Summary Hoorcolleges Staatsrecht 2

-
367 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Hoorcolleges Staatsrecht 2

  • 1 Inleiding rechtsvergelijking

  • Wat is een bondsstaat/federatie?
    Staat gevormd door het geheel van samenstellende delen die een belangrijk gedeelte van hun oorspronkelijke soevereiniteit overdragen aan de federatie/overheid. Ze blijven wel in belangrijke mate de bevoegdheid over hun zelf houden. Hier heb je uitputtende regelgeving nodig, wat mag de federatie en wat mogen de onderliggende staten.
    Kenmerkend is dat het federale gezag voor gaat als er strijd is tussen het recht van de delen/staten en het recht van de federatie.
  • Wat is een statenbond/confederatie? Noem een voorbeeld. 
    Een losser verbond dan een bondsstaat.  Eigenlijk is het helemaal geen staatsvorm. Het is een verband van in beginsel soevereine staten, maar die staten hebben op enkele terreinen hun bevoegdheden overgedragen aan een hoger centraal gezag. Ze treden naar buiten als geheel, maar intern houdt een ieder zijn eigen gezag. Een klein deel van de soevereiniteit wordt overgedragen. 
    Voorbeeld: Europese Unie; treedt naar uiten toe op als eenheid, maar het blijven soevereine staten. Republiek der 7 verenigde Nederlanden tot 1795; allemaal Nederlanden/provinciën hadden zelf de soevereiniteit, maar dit droegen naar buiten toe in de vorm van 'Nederland'. 
  • Wat is een unie? Noem een voorbeeld.
    Een verbond van soevereine staten/landen met eenzelfde staatshoofd. Voorbeeld: Australië; valt onder de Britse koning. Common Wealth; vrijwillige verbintenis tussen 53 onafhankelijke soevereine staten, met als hoofde de Britse Koning Elizabeth II. De staten zijn onafhankelijk en besturen zichzelf. De Nederlandse koning Willem III was de vorst van Luxemburg. 
  • Welke staatsvorm kent het Koninkrijk der Nederlanden?
    Geen eenheidsstaat want elk heeft een eigen constitutie. Geen federatie want het zijn geen gelijken. 
  • Wat is een eenheidsstaat?
    De soevereiniteit ligt bij het centrale gezag en van daaruit vindt wetgeving en bestuur plaats. Gezag zit in de top van de piramide. Kenmerk het vernietigingsbesluit: elk besluit kan worden vernietigd door de overheid.
  • Definitie staatsvorm? Welke staatsvormen kennen we?
    De mate van centralisatie van het overheidsgezag. De relatie/verhouding tussen het centrale gezag/ overkoepelende en de lagere lichamen. Op welke manier zijn de staten opgebouwd.
    Verschillende staatsvormen zijn eenheidsstaat, bondsstaat/federatie, statenbond/confederatie en de unie.
  • Wat is een regeringsstelsel? 
    De wijze waarop de democratie is georganiseerd, de machtsverdeling tussen de diverse staatsorganen (institutioneel= verhouding tussen staatsorganen, deze verhouding heet het regeringsstelsel). De relatie tussen het staatshoofd, de regering, de ministers en het parlement. Funtioneel= hoe wordt het land bestuurd, wat doet de staat, denk aan wet en bestuur. 
  • Welke machten zijn er binnen een staat? Hoe zit dit eruit in Nederland en Amerika?
    Uitvoerende (bestuurlijke), rechtsprekende (praktijk i.o.m. regels) en wetgevende macht (model van Montesquie). In Nederland kennen we niet een strikte scheiding, wetgeving geschiedt door regering en parlement gezamenlijk, meer check & balance door de verdeling van de machten. De strikte toepassing is er wel in Amerika, dit komt tot uiting door hun regeringsstelsel: wetgeving= congres (volksvertegenwoordiging) en bestuur/uitvoerende macht= president.
    (Geschiedenis Nederland: tot 1700 vielen alle machten samen bij de vorst. Als je het grondgebied van een vorst betrad moet je je ook aan zijn regels houden. Tot 1820 kon Willem I zelf zaken bij de rechter vandaan halen en hierop beslissen, de rechterlijke macht was niet onafhankelijk van het bestuur).
  • Wat is een parlementair stelsel? 
    Regering en parlement zijn op elkaar aangewezen/verbonden. Nederland is hier een voorbeeld van. Rechtspraak is onafhankelijk, in alle landen. 
  • Wat is een presidentieel stelsel?
    Een volkomen scheiding van machten zoals in Amerika. Daar zijn de uitvoerende en wetgevende macht uit elkaar getrokken en de president heeft de bestuurlijke macht (=uitvoerende macht) en het Amerikaanse congres (volksvertegenwoordiging) is de wetgevende macht. Rechtspraak is onafhankelijk, dat is in alle landen zo.
  • Wat is het verschil tussen een parlementair en presidentieel stelsel? Leg dit uit aan de hand van Nederland en Amerika.
    Zit tussen de besturende en wetgevende macht. In Nederland zijn regering en parlement op elkaar aangewezen. Vertrouwensregel: minister die tezamen met de koningin belast is met de besturende macht moeten het vertrouwen hebben van de meerderheid van het parlement. De volksvertegenwoordiging kan een einde maken aan de bestuurlijke macht van de ministers. Omgekeerd kan de regering tegen de volksvertegenwoordiging zeggen we ontbinden de kamers en gaan over tot verkiezingen (gebeurt zelden, bij een conflict wijken altijd de ministers. Balkenende/Rutte zal vertrekken bij ruzie met de Tweede Kamer).
    Dit bestaat niet in Amerika. De president kan het congres niet ontbinden. Reden hiervoor is omdat hij zelf gekozen wordt door het volk. De president blijft zitten voor 4 jaar.
  • Welke typen regeringsstelsels zijn er? Noem voorbeelden erbij.
    1. Monarchie met een parlementair stelsel. Heeft geen burgeroorlogen gekend of iets dergelijks. De monarch kon zijn macht handhaven, maar moest zijn macht delen met het parlement (ministers).
    2. Republiek met een parlementair stelsel. De president is meestal door de volksvertegenwoordiging gekozen en niet door het volk. De president heeft vaak weinig macht, ze zijn belangrijk bij kabinetsformaties en bij het presenteren van dingen in andere landen etc, maar mag verder niks. Eigenlijk vergelijkbaar met Nederland. Kent wel de ministeriële verantwoordelijkheid, vertrouwensregel en ontbindingsrecht.
