht
  • Verticaal denken:
    Start met een probleem en veel gegevens
    Logische denkprocessen
    Zoek een antwoord
  • Lateraal denken:
    Start met vraagstelling
    Brainstormen
    Associeren
    Verbeelden
    Bedenk zoveel mogelijk ideeen
  • Divergeren:
    Veel ideeen bedenken.
  • Convergeren:
    Selecteren
  • Creatieve techniek: brainwriting:

    Verdeel de vraag in deelvragen en zet deze op aparte vellen papier.

    Ieder doet een eerste ideeronde op een deelvraag.

    Formulieren worden doorgegeven.

    Bedenk nieuwe ideeen inhakend op de voorgaande ideeen.

    Herhaal dit voor alle deelvragen net zo lang als er ideeen blijven komen.

  • Creatieve techniek: quik-storm:

    Kies 2 kernwoorden uit de vraagstelling.

    Maak bij elke een lijst van 10 specifieke eigenschappen.

    Bedenk van hieruit spontaan ideeen.

    Combineer de associaties uit de ene lijst met de andere.

    Bedenk van hieruit nieuwe extra ideeen.

  • Flexibel associeren:

    Ene gedachte leidt tot een andere.

    Creeert een weg door de hersenjungle.

    Dominante associaties worden steeds sterker.

    Blijft in de toekomst dezelfde weg nemen.

    Bij creatief denken juist op zoek naar niet voor de hand liggende verbindingen.

  • Creatieve techniek: bloemassociatie:

    Zet het belangrijkste woord uit de vraagstelling in het midden van flipover.

    Bedenk associaties en zet ze als bloemblaadjes rondom het hart.

    Associer steeds verder weg.

    Kies een woord ter inspiratie en bedenk van hieruit nieuwe ideeen.

    Blijf dit herhalen voor diverse woorden.

  • Creatieve techniek: inverted brainstorm:

    Bedenk met de groep zoveel mogelijk redenen waarom het niet lukt om het probleem op te lossen.

    Ga door, fantaseer en overdrijf.

    Buig al deze redenen om door je af te vragen hoe dit wel zou kunnen; vul hiermee de ideeenlijst aan.

    Doe een eerste ideeenronde totdat het vastloopt en je niets meer kan verzinnen.

    Bedenk met de groep zoveel mogelijk redenen waarom het niet lukt om het probleem op te lossen.

    Ga door, fantaseer en overdrijf.

    Buig al deze redenen om door je af te vragen hoe dit wel zou kunnen; vul hiermee de ideeenlijst aan.

  • SCHOAVVEN:

    S, subsitueren: kunnen we iets (een onderdeel, een aspect bijv. De kleur of doelgroep) van het idee vervangen door iets anders?

    C, combineren: kunnen we het idee of een deel van het idee combineren met een ander idee.

    H, herschikken: kunnen we het idee herschikken?

    O, omdraaien: wat indien we het idee op zijn kop zetten, volledig omdraaien?

    A, aanpassen: kunnen we het idee aanpassen. (kleur, vorm, meer gericht op de vraagstelling…)

    V, vergroten: kunnen we iets (onderdeel, aspect) vergroten?

    V, verkleinen: kunnen we iets verkleinen, simpeler maken, eenvoudiger?

    E, elimineren: kunnen we iets elimineren? En op die manier scherper maken?

    N, nieuw nut geven: kunnen we het idee een andere bestemming geven? Of zit er een voordeel in dat we nog niet hebben gezien?

  • Creatieve techniek: vooronderstellingen:

    Het principe

    Denkpatronen identificeren en deze systematisch kantelen om tot nieuwe ideeen te komen.

    Zoek vooronderstellingen die aan de basis liggen van de eerste ideeen.

    Vervang elke vooronderstelling door meerdere alternatieven.

    Force to fit: genereer nieuwe ideeen die uitgaan van die alternatieven.

  • Creatieve techniek: analogie met de natuur:

    Het principe:

    Nieuwe gezichtpunten vinden door te kijken naar analogieeen met de natuur en van daaruit een force-to-fit naar het probleem.