    3. Republiek met een presidentieel stelsel. De president/uitvoerende macht wordt hier rechtstreeks gekozen en heeft veel bevoegdheden, hij is staatshoofd en regeringsleider. Het parlement kent geen vertrouwensregel met de president. Ministers zijn dienaren van de president. De ministers hebben geen vertrouwen nodig van het congres en het congres kan de ministers ook niet ter verantwoording roepen.
  • Vertel iets over de rechtspraak en haar verschillen bij de diverse landen.
    Een onafhankelijke tak overal.
    • In sommige staten is rechtspraak centraal geregeld, een functie van de centrale overheid. In Duitsland niet, daar heeft men bondsrechters, maar ook op het niveau van de Duitse bunderlender. Houdt verband met het centrale gezag en het lagere gezag/bondstaten.
    • In Nederland is er geen constitutionele rechtspraak. De wetgever maakt de wet, rechter blijft daar vanaf, wetten zijn onschendbaar. Wat is dan de betekenis van de GW? Moet er niet een rechter zijn die zegt deze wet is in strijd met de GW? In Duitsland, België en Amerika vindt men van wel, daar kunnen de producten van de wetgever worden getoetst aan de GW.
  • Mag een wet worden getoetst aan de GW?
    In Nederland niet. Wij kiezen onze volksvertegenwoordiging (Tweede Kamer) die samen met de regering de wetten maakt. Een rechter kan niet tegen de wetgever zeggen dat het fout is gedaan en dat de regel vernietigt dient te worden, dat staat in art. 120 GW. In België en Duitsland kan het wel. 
  • Wat is een staat?
    1. Op een bepaald grondgebied
    2. woont een gemeenschap van mensen
    3. over hen wordt gezag (gelegitimeerde macht) uitgeoefend door een overheid
    4. wat wordt erkend door de internationale gemeenschap. Waarom de ene staat er anders uitziet dan de andere is afhankelijk van niet-juridische factoren (geschiedenis bijv.). 
  • Wat bepaald het grondgebied?
    Vroeger d.m.v. natuurlijke grenzen, later d.m.v. juridische grenzen (bijv. zetten van vlaggen) of door huwelijken (tussen diverse koningshuizen). Tegenwoordig worden er verdragen gesloten. Denk aan het Schengen-akkoord wat de grens tussen Nederland en Duitsland deed vervallen (zonder visum reizen). Of aan het Vedragen van Munster in 1648 waardoor onze landgrenzen werden bepaald of het Congres van Wenen in 1815 waardoor de grenzen nog eens werden vastgesteld, nu met België erbij. 
  • Wat maakt een groep mensen tot een volk/gemeenschap? 
    • Taal: factor die zorgt voor het uiteen vallen van een staat. In Nederland geen probleem, maar België heeft allemaal verschillende taalburen. 
    • Geloof: In Nederland vroeger katholieken/protestanten nu misschien de hoofddoekjes. Geloof is in Ierland erg belangrijk, katholieken en protestanten. Of in Joegoslavië ook belangrijk. Of raciale/etnische overeenkomsten is ook een belangrijke factor, denk aan de apartheid in Zuid-Afrika. Of in Amerika zo'n 6 jaar terug in New Orleans; bijna een burgeroorlog omdat Bush daar geen hulp leverde omdat die zwart is. 
    • Gemeenschappelijk verleden: Oost en West Duitsland zijn weer samengevoegd in 1990 omdat ze een gezamenlijk verleden hadden. De Duitse GW had destijds een voorziening voor West Duitsland maar altijd met de mogelijkheid dat de anderen wee zouden kunnen toetreden. Engeland had een omgekeerde beweging; Schotland kreeg weer haar eigen parlement in 1998. Dit hadden ze ook totdat ze bij Engeland kwamen. Terugontwikkeling= devolution. Schotten streven naar een eigen staat, zelfstandigheid. 
    • Gemeenschappelijke toekomst: kan er toe leiden dat een staat ontstaat. Denk aan de EU, een gezamenlijke toekomst. 
    • Gemeenschappelijke zeden en gewoonten: In Beieren wordt een lederhose gedragen. Nederland: relatie stad en platteland, denk aan de snelle trein in het westen en niet in het noorden. 
    • Economische verbondheid: Koninkrijk der Nederlanden: wij in Nederland hebben het gevoel dat we geld verdienen en het op de Antillen wordt verspild. 
  • Welke vormen van gezag zijn er? Oftewel hoe komt gezag tot stand?
    Weber onderscheidde 4 vormen:
    1. Traditioneel gezag
    2. Rationeel gezag
    3. Democratisch gezag
    4. Charismatisch gezag
  • Wat is rationeel gezag?
    Rechtssoevereiniteit, gezag is niet gebaseerd op een persoon, maar op tekst, denk aan de GW. Gezag is gebonden aan regels. 
  • Wat is democratisch gezag? 
    Volkssoevereiniteit. Hierbij moet elke gezagsuitoefening te herleiden zijn tot het volk, alle macht gaat uit van het volk/natie. België, Duitsland en Amerika hebben dit. In België moet de koning eerst in het parlement verschijnen en dan wordt hij met macht bekleed. In Nederland gaat deze macht van rechtswege over. 
  • Wat is traditioneel gezag?
    Vorstensoevereiniteit. De macht gaat over van vader op zoon, vorstensoevereiniteit. Wij in Nederland hebben traditioneel gezag (koningshuis) met rationeel gezag (GW), deze bepaald het gezag van de vorst tot het parlement.
  • Vertel iets over gezag in België, Duitsland, Amerika, Frankrijk en Nederland.
    • België: art. 33 GW alle machten gaan uit van de natie. Die wijzen een andere bron aan, namelijk het volk. Ntie= huidige volk en alle generaties die eraan vooraf gaan. Zij hebben een koning, maar zelfs die krijgt. zijn gezag van het volk. Hij is pas in functie als hij in de kamer van volksvertegenwoordiging/parlement is geweest en met gezag/macht is bekleed.
    • Duitsland: doen dat ook, art. 20 GW. Alle staatsgezag gaat van het volk uit.
    • Amerika: art. 2 en 3 GW.
    • Frankrijk: aanvaarden volkssoevereiniteit ook. Art. 2 en 3 GW.
    • Nederland: geen volkssoevereiniteit. Verdeling van macht staat in de GW geregeld, een complex van soevereiniteit dragende instellingen. Wij zijn een democratie, volk heeft inspraak in het bestuur, maar wij aanvaarden niet uitdrukkelijk de volkssoevereiniteit. België heeft net als ons een koningshuis, maar toch zit er verschil in.
  • Wat wordt bedoeld met erkenning door de internationale gemeenschap?
    Als één land de staat erkend volgt de rest vaak. Slovenië werd onafhankelijk nadat Duitsland, vervolgens de EU en daarna Amerika en Rusland dat erkenden. Joegoslavië was het er eerst namelijk niet mee een, ze waren onderdeel van dat land immers. Je verklaart jezelf wel onafhankelijk, maar dat ben je pas als je erkend wordt. 
  • Wat zijn grondrechten?
    Relatie tussen het algemene en particuliere belang. De overheid behartigd het algemene belang van ons allemaal (verkeersborden, onderwijs, cameratoezicht), maar tegelijkertijd ook de particuliere belangen (ik wil niet op de camera want ik doe niets fout). Dan gaat het om grondrechten bij particulier belang. Waar ligt de grens? Kunnen burgers naar de rechter gaan om te laten beoordelen of de overheid hen genoeg ruimte gaf?
  • Wat is een constitutie?
    Geheel van regels en instituties dat het geraamte van de staat vormt. De GW is een beschrijving hiervan, dat is een geschreven constitutie. Je leest er hoe de verhoudingen zijn. Heeft een conservatief, behouden effect omdat hij moeilijk is te wijzigen. 
  • Kent Amerika een GW?
    Geen geschreven, maar wel een constitutie door gewoonten. De tekst van de GW blijft altijd hetzelfde, maar wordt aangevuld door amendementen. 
  • Wat is codificatie?
    Het vastleggen van bestaande verhoudingen (1e functie van de constitutie). Een GW wordt ook wel gebruikt om nieuwe verhoudingen in het leven te roepen, te modificeren (2e functie van de constitutie). Bijvoorbeeld grondrechten van dieren, het sturen van het recht, denk aan de Europese GW (deze is mislukt omdat omdat Nederland en Frankrijk niet instemden).
  • Kent Engeland een GW?
    Geen geschreven, maar wel een constitutie. 
  • Kent Duitsland een GW?
    Federatie hervorming. Daar is de GW net ingrijpend herzien, verschuiving van bevoegdheden. Gaat daar ook redelijk eenvoudig, in Nederland lastig: 2 lezingen en de 2e met 2/3 meerderheid. 
  • Welke staatsvorm kent België en geef een korte uitleg.
    Federatie/bondsstaat (art. 1). Hier worden lagere bevoegdheden niet overgedragen aan het centrale gezag, maar andersom. Was een eenheidsstaat in 1830, maar valt nu uit elkaar door het inroepen van gewesten en gemeenschappen. In België kan nooit sprake zijn van strijd, er is altijd één bevoegd: gewest, gemeenschap of overheid.
  • Welke staatsvorm kent Duitsland en geef een korte uitleg.
    Federatie/bondsstaat. Is bottom-up georganiseerd. Duitse bond draagt soevereiniteit/macht. Als de centrale regering iets wil, maar de gewesten (België)/bonden (Duitsland) willen dit niet, dan gebeurt het ook niet. Daarom is de Duitse GW ook zo dik, er staat veel in geregeld.  In Nederland kennen we die problemen niet met onze provinciën.
  • Welke staatsvorm kent Amerika en geef een korte uitleg.
    Federatie. 50 staten hebben de macht overgedragen aan Washington, maar elke staat kent hier eigen rechtsregels en daar moet de bond vanaf blijven. In Washington worden regels gemaakt over de bevoegdheden van de federatie en die van de onderliggende delen, dus wat mag de federatie en wat mogen de onderliggende staten. Komt het recht van een van de delen/staten in strijd met het recht van de staat, dan gaat het recht van de federatie voor. Zijn bond en delen beiden bevoegd, dan gaat de federatie voor.
    Washington heeft een federale regering en parlement, maar ook de staat Texas heeft een parlement en regering. Wat niet is overgedragen wordt door de staat zelf gedaan en niet door federatie.
  • Welke staatsvorm kent Nederland en geef een korte uitleg/toelichting.
    Eenheidsstaat (komt weinig voor). Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat: top-down = de centrale macht ligt in Den Haag, maar heeft een aantal taken afgestaan aan de lagere overheden (provincie/gemeente), denk aan waterschapswet, gemeentewet; een eigen autonomie. De nadruk ligt op de landelijke overheid en hieraan is de macht van provincies en gemeenten ondergeschikt. Deze kunnen alleen eigen beleid maken -binnen door de rijksoverheid bepaalde grenzen-  als het gaat om zaken die alleen de provincie/gemeente betreffen, denk aan hoogte gemeentelijke belasting, parkeertarieven en de manier van afvalverwerking. Centrale overheid mag wel ingrijpen ook al is er bevoegd gehandeld. Van oudsher bestaan in Nederland lagere overheden die ouder zijn dan de Nederlandse staat, deze is pas ontstaan in 1814.
  • Welke staatsvorm kent Frankrijk en geeft een korte uitleg.
    Gecentraliseerde eenheidsstaat. Alle gezag vanuit Parijs, vanuit daar/centrale overheid vindt wetgeving plaats. Gebeurt dit op lager niveau dan ontleend men dat van Parijs.
  • Noem een voorbeeld van het regeringsstelsel monarchie met parlementair stelsel. 
    Nederland. De koning is het staatshoofd, maar heeft niet veel te zeggen (geen politieke macht). De ministers zijn verantwoordelijk voor hun beleid tegenover het parlement en de koning is onschendbaar= ministeriële verantwoordelijkheid. De koning is omringd door ministers die verantwoordelijk zijn. De ministers moeten het beleid verdedigen tegenover het parlement. Een minister, staatssecretaris of het kabinet moet aftreden als zij niet langer het vertrouwen genieten van het parlement (lees: Tweede Kamer)= vertrouwensregel.  Bij een conflict tussen regering en parlement heeft de regering ook de mogelijkheid niet af te treden, maar het parlement te ontbinden en nieuwe verkiezingen uit te schrijven (ontbindingsrecht), in de hoop dat de nieuw gekozen Tweede Kamer het kabinet of de minister wel het vertrouwen geeft. Dit komt weinig voor omdat we zo gedemocratiseerd zijn, parlement wint eigenlijk altijd.
    Verenigd Koninkrijk. Kent ook het ontbindingsrecht. In Amerika heeft de regering dat tegenwicht niet.