    Maak een lijstje van een tiental dieren.

    Kies een dier zonder link met het probleem.

    Noem 10 associaties bij dit dier.

    Gebruik elke associatie als een stimulus voor nieuwe ideeen.

    Maak force-to-fit naar het probleem.

  • Creatieve techniek: superheld:

    Het principe:

    Vindingrijkheid van superhelden die in lastige situaties bijzondere oplossingen realiseren.

    (Fantastische analogie)

    Neem een held of heldin in gedachten.

    Maak deze levend; welke bijzondere eigenschappen zijn kenmerkend.

    Hoe zou de held of heldin het probleem aanpakken fantaseer.

    Vertaal de suggesties naar concrete oplossingen voor het probleem.

  • Creatieve techniek: random stimulation:

    Kies een willekeurig object in de kamer of een artikel uit de krant.

    Noem 10 associaties bij dit object of artikel.

    Gebruik elke associaties als een stimulus voor nieuwe ideeen.

    Maak force-to-fits naar het probleem.

  • Creatieve techniek: persoonlijke analogie:

    Het principe:

    Uitvinders identificeren zich sterk met het onderwerp van hun aandacht; vanuit deze inleving ontstaan de nieuwe ideeen.

    Selecteer een cruciaal voorwerp uit de probleemcontext.

    Hoe zou ik mij voelen als dit voorwerp was in die specifieke situatie?

    Hoe zou ik reageren vanuit dit gevoel?

    Welke actie zou ik ondernemen?

    Vertaal dit naar nieuwe ideeen voor het probleem.

  • Creatieve techniek: (Fe)male:

    Mannen tracht te denken als een vrouw en vrouwen leef je eens in in een man.

    Wat typeert dan je gedrag en gedachten?

    Ideeen/oplossingen voor je vraag…

  • Creatieve techniek: Why how:

    Vraagstelling

    Schrijf minstens 5 oplossingen op.

    Bij elk idee vraag je je vervolgens af waarom je dit zo zou doen.

    Als je dat weet vraag je je bij elke reden af hoe je dat nog meer zou kunnen bereiken.

    Daar vraag je je weer af waarom je dat zou doen.

    En vervolgens weer hoe je dat zou aan kunnen pakken. Stapje naar voren en een stapje weer terug.

    Dan weer naar voren en weer terug.

    Zo bouw je gestaag je ideeenlijst uit.

  • Creatieve techniek: Elegant stealing:

    Zoek vijf advertenties van bedrijven die jou inspireren.

    Kijk vooral in internationale trendy lifestyle magazines!

    Benoem 5-10 dingen die je in hen waardeerd.

    Als jij dat zou doen, hoe zou je dat dan doen?

    Welke nieuwe ideeen levert je dit op?

    Maak ook een verassende combinaties tussen de bedrijven!

    Maak je lijst zo lang mogelijk. Doe dit met meerdere advertenties.

Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

?
Analoge camera
Productgeorienteerd:
Ik- orientatie
Kerncompetenties: uitvinden, productie
Sterke visie - zwakke missie
Familiecultuur
Merk - cultuurdrager
Winstgevendheid: +++
Procesgeorienteerd:
Het- orientatie
Kerncompetenties: interne en externe logistiek
Zwakke visie - zwakke missie
Formele cultuur
Merk
Winstgevendheid: +
Organisatiegeortienteerd:
Wij-orientatie
Kerncompetenties: motivatie, medewerkers, samenwerken
Sterke visie - sterke missie
Winstgevendheid: ++++
Marktgeorienteerd:
Zij-orientatie
Kerncompetities: marktkennis, klantcontact
Zwakke visie - sterke missie
Winstgevendheid: ++
SCA:
Verankering
Relevantie
Differntatie
Product organisatie:
Inside out bedrijven
Inhoudelijke verdelingsprincipes:
Wanneer moeten we mensen als gelijk of ongelijk beschouwen.
Algemeen erkende rechten:
Aszielzoekers helpen
Vrijheid tot word beschermd door:
Sociale rechten