  • Noem een voorbeeld van het regeringsstelsel republiek met parlementair stelsel.
    Duitsland. Kent een geclausuleerd ontbindingsrecht, dus strikt aan grenzen gebonden (Nederland ook, maar niet zo strikt). De Duitse president heeft geen echte macht, vervuld ceremoniele functies, dit in tegenstelling tot Frankrijk en Amerika. Duitsland lijkt eigenlijk meer op onze Nederlandse koning dan op de Franse of Amerikaanse president.
  • Noem een voorbeeld van het regeringsstelsel republiek met presidentieel stelsel. 
    Amerika. Er geldt geen ministeriele verantwoordelijkheid. De ministers zijn verantwoording schuldig aan het staatshoofd en niet aan het congres. Er is dus geen vertrouwensrelatie tussen het congres en de rest en ook is er geen ontbindingsrecht dus de president kan het congres niet naar huis sturen (kan in Nederland wel: regering kan parlement naar huis sturen. Congres gaat over de wetten en de president over het bestuur. Het congres kan wel een onderzoekscommissie in het leven roepen en dan moet de president wel verschijnen. Of als er een impeacementprocedure wordt gestart.
  • Welk regeringsstelsel kent Frankrijk? 
    Frankrijk is een constitutionele republiek met een mix van het presidentieel en parlementair stelsel om de nadelen van het presidentieel op te vangen. Dit heeft navolging in Oost-Europa gekregen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Uit welke landen bestaat het VK?
Groot-Brittannië (bestaande uit 3 landen; Engeland, Wales en Schotland) en Noord-Ierland.
Hebben de parlementen van overzee ook invloed bij wetgeving?

De parlementen van de overzeese landen hebben ook hun invloed. Elk ontwerp van rijkswet gaat als het bij de RvS is geweest niet alleen naar de 2e Kamer, maar ook naar de parlementen van de staten van de drie landen overzee. En zij mogen alle drie een schriftelijk verslag uitbrengen en vragen stellen die door de ministers in Nederland beantwoord moeten worden. En bij de behandeling van het wetsvoorstel mogen zij ook een delegatie sturen die mee mag praten en amendementen mag voorstellen, woord voeren en ook de bevoegdheid voor die eindstemming uitoefenen vanuit de gedachte zij spreken namens het parlement en niet namens de regering. Het is zelfs zo als een delegatie wordt gestuurd en voor eindstemming wil spreken, dan mag de gevolmachtigde minister dat niet meer, maar mag alleen zo’n statenlid dat. Ze mogen niet mee stemmen, want ze zijn geen lid van de tweede kamer! En als ze het willen kan een dergelijke kamer in de eerste kamer worden gestuurd, gebeurd nooit. In 2e kamer ook niet veel.

Ze hebben dus wel invloed, maar niets tegenhouden. Keerzijde het koninkrijk krijgt ook niet veel te zeggen over jullie. Het koninkrijk doet maar een paar dingen, alle andere dingen doen de landen zelf. Het aardige is dat het statuut zegt dat op de terreinen waar je autonoom bevoegd bent, daar kun je besluiten ook dingen bij rijkswet te regelen. Unieke mogelijkheid van het statuut. Duitsland kent dat niet als Beieren en Turingen bijvoorbeeld besluiten samen iets te willen doen, maar in het koninkrijk kan dat wel. Landen kunnen de rijkswetgever bevoegd maken om te handelen op een terrein waar op de landen zelf bevoegd zijn= consensusrijkswetten. Heten zo omdat de landen het eens moeten zijn over de inhoud. Daar geldt dus niet dat Curacao overstemd kan worden, logisch want op dat terrein is ze autonoom bevoegd.

Als het gaat om een koninkrijksaangelegenheid die alleen maar in Nederland gaat gelden (bijv. Verdrag met België gesloten die Antillen niet aangaat is formeel een koninkrijksaangelegenheid want het gaat over buitenlandse betrekkingen, maar heeft geen invloed op wat de Antillen willen of doen of laten) dan mag de regeling bij Nederlandse wet volgens het Statuut. Andersom geldt dat niet. Regeling die alleen maar overzee geldt moet toch bij rijkswet.

!Wat is nou dan precies de betrokkenheid van die landen bij de totstandkoming van besluiten op het koninkrijksniveau? Hoe komt een wet tot stand in een koninkrijk, een rijkswet?

Regeling van de GW is van toepassing: 81-89 GW behoren tot de koninkrijksbepalingen uit de GW en gelden voor Nederland als voor het koninkrijk.

Rijkswet wordt in de rijksministerraad overlegt. Maar statuut breekt hier in het reglement van orde van de ministerraad in: Art. 12 het is behandeld in de rijksministerraad (=Nederlandse ministers aangevuld met gevolmachtigde minister van de Antillen en/of Aruba, Sint Maarten), Stel: minister van Aruba zegt: dit is een waardeloos voorstel, ik wil niet dat mijn land gebonden wordt aan deze regeling art. 12. Lokaal veto als hij zegt mijn land wil niet gebonden worden. Regeling gaat dan niet door voor dat land. Tenzij er gronden zijn dat het wel moet. Dan komt er een voortgezet overleg dit heet procedure van intern appel art. 12 lid 2. Komt een soort onderraad bij: minister-president, 2 Nederlandse ministers, de gevolmachtigde minister en een ingevolgen minister van de eigen landsregering. De minister-president moet dan eigenlijk neutraal zijn, maar hij is ook de Ned. Minister-president, dus 3 tegen 2. Gevolmachtigde ministers kunnen dus toch eigenlijk overstemd worden. Dat clubje brengt dan advies uit, dit lijkt op de alarmbel procedure van Belgie!

Dan gaat de zaak naar de Raad van State van het Koninkrijk aangevuld met iemand van de Antillen of Aruba.

Dan gaat het naar de Tweede kamer waar het wordt ingediend. Statuut geeft ook hier bepaalde invloedmogelijkheden aan overzee. De gevolmachtigde minister die hiervoor al stennis had geschopt, maar wat niet gelukt was, kan het hier weer proberen. Hij is namelijk niet gebonden aan de eenheid van het regeringsbeleid. Nederlandse minister kan niet zeggen ik vind het een slechte wet. Oppositie vind dat niet leuk. Maar de gevolmachtigde mag dat en kan de Tweede Kamer proberen zover te krijgen dat het er niet komt of dat het bijvoorbeeld niet voor Curacao geldt. De gevolmachtigde minister ontpopt zich tot een kameleon; hij mag mee praten in de tweede kamer. Hij mag dan heel veel doen zegt het statuut.

Voor de eindstemming mag hij het woord nemen en zijn oordeel over het wetsvoorstel uitspreken. Art. 18 Statuut: tweede kamer kan erover stemmen, maar neemt de tweede kamer het aan met een meerderheid kleiner dan 3/5 van het aantal uitgebrachte stemmen, dan mag het niet zonder meer door naar de 1e kamer en moet het terug voor overleg naar de ministerraad.
Bij meerderheid groter dan 3/5 zijn we uitgepraat. (Dat is echt de alarmbel procedure. Die bevoegdheid vlak voor die eindstemming en rechtsgevolg is schorsing en opnieuw overleg tussen ministers onderling. Dit had het konikrijk eerder dan Belgie, wij bedacht.)

Dan gaat het terug naar de 1e kamer. Ook daar kan de minister weer zeggen slechte wet, maar niet meer zo'n bevoegdheid voor de eindstemming. Aanvaard de 1e kamer het dan wordt het in het staatsbladen gepubliceerd en gaat hij in alle vier landen gelden.

Lees/leer art. 17 Statuut.Lees art. 18 Statuut. Die gevolmachtigde minister kan dus op een aantal punten invloed uitoefenen, maar nooit iets echt tegenhouden. Je zou kunnen zeggen: binnen het statuut wint Nederland het altijd.

Wat is er naast de regering nog meer?

Ministerraad van het koninkrijk: alle ministers die ook lid zijn van de koninkrijksregering, dus alle Nederlandse ministers en 3 gevolmachtigde ministers van de andere 3 landen. Bevoegd om te besluiten tav aangelegenheden van het koninkrijk. Art. 7.

Raad van State van het koninkrijk, art. 13. Bestaat uit alle leden van de Nederlandse RvS, maar met de mogelijkheid van een Antiliaans en Arubaans, Sint Maartens lid als ze dat willen. (Bij de ministerraad en regering moet het, maar hier mogen ze lid zijn.)

Hoofdregel: het koninkrijk is het altijd Nederland maar aangevuld met mensen uit de West. Klopt ook wel met het statuut: art. 6 lid 2 landsorganen=Nederlandse landsorganen.

De bevoegdheden van het koninkrijk waar hebben die betrekking op?

En die hebben alleen betrekking op wetgeving en bestuur. Er is geen rechtspraak van het koninkrijk. De HR heeft rechtspraak tav die 6 eilanden, maar dat staat als een soort vrijwillige machtiging door de Antillen aan Nederland om de cassatierechtspraak in handen van de HR te leggen. Dus de HR is een Nederlands orgaan met bevoegdheden in rechtsordde van Aruba, Sint Maarten Curacao etc. Gemeenschappelijk orgaan zetelend in Den Haag.

Interessante spiegeling hier met Belgie, waar alleen de gemeenschappen en gewesten alleen bestuurlijke en wetgevende bevoegdheden hebben en rechtsprekende. Alle rechtspraak in Belgie is federaal, maar in het koninkrijk deelstaat.

Welk verband kent het statuut?

Statuut is geen volkenrechtelijke, maar staatsrechtelijk verband. Staat ligt in twee werelddelen, in Europa en Zuid Amerika. Koninkrijk der Nederlanden heeft dus ook vier buurlanden: Duitsland, Belgie, Frankrijk (noord Sint Maarten) en Venezuela. Dit is de staat.

Er is geen douaneunie of monetaire unie of vrij verkeer van goederen, personen of diensten. We zijn veel nauwer met Spanje verbonden dan met Curacao en toch zijn we met Curacao 1 staat en met Spanje niet.

Nederland is lid van de EU, maar de eilanden niet.

Het koninkrijk is een zeer losse band en toch nog 1 staat. Waarom past dit bij onze koloniale geschiedenis?

Ze waren volkenrechtelijk binnenland, maar staatsrechtelijk buitenland. Nooit kiesrecht gehad voor de Nederlandse kolonien, Frankrijk deed dat bijvoorbeeld wel en integreerden hun kolonien net zo als hun zelf, je bent daar juridisch in Frankrijk, maar die eilanden hebben praktisch geen zelfbestuur. Wij hebben de overzeese gebiedsdelen juist wel zelf dingen laten doen.

Wat gebeurde er tijdens en na WOII? Ook in relatie tot de GW.

Nederland bezet door Duitsland en Indie door de Japanners. De Japanners begonnen het nationalisme in Indie enorm te stimuleren, tegen Nederland. Voorjaar 1945 zei de Japanse regering dat Indonesie onafhankelijk zou worden. De Antillen en Suriname zijn nooit bezet en zijn altijd onder gezag van regering in Londen gebleven, want daar zat de regering toen. 1942 zei koningin Wilhelmina voor de radio: ze kondigde een programma aan van hoe Nederland na de oorlog dacht met de kolonien om te gaan. We waren voor de bevreiding van Indie volstrekt afhankelijk van de Amerikanen. Ze zei dat ze zich voorstelde dat we gaan werken aan een samenwerkingsverband op gelijkwaardigheid binnen de vier delen en dat ieder de interne aangelegenheden zelfstandig behartigen en dat de gemeenschappelijke aangelegenheden door gemeenschappelijke organen behandeld zullen worden. Dus een federatie met vier deelstaten. De overzeese delen zouden met Nederland een aandeel hebben in de gemeenschappelijke organen. Dus bindend zou moeten worden vastgelegd wie wat deed. In Suriname en Antillen hoorden ze dit radiobericht ook: ah! Na de oorlog rijksconferentie, na de bevreiding zelfbestuur. Kijk, die tikken we binnen!

Toen kwam de bevreiding en Nederland riep een rijksconferentie bijelkaar. Maar in Jakarta had men de onafhankelijkheid al uitgeroepen in 1945, hier zijn geen Nederlanders meer, die zijn er drie jaar terug al uitgeschopt door de Japanners. Het model van 1942 voor Indonesie ging het niet meer worden. Er volgde een koloniale oorlog. Duurde even voor we de onafhankelijk van Indonesie accepteerden. 1949 hebben we de soevereiniteit aan hen overgedragen met veel pijn en moeite. En zelfs toen dat was gebeurd was het beeld in Nederland ’we moeten een soort unie krijgen met Indonesie’ we moeten er een verenigd koninkrijk van maken. Maar dit stelde niets voor. Binnen een jaar was het de republiek Indonesie.

Nieuw Guinea wat toen voor de helft in ons bezit was, is in ons bezit gebleven. Daar hebben we nog 12 jaar ruzie over gehad met Indonesie totdat het in 1962 ook aan Indonesie werd overgedragen.

Dat hele Wilhelmina model was bedoeld voor Indie, maar dat konden we niet hardop zeggen. Maar dat dat voor Indonesie nooit meer ging werken, konden we niet tegen Suriname en de Antillen zeggen dat het niet voor hun was bedoeld, want formeel waren ze gelijkberechtigd. Suriname en Antillen wilden niet zelfstandig worden, maar wel het zelfbestuur met een eigen regeling. De onderhandelingen daarna waren voor Nederland om zo min mogelijk te hoeven veranderen. Maar met Suriname viel hierover niet te praten, met de Antillen wel.

Nederlands viel in het andere uitsterste. In 1948 stelden ze wat anders voor: veel zouden ze zelf doen, maar de dingen die het koninkrijk regelde daarover zouden ze mogen meepraten. Maar dat wilde Suriname niet, dat was hun niet beloofd. In 1954 kwam er een middenweg: toen is er een statuut in 1954 gekomen dat de verhoudingen tussen Nederland, Nederlandse Antillen en destijds Suriname regelde. Eerst wilde men dus federatief verband en is er later op terug gekomen; belangrijk voor om het statuut te begrijpen! Het was een uniek statuut. Geen enkel ander land doet iets wat hier op lijkt. Komt:

-twee elementen aan de ene kant niet al te veel willen veranderen omdat we nu zonder Indonesie niet al te veel wilden veranderen,

-maar aan de andere kant wel een nieuwe rechtsorde met een nieuwe constitutie en organen.

Statuut is enerzijds een federale constitutie en is hoger dan de GW. In veel landen is de GW het hoogst, maar hier niet. Dat kon juridisch ook alleen maar omdat in 1948 een nieuwe hoofdstuk was toegevoegd: regelgeving kon totstand worden gebracht in afwijking van de GW en het statuut wijkt van de GW af, het is namelijk hoger.

Het statuut regelt de bevoegdheden van het koninkrijk. Alles wat niet door het koninkrijk gebeurt zijn bevoegdheden van deelstaten/landen.

Kortom; federale constitutie met federale organen. De federale constitutie is hoger dan de constituties van de landen. De GW is dus de constitutie van het land Nederland en het Statuut is de constitutie voor het koninkrijk. Vrij normaal federaal: lijkt op Amerika of Duitsland. Maar het gekke is dat het Statuut tegelijkertijd zegt dat die organen van het koninkrijk en de samenstelling ervan grotendeels identiek is aan de organen van Nederland, maar dan aangevuld op een iets andere manieren met vertegenwoordigers van andere landen. De procedure waarin regelgeving en bestuur op het niveau van het koninkrijk staat ook grotendeels in de GW, maar dan aangevuld met en gecorrigeerd door bepalingen in het statuut. Kortom; federatie waarvan de organen samenvallen met de organen van de grootste deelstaat. En waarvan de constitutie ook voor een belangrijk groot deel leunt op de constitutie van de grootste deelstaat. (Dus dat de GW van Texas de GW van de VS is). Dat maakt het tot een complexe constitutie. Delen van de GW gelden alleen voor Nederland en delen voor het hele koninkrijk, dat is ingewikkeld.

Eind 1954 treedt het statuut in werking. Koninkrijk heeft niet stilgestaan. Suriname was uiteindelijk niet binnen het koninkrijk te houden. Eind 1975 is Suriname onafhankelijk geworden dmv wijziging van het statuut. Koninkrijk bestond toen uit Nederland en de Ned. Antillen. Aruba vond dat ze overheerst werd door Curacao, 1 januari 1986 werd Aruba een eigen land in het Koninkrijk. Ze waren een gemeente van de Antillen en werd zelf een land. Dit mocht eerst voor 10 jaar en daarna onafhankelijk, maar in 1994 bleef de status apart, maar is nooit onafhankelijk geworden. 1996 is die onafhankelijkheid weer uit het statuut geschrapt. Als oplossing: Aruba kan op eigen gezag besluiten om uit het koninkrijk te treden, de Antillen kunnen dat niet en Nederland ook niet. Art. 58-60 van het Statuut. Als die anderen eruit willen moet het statuut worden gewijzigd en moet je het akkoord hebben van alle 3 de partners.

Nu heeft Aruba zijn status aparte, 3 landen in koninkrijk : Nederland, Antillen en Aruba, maar de Antillen gaan verdwijnen als land. Saba, Sint Eustasius en Bonaire willen niet meer in het Antillen verband verder en daarvoor hebben ze verzonnen: vallen onder het rechtstreekse gezag van Nederland, worden openbaar lichaam vergelijkbaar met de gemeente en vallen dan niet meer onder het koninkrijk maar onder Nederland, dit speelt zich af eind 1998. Nederlandse Antillen is opgeheven en daarbij zijn twee nieuwe landen totstandgebracht: Curcao en Sint Maarten. De eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustasius zijn bij Nederland gevoegd.  Dan gaat het sinds 2010 koninkrijk bestaan uit land Aruba, land Nederland incl. Saba, St. Eusthasius en Bonaire, land Sint Maarten en land Curacao. Nederland ligt in Europa als in de Carabische zee. Zie art. 134 GW. Koninkrijk is dus toch nog een koninkrijk van vier landen geworden, maar kleiner dan Wilhelmina destijds voor ogen had.

Hoe ging de GW met de samenstelling van het Koninkrijk om?
Vanaf 1887 is de GW voor het eerst gaan zeggen dat het Koninkrijk der Nederlanden bestond uit het Rijk der Nederlanden en (...) oftewel bezittingen buiten Europa. Indie, Suriname en de Antillen waren delen van het Koninkrijk. Hoe moest je die verhoudingen duiden?
Herziening GW 1922: Grondgebied omvat Nederland, Nederlands-Indie, Suriname en Curacao: een soort gelijkheid tussen de vier delen. De organen van dat land in Europa waren ook de organen die voor de landen in de andere gebiedsdelen bestuurden. Intern hadden de overzeese gebieden een vorm van autonomie, lijk op onze tegenwoordige gemeenten en provincies, ieder had een eigen huishouding. Maar de Nederlandse wetgever ging er concreet over wat er dan binnen die huishouding viel. Maar de GW gaf de opdracht in 1922 dat elk van de overzeese delen eigen organen zijn krijgen met eigen bevoegdheden die ze aan de wet zouden ontlenen:
Voor Indie was het de Wet op de Indische staatsregeling 1925, Voor suriname en curacao: beide staatsregelingen van 1936, dus 11 jaar later. Suriname als de Antillen kregen min of meer een parlement. Ze mochten eigenlijk bevoegdheden maken op hun kolonien. Dus leek een beetje op gemeenten en provincies, dus zelfbestuur in de delen onder de Nederlandse staat. Op termijn zullen die overzeese gebieden meer autonomie krijgen totdat ze zichzelf min of meer intern zullen besturen in gelijkwaardigheid tot Nederland, maar wanneer dat zou zijn..., misschien over 100 jaar? Toen WOII.
Waaruit bestond het Koninkrijk begin 19e eeuw?

In begin van de 19e eeuw heeft het Nederlands imeperium juridisch gezien zijn afronding gevonden, het bestond toen uit in Azie: Nederlands-Indie en in Amerika: uit Suriname en de caribische eilanden (toen: Curacao en onderhorigheden). Vanuit Den Haag was ons koloniale bezit eerst Indie en dan pas de rest.

!Waar begint de geschiedenis van het Koninkrijk?
Nederland kende in de 17e een koloniale expansie: op schepen de zee op. Reden was persoonlijke rijkdom, maar belangrijker dat onze oorlog tegen Spanje o.l.v. Philips II ons veel geld koste. Dus we wilden specerijenhandel in het verre Oosten in handen krijgen en dit lukte, we kregen Indie rond 1610.
Dit ging via de VOC (Verenigde Oostindische Compagnie), bemoeienis van overheid, staatsinzet. Vrij veel publiekrechtelijke gevoegdheden van de staten-generaal in Den Haag. Tot eind 18e eeuw heeft VOC Indie bestuurd. Paar jaar later werd de West Indische Compagnie voor Amerika opgericht. Doel was kaapvaart bedrijven tegen Spanjaarden, militair doel. Voor ons in Amerika niets te halen, want Spanje en Portugal zat er al. Maar Spanjaarden financierden hun oorlogen ook die tegen ons, met zilver en goud uit Amerika. Dus als wij die zouden overvallen zouden wij dat krijgen. WIC dus voor de kaapvaart op de Spaanse en Portugese zilver en goudvloten.
1648 eindigde de oorlog tegen Spanje, dus kreeg de WIC als doel de slavenhandel om slaven naar Spaans-Amerika voor Spanje te brengen, voorheen onze vijand. We hadden wel steunpunten nodig voor de WIC: eilanden voor de kust van Venezuela (nu onze caribische eilanden) en op de Wilde Kust (nu Suriname). Spanje had  weinig interesse in de benedenwindse eilanden, vonden ze nutteloos. Maar Curacao heeft een perfecte natuurlijke haven en Bonaire had veel zout en Aruba had niet heel veel.
De bovenwindse eilanden: Saba, Sint-Eustasius –slavenoverslageiland- en Sint Maarten –zoutpannen-.
In Indie ging onze machtsuitbreiding veel geleidelijker. Begin 19e eeuw was alles wat we nu Indonesie noemen onder ons gezag gekomen, na de Napoleonse tijd. Zo in de Franse tijd, na 1795 zijn de kolonien ook echt onze staatsbezit geworden formeel, daarvoor waren ze bezit van de handelscompagnien, maar nadat ze opgeheven zijn eind jaren 90 van de 18e eeuw heeft de Nederlandse staat ze aangetrokken.
Sinds 1816 is wat nu Indonesie is nominaal onder ons gezag gezet